Met enige regelmaat roept Communistisch Platform op tot verbetering van discussiecultuur in verschillende organisaties waar wij actief zijn, maar met name in de Socialistische Partij. Er bestaan echter een hoop misverstanden over wat hier precies mee bedoeld wordt. Mathias Marin gaat hierop in.

Naarmate de standpunten van het Communistisch Platform in bredere kring bekend worden en aanhang vinden, neemt ook de kritiek op onze standpunten toe. Wij verwelkomen deze kritiek. Het staat iedereen dan ook vrij om dergelijke kritiek in de vorm van een brief of een artikel in te sturen. Zolang zo’n brief voldoet aan bepaalde basale eisen (geen scheldbrief, geen racisme, etc.) is de kans groot dat deze geplaatst zal worden op communisme.nu en een serieuze reactie zal ontvangen.

Er is echter één soort kritiek waarbij de kans klein is dat we er ooit een brief over zullen ontvangen, namelijk kritiek op het hebben van een discussiecultuur. Een aantal mensen schijnt een probleem te hebben met het hele idee van in alle openheid een politieke discussie houden, en zullen daar dus niet snel een brief ter publicatie over schrijven. Hooguit wordt dergelijke kritiek in beperkte kring gedeeld. Dit is jammer, want de discussie is het voeren waard. Gelukkig krijgen we af en toe wel mee wat hier en daar speelt, en is het dus toch mogelijk om een reactie te schrijven.

Wat is discussiecultuur?

Omdat misschien toch niet elke lezer goed bekend is met het begrip ‘discussiecultuur’ zal ik beginnen met kort uiteenzetten wat wij van Communistisch Platform hiermee bedoelen. In dit artikel zal ik het met name hebben over de SP, maar dezelfde concepten kunnen ook elders toegepast worden.

Wij vinden het zeer belangrijk dat arbeidersorganisaties, zoals de SP of de FNV, maar ook Communistisch Platform zelf, democratische organisaties zijn. Bij democratie denkt men vaak met name aan verkiezingen en stemmen, maar ons idee van democratie gaat verder dan dat. Democratie is een wassen neus als deze niet gepaard gaat met de mogelijkheid om standpunten duidelijk te maken en met elkaar in discussie hierover te gaan. Anders stemmen we zonder te weten waar we het over hebben, of verkiezen we mensen zonder te weten wat ze nou eigenlijk willen.

Dergelijke discussie is echter niet zomaar mogelijk. Als er geen moeite gestoken wordt in het mogelijk maken van discussie, dan kan deze discussie enkel plaatsvinden op de momenten dat er ook gestemd moet worden. Dit is te laat om een noemenswaardige vergelijking van ideeën te laten plaatsvinden, laat staan dat er op dat moment een synthese gevonden zou kunnen worden tussen verschillende goede ideeën.

Zelfs als moeite wordt gestoken in het organiseren van debat- en discussieavonden is dit nog niet toereikend. Dergelijke discussie is leuk voor de mensen die bij een dergelijk evenement kunnen zijn, maar het leidt niet tot het organisatie-breed uitwisselen van standpunten. Daarnaast wordt het, naarmate er meer deelnemers aan een dergelijke bijeenkomst zijn, steeds lastiger om echt uitgebreid in te gaan op je punt, zonder daarbij de spreektijd van anderen te beperken. Een voorbeeld hiervan zijn de SP regioconferenties die worden georganiseerd rond het vaststellen van verkiezingsprogramma’s. Iedere afdeling mag z’n zegje doen, en de programmacommissie luistert en neemt eventueel wat dingen over in een tweede versie van het programma. Van daadwerkelijke discussie tussen afgevaardigden is geen sprake. Wat er in andere regio’s besproken is, wordt verder niet partijbreed bekend gemaakt.

Om echt goede discussie te hebben is er eigenlijk maar één goed middel: open publicaties. Dat wil zeggen, kranten (of websites, het is immers niet meer de 19e eeuw) waar leden hun discussiebijdrages naartoe kunnen sturen, zodat alle andere leden deze vervolgens kunnen lezen, om er vervolgens eventueel weer op te reageren. Ik noem publicaties expliciet in meervoud, omdat verschillende publicaties, verschillende doelen kunnen dienen. Een algemene publicatie kan dienen voor algemeen lopende discussies, zoals nu bijvoorbeeld rond Black Lives Matter en klimaat. Rond congressen kunnen meer specifieke publicaties gebruikt worden voor discussies rond standpunten die we in ons programma willen.

Om niet helemaal overspoeld te worden met discussiestukken zouden dergelijke publicaties best een streng publicatiebeleid kunnen voeren, bijvoorbeeld door afdelingen te beperken in hoeveel zij mogen insturen. Een andere methode zou kunnen zijn dat mensen met ongeveer dezelfde standpunten worden aangemoedigd om gezamenlijk een heel goed discussiestuk op te stellen. Op deze manier wordt de discussie naar een hoger niveau getild dan mogelijk is op basis van een hoop geïsoleerde meningen.

Kritiek op discussiecultuur

Niet iedereen is het met ons eens dat dit een goed idee zou zijn. In de wandelgangen van de SP hoor je wel eens kritiek op deze discussierijke visie op de partij. Ongetwijfeld zal ik niet elke kritiek hebben meegekregen, en misschien zal ik niet elke kritiek in haar sterkste vorm presenteren hier. Ik nodig daarom nogmaals iedereen met een dergelijke kritiek uit om deze in te sturen in de vorm van een artikel of brief, zodat Communistisch Platform deze kan publiceren en van een reactie kan voorzien.

Praten en niet doen

Veruit de meest gehoorde kritiek op het idee van discussiecultuur is dat Communistisch Platform van de Socialistische Partij een debatclubje wil maken waar we alleen nog praten over politiek maar eigenlijk niets meer doen. ‘In de tijd die het kost om een discussie te voeren had je ook een wijk in kunnen gaan om bij mensen aan te kloppen en te horen wat er écht leeft’, zo is de gedachte.

Voor een aantal SP’ers is discussie iets vies waar je je als échte activist het beste ver van af kan houden. Discussie is wat de hoge heren in Den Haag doen. Als SP’er hoor je de handen uit de mouwen te steken en het volk te dienen door middel van buurtacties.

Het probleem met deze mentaliteit is dat het de partij scheidt in een groep activisten die vooral lokaal bezig is in buurtacties, en een groep die zich bezighoudt met de grote thema’s. Die laatste groep bestaat uit parlementariërs, hun medewerkers, het partijbestuur, en de mensen in dienst van de partij. Het is die laatste groep die nu eigenlijk de dienst uitmaakt, ten koste van die eerste groep.

Kloppen en activisme zijn helemaal niet verkeerd. Het is goed dat SP afdelingen proberen zich te wortelen in wijken, en wat mij betreft doen we nog een hoop meer activisme, zoals deelname aan sociale bewegingen en vakbondswerk. Dat Communistisch Platform zo hamert op discussie is dus niet omdat we vinden dat we met activisme moeten stoppen. We willen juist dat het activistische kader van de partij een belangrijke rol krijgt in de ideevorming van de partij.

Discussie moet in persoon, niet met artikelen

Voor veel SP’ers zal de kritiek hierboven raar in de oren klinken. Immers, de SP organiseert de nodige vergaderingen waarin het activistische kader wel degelijk gehoord wordt. De partijraad bestaat uit afdelingsvoorzitters en is het hoogste orgaan van de partij en daarmee de baas. Congressen en conferenties werken met afvaardiging vanuit de afdelingen. Daarnaast worden regelmatig inspraakavonden georganiseerd, zoals een tour waar Lilian Marijnissen het land doorgaat om in elke regio een praatje te houden en vragen te beantwoorden.

Wat deze bijeenkomsten gemeen hebben is dat ze ‘live’ zijn. Dat wil zeggen, mensen komen echt bij elkaar, en kunnen elkaar in de ogen kijken terwijl ze hun standpunten vertegenwoordigen. Dit ziet de SP nog steeds als een groot goed. Dit bleek ook uit de reactie die de congrescommissie gaf op verschillende moties gaf in de aanloop naar het XXIV congres. Verschillende afdelingen hadden een voorstel ingediend om voortaan via een partijblad zoals de tribune of de spanning discussie te faciliteren. De congrescommissie keurde deze voorstellen af met onder andere het argument dat discussie ‘live’ moet zijn, zonder overigens in te gaan op waarom dat per definitie beter is.

Er valt het nodige af te dingen op de voordelen van dergelijke bijeenkomsten. Het idee dat er daadwerkelijke discussie kan plaatsvinden op een partijraad, een regioconferentie of een congres is lachwekkend. Omwille van de tijd is de spreektijd per spreker beperkt tot hooguit een paar minuten. In die paar minuten is het al lastig om een heel specifiek standpunt te verdedigen, laat staan dat je daar bijvoorbeeld een alternatief plan zou kunnen presenteren. Vrijwel elke ‘live’ bijeenkomst waar daadwerkelijk iets beslist wordt komt dan ook neer op het accepteren van het beleid zoals het van te voren al voorbereid is, het zij door een congrescommissie, het zij door het partijbestuur. Eventueel zullen er een paar kleine aanpassingen zijn, maar in grote lijnen leidt deze stijl van discussie voeren altijd tot het accepteren wat van te voren al door de bureaucratische lagen van de partij besloten is.

Voor bijeenkomsten waar niet besloten wordt, zoals regioconferenties of inspraakavonden, is het maar de vraag wat er gedaan wordt met kritische noten vanuit de leden. Op deze bijeenkomsten wordt er vanuit de hogere lagen van de partij geluisterd naar de lagere lagen. De hogere lagen hebben dan de taak om over deze inbreng na te denken en op basis daarvan eventueel hun beleid aan te passen. Maar in hoeverre dat gebeurt, en of het überhaupt gebeurt, daar is geen terugkoppeling over. Dit is dus een ronduit ondoorzichtige en ondemocratische vorm van inspraak.

Discussie leidt tot verdeeldheid, terwijl we juist een eenheid moeten zijn

Voor sommige critici is het niet zo’n punt dat standpunten die niet uit de bureaucratische lagen komen niet zo’n aandacht krijgen. Discussie leidt immers alleen maar tot verdeeldheid, en een verdeelde partij kan niet slagkrachtig handelen. Het is veel beter om gewoon snel tot een plan te komen en dan gezamenlijk, zonder tegenspraak, dit plan uit te voeren.

Op z’n meest cynische gaat dit argument uit van de onbekwaamheid van het merendeel van de organisatie, waardoor het de voorkeur heeft en zelfs noodzakelijk is dat een kleine minderheid de macht over de partij behoudt en de lijn uitzet. Vrijwel niemand zal openlijk toegeven dat dit de motivatie is achter het onderdrukken van discussie in de partij, omdat we nou eenmaal geacht worden een democratische partij te zijn, maar dit argument speelt wel degelijk.

Uiteraard verwerp ik dergelijke kritiek uit principe, omdat ik daadwerkelijk een democratische partij wil. Maar ook als we meegaan met de aanname dat een kleine minderheid beter in staat is om de partij te leiden dan de meerderheid, en dat daarom het onderdrukken van een werkelijke discussiecultuur daarmee gerechtvaardigd kan worden, zitten er wel wat haken en ogen aan deze strategie. Er is namelijk geen enkele garantie dat de ‘juiste’ groep mensen aan de macht blijft. Zolang macht in de partij berust op controle van bureaucratische posities door een bepaalde factie, is het mogelijk dat zo’n factie, met het verlies van bepaalde sleutelfiguren, die macht ook weer verliest. Dit is ook wat we bij het laatste congres hebben gezien. Met het opstappen van Ron Meyer als partijvoorzitter en Lieke Smits als organisatiesecretaris, heeft hun factie flink aan macht moeten inboeten.

Een mildere vorm van het argument van eenheid is de aanname dat de huidige leiders van de partij daar zitten omdat ze democratisch gekozen zijn. Wat zij vervolgens beslissen is daarmee dus automatisch de democratische wil van de partij. Hierdoor is het niet nodig dat bij alle beslissingen steeds de leden betrokken worden. Dat zou hen ook alleen maar afleiden van hun hoofdtaak: buurtactivisme.

Ook hier zitten de nodige haken en ogen aan. Het kiezen van vertegenwoordigers in de partij gebeurt namelijk zelden op basis van politieke posities. Kandidaten stellen zich voor door te melden waar ze zoal actief zijn geweest, en wat voor thema’s ze belangrijk vinden, maar een daadwerkelijke strategie van waar de partij heen moet wordt niet gewaardeerd. Eenmaal verkozen is het ook moeilijk te doorgronden wat iemands daadwerkelijk met die positie doet. De SP werkt met het principe dat organen met 1 mond praten, dus het bestuur als geheel, of de tweede kamer fractie als geheel, heeft één mening, Notulen van overleggen zijn niet beschikbaar voor leden, waardoor eventuele meningsverschillen binnen deze organen verborgen worden gehouden. Bij een herverkiezing is het dus ook niet mogelijk om iemand te beoordelen op genomen beslissingen.

Het komt er dus op neer dat bij het verkiezen van bestuursleden er niet gekozen kan worden op basis van een gewenste politieke koers. Daarnaast zijn verkiezingen vaak op basis van een voordracht, waar een heel team aan mensen wordt voorgedragen om een bepaald orgaan te bezetten. Het is vervolgens mogelijk om tegenkandidaten aan te dragen die dan een van die personen zou kunnen vervangen, maar zelfs in het zeldzame geval dat zo’n tegenkandidaat gekozen wordt, zal in grote lijnen de voordracht winnen. De uitslag van elke verkiezing staat dus eigenlijk bij voorbaat al vast, en daarmee ook de politieke koers.

Ook zijn veel functies binnen de partij helemaal niet verkozen. Verschillende mensen zijn in dienst van de partij, hetzij als fractiemedewerker, hetzij als medewerker op het hoofdkantoor, de Moed. Ondanks dat deze mensen niet verkozen zijn, worden ze wel vertrouwd met politieke verantwoordelijkheden. Ook is er een patroon van aan de ene kant mensen die niet meer verkozen worden een partijbaan te geven, en aan de andere kant mensen die in dienst zijn van de partij naar voren te schuiven in voordrachten voor politieke organen.

Oftewel, het is helemaal niet zo dat de partijleiding een afspiegeling is van het kader van de SP. De partijleiding is op z’n best een afspiegeling van een deel van dat kader, namelijk het deel dat in dienst van de partij is, of dat onderdeel is van een kring daaromheen. Willen wij dat de partijleiding wel een goede afspiegeling is van het kader, dan zal er, naast een hoop democratische hervormingen (openbare notulen, afschaffen voordracht, kandidering op basis van een politiek programma, etc.), moeten worden voorzien in mogelijkheden voor het kader om zich actief te mengen in de ideevorming van de partij. Alleen wanneer het hele kader meedenkt, kunnen we beoordelen of de koers van de partij overeenkomt met wat het kader wil.

Het is ten slotte nog waard om te vermelden dat discussie niet de oorzaak van verdeeldheid is. Enige mate van verdeeldheid is een gegeven in elke politieke partij. Door deze verdeeldheid geen plek te geven in de vorm van een discussiecultuur verdwijnt deze niet. Zij verplaatst zich enkel naar de schaduwen. Als politieke verschillen niet tot uiting kunnen komen in discussie, dan komen zij tot uiting via kliekvorming, wat een veel schadelijkere vorm van verdeeldheid is dan het simpelweg publiek met elkaar oneens zijn.

Doordrammen tot je gelijk krijgt

Een aantal critici vinden het in principe prima dat er binnen de SP alternatieve ideeën bestaan, maar vinden dat, als deze eenmaal besproken zijn in een congres of bij een partijraad, en er is gestemd tegen deze ideeën, dat deze dan niet langer bediscussieerd moeten worden. Als mensen dat toch proberen te doen wordt dat al snel opgevat als gezeur van mensen die zullen doordrammen tot ze eindelijk een keer gelijk krijgen.

Het kost echter tijd om een idee goed uit te werken, en bij de eerste confrontatie in een democratisch orgaan zal niet per se de beste vorm van dat idee gepresenteerd worden. Daarnaast staat de wereld niet stil, en wat misschien nog niet zo’n goed idee was in 2010 kan dat opeens wel zijn in 2020. De SP is ondertussen 47 jaar oud, en in die tijd is de SP meerdere keren van mening veranderd. Ongetwijfeld zal de SP nog vele malen van mening veranderen in de toekomst. Willen we democratisch de koers van de partij wijzigen als dat nodig is, dan is het belangrijk dat dergelijke koerswijzigingen al uitgedacht zijn in de vorm van minderheidsstandpunten.

Momenteel vindt discussie vooral plaats tussen een georganiseerde partijbureaucratie en een ongeorganiseerd kader, wat in feite de bureaucratie het alleenrecht geeft om daadwerkelijk ideeën uit te denken en deze in de sterkste vorm te presenteren. Elke koerswijziging moet daarmee dus vanuit de bureaucratie ingezet worden. Omdat de verschillende partijorganen echter naar buiten toe een eenheid presenteren, is het lastig om een dergelijke stap te zetten. Een te plotselinge koerswijziging zou als een totale verrassing voor de rest van de organisatie komen en de nodige weerstand opwekken. Verandering moet daarmee dus plaatsvinden via een langzame verschuiving van ideeën, waarbij het nieuwe steeds gepresenteerd moet worden als een voortzetting van het oude. Al jaren is hiermee een verschuiving naar rechts gaande. In die verschuiving kunnen we een aantal mijlpalen aanwijzen, zoals het niet langer noemen van standpunten rond NAVO en koningshuis, en recenter een verschuiving in het vluchtelingenbeleid naar opvang in de regio en het niet langer uitsluiten van een coalitie met VVD. Deze zijn echter onderdeel van een algehele verschuiving, stapje voor stapje, weg van socialisme, richting sociaal-democratie.

Een groot deel van het SP kader ziet deze verschuiving helemaal niet zitten, maar heeft niet echt de mogelijkheid deze te stoppen. Ongeorganiseerde pogingen om in verschillende programma’s bepaalde punten te schrappen of anders te formuleren slagen maar zelden. Zelfs georganiseerde pogingen tot interventies, zoals het werk van de Groep in het tegengaan van de verschuiving in het vluchtelingenstandpunt, stranden uiteindelijk. Een groot probleem hierin is dat simpelweg ergens tegen zijn geen goede basis is voor organisatie. Veel belangrijker is waar je dan vóór bent.

Om de discussie over de politieke koers van onze partij naar een hoger niveau te tillen, moeten die verschillen expliciet worden gemaakt. Dat wil zeggen dat rond de verschillende ideeën die in de partij leven facties opgezet moeten worden, die de sterkste versie van hun ideeën uitwerken, om vervolgens met die ideeën de confrontatie met elkaar aan te gaan. Een dergelijke confrontatie maakt het daadwerkelijk mogelijk voor de partij om snel van koers te veranderen, op basis van uitgewerkte plannen die al breed bekend zijn als minderheidsstandpunt.

Vuile was buiten hangen

Een zorg van veel SP’ers is hoe de partij gezien wordt door de buitenwereld. Verschillende media zouden het maar wat graag aan de grote klok hangen als er binnen de SP een conflict speelt. Hierdoor zouden stemmers weg kunnen blijven.

Een deel van deze angst komt voort uit verschillende gevallen waarin een kritisch lid zelf de media heeft benaderd om bepaalde misstanden binnen de partij aan te kaarten. De bedoeling hierin is vaak om de media te gebruiken om zo een bepaalde discussie in de partij te forceren. Naar mijn idee komt dit voort uit het feit dat discussies zo ontzettend lastig te voeren zijn binnen de partij, en zou met het opbouwen van een daadwerkelijke discussiecultuur juist dergelijke stappen naar de media voorkomen worden.

We moeten ons echter ook afvragen in hoeverre het een probleem is dat mensen weten van verdeeldheden binnen de SP. Het hebben van een eenduidige boodschap naar buiten is misschien goed voor het partijmerk in tijden van verkiezingen, maar als Socialistische Partij zouden we meer moeten zijn dan een gewone politieke partij. Het is onze taak om de gehele arbeidersklasse te vertegenwoordigen. Dat houdt dus ook in dat wij binnen de partij facties horen te hebben voor alle progressieve stromingen van de arbeidersklasse.

In een poging om bepaalde groepen mensen niet af te stoten is de SP momenteel heel stil over bepaalde zaken, zoals racisme. Zelfs als er wat over gezegd wordt, wordt duidelijk geen aansluiting gezocht bij bestaande bewegingen, zoals Black Lives Matter. Dit terwijl er binnen de SP genoeg mensen zijn die zich hier graag mee bezig zouden willen houden. Actief kader met contacten binnen de partij weet dat dergelijke dingen leven, maar een buitenstaander ziet niet dat er binnen de SP ook maar één persoon is die wel iets met BLM zou willen. En dus is het makkelijk om de SP weg te zetten als een witte boomerpartij – dit is immers de enige groep die wel consistent bediend wordt in publieke uitingen.

Met een open discussiecultuur wordt het mensen duidelijk dat ook hun ideeën leven binnen de SP, ook al zijn ze niet per se leidend. Op die manier wordt het ook makkelijker voor mensen om lid te worden. Zij zullen dan minder het idee hebben dat ze in een politiek isolement terecht komen. Zij zullen dan weten dat er ook voor hun ideeën plek is binnen de SP.

Onkameraadschappelijkheid

Niet alle kritiek op discussiecultuur is per se inhoudelijk, het gaat ook vaak over de toon. Mensen voelen zich ongemakkelijk bij discussie, vatten het op als ruzie, en vinden het ongezellig en onkameraadschappelijk. Hierbij moet wel gezegd worden dat deze kritiek pas is gaan spelen op het moment dat bepaalde minderheidsideeën, zoals die van het Communistisch Platform, invloed begonnen te krijgen. Toen deze ideeën nog marginale verschijnselen waren en makkelijk onderdrukt konden worden, was er vaak nog geen probleem, zelfs niet als deze onderdrukking op uiterst onkameraadschappelijke wijze gebeurde. Het heeft er dus alle schijn van dat het hier niet echt gaat om kameraadschappelijkheid, maar om boosheid over dat dominante ideeën doorbroken worden.

Discussie is juist kameraadschappelijk. Het betekent dat je bereid bent de dialoog aan te gaan om er samen uit te komen. Het betekent dat je een gezamenlijk doel voor ogen hebt, waarbij je slechts van mening verschilt over hoe dit doel moet worden bereikt. De alternatieven, waarin de ene factie van de ander verwacht dat ze hun mond houden en gewoon doen wat hun verteld wordt, of waarbij een factie via bureaucratische methodes gehinderd wordt, die zijn juist onkameraadschappelijk. Dit gaat namelijk niet uit van een gezamenlijk doel, maar beschouwt de ander simpelweg als vijandig element, ‘rotte appels’, die moeten inschikken of oprotten.

Wel is het zo dat op plekken waar een discussiecultuur nog niet echt de norm van een organisatie is, er gezocht moet worden naar de juiste manier om dit aan te pakken. Het zou bijvoorbeeld niet zo moeten zijn dat sommige mensen zich gehinderd voelen om hun mening te geven uit angst keihard afgebrand te worden door anderen die retorisch sterker staan. Discussie over ideeën en strategie kan prima op respectvolle wijze gebeuren. Dit lijkt mij vooral een kwestie van elkaar aanspreken als dit mis lijkt te gaan.

Om de ander ook daadwerkelijk als kameraad te zien is het ten slotte belangrijk dat wij elkaar niet enkel in politieke tegenstellingen confronteren, maar ook gezamenlijk handelen. In de eerste plaats moet dit natuurlijk via het politieke werk dat we doen in de buurten, in de sociale bewegingen en in de vakbonden. Ik denk echter dat het ook belangrijk is dat wij elkaar in minder politieke omgevingen blijven ontmoeten, bij evenementen, bij ontspanning, in het uitoefenen van hobby’s. De beste kameraadschappelijkheid is immers gebouwd op vriendschap. Wellicht zijn we het niet altijd politiek met elkaar eens, maar zolang we elkaar blijven zien als kameraden en niet als vijanden in een politieke strijd, vinden we wel een weg vooruit.

Hoe nu verder?

Communistisch Platform zal zich blijven inzetten voor een open discussiecultuur. Niet iedereen kan zich vinden in onze standpunten, en sommigen voelen zich bedreigd door de opkomst hiervan en de steun die deze lijken te hebben. Wij gaan graag serieus in discussie met iedereen die er zo over denkt. Omdat de SP momenteel niet de middelen heeft om deze discussie te faciliteren, hebben wij al jaren onze website, communisme.nu, opengesteld voor deze discussie. Ik wil nogmaals iedereen met kritiek op onze standpunten oproepen hier gebruik van te maken.

Helaas heeft het er momenteel alle schijn van dat in ieder geval een deel van onze critici deze ideeën liever bestrijdt via zwartmaking, het verspreiden van misinformatie en het misbruiken van machtsposities. Wij zullen ons echter niet de mond laten snoeren. Het socialisme is daarvoor te belangrijk.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per sé representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.