Communistisch Platform
Brievenkatern

Brievenkatern

Brievenkatern

Hieronder vind je ingezonden brieven. Brieven onderscheiden zich van artikelen in dat ze korter zijn en over het algemeen minder diep op een onderwerp ingaan.

Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.


Et tu(ur), Brute?
Inzender: Baltazar Gradevsky

Royementen zijn een gevaarlijk instrument. Vooral in een ledenorganisatie met een intern parlement zoals de FNV moet je er voorzichtig mee omgaan om antidemocratisch gedrag te vermijden. Onlangs is echter de FNV Senioren-voorzitter Jan de Jong geroyeerd omdat Tuur Elzinga "de maat vol had". De Jong was het hoofd van een protestbeweging tegen het pensioenakkoord van de bond. Omdat ik bang ben dat ik anders ook mijn baan of lidmaatschap bij de FNV kwijt zou kunnen raken stuur ik deze bijdrage anoniem in. Deze gang van zaken is namelijk alles behalve een geruststellende. Een echte democratische organisatie dwingt de eenheid niet van bovenaf, maar creëert ze van onderen. Als er een stabiele veranderingsbeweging binnen een organisatie ontstaat, die een hele andere visie dan de top voor ogen heeft, dan heeft dat vaak een goede reden die niet alleen stoelt op relschopperij. Dit moet met gesprekken en een democratisch discours worden beantwoord, zodat er óf een gezamenlijke lijn bereikt kan worden, óf een democratische stemming de koers definitief bepaalt. Als je echter je tegenstander in een ideeënstrijd royeert, dan verander je ook de hele organisatie mee. Hoe kunnen we dan verwachten dat leden in toekomst hun mening delen en voor vernieuwing binnen de FNV zorgen? Hoe kunnen we dan verwachten dat het kader een kader blijft, dat wil zeggen: een betrokken groep leden die de motor van onze hele vereniging is? En vooral: hoe kunnen we op deze manier hopen van de vergrijzing af te komen, wanneer dit blijkbaar de manier is om met nieuwe ideeën om te gaan? Ik vond dit een grote misstap van meneer Elzinga. En dat ik deze brief anoniem instuur in plaats van dat ik het gesprek met hem persoonlijk zoek onderstreept alleen mijn punt.

Verder lezen

Gepubliceerd op: 26 april 2022

permalink


Die cult mag je houden
Inzender: Andries Stroper

Graag wil ik E. Gerritsema bedanken voor het bericht dat hij op 4 december op facebook plaatste. (De tekst is onderaan deze inzending te vinden.) In iets meer dan 600 woorden bekritiseert hij Marxistische Leesgroep Adema - een bont gezelschap van “linkse socialisten, trotskisten en anarchisten”, zo vermoedt hij (onterecht overigens, we hebben (nog) geen anarchisten). Onze zonde? Een poging tot het salonfähig maken van Siep Adema. Hiermee zwengelt Gerritsema een interessante discussie aan. Siep Adema is een communist waarvan de meesten nooit gehoord zullen hebben. Zijn leven is het desalniettemin waard om over te lezen. Geboren in 1904, opgegroeid in Groningen en vanaf 1930 lid van de Communistische Partij Nederland (CPN). Adema vocht in de Internationale Brigades in Spanje tegen Franco en vormde tijdens de Duitse bezetting korte tijd een verzetsgroep met enkele kameraden. In 1941 werd Adema helaas opgepakt tijdens een razzia, waarna hij de rest van de oorlog uitzat in verschillende concentratiekampen. Een zwaar lot dat hij gelukkig wist te overleven. Bij terugkomst in Nederland na de oorlog zou Adema meteen weer aan de slag gaan. Hij was lange tijd werkzaam voor de Eenheids Vakcentrale en zou later, toen de partijstrijd ontvlamde in de CPN, de kant van het Verbond van Communisten in Nederland (VCN) kiezen. Het VCN zette zich in voor een terugkeer naar het democratisch-centralisme in de CPN. Het werd door haar critici gezien als de “conservatieve” stroming in de partij (niet geheel terecht), die zich vasthield aan het marxisme-leninisme zoals dat in de Sovjet-Unie werd uitgedragen. Adema overleed in 1993, twee jaar na het vallen van de Sovjet-Unie, als overtuigd communist. Het probleem, aldus Gerritsema? Linkse socialisten (lees: ex-SP’ers) zouden het hiaat in hun geschiedenis proberen te vullen door de “glans” van de CPN te stelen. We zouden ons “outilleren” (uitrusten) met Kautsky, de RSAP en Sneevliet “en wat dies meer.” Onterecht, zo meent Gerritsema, want die “glans” is voorbehouden aan een select groepje communisten. Communisten die ver afstaan van het bonte gezelschap waar Gerritsema ons voor houdt. Als bewijs hiervoor haalt Gerritsema een citaat van Adema aan:

Of ik denk dat ik het overleefd zou hebben als ik in Rusland had gewoond? [...] jij hebt maar steeds in je gedachten dat het communisme een dictatuur is. En in zekere zin heb je daar ook gelijk in. Maar het kòn soms niet anders. Want wat jij niet weet en ìk wel, is dat een dictatuur soms nodig is om ideeën in de praktijk te brengen.
Hiermee impliceert Gerritsema dat enkel communisten die dictatuur als een middel voor het communisme zien, het recht hebben om met de naam Adema te pronken. Ergens diep verborgen in zijn argument heeft Gerritsema een punt. Alhoewel Marxistische Leesgroep Adema open staat voor alle socialisten die interesse hebben in het marxisme, zul je er inderdaad niet snel mensen treffen die menen dat dictatuur nou eenmaal een vereiste is voor het communisme. In hoeverre dit slecht is of juist prijzenswaardig laat ik aan de lezer over. Links en de persoonlijkheidscultus Wat ik hier wil aansnijden is de manier waarop marxistisch links, of liever klein links, historische individuen behandelt. Politieke discussies worden vaak uitgevochten aan de hand van opvattingen die zekere personen in het verleden hanteerden. A is fout, want Lenin schreef B. Y is dom, want Trotski, Stalin, Luxemburg of wie dan ook schreef Z. En zo moeten ook wij eraan geloven: Marxistische Leesgroep Adema is achterbaks, want Siep Adema meende dat dictatuur een legitiem middel is terwijl dit allegaartje van trotten en anarchisten het daar vast niet mee eens is. De politieke inhoud van het debat verdwijnt hiermee op de achtergrond en wordt vervangen door gescherm met citaten van historische poppetjes. Deze manier van discussiëren is om twee redenen onproductief. Ten eerste, en hier het minst relevant: het beroept zich op een drogreden. Formeel heet dit het ‘beroep op autoriteit’: het aannemen van een stelling of argument simpelweg op basis van de geloofwaardigheid van één of ander individu. Individuen als Lenin, Stalin, Trotski e.a. worden als onfeilbare en alwetende wezens beschouwt. Triomfantelijk roept de drogredenaar dat de mening van zijn persoonlijke idool overeenkomt met zijn eigen opvatting, en dat deze daarom wel waar moet zijn. Maar daarnaast, en relevanter hier, worden historische individuen als monolithische en onbuigzame krachten beschouwt. De opvattingen van een persoon als Marx of Lenin,  zoals geïnterpreteerd door de drogredenaar, worden op een zeker moment in de tijd “bevroren”. Vervolgens wordt dan gedaan alsof deze opvattingen definiërend zijn voor het gedachtegoed van de persoon in kwestie, en alsof ze dat ook altijd al zijn geweest. Eerdere of latere opvattingen die dit tegenspreken worden genegeerd of weggemoffeld. Lenin bijvoorbeeld was jarenlang de voorman van de bolsjewistische factie van de Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij en groot voorstander van publieke discussie waar mogelijk.** In de specifieke context van een burgeroorlog en imperialistische invasie, kort voor zijn dood, zou hij zich tegen het factierecht keren. Toch is deze opvatting uiteindelijk waar veel “marxist-leninisten” hem om herinneren: Lenin introduceerde het ‘partij van een nieuw type’ waarin publieke discussie not done was. Negeer daarbij voor het gemak het overgrote deel van zijn politieke werk waarin Lenin juist vóór transparantie pleitte. Op deze manier weten kleinlinkse sektes individuen te kapen voor hun eigen dogmatische politiek. Er wordt selectief gewinkeld in de uitspraken en geschriften van grote namen uit de socialistische beweging, waaromheen vervolgens een beeld wordt geschetst van een onbuigbaar en monolitisch denken. Om dan te beweren: dit is de ‘eeuwige wetenschap’, de waarheid die wij “toevallig” als organisatie ook uitdragen. Het is een vorm van persoonsverheerlijking die nou eenmaal “noodzakelijk” is volgens de CPN en haar ideologische kinderen.*** De werkende klasse zou immers een leider (lees: cult) nodig hebben. Hoe dan, Andries? Een gezondere houding is mogelijk. Individuen hoeven niet als monolithische en onbuigbare krachten gezien te worden. Liever zien we mensen en hun opvattingen als het product van hun omstandigheden. Ze zijn fluïde, passen zich aan aan de situatie waarin ze zich bevinden en losse meningen definiëren niet een persoon als geheel. Mensen kunnen in hun leven zowel goede als slechte dingen doen, ze kunnen inzichtelijke standpunten inbrengen en ook domme meningen verkondigen. Zo ook Siep Adema. Het is mogelijk dat Adema in Stalin een held zag. Het is mogelijk dat Adema Paul de Groot, ondanks zijn “ernstige fouten”, als een leidend licht zag. Tegelijk mogen jonge communisten, of voor mijn part zelfs linkse socialisten en anarchisten, Adema bewonderen om zijn heldhaftige optreden in de Spaanse burgeroorlog en het verzet. Laat Siep Adema een nieuwe generatie socialisten inspireren met zijn daden en zijn eigen overtuigingskracht in het ideaal dat ons allemaal bindt. De nalatenschap van Adema te gatekeepen, deze te reserveren voor een select gezelschap dat zich beter in enkele opvattingen zou kunnen vinden dan een vermeende andere groep bewonderaars, doet noch Adema, noch de nieuwe generatie socialisten goed. Laten we het mooie in onze voorgangers prijzen en het slechte bekritiseren. Zonder oogkleppen, zonder dogmatiek en zonder blad voor de mond. “Je kunt hem aanvaardbaar trachten te maken. Maar zoek alsjeblieft je eigen helden”, zo sluit Gerritsema zijn betoog af. Aan dit advies hebben wij geen behoefte. Wij zien het goede in onze voorgangers, maar blijven ook scherp op hun tekortkomingen. Wij putten inspiratie uit hun heldendaden, maar zullen niet terugschrikken om hun gebreken te bekritiseren. Die persoonsverheerlijking van je mag je lekker zelf houden.
** “Wij sociaaldemocraten beroepen ons op geheimzinnigheid richting de tsaar en zijn bloedhonden, terwijl we er alles aan doen om te zorgen dat het volk alles weet over onze partij, over de stromingen daarbinnen… dat het zelfs weet wat deze of gene afgevaardigde op een partijcongres te melden had.”, De eerste stappen van burgerlijk verraad, 1905 *** Reactie CPN op 22ste partijcongres CPSU, 1961   Oorspronkelijke reactie van E. Gerritsema:
Van de week kwam ik erachter dat er in Groningen een marxistische lees- en borrelclub bestaat met de naam 'Adema', vernoemd naar de Groningse “overtuigd socialist” Siep Adema. Een gezelschap van “linkse socialisten” (zolderkamercommunisten), trotskisten en anarchisten. Siep Adema was een overtuigd communist. Op de website Spanjestrijders staat dat ook keurig zo vermeld. Wanneer hij wordt omschreven als “overtuigd socialist”, dan is dat misschien semantisch juist, maar mijn nekharen gaan er van overeind staan. Het is een afzwakking die dient om hem salonfähig, aanvaardbaar te maken. Om zich een bijzonder heldhaftig, standvastige strijder toe te eigenen. Het lijkt trouwens wel een trend te zijn bij “linkse socialisten” (ex-SP-ers) om het hiaat in ‘hun’ geschiedenis op te vullen met de glans van de CPN. Ze outilleren zich met Kautsky, de RSAP van Sneevliet en wat dies meer. Maar trekken zich ook gretig af aan Roel Walraven, Fré Meis of Siep Adema. Dat deze communisten zich nimmer distantieerden van de CPN, Stalin of Paul de Groot, maar zich er als gestaald kader als nagels in staal aan verklonken, vergeten deze “linkse socialisten” voor het gemak. Siep had zelf een uitgesproken mening over dat “aanvaardbaar” maken van communisten. Uit het boekje “Wie het geweten heeft. Het levensverhaal van Siep Adema”:
“De ideeën van de communistische partij pasten in mijn denkwijze. Als de partij haar ideeën in de praktijk wilde brengen moest ze kunnen beschikken over kameraden die het met de zaal waar de partij voor stond eens waren. Of ik denk dat ik het overleefd zou hebben als ik in Rusland had gewoond? Ha, ha – ik merk dat je iedere keer weer probeert me te vangen. Want jij hebt maar steeds in je gedachten dat het communisme een dictatuur is. En in zekere zin heb je daar ook gelijk in. Maar het kòn soms niet anders. Want wat jij niet weet en ìk wel, is dat een dictatuur soms nodig is om ideeën in de praktijk te brengen. Dat weet ik omdat ik grootgebracht ben in een wereld waar andere dingen aan de orde waren dan in die van jou. Wat zal ik antwoorden op je vraag? Ik heb indertijd wel eens dingen gedaan die officieel niet goedgekeurd werden - maar die ik heb gedaan in het belang van de partij. Misschien was ik daarvoor in Rusland opgepakt. Misschien was ik als held gestorven. Misschien wel - misschien niet. Met alle goeie wil kan ik je geen antwoord geven op je vraag! Aanvaardbaar?”
Laat ik nog iets meer over Siep Adema voor het daglicht brengen, wiens leven verenigd was met de communistische partij. En niet met allerhande formaties “links” of rechts van de CPN, de scheurmakers en spijtoptanten. Want die zijn er zijn hele levensloop geweest, maar Siep sloot zich in het proces van de opheffing van de CPN aan bij het VCN en mengde zich actief in de discussie in de CPN tégen het loslaten van de beginselen en het opgaan in Groenlinks. Misschien dat Sieps houding nog het beste is samen te vatten in zijn oordeel over CPN-leider Paul de Groot:
Ook Paul de Groot heeft ernstige fouten gemaakt – hij kon niet altijd anders. Maar toch, bij hem èn bij de partij had je de vaste grondslag van het marxisme-leninisme, met het democratisch centralisme als hoofdpunt. Het vertrouwen in die grondslag is voor mij een voorwaarde geweest om te overleven: in de oorlog in Spanje – in het concentratiekamp – en in de jaren na de oorlog. Daar mogen sommigen mensen nu om lachen, maar het ìs wel zo.
Siep Adema heeft zichzelf opgesteld in het rijtje van voorvechters van de communistische partij, ter verdediging van Stalin, Paul de Groot en de Sovjet-Unie. Je kunt hem aanvaardbaar trachten te maken. Maar zoek alsjeblieft je eigen helden.

Verder lezen

Gepubliceerd op: 5 december 2021

permalink


Zing gewoon mee!
Inzender: Senad Delic

Er zijn veel dingen op deze wereld die ervoor zorgen dat mensen zich met elkaar verbonden voelen - algemene gemeenschappelijke interesses, huisdieren, dezelfde voetbalclub, noem maar op. Als er echter iets is, wat binnen weinige seconden een diepgaande verbinding tussen een groep mensen kan scheppen, dan is het in mijn ogen toch de muziek. Of krijgen jullie nou geen kippenvel als een grote mensenmenigte vol overtuiging hetzelfde lied zingt?
Sommigen van ons kennen het fenomeen uit de concerthal, sommigen kennen het uit het voetbalstadion of zelfs de studentenvereniging (Io vivat!). In verschillende situaties neemt muziek haar rechtmatige plek in en vervult zij een verbindende functie.
Ook in het communisme hebben wij een rijke traditie (en hedendaagse cultuur) van liederen en nummers. Denk bijvoorbeeld aan de Internationale of het Solidariteitslied. Liederen die door strijdenden voor strijdenden werden geschreven en nog jaren na hun ontstaan de werkende klasse op demonstraties en manifestaties energie geven.
Nou moet ik bekennen dat ik in de huidige kritische linkerflank een bijna deprimerende zangschaamte heb moeten vaststellen. Niemand zingt meer strijdliederen en bijna iedereen geneert zich als het toch gebeurt. "De Internationale" zingen is ineens "cringe en iets wat alleen PvdA'ers of tankies doen". Alleen op de Dag van de Arbeid verdragen ook de zangsceptici een paar coupletten, want dan bestaat er per uitzondering de sociale druk om mee te zingen.
Ik persoonlijk vind dit jammer en vraag me vaak af waar dit aan ligt. Iets wat ik weleens hoor is dat het "larp" zou zijn om de Internationale te zingen, terwijl ik "larp" hier geeneens een goed argument vind. We larpen toch allemaal tot op zekere hoogte. Immers noemen we elkaar dagelijks "kameraden", steken op actie-foto's de vuist omhoog en hebben (iedereen op zijn eigen individuele manier) een romantisch, inspirerend idee van een revolutie en een fundamenteel veranderde wereld. Of hoe houden jullie anders de 25+ wekelijkse uren vrijwillig politiek activisme vol? Ik heb om eerlijk te zijn wel een gezonde dosis larp nodig om niet waanzinnig te worden. Ik zou al de boven opgenoemde dingen niet eens "larp" noemen, maar eerder het toelaten van humor en menselijkheid in de ideologische strijd, en het bevorderen van culturele kenmerken waardoor we elkaar wereldwijd kunnen herkennen. Een beetje revolutionair romantisme is gezond en houdt de ideologische moraal stabiel. Het zingen van een nummertje kan daar dus probleemloos bij.
Nou wil ik ook niet per sé de Internationale aan het einde van elke vergadering of overleg verplichten. Een zangcultuur moet op natuurlijke wijze ontstaan en sommige mensen voelen zich oprecht niet op hun gemak wanneer er gezongen wordt. Niks op de wereld voelt fijn als het afgedwongen wordt (met uitzondering van de politieke machtovername van de werkende klasse).
Ik wil alsnog een pleidooi doen tegen overbodig cynisme en voor meer revolutionair romantisme. Ik wil iedereen (zo bescheiden en geduldig mogelijk) uitnodigen om de ballast van "cringe" en "larp" gewoon eens te laten vallen en trots te zijn op het revolutionair romantisme en de clichés die daarbij komen kijken.
Misschien is het ook goed om te weten dat je nooit alleen staat: want als de Internationale eenmaal gezongen wordt, dan zingt iedereen kut en scheef mee. Juist dat smeedt in mijn optiek een onsterfelijke band.
Politiek werk is an sich frustrerend genoeg, want zoals je weet: de weg is lang en kent ook eenzaamheid. Maar lange wegen lijken korter als er op de weg gezongen wordt. Dus een tip voor de volgende keer: probeer het, zing gewoon mee! Misschien vind je het wat.

Verder lezen

Gepubliceerd op: 19 augustus 2021

permalink


Niets is heilig
Inzender: Roos Woud

Joshua Simonsen schreef onlangs een brief aan het Communistisch Platform over de hoge theoretische drempel die de organisatie ontoegankelijk zou maken voor mensen die niet van lezen houden/minder goed kunnen lezen. Ik las de brief met veel aandacht en heb besloten te reageren omdat ik mezelf totaal niet herken in het geschetste beeld van Communistisch Platform als hooggeleerde boekenwurmen die proberen minder belezen mensen de les te lezen of de deur te wijzen. Ik wil beginnen met zeggen dat het Communistisch Platform zeker veel waarde hecht aan theorie en theoretische onderbouwing van de politieke lijn die vanuit het platform beoefend wordt. Ik ben echter niet van mening dat het nodig is, zoals Joshua schetst, om de gehele Marxists Internet Archives door te spitten alvorens je volwaardig deel zou mogen nemen aan Communistisch Platform of diens sympathisanten kring. Ik denk dat niemand zal ontkennen dat mensen op verschillende manieren leren en dat de ene persoon makkelijker leert door middel van het lezen van boeken en de andere persoon door middel van het luisteren naar gesprekken over bepaalde concepten. Wat hierbij van groot belang is om te onthouden echter is dat de politieke lijn die het Communistisch Platform voorstaat er een is die uitgaat van de noodzaak van het samensmelten van de vakbeweging en de socialistische/communistische theoretische politiek. Communistisch Platform gebruikt hiervoor inderdaad onder andere Marx, Engels, Lenin en Kautsky omdat die deze concepten en deze samensmelting verder uitgewerkt hebben. Waarom zouden we het wiel opnieuw uitvinden als we het meeste van onze politieke lijn kunnen destilleren uit al geschreven werken. Joshua schrijft dat er een ‘intellectuele voorhoede lijkt te ontstaan’ die ‘probeert de arbeidersklasse te organiseren. Tot zover klinkt dat misschien niet voor iedereen als een probleem, en toch is dit wat mij betreft een rampzalig vooruitzicht. Dit zorgt er namelijk voor dat er een vervreemding ontstaat: zij die niet of minder lezen, worden vervreemd van de ‘intellectuelen’, ofwel CP.’ Ik denk dat hij hier de plank misslaat. Hoewel ik het natuurlijk met hem eens ben is dat iedereen anders leert en dat lang niet iedereen graag of makkelijk veel leest en daarmee leert. Waar ik het echter totaal niet mee eens ben is dat een intellectuele voorhoede die ontstaat door scholing en discussie een rampzalig vooruitzicht is, en dat deze voorhoede blijkbaar bestaat uit een paar belezen boekenwurmen. Het politieke idee waar het Communistisch Platform voor staat is dat deze ‘voorhoede’, het kader van de communistische beweging, juist moet bestaan uit mensen vanuit de arbeidersbeweging die zichzelf en elkaar scholen. Dat het doel van een organisatie als Communistisch Platform juist is deze discussie toegankelijk te maken, door middel van leesgroepen, leeslijsten, discussies over bepaalde concepten, podcasts over ideeën, het verwijzen naar werken van en door anderen groepen en personen die veel kennis hebben over bepaalde zaken. Communistisch Platform probeert dus wel degelijk een intellectuele voorhoede te creëren maar wil daarbij niemand buitensluiten, juist iedereen die ons programma accepteert welkom en is ook welkom om op diens eigen manier te leren. Deze voorhoede is namelijk geen elite clubje, maar moet juist het kader van de arbeidersbeweging en de communistische beweging zijn. Of je van lezen houdt of niet, als je actief wil zijn in de communistische beweging en onderdeel uit wil maken van een kaderorganisatie die de samensmelting van communistische politiek en de arbeidersbeweging wil helpen, dan is scholing een noodzakelijk en leuk onderdeel naar mijn mening. Het punt van een communistische beweging opbouwen is juist het opleiden van mensen die betrokken zijn bij bijvoorbeeld de vakbeweging, of de huurdersstrijd of de studentenbewegingen, in communistische politiek. We kunnen nooit een daadwerkelijke communistische massabeweging krijgen of bouwen als we deze sociale en arbeidersstrijden voeren zonder de juiste communistische analyse te maken en die ook te leren aan deze mensen. Het is dus nodig om jezelf, je organisatie en daarmee ook de hele beweging te betrekken in deze ideologische en programmatische discussies. War hiervoor niet nodig is, is het lezen van elke historicus/theoreticus/politicus die je kunt bedenken. Wat hiervoor wel nodig is, is de bereidwilligheid om te leren over bepaalde politieke concepten en hoe die in de praktijk gebracht kunnen worden. Het is juist ook in deze periode belangrijk dat we als organisatie bezig zijn met de discussie over programma en met de discussie over ideologie. De beweging maakt namelijk veel dezelfde fouten als de beweging in de 19e en 20e eeuw. Willen wij deze problemen voorkomen of oplossen is het noodzakelijk een theoretische onderbouwing te hebben die klopt. Belangrijk hierin is dat de eenheid van Communistisch Platform is gebaseerd op een kort, concreet politiek programma. Dit is juist om de organisatie toegankelijk te maken. Veel revolutionair linkse organisaties hebben geen programma, maar hebben eenheid op basis van een theoretische traditie. Hierdoor zijn vertegenwoordigers en de verkozen leiding van de organisatie slecht controleerbaar door de leden, omdat het niet altijd helder is wat die theoretische traditie inhoudt. Daarnaast kunnen binnen een traditie tegenstrijdige analyses worden gemaakt, en kan een organisatie of stroming een gigantisch scala aan werken bevatten waarvoor je jaren onderzoek moet doen om te weten wat er in die teksten staat. Dit is een cultuur die wij expliciet verwerpen. Programmatische eenheid zorgt ervoor dat het duidelijk is welke politieke keuzes een organisatie maakt, en de leiding van de organisatie kan op basis daarvan gecontroleerd worden door de leden. Wij zijn er altijd helder in geweest dat eenheid op basis van een gigantische theoretische traditie leidt tot sektarische en bureaucratische politieke organisaties. Om deze samensmelting van communistische politiek en de arbeidersbeweging te bewerkstelligen is heel veel werk, heel veel scholing en heel veel massa nodig. Om zoveel mogelijk mensen te betrekken om de communistische beweging vooruit te helpen lijkt mij een nobel streven en het idee dat je niet mee zou tellen omdat je niet van lezen houdt vind ik dan ook een verre tekortschieting van het Communistisch Platform als organisatie.

Verder lezen

Gepubliceerd op: 22 juli 2021

permalink


Lezen is niet heilig
Inzender: Joshua Simonsen

Het Communistisch Platform is een organisatie met fantastische politieke doelen, laat dat voorop staan. Toch heeft CP mijns inziens helaas ook zo haar issues. In dit artikel hoop ik, een kritisch bewonderaar van het werk van CP, zo’n issue uiteen te zetten. Ik schrijf dit stuk direct op basis van mijn eigen ervaringen en wat ik zoal om mij heen gehoord heb gedurende het afgelopen jaar. Ik zal maar gelijk met de deur in huis vallen: rondom CP – erbinnen, maar ook bij haar meest loyale sympathisanten eromheen – heerst een cultuur, waarbij iemand waardevoller geacht lijkt te worden als diegene meer boeken gelezen heeft. Heb je drie boeken van Lenin en het volledige verzamelde werk van Marx, Engels en Kautsky gelezen, dan word je als enthousiaste communist serieuzer genomen dan wanneer je diezelfde enthousiaste communist bent zónder diezelfde goodreads-collectie. Ik wil graag gelijk zeggen dat ik hier totaal niet probeer te claimen dat boeken lezen iets is voor nerds, of dat het waardeloos is om naar het verleden te kijken. Immers, zoals beschreven in het Communistisch Manifest zelf, “de geschiedenis van elke tot nog toe bestaande maatschappij is de geschiedenis van klassenstrijd’’. Het zou dwaas zijn als we deze geschiedenis zouden negeren of zouden weigeren hier lessen uit te trekken voor de klassenstrijd die we vandaag de dag nog altijd voeren. ‘Oké, je wil dus niet dat mensen boeken lezen, maar je wil ook de geschiedenis niet vergeten? Hoe moet dat dan, is er soms een gouden middenweg?’ Ja, die is er wat mij betreft zeker. Want hoewel CP-messias Mike MacNair ons natuurlijk heeft geleerd dat we in onze strijd geen compromissen moeten sluiten, denk ik dat dat in dit verhaal zeker kan. Hier kom ik over een paar alinea’s op terug – klik niet weg!

Leesdeceptie
Het is simpelweg een feit dat niet iedereen veertig communistische boeken gaat lezen in zijn leven – laat staan in korte tijd –, en ook geen twintig, en zelfs geen tien. Sorry voor deze leesdeceptie. Maar tegelijkertijd zijn er ook mensen die het ene obscure boek na het andere binnenhengelen en ze gemakkelijk verslinden. Grote verrassing: mensen zijn niet allemaal hetzelfde. Voor sommige mensen is het lezen van boeken nu eenmaal gemakkelijker dan voor anderen. De wetenschap snapt feitelijk nog vrij weinig van hoe onze hersenen werken (wist je dat niemand weet hoe narcose eigenlijk precies werkt?), laat staan ik – of jij als lezer, tenzij je een neurowetenschapper bent die op het punt staat een Nobelprijs te winnen. Wat we wél weten, is dat de werking van de breinen van al die miljarden mensen op planeet aarde gigantisch van elkaar verschilt. Leeftijd, cultuur, onze genetische bouwtekening en neurodivergentie: zomaar wat factoren die kunnen beïnvloeden hoe wij ons verhouden tot informatie die tot ons komt. Het is daarom totaal niet wereldvreemd om aan te nemen dat sommige mensen veel moeite hebben met lezen – niet uit desinteresse of luiheid – maar wel uit onwil, logischerwijs voortvloeiend uit onvermogen. Deze mensen dreigen echter geen plek te vinden in de arbeidersbeweging die het Communistisch Platform wenst te organiseren.
Voorhoede
Wat er lijkt te ontstaan is een intellectuele voorhoede. Een groep goed ingelezen mensen die probeert de arbeidersklasse te organiseren. Tot zover klinkt dat misschien niet voor iedereen als een probleem, en toch is dit wat mij betreft een rampzalig vooruitzicht. Dit zorgt er namelijk voor dat er een vervreemding ontstaat: zij die niet of minder lezen, worden vervreemd van de ‘intellectuelen’, ofwel CP. En ik denk dat ik niets vreemds noteer als ik opschrijf dat het verdraaid lastig is om mensen te organiseren die zich niet verbonden voelen met je organisatie of in de toekomst de partij. Want hoewel onze klasse ons bindt, is samenwerken om de klassenbelangen te behartigen wel iets anders. En dit is niet iets wat ‘mogelijk wel zou kunnen gaan gebeuren, potentieel gezien dan’, maar iets wat al aan het gebeuren is. CP wordt door een groeiende hoeveelheid linkse kameraden als ronduit irritant beschouwd, omdat de focus op lezen ligt en zinnen als ‘dan moet je maar beter je best doen’ en ‘ze moeten gewoon Lenin gaan lezen’ helaas niet alleen ironisch gebezigd worden. Wat je daar ook van vindt, dit is een vervreemding van kameraden die exact dezelfde belangen hebben als jij en ik, namelijk een georganiseerde arbeidersklasse die het heft in eigen hand kan nemen.
Tips – en tops!
Om naar goed basisschoolspreekbeurtgebruik naar een einde toe te werken, zal ik in deze alinea’s nog kort beschrijven wat ik vind dat er beter kan, maar zeker ook waar mijns inziens daarvoor de bouwstenen al liggen. Ik wil CP bijvoorbeeld absoluut oproepen om door te gaan met (laagdrempelige) scholingen. Dit is dé perfecte manier om mensen wijzer te maken. Leer ze – en mij – over Marx, wat er in zijn manifest staat, over de problemen van de Antifabeweging en over hoe Revolutionary Strategy in hoofdstuk 1 tot en met 3 piekt. Zo’n interactieve vorm, compleet met vragenrondje en discussiemoment, is simpelweg een veel aansprekendere leermethode. Zeg vooral niet tegen mensen: ‘hier heb je een dik boek van zo’n honderdtwintig jaar oud, lees het maar en als je vragen hebt hoor ik het wel!’. Let wel, om écht wat te doen aan het probleem zoals ik dat in dit artikel geschetst heb, is er ook een cultuurverandering nodig. Niet langer mensen oneindig aanmoedigen om boeken te lezen, want dit is simpelweg niet voor iedereen weggelegd. Wél met enthousiaste kameraden kijken hoe zij zo effectief mogelijk hun steentje kunnen bijdragen, en ze gaandeweg het een en ander bijbrengen. Ook mensen die niet weten hoe de oktoberrevolutie precies verliep zijn waardevolle kameraden.
Afsluiting
Ik heb gepoogd mijn bevindingen in dit artikel uiteen te zetten, maar niks in dit stuk is natuurlijk onbetwistbare, absolute waarheid. Ik ben dan ook zeer benieuwd hoe anderen deze ingezonden brief interpreteren en hoop jullie reacties tegemoet te zien. Jullie weten me vast te vinden!

Verder lezen

Gepubliceerd op: 16 juli 2021

permalink


Communistisch Platform, Hef jezelf op
Inzender: Jurriaan Ferdi

Met deze ingestuurde brief wil Jurriaan Ferdi het Communistisch Platform enige wijsheid en advies meegeven. Gezien wij op onze website de ruimte bieden aan een verscheidenheid van meningen hebben wij deze brief gepubliceerd. Deze brief is een oproep aan kameraden van het communistisch platform. We hebben lang gevochten voor de  interne partijdemocratie, echter vrees ik dat die strijd op verliezende hand is. Dit terwijl we in een zekere zin juist hebben gewonnen. Hoezo? Laten we teruggaan naar het begin van de situatie die nu is ontstaan. CP is ooit gestart als kritisch platform van  communisten binnen de hoogste uiting van de arbeidsbeweging. Het beoogde doel is de partij waar ze in zitten om te vormen tot een communistische partij. Ook in de media is er vaak geconstateerd dat CP slechts een pressiegroep zou zijn. Het argument vanuit CP is veelal geweest dat daar geen ruimte voor is binnen de SP  en je snel als andere partij wordt bestempeld. Sindsdien zijn er  twee dingen gebeurd. Eén aanzienlijk deel van CP is geroyeerd  vanwege dubbellidmaatschap, en een marxistische factie is nu officieel gedoogd (Marxistisch Forum). Het Marxistisch Forum, een discussieplatform die gezamenlijke moties en zelfs kandidatenlijsten  indient, is ontstaan rond medio 2020. Dit zou niet heel anders zijn dan wat CP claimt te zijn. Origineel werden alle royementen dan ook verhaald op zowel Communistisch platform als Marxistisch forum. Echter, in de bezwarenprocedure is Marxistisch Forum expliciet eruit gehaald. Er staat in de uitspraak van de beroepscommissie expliciet dat dit een discussieforum is, en geen partij. Ondanks dat  geroyeerde leden altijd nog welkom zijn bij het Marxistisch Forum en een geroyeerd lid zelfs in het uitvoerend comité zit. Het is in feite nu een gedoogde organisatieplek. Als er gezamenlijk moties worden geschreven, kandidatenlijsten worden opgesteld en afdelingsoverstijgend wordt gediscussieerd, kan men spreken van een factie. Verder is er wel aangehouden aan om CP een partij te bestempelen. En hoewel dat bevochten is, is  er nergens een meerderheid gevonden voor dat punt. Zelfs niet op congressen. Er zijn weinig  manieren om dat te bevechten. Alleen een sympathiek partijbestuur zou het kunnen oplossen, maar  dat lijkt ver te zoeken. CP kan zo niet meer daadwerkelijk fungeren als pressiegroep binnen de partij. De oplossing lijkt simpel. Als het CP echt gaat om de strijd om de partij om te vormen, wordt CP ontbonden, sturen de geroyeerden nieuwe verzoeken tot lidmaatschap in en worden ze actief bij MF. Dat kan overigens op veel verschillende en creatieve manieren. Het royement was namelijk op zeer nauwe basis van het dubbellidmaatschap. Aangezien het verlaten van CP voor het dagelijks bestuur altijd is benadrukt als voorwaarde om terug te komen, zouden ze dat ook moeten accepteren. “een verloren zoon is nog steeds een zoon” is dan het uitgangspunt. Het zou ook betekenen dat er geen CP’rs meer in ROOD zitten en dus ook ROOD weer als volwaardig deel van de partij kan bestaan. Het resultaat is een  meesterzet: de partij is gedwongen kritische elementen weer terug te laten, georganiseerd in een praktisch gedoogde factie, en geeft de leden van ROOD en daarbuiten hoop. Echter zijn er genoeg redenen om te verwachten dat dit niet gaat gebeuren. Maar de waarom-vraag kan  dan niet serieus beantwoord worden. Het zou uiteindelijk neerkomen op dat CP een andere functie  heeft dan haar doel om slechts een platform binnen een organisatie te zijn, wat dat ook moge zijn. Een onafhankelijke organisatie (misschien, partij?) voor communisten bijvoorbeeld. Dat verzwakt  haar eigen punt ontzettend, zeker als dit zo is benaderd in de media en in de communicatie naar  buiten. Zeker omdat er nu hoog spel wordt gespeeld. De hele kwestie met ROOD speelt puur om de  lidmaatschappen van CP, een organisatie die duidelijk zijn eigen benoemde nut heeft verloren. Als  deze lidmaatschappen worden opgegeven, is er gemeenschappelijke basis om het conflict op te lossen. Wat is er dan zo belangrijk aan dit Communistisch Platform? Dat betekent duidelijk dat de  loyaliteit aan dat hoger is dan aan de SP of de strijd binnen de SP. Er zouden dan bij mij serieuze twijfels ontstaan over de oprechtheid van het CP en het nut om samen mee te vechten in de partijstrijd. Het bestaan van CP wordt nu constant gebruikt om de discussie over democratie dood te slaan (er is een groep buiten de partij actief om onze democratie te omzeilen) en het ontkoppelen  van ROOD, wat verbonden is aan het bestaan van CP, zou verregaande consequenties hebben. Niettemin dat een heleboel kritische leden het  als signaal zien dat de strijd niet te winnen is. Het is vechten met je handen achter je rug gebonden. De keuze is nu aan CP. Of zij kiezen de route waarin de partijstrijd mogelijk blijft en hetgeen dat  stookt met hun publieke uitingen. Of ze hebben gebruik gemaakt van ROOD en gelieerde kritische  leden om een eigen organisatie met een andere functie in leven te houden; ten nadele van elke  poging om de partij te veranderen. Ik hoop dat het Communistisch Platform, en zeker de leden van  het Communistisch Platform, de juiste keuze maken.

Verder lezen

Gepubliceerd op: 29 mei 2021

permalink


1 2 Volgende › Laatste »