In dit ingezonden stuk reageert Baltazar Gradevsky op het artikel van Mathias Marin dat wij afgelopen maand publiceerden. Het artikel van Marin gaat over het belang van discussie en doet een oproep om de discussiecultuur binnen de SP te verbeteren. Gradevsky heeft in zijn artikel een aantal toevoegingen geplaatst die een verbeterde discussiecultuur in de hand zouden moeten werken. 

Momenteel is er een intense dialoog binnen de Socialistische Partij gaande. Grofweg bestaat deze aan de ene kant uit de actionisten, die vooral zeggen dat discussies iets is voor de hoge heren in Den Haag. Iets wat het daadwerkelijke actievoeren waar het om draait in de weg staat. De andere kant bestaat uit een progressieve linkerflank, die doelloos actionisme zat is en naar aanleiding van grote socialistische ideeën wenst te handelen. Deze flank benadrukt discussiecultuur als de basis van een goed functionerende democratie.

Het artikel van kameraad Mathias Marin met de titel ‘Het belang van discussie‘, dat op 9 augustus 2020 op communisme.nu is gepubliceerd, zet het idee “discussiecultuur” uiteen, omdat hier veel misverstanden over zijn. Het artikel liet op mij een positieve indruk achter en inspireerde mij tot het schrijven van dit stuk.

Hier zal ik het kort hebben over het artikel van Mathias Marin, en over hoe nieuwe leden volgens mij behandeld en begeleid moeten worden.

Mathias Marin

In zijn stuk benadrukt Marin het belang van een open en gezonde discussiecultuur binnen onze partij, en hoe kritiek op elkaar niet per se onkameraadschappelijk hoeft te zijn, maar juist een manier kan zijn om ideeën binnen de partij levend te houden. Als de meest linkse partij van de Tweede Kamer trekt de SP veel verschillende mensen en ideeën aan. Juist wanneer je al deze mensen een platform biedt zullen zij een waardevol onderdeel zijn van de Socialistische Partij. Die mensen kunnen vervolgens gezamenlijk de strijd aangaan. Ik beschouw het artikel van Marin als een succesvol pleidooi, zowel voor meer discussie als voor intellectuele, schriftelijke bijdragen. Wanneer het monotone uitvoeren van buurtacties geen ideologische of maatschappelijke vooruitgang meer kan waarborgen, is er per definitie dialoog en reflectie nodig om de verdere koers van een partij of beweging te bepalen. Bovendien is het in mijn ogen relevant om te zeggen dat gesprekken voeren, omstandigheden analyseren en misstanden aankaarten, iets is wat in het ideologisch fundament van het Marxisme en zijn manier van dialectiek onmisbaar is.

Dus ga vooral de discussie aan, open het gesprek! Maar… is het zo makkelijk?

Ongeïnformeerd overkomen

Ik merkte dat het vooral voor nieuwe leden soms een uitdaging kan zijn om een bijdrage aan een politiek dialoog te leveren. Kennis over een specifieke organisatie, vereniging of partij is namelijk niet iets wat even spontaan op YouTube kan worden opgezocht. Het nieuwe lid springt dus bij wijze van spreken in het diepe en is meteen omgeven door een aantal meer ervaren leden, die al een langere tijd bezig zijn en zo veel kennis konden verzamelen. Dit verschil tussen oude en nieuwe leden is logisch en onvermijdelijk, maar oefent ook onbewust druk uit op het nieuwe lid.

Als je nieuw in een organisatie bent en je nog niet jouw vaste plek erin hebt gevonden, let je automatisch nog even op jouw omgeving, andere mensen en hun bijdrages: learning by observing. Doing by learning met politieke onderwerpen is echter lastig: politieke onderwerpen (zij het verenigingsinterne onderwerpen, lokale politiek of wereldpolitiek) zijn meestal gebaseerd op een lange rij gebeurtenissen, inside-informatie en logische gedachteprocessen die je (als het goed is…) niet zomaar uit de lucht kunt vissen.

Een reactie, die een nieuw lid zou kunnen hebben als hij een intense discussie in zijn omgeving volgt, is: “Ik weet te weinig, dus zeg ik liever niks.”

Het lid kan zich praktisch geïntimideerd voelen door de hoge kennisstand van zijn kameraden en is bang om iets bij te dragen aan de discussie dat als stom, idioot of (god forbid!) “cringe” ontvangen zou kunnen worden.

In een gezonde en proactieve discussiecultuur moet rekening met zoiets gehouden worden. Als je het nieuwe lid het gevoel geeft, dat hij aan een gesprek deel kan nemen en zich niet meteen hoeft te bewijzen, geef je hem ook de mogelijkheid om dingen te leren en een eigen kennisstand op te bouwen. Daardoor vergroot je als ervaren lid ook de waarschijnlijkheid dat het nieuwe lid actiever wordt en meer komt bijdragen. Immers voelt hij zich dan minder als “die nieuwe die het niet onder de knie heeft”, en meer als een gewoon lid, dat net is begonnen en stap voor stap aan zijn know-how kan werken – zijn fantastische, progressieve, discussiebevorderende kameraden maken dit dan voor hem mogelijk!

Domme takes voor de massa’s

Open discussies bestaan niet alleen uit woke™ uitspraken, die meteen door elke kameraad worden goedgekeurd en gevierd. Het mag niet vergeten worden dat het concept van discussie en dialoog ook ongeïnformeerde, ongefundeerde of kansloze uitspraken mag bevatten. Dat is een belangrijk deel van het democratisch proces. Een ervaren lid zal waarschijnlijk vaker gehoord hebben, dat mensen zijn mening of idee stom vinden en hij zal daardoor waarschijnlijk al een dikke huid hebben gekregen. Bovendien, als we onze minder uitgedachte ideeën niet uitspreken, kunnen we ze ook nooit aanscherpen.

Wat veel ervaren leden echter na jaren partijactiviteit en organisatiewerk niet doorhebben, is dat nieuwe leden dat mogelijk ook door andere ogen zien:

Er zijn namelijk vast nieuwe leden die blind op de expertise en de kennis van ervaren leden vertrouwen en daarom denken dat ervaren leden helemaal immuun voor domme takes (domme ideeën) zijn. Om het samen te vatten in weinige woorden: “Ze doen al lang mee, ze weten vast waar zij het over hebben.”

Deze instelling kan ook blokkerend werken ten opzichte van deelname aan discussies of gesprekken. Zoals eerder beschreven zijn er leden, die zich terughoudend opstellen omdat zij zich niet voldoende geïnformeerd voelen. Het kan ook voorkomen dat leden niets willen bijdragen omdat zij zichzelf onderbewust lager op de abstracte hiërarchie zien dan ervaren leden. Ook al hebben die nieuwe leden dus een soort kennis, toch delen zij deze gewoon niet. Zij vinden niet dat zij in de positie zijn om dit te doen.

Ook hier is het van ervaren kameraden wenselijk dat ze nieuwe leden direct aan spreken. “Wat denk jij?”, “Hoe zie jij dat?”, “Heb jij hier ook een mening over?”

Tegelijkertijd is het aan het nieuwe lid om te beseffen (onder andere door een direct gesprek met een zelf gekozen vertrouwenspersoon binnen de partij), dat ook ervaren leden “domme takes” kunnen hebben en zij niet het gesprek hoeven te ontwijken, omdat zij nieuw zijn. Dit is een wederzijds proces waar zowel ervaren als nieuwe leden aan kunnen bijdragen.

Conclusie en mogelijke oplossingen

Voordat ik tot de conclusie kom wil ik duidelijk maken, dat de eigenschappen van nieuwkomers die ik hier beschrijf (verlegen, geïntimideerd, bang, etc.) uiteraard niet voor alle nieuwkomers hoeven te gelden. Elk individu is natuurlijk anders in zijn gedrag en zijn persoonlijkheid. Ik wil wel erop wijzen dat verlegen of onzekere gedragswijzen nou eenmaal kenmerkend zijn voor iemand die “de nieuwe persoon” in een al bestaande omgeving is. Zulke onzekerheden zijn vaak niet duidelijk te zien, maar spelen toch een rol in de ontwikkeling van een nieuw lid.

Betekent dit nou dat je met nieuwe leden hypervoorzichtig om moet gaan en op alles moet letten wat je tegen een nieuw lid zegt?

Nee, niet per se. Het is echter wel zo dat nieuwe leden tijd nodig hebben om hun plek binnen de organisatie en de sociale kring van een vereniging te vinden. Dit proces kan worden versneld door gezamenlijke activiteiten, expliciete vragen aan nieuwe leden en directe betrekking. Hoe beter nieuwe leden hun kameraden leren kennen en hoe meer kennis zij hebben verzameld, hoe makkelijker en comfortabeler het gesprek zelf uiteindelijk wordt.

Dus op een dag mag je ook nieuwe leden, die tot ervaren leden zullen zijn ontwikkeld, heel vriendschappelijk “dom” of “idioot” noemen, omdat zij dan dusdanig aan de omgeving gewend zijn, dat zij de amicale ondertoon van jouw woordkeuze begrijpen.

(Zware beledigingen en ruige woordenwisselingen zijn in mijn ogen het fundament van ware kameraadschap.)

Kameraden, die een hand uitsteken

Om het integratieproces van nieuwe leden te versnellen, kunnen ook kleine groepen of teams binnen afdelingen kunnen worden opgericht, die als taak hebben om nieuwe leden te integreren.

Zowel binnen SP-afdelingen als ROOD-groepen kan een klein team (eventueel twee à drie mensen) van “vertrouwenspersonen” worden benoemd waar nieuwe leden advies in verband met hun politieke activiteit kunnen vragen. De taken van deze vertrouwenspersonen zijn naar mijn idee volgende dingen:

  1. Het benaderen van nieuwe leden en het evalueren van hun lidmaatschap. (Is er iets waar het lid last van heeft? Zou het lid graag meer willen doen? Voelt het lid zich op zijn gemak binnen de partij?)
  2. Het motiveren van andere ervaren kameraden om zich ook open te stellen tegenover nieuwe leden, eventueel tips met betrekking tot benadering en steun ter beschikking stellen.

Dit tweede punt is vooral een reactie op de kritiek die ik eerder wel eens heb gehad op mijn idee. Het tegenargument was dat het bestaan van vast benoemde vertrouwenspersonen het “sociale werk” puur bij de vertrouwenspersonen zou concentreren en dat andere kameraden zich minder of niet meer betrokken zouden voelen bij nieuwe leden.

Dit is natuurlijk niet de bedoeling.Ik denk dat deze taak van nieuwe leden betrekken niet enkel een vaste functie van weinigen moet zijn. Echter is het nou eenmaal wel zo dat sommige leden sociaal en intellectueel een stuk verder ontwikkeld zijn dan anderen.

Het doel om nieuwe leden te betrekken kan zeker ook door al bestaande instituten worden bereikt. Er zit vooral veel potentie in projecten zoals de Kameraadschappij, die momenteel ermee bezig is om een serieus verenigingskarakter aan te nemen en ook landdagen te organiseren.

De Kameraadschappij organiseert culturele en sportieve bijeenkomsten en activiteiten, die de band tussen leden oud en nieuw significant kunnen versterken. Bij de Kameraadschappij gaan Kameraden bezoeken samen musea, samen wandelen of een nieuwe vechtsport oefenen. Vooral voor nieuwe leden is dit een mogelijkheid om naast het politieke band ook een persoonlijke band met allang actieve leden te scheppen. Dat komt doordat de focus per uitzondering niet helemaal op de politiek zit, maar op andere gemeenschappelijke interesses en hobby’s.

Mijn oproep aan ervaren leden

Blijf waakzaam. Praat met nieuwe leden. Laat ze expliciet weten dat het geen tragedie is om nog niet alles te weten en dat ontwikkeling zijn tijd nodig heeft. Laat nieuwe leden weten dat zij in de discussie altijd welkom zijn en dat het een goede gelegenheid is om over een partij of organisatie te leren. Stel expliciet vragen aan hen. Betrek hen.

Mijn oproep aan nieuwe leden

Wees niet bang om mee te praten. Jij en jouw kameraden zijn en zullen altijd gelijkwaardig zijn. In de sociale interactie en de discussie is er geen hiërarchie of zijn er geen ‘bestaansrechten’ – er zijn alleen maar opmerkingen, reacties en leermomenten. Als je dit niet zo ervaart, geef het aan. Kameraden zullen dit serieus nemen en kunnen ook ontzettend veel van jou leren!


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.