In dit stuk pleit Mark Wachet voor het belang van kameraadschappelijke omgang met partijgenoten met andere politieke ideeën, door het te hebben over het gebrek daaraan, en de gevolgen daarvan, binnen de SP.

In artikelen op deze website is al meermaals gepleit voor het invoeren van een recht om je binnen de Socialistische Partij (SP) in facties te mogen organiseren. Met andere woorden: om toe te staan dat partijleden zich afdelingsoverstijgend organiseren, bijvoorbeeld rond een gedeelde analyse van wat er moet gebeuren of veranderen.

Ik sluit mij graag aan bij de artikelen van kameraden Mathias en Balthazar uit augustus en september 2020, waarin zij een aantal bruikbare suggesties doen voor het verbeteren van de discussiecultuur in de SP. In dit artikel wil ik hun argumenten niet herkauwen, maar wil ik (schetsmatig) de noodzaak van fatsoenlijke omgangsvormen binnen onze partij, en de arbeidersbeweging in bredere zin bepleiten.

Meerdere kopstukken in de partij hebben Mathias en Balthazars stukken helaas niet ter harte genomen. Dit blijkt onder andere uit de royementen van meerdere leden van het Communistisch Platform, en het afstoten van ROOD als jongerenorganisatie. Die geven blijk van angst van de partijtop voor de ideeën, invloed en (publieke) kritiek van partijgenoten. En uit de stemmingen op het afgelopen congres en partijraden kunnen we concluderen dat een significante minderheid in de partij zich niet kan vinden in de ramkoers van het partijbestuur.

Die royementen hebben in een reeks grote en kleine SP-afdelingen de persoonlijke verhoudingen tussen leden op scherp gezet, en de sfeer er niet beter op gemaakt: van passief-agressieve quote tweets op Twitter, tot schreeuw- en scheldpartijen op lokale ledenvergaderingen. Nou zal de constatering dat een politiek conflict persoonlijke spanningen oplevert voor sommigen voelen als het intrappen van een open deur: natuurlijk levert een politiek conflict ook persoonlijke spanningen op! Maar wat ik afgelopen maanden heb gezien, gaat veel verder dan te verwachten onenigheid over politieke standpunten.

Verschillen van inzicht over de koers zijn gebruikelijk, en gezonde fenomenen binnen de politieke partijen. Vaak kunnen die verschillen binnen de interne partijdemocratie worden gekanaliseerd, en naast elkaar bestaan. Het lijkt binnen de SP echter normaal te zijn – en misschien zelfs strategie te zijn – om partijgenoten wiens ideeën van de lijn van het partijbestuur afwijken, op een luide, onaangename manier terecht te wijzen. Wat tot effect heeft dat die leden, maar ook nieuwe en minder mondige leden, zich in brede zin ontmoedigd voelen om afwijkende standpunten in te nemen en uit te dragen — wat er in de praktijk toe leidt dat we minder van elkaar zullen leren.

In een artikel in Jacobin uit 2019 stelt socioloog Samuel Farber dat bad manners ten opzichte van partijgenoten bestaande patronen van uitsluiting van de arbeidersbeweging kunnen versterken. De voorbeelden uit de Amerikaanse context die Farber noemt, lijken daarbij verdacht veel op problemen die we nu in de SP tegenkomen: “the unwillingness to listen and deal with what other group members have to say, the domination in the discussion by strong and outspoken personalities, the bullying of comrades that may have a different opinion regarding the matter being discussed, the insensitivity and lack of respect for the questions and doubts expressed by less experienced and less knowledgeable participants”. Onfatsoenlijke omgangsvormen werken zo als verlengstuk van de gewenste koers van het partijbestuur. Ze zijn een aftekening van de sociale rangorde in de partij. De linkerflank wordt verwacht zijn plaats te kennen, en de mond te houden, meestal zodra het enige invloed verwerft. Als de partijbureaucratie je op politiek vlak niet kan overtuigen van een meer gematigde koers, dan resteert hen één middel: zorgen dat je je op politiek en persoonlijk vlak niet langer welkom voelt in de partij.

Natuurlijk zijn er ook afdelingen waar men bij wijze van spreken hand in hand met elkaar aan tafel zit, waar er kortom ruimte is om je met een afwijkende mening uit te spreken. Maar kameraden uit de grotere afdelingen van het land kunnen helaas ook legio voorbeelden noemen van gedrag dat gemotiveerd is door de wens om de linkerflank van de partij weg te pesten. Een recent dieptepunt was het op nationale TV bestempelen van enkele kritische partijgenoten tot gewelddadige zolderkamercommunisten. Want het doet weinigs goeds met je partij, als het partijbestuur zo met andere leden omgaat. 

Kandidaat-partijvoorzitter namens Marxistisch Forum, Tijs Hardam, is evenwel duidelijk. Hij heeft schijt aan de druk vanuit het partij-establishment. Dat is bewonderingswaardig. Ik hoop dat ieder kritisch lid in de SP zo’n houding durft aan te nemen. Maar ik weet uit ervaring dat lang niet iedereen dat durft. Ik ben al een aantal jaar lid van de partij, ik heb meegedraaid in afdelingsbesturen en kaderoverleggen, maar voel me binnen mijn afdeling meestal niet veilig om mijn politieke voorkeuren kenbaar te maken. Als ik dit in het verleden deed, leverde dat me vooral felle scheldpartijen aan mijn adres op. Deels om die reden publiceer ik dit artikel onder een pseudoniem. En de door de Partijraad overgenomen oproep van de commissie-Kooiman (op pagina 12 in het rapport) om kritische SP-afdelingen door te lichten op aanhangers van het Communistisch Platform – feitelijk een oproep tot hernieuwing van de heksenjacht op kritische leden – voorspelt weinig goeds voor de nabije toekomst.

Hiermee wil ik niet zeggen dat ik denk dat we de strijd moeten opgeven. Omgangsvormen kunnen, zoals Farber in zijn stuk aanvoert, een egaliserende en progressieve functie vervullen, door een gelijk speelveld te bieden aan kameraden ongeacht hun anciënniteit of kennisniveau. En dat is nodig, want het verhullen van politieke verschillen tussen partijleden is onwenselijk. We moeten juist een basis creëren voor gezonde en kameraadschappelijke politieke disharmonie. Dit is een vereiste voor een open discussiecultuur, en een context waarbinnen leden zich vrij voelen om publiekelijk (afwijkende) standpunten in te nemen en deze te bepleiten.

Maar het is tekenend dat kritische leden in de SP zo vaak wordt verteld dat ze “maar ergens anders moeten gaan voetballen”. Zo is de partijdemocratie enkel in formele zin democratisch. Ja, er zijn inderdaad procedures en spelregels voor inspraak (die voornamelijk via de afdelingsvoorzitters lopen). Maar daarmee is er niet automatisch een cultuur waarin iedereen zich vrij en veilig voelt om nieuwe ideeën of kritiek uit te dragen. En dat ondanks dat een dergelijke discussiecultuur noodzakelijk is voor het succes van een democratische politieke organisatie. Zeker als we het hebben over een partij die daadwerkelijk socialistisch wil zijn, want socialisme is onlosmakelijk verbonden met democratisering.

Een groot deel van het partijkader pleit actief voor de democratisering van onderdelen van de markt, onder andere door het opzetten van huurdersbonden, het invoeren van een Nationaal Zorgfonds en het nationaliseren van de KLM. Dat is tot op zekere hoogte prima — zolang we in ogenschouw houden dat pleidooien voor meer publiek eigendom in beheer van de burgerlijke staat natuurlijk weinig te maken hebben met het realiseren van socialisme. Maar tegelijk zijn hun eigen partijbaantjes, en een plek aan de onderhandeltafel voor hen helaas belangrijker dan het democratisch organiseren van de eigen partijorganisatie. En dat is jammer, en zorgelijk, want de strijd voor fatsoenlijke omgangsvormen en een daarbij passende open discussiecultuur in de partij vormen een belangrijk onderdeel van de strijd voor het socialisme. Want alleen als er ruimte is voor discussie en kameraadschappelijke kritiek kunnen we leren van in het verleden gemaakte fouten. En dat is hard nodig, als we als partij de arbeidersbeweging en als partij de weg naar boven weer willen vinden.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.