We staan aan de vooravond van nieuwe Tweede Kamerverkiezingen. Maar helpen de plannen van de RSP aan het het opbouwen van een revolutionair alternatief? Roos Woud kijkt naar het plan voor een verkiezingscampagne.
In het interne bulletin van de RSP van 2 augustus 2025 (IB44) stond een bericht van het RSP-bestuur over verkiezingsdeelname. De conclusie van dat stuk is belangrijk voor de organisatie maar de analyse, uitleg en concretisering schieten erg tekort. De insteek van dit artikel is niet enkel kritiek leveren op wat mist in het bestuursstuk, maar vooral ook om een constructieve bijdrage te leveren aan het analyseren en concretiseren van de punten die het bestuur in hun stuk maakt. De afweging om nog niet deel te nemen aan landelijke verkiezingen en de focus te leggen op de opbouw van de partij deel ik, maar daarvoor is meer uitleg én een plan nodig, die beide ontbreken in het stuk.
Nu meedoen “aan verkiezingen zal tot teleurstellingen kunnen leiden, kameraden aan een burnout helpen en daarmee onze partijopbouw alleen in de weg zitten.” Er wordt benoemd dat verkiezingen een “goede graadmeter” voor onze politieke worteling kunnen zijn. Er wordt medegedeeld dat “het idee dat [je] door verkiezingsdeelname relevant wordt en daarmee interessant voor de werkende klasse en haar invloed” een illusie is en dat een stemoproep “sowieso enigszins pretentieus” is, maar dat de RSP zich wel keert tegen elke oproep om níet te gaan stemmen. Vervolgens legt het bestuur geen van deze stellingen voldoende uit, en er wordt niet gereflecteerd op de tegenstellingen die er eigenlijk staan. Het parlement zou tegelijkertijd een goede graadmeter zijn en een illusie; een oproep om niet te stemmen is slecht – wat impliceert dat stemmen toch relevant is – maar een stemoproep is pretentieus.
Het stuk gaat hierna in op het belang van partijopbouw en het nut van een goede discussiecultuur, zonder inhoud te geven aan deze opvattingen. Vervolgens wordt de gehele houding van de RSP tijdens de komende verkiezingsperiode in de volgende zin gepropt: “Om terug te komen op de verhoogde politieke belangstelling tijdens de verkiezingen zullen we als partij ze daarom niet volledig negeren.” In plaats van expliciet terug te grijpen op ons eigen politieke programma om te benadrukken dat we onszelf als revolutionair socialisten moeten onderscheiden van burgerlijke partijen en dat doen door onder andere ons programma, maakt het bestuur de keuze om vijf onderwerpen aan te stippen als het meest belangrijk. An sich is dat natuurlijk prima, het probleem is dat deze punten niet concreet worden gemaakt en dat elke uitleg over de keuze voor specifiek deze onderwerpen, of wat ons als RSP zo onderscheidend zou maken van de partijen die wél meedoen aan de verkiezingen, ontbreekt.
Omdat het van wezenlijk belang is dat we als RSP inderdaad werken aan onze partijopbouw, en dus ook aan de concrete uitwerking van ons programma, lijkt de komende verkiezingsperiode me bij uitstek geschikt om die programmatische visie in de praktijk te brengen.
Parlement als vertekende graadmeter
Allereerst moeten we stilstaan bij de stelling dat verkiezingsdeelname belangrijk zou zijn voor de RSP, en dat verkiezingen een goede graadmeter voor onze politieke worteling zouden zijn. Natuurlijk is verkiezingsdeelname belangrijk in de zin dat het parlement een grote politieke arena is, waar alle aandacht op gevestigd is rondom verkiezingen. Meedoen aan verkiezingen, of deelnemen in het parlement, biedt mogelijkheden om grote delen van de samenleving te bereiken, om een stem te geven aan de arbeidersklasse, om de staat en haar kapitalistische politiek op elk vlak te ontmaskeren, en als graadmeter voor onze populariteit. Het is belangrijk om ons te keren tegen de delen van links die het parlement als geheel afzweren en zich beperken tot straatpolitiek (zowel in de vorm van demonstraties als ‘radicale’ acties) , maar ‘hoge’ politiek overlaten aan burgerlijke partijen.Meedoen aan verkiezingen om te kunnen regeren onder het kapitalisme, en zo dus in dienst komen te staan van het kapitaal, is natuurlijk niet een nuttige manier van het parlement gebruiken. Zetels halen om een vertegenwoordiging van de arbeidersklasse te zijn in het kamp van de vijand is daarentegen wel nuttig. Uiteraard kan parlementaire deelname op zichzelf nooit een daadwerkelijke breuk met het kapitalistische systeem teweegbrengen, en is er het gevaar van degeneratie en omkoping van onze vertegenwoordigers. Maar dit risico bestaat net zo goed in buitenparlementair politiek werk. Het is aan ons om de arbeidersklasse te laten zien dat wij een programma hebben voor de maatschappij en voor revolutionaire verandering. Deelname aan het parlement kan hierin zeker nuttig zijn, zolang we niet vergeten dat de parlementaire weg nooit het uiteindelijke doel is en dat de graadmeter voor onze worteling vertekend is – we gaan immers nooit op basis van electorale winst alleen de uiteindelijk noodzakelijke systematische omslag krijgen. Een “goede” graadmeter moeten we parlementaire politiek dan ook nooit noemen, als revolutionair socialisten.1
Partijopbouw als graadmeter
Hierna eigenlijk in één zin de belangrijkste duiding van het stuk: “Het mag jullie duidelijk zijn dat de RSP op dit moment nog niet zo’n organisatie is en daarom zal de RSP ook niet deelnemen aan de verkiezingen van 29 oktober 2025.” ‘Zo’n organisatie’ slaat hier op het zijn van een volwaardige partij die voldoende geworteld is in de arbeidersklasse. Het klopt zeker dat we daar nog niet zijn. De aanname dat deelname aan de verkiezingen terwijl we nog geen partij met worteling zijn zal leiden tot demotivatie en burn-outs en zo uiteindelijk onze partijopbouw in de weg zal zitten, is er dus een van belang, maar dit is niet de meest relevante reden om niet mee te doen met de verkiezingen op dit moment.
Partijopbouw moet de focus van het bestuur zijn, we willen voorkomen dat we zoals grote delen van kleinlinks verworden tot draaideur-sektes of discussieclubs, dus we moeten partijopbouw als prioriteit zien en elke strohalm hiervoor aangrijpen. Zoals bijvoorbeeld de aankomende verkiezingen, dat kan namelijk ook zonder zelf mee te doen aan die verkiezingen. Zonder partijopbouw hebben we mensen die we eventueel zouden betrekken met een verkiezingsdeelname, niets te bieden. Het deelnemen aan verkiezingen lost de problemen wat betreft partijopbouw en ons uiteindelijke bestaansrecht als partij dan ook niet op. Een betere analyse van de overwegingen rondom verkiezingsdeelname is terug te vinden in de voorgestelde resolutie ‘What’s in a name’, ook terug te vinden in IB35.
Stellen dat stemadviezen pretentieus zijn zonder uitleg (zijn ze pretentieus omdat wij zo’n kleine organisatie zijn?), en direct daarna schrijven dat de RSP zich keert tegen elke oproep om níet te stemmen, is tegenstrijdig. Het parlement zien als nuttig vehikel betekent ook dat we onszelf moeten scholen in het naar voren brengen van ons eigen programma. Een analyse waarin ons eigen RSP-programma tegenover het verkiezingsprogramma van de deelnemende partijen (op links) gezet wordt, is het minste wat de RSP moet doen. Want dat verduidelijkt ook meteen ons hele bestaansrecht als RSP: het laat zien waarin wij ons onderscheiden van hen!
Op het huidige niveau van de organisatie heeft een dergelijke analyse of stemadvies niet de functie van het beïnvloeden van de verkiezingsuitslag, maar van het scholen van onszelf en onze eigen achterban in de ontwikkeling van parlementaire partijen en burgerlijke politiek, in hun programmatische keuzes en verschuivingen over de jaren. Hiermee kunnen wij onszelf ook profileren als politieke leiding binnen de arbeidersbeweging, iets wat de meeste activistische groepen weigeren te doen.
Dit sluit precies aan op de nadruk die het bestuur legt op de opbouw van een sterk kader in de RSP. In het stuk staat dat afdelingen moeten werken aan “consequente vergaderingen” en “educatie, worteling en agitatie”. Dat is net zoals zeggen dat we “beter” moeten worden als organisatie. Wat we nodig hebben als RSP is een concrete uitwerking van onze visie, dus hóé kunnen we als RSP een partij opbouwen aan de hand van onze programmatische eisen, hoe scholen we onze eigen leden in die programma-eisen? Hoe zorgen we dat mensen lokaal van elkaar kunnen leren en een binding in de buurt krijgen? Hoe gaan we mensen buiten de kleine kaders die we nu hebben betrekken? Hoe onderscheiden wij onszelf van de bureaucratische partijen en hoe brengen we dat in de praktijk?
De antwoorden op al deze bovenstaande vragen, kunnen samenkomen in een concreet plan (vanuit het bestuur) om tijdens de verkiezingsperiode op afdelingsniveau aan de slag te gaan.
In plaats van een (opzet voor) een plan om afdelingen de straat op te krijgen om onze eigen programmatische standpunten uit te dragen, en die te vergelijken met de burgerlijke partijen die wél deelnemen aan de verkiezingen, schotelt het bestuur ons vijf onderwerpen voor zonder ook maar één verwijzing naar het programma. En om er nog een schepje bovenop te doen, wordt dit niet eens neergezet als dé insteek van de gehele organisatie, maar wordt er gezegd: “Om terug te komen op de verhoogde politieke belangstelling tijdens de verkiezingen zullen we als partij ze daarom niet volledig negeren. Er zijn specifieke onderwerpen waarin gevestigde partijen volledig tekortschieten of ronduit opportunistisch gedragen. Hierop kan gereageerd worden en tegelijkertijd worden aangetoond dat het parlement deze belangrijke onderwerpen volledig afhoudt.”
Alsof het een bijgedachte is waar mensen die dat zouden willen er ‘iets mee kunnen doen’. Juist een informatieve campagne waarbij we onze standpunten naast die van de burgerlijke partijen leggen kan helpen in het opbouwen van onze eigen organisatie, het kan een belangrijk, scholend en agitatorisch karakter krijgen. En daar komt nog bij dat gevestigde partijen niet enkel tekortschieten op specifieke onderwerpen, maar dat hun hele idee van politiek bedrijven gestoeld is op het ondersteunen van de gevestigde, en dus kapitalistische, orde.
De concrete mogelijkheden voor ons om de straat op te gaan zoals tijdens flyermomenten van andere partijen, posters plakken, bannerdrops, etc. (alle zaken van vrij conventionele verkiezingscampagnes die je zichtbaarheid verhogen), zullen activerend en motiverend kunnen werken voor actieve, maar ook nieuwe leden. Samen lokaal de straat op gaan creëert saamhorigheid én een binding in de buurt, omdat je de mensen uit je eigen omgeving spreekt, met hen in discussie gaat over de onderwerpen die zij belangrijk vinden, terwijl we tegelijkertijd de hypocrisie van de burgerlijke partijen blootleggen. Daarnaast zijn dit soort ‘campagne’-activiteiten toegankelijk en snel georganiseerd. Dit waren natuurlijk argumenten die in de RSP-discussie over verkiezingsdeelname aangedragen werden als argumenten vóór deelname. Nu kunnen we deze voordelen in de praktijk brengen zonder de nadelen van daadwerkelijke verkiezingsdeelname met een onrijpe organisatie.
De vijf thema’s die het bestuur het belangrijkst acht op dit moment
Ten slotte is het noodzakelijk om in te gaan op de vijf thema’s die het bestuur bestempeld heeft als de belangrijkste thema’s op dit moment. De uitgekozen punten zijn namelijk niet per se de punten waarop de RSP zich onderscheidt van bijvoorbeeld BIJ1, Vrede Voor Dieren, of zelfs de SP.
- Tegen de enorme verhoging van het oorlogsbudget en tegen de NAVO
Waarom spreken we ons hier niet uit voor volksmilities? Dat is precies waarop we ons onderscheiden van andere partijen op links die ‘voor vrede’ en ‘tegen oorlog’ zijn. Wij moeten verder gaan dan sociaalpacifistische illusies die BIJ1, het nieuwe project Vrede Voor Dieren en ook de SP in grote mate hebben. Dit betekent dat wij niet alleen tegen de NAVO of tegen verhoging voor de defensiebudgetten zijn, maar ook dat wij een programma hebben aangenomen voor een radicale en structurele verandering van het militaire apparaat.
- Tegen de hetze tegen asielzoekers, ongedocumenteerden en arbeidsmigranten
De formulering van dit thema zwakt concrete actie af. Tegen een hetze zijn is een morele oproep, geen daadwerkelijk te behalen eis. Wat we zouden moeten voorstaan is een actieve formulering van hoe we als RSP ons onderscheiden op dit thema; zoals het pleiten voor open grenzen en het direct verstrekken van actief en passief kiesrecht voor vluchtelingen en migranten.
- Voor behoud van democratische rechten, in het bijzonder stakingsrecht en demonstratierecht
Deze eisen zijn uiteraard relevant, en het zijn eisen waarop wij ons als RSP onderscheiden van de burgerlijke partijen en andere partijen op links. Maar we moeten wel expliciteren dat we ons inzetten voor het alternatief: een democratische republiek. Daarin verschillen wij van andere partijen. We moeten het inherente gebrek van democratie laten zien in de kapitalistische staat. Democratische rechten, stakingsrecht en demonstratierecht staan altijd onder druk. We moeten hier geen halfbakken hervormingsretoriek gebruiken. Dit is een onderwerp waarop wij ons onderscheiden van het ‘grondwet-loyalisme’ van links, maar dan moeten we dat wel expliciet maken.
- Voor de bevrijding van Palestina en de éénstatenoplossing
Tot nu toe is wat het RSP-bestuur bedoeld met een eenstatenoplossing niet uitgewerkt in andere stukken of ons programma. Maar het is logisch om Palestina centraal te zetten tijdens de campagne. Allereerst met uiteraard de vanzelfsprekende directe eisen zoals stopzetten van alle steun, stopzetten van alle wapenlevering etc. Het is echter vreemd dat het bestuur enkel de eenstatenoplossing benoemd, zonder uitleg, terwijl er vanuit een marxistisch perspectief veel kritiek op deze oplossing te formuleren valt.
Zo is Israël uiteindelijk een staat die is opgericht omwille van controle over het Midden-Oosten door imperialistische machthebbers (in eerste instantie de Britten, daarna de Fransen en nu de Amerikanen). Dit betekent dat de krachtenbalans binnen dit gebied bewust in het nadeel is van de Palestijnen. Wanneer we kijken naar welke krachtenbalans een omverwerping van het zionisme kan bewerkstelligen, moet de rest van de Arabische wereld hierin worden meegenomen. Juist omdat het zionistische project bedoeld is als controlemechanisme over hen. Van de huidige Arabische leiders hebben we klaarblijkelijk weinig te verwachten, daarom betekent een regionale aanpak dat er een Arabische revolutie nodig is waarin de Arabische arbeidersklasse, Palestijnen (en idealiter zelfs de hebreeuwse arbeidersklasse) samenkomen om het zionistische project en de Amerikaanse dominantie over de regio ten val te brengen. (Zie voor een uitgebreidere beschouwing over deze aanpak en welk minimumprogramma hier bij zou passen bijvoorbeeld dit artikel of dit artikel)
- Voor de opbouw van een Revolutionaire Partij
Dit thema is veel te breed om als thema te poneren rondom de verkiezingen. Het impliceert enerzijds vooral een interne oproep; de noodzaak van het opbouwen van de RSP als een revolutionaire partij, waarvoor we dus concrete plannen en handvatten nodig hebben als individuele leden en afdelingen. En anderzijds lijkt het andere partijen op te roepen om revolutionaire politiek te voeren. In beide duidingen van dit thema geldt de vraag: hoe dan?
Het kan natuurlijk ook dat deze stelling vooral bedoeld is als oproep om te tonen hoe bestaande partijen absoluut niet revolutionair zijn, en dat daarom het opbouwen van de RSP als wél revolutionaire partij noodzakelijk is. Dan blijft de stelling als een van de vijf belangrijkste thema’s vaag. Want dan is het helemaal geen stellingname op zich, maar omvat het eerder de praktische en inhoudelijke uitwerking van de andere thema’s.
Conclusie
Zoals duidelijk vind ik dat het dit bestuursstuk het aan zowel analyse als plan ontbreekt, vandaar ook deze uitgebreide reactie. Hoewel stellingen over de staat van de organisatie, verkiezingsdeelname, kader- en partijopbouw zonder duiding, uitleg en plan in het bestuursstuk staan, wil dat natuurlijk niet zeggen dat het bestuur niet geprobeerd heeft aandacht te vestigen op de mogelijkheden voor de RSP rondom de komende verkiezingen. De overweging om daar niet aan deel te nemen, zoals besloten op het congres van 15 maart 2025, stoelt voornamelijk op het onrijpe karakter van onze organisatie. Laat het duidelijk zijn, in de huidige staat moeten we voorzichtig zijn wanneer het aankomt op deelname aan verkiezingen en parlementaire politiek, ook bij de gemeenteraadsverkiezingen volgend jaar (sterker nog, wat mij betreft doen wij ook nog niet mee aan die verkiezingen).
De afweging om te focussen op de partij- en kaderopbouw van de RSP is verstandig, maar we moeten dan wel zorgen dat we daadwerkelijk handvatten creëren voor lokale afdelingen om die partij- en kaderopbouw te bewerkstelligen, in plaats van een aantal semi-willekeurige (al aangenomen punten) te benoemen. Als wij dit doen door middel van een campagne rondom verkiezingen dan moet onze analyse van parlementaire politiek op orde zijn, en dan moeten onze politieke uitingen ook daadwerkelijk de kern van ons politieke programma bevatten. Het huidige bestuursstuk laat een nogal slordige en onuitgewerkte analyse van de verkiezingen zien, en het schiet tekort in het uiten van ons eigen programma. Dit moet gecorrigeerd worden. Alleen dan kunnen we de komende verkiezingen gebruiken om onze eigen onderscheidende politiek uiteen te zetten tegenover andere partijen op links. Dit is agitatorisch nuttig, maar ook nuttig voor de scholing van ons eigen kader.
We hebben een programma dat ons onderscheidt van de burgerlijke partijen in Nederland, en dat ons onderscheidt van radicaal / klein links in Nederland. Nu is het ook aan ons om te laten zien dat we de visie hebben om dit programma concreet te maken en onszelf tot krachtige partij uit te bouwen. Een partij die verkiezingen niet ziet als doel, maar als middel. Als middel om de macht van de arbeidersklasse uit te bouwen. Maar hiervoor moet onze revolutionaire politiek ook daadwerkelijk centraal staan.

