Morgen, zaterdag 31 mei 2025, vindt het 4e congres plaats van (nu) de Revolutionair Socialistische Partij. Hier zullen we onder andere de perspectieven, de wijzigingsvoorstellen daarop, het protocol vertrouwenspersonen, meerdere moties en een resolutie bespreken.
Bij het lezen van de congresinbreng valt ons op dat de leden nog niet gewend zijn aan het werken met een perspectieventekst of jaarplan. Veel van de ingediende moties hadden in feite (beter) kunnen worden ingediend als wijzigingsvoorstel voor de perspectieven in plaats van als motie. Dit onder andere omdat de uitvoering van moties een stuk vrijblijvender is dan die van de perspectieven zelf als jaarplan, naast dat je moties als organisatie ook makkelijker uit het oog verliest vanwege hun status aparte.
Als organisatie zijn we voorzichtig positief over de voortgang die RSP als organisatie heeft geboekt. Tegelijk delen we de mening van het RSP-bestuur dat er nog een boel moet gebeuren, waaronder dat veel van het logistieke werk nu direct bij het bestuur ligt, waardoor het bestuur minder capaciteit heeft om haar politieke taken uit te voeren en daadwerkelijk leiding te geven aan de organisatie, in plaats van het bestaan te faciliteren. Het is te hopen dat hier verandering in komt, maar hoewel we de insteek sympathiek vinden, denken we niet dat moties voor oprichting van een secretariaat of een onderzoekscommissie de oplossing is. Dit primair omdat het bestuur het mandaat al heeft om die op te richten, en het probleem hem vooral zit in het vinden van leden die zich kunnen of willen committeren aan het uitvoeren van de opdracht.
Van de voorstellen die zijn ingediend, willen we er een aantal bespreken. Hierbij vragen we jullie speciale aandacht voor de moties, omdat die de meest verstrekkende gevolgen zouden hebben als ze worden aangenomen en uitgevoerd.
De perspectieven en de wijzigingsvoorstellen hierop
In grote lijnen zijn we voor de perspectieven die zijn voorgesteld. Wel denken we dat er verbetering mogelijk is, maar vanwege een capaciteitsprobleem hebben we geen individuele adviezen over wijzigingsvoorstellen.
De statuten en de wijzigingsvoorstellen daarop
In het algemeen zijn we blij met de door het bestuur voorgestelde aanpassingen op de statuten. Wij zijn hierbij specifiek voor wijzigingsvoorstellen 11 en 12, en specifiek tegen 16, 17 en 20.
Wij adviseren voor wijzigingsvoorstellen 11 en 12 omdat ze onzes inziens bijdragen aan organisatorische stabiliteit en robuustheid.
We adviseren tegen wijzigingsvoorstel 16 (‘elk lid moet het programma, statuten en doelen van de partij uitvoeren’) omdat het te veel mogelijkheid biedt tot bureaucratisch misbruik en ondermijning van het factierecht. Dit vanwege de breedte (en daarmee vaagheid) van de eis dat elk lid zich (exclusief?) dient te committeren aan het uitvoeren van het programma, het doel, en de statuten van de partij. Hoewel je dit welwillend kan lezen, is het probleem met statuten natuurlijk dat je ze zo moet schrijven dat ze lastig onwelwillend kunnen worden ingezet.
We adviseren tegen wijzigingsvoorstel 17 omdat hiermee de macht van het landelijk bestuur te groot wordt ten aanzien van de afdelingen. Het moet niet zo zijn dat elke uitgave moet worden geaccordeerd door het landelijk bestuur of de landelijke penningmeester, zoals nu het gebruik is bij ROOD. Dit werkt machtsmisbruik en kliekvorming in de hand, en verhoogt de druk op het landelijk bestuur.
We adviseren tegen wijzigingsvoorstel 20 omdat het onzes inziens te vroeg is om te besluiten dat STV onwerkbaar is, en vanwege de door de indieners genoemde nadelen, zoals dat we nog nooit meer kandidaten dan posities hebben gehad en hier dus nog serieus mee hebben kunnen experimenteren.
Het concept-HHR en de wijzigingsvoorstellen daarop
Wat betreft het HHR zijn we (met uitzondering van artikel 1 lid 3) op grote lijnen blij met het voorstel. Daarom zijn we specifiek dankbaar voor wijzigingsvoorstel 7, en uitgesproken tegen wijzigingsvoorstellen 6 en 11.
Het meest risicovol is wat ons betreft voorstel 6 (‘ook noodcongressen gaan over de eigen agenda’), omdat je hiermee alle leden zou dwingen om bij elk congres aanwezig te zijn en je de mogelijkheid discussies voor te bereiden ondergraaft. Het kan dan immers altijd gebeuren dat er een stuk vreemd aan de orde van de dag wordt ingebracht en aangenomen. Om die reden vereisen we ook voor reguliere congressen dat de vergaderonderwerpen ruim van tevoren worden aangekondigd. Kortom, tegen.
Wijzigingsvoorstel 11 (‘verhoging minimumcontributie’) adviseren we tegen omdat de contributie nu al door bijna niemand correct wordt betaald, en we meer zien in het verhogen van het aantal leden dat überhaupt contributie betaalt, het winnen van meer leden, en het versterken van de binding van leden met de organisatie waardoor ze meer gaan willen geven, dan in het verhogen van de last voor bestaande leden.
Wijzigingsvoorstel 7 (‘leden zijn in hun interne communicatie en handelen niet gebonden aan uitvoering van de partijlijn’) adviseren we om dezelfde reden voor. Met deze wijziging worden de democratische rechten van onze leden beschermd, in het bijzonder het factierecht. Het was een van de grote manco’s van de SP dat dit binnen die partij in de praktijk verboden was (zie de royementen van alle tegenkandidaten voor het partijbestuur), en die fout moeten we niet herhalen in de RSP.
De moties en resolutie
Als eerst iets over motie 2 (‘wat is nodig voor verkiezingsdeelname?’). We zijn tegen deze motie, want we vinden het onwenselijk en zorgelijk dat de motie het belang van verkiezingsdeelname centraal stelt, en dat het op generlei wijze ingaat op de aangenomen resolutie uit 2022 met betrekking tot de voorwaarden voor partijvorming. Onzes inziens zijn de grootste problemen waarmee de organisatie te kampen heeft het gebrek aan goed draaiende afdelingen en aan een voltallig bestuur, en daarmee het niet voldoen aan de voorwaarden voor partijvorming. Natuurlijk is het mogelijk dat er in de achtergrond of onderstroom nog andere zaken meespelen, maar zolang die resolutie van kracht is, zijn dat de belangrijkste redenen waarom de RSP niet kan deelnemen aan landelijke verkiezingen, en hoeft een commissie weinig te doen. Verder is het een van de hoofdverantwoordelijkheden van het landelijk bestuur om de organisatie te versterken, en daarmee om het soort onderzoek te doen dat de indiener verder bepleit. Daar voegt de motie niets aan toe, want het staat het bestuur ook nu al vrij om deze taken (deels) uit te besteden als zij versterking wenst.
Dan over moties 3 en 6, ‘3 congressen per jaar’ en ‘activatie partijraad’. Deze beide moties proberen allebei op een andere manier meer interactie tussen leden te realiseren en vaker verantwoording door het bestuur af te dwingen. Maar 3 congressen lijken ons ruimschoots te veel om door de organisatie te worden gedragen, en voor activering van een partijraad zien we op dit moment nog geen reden, terwijl het als nadelen heeft dat het onzes inziens momenteel een te zware last en te grote verantwoordelijkheid voor de afdelings-afvaardigingen betekent, en een verkleining van de rol van het congres (zie RSP statuten Art. 11, leden 3 t/m 5). We begrijpen uit de toelichting bij de motie ook niet waarom de indieners van motie 6 niet simpelweg pleiten voor het daadwerkelijk houden van ‘uitgebreide bestuursvergaderingen’ als eerste logische stap (per de statuten), in plaats van gelijk te pleiten voor instelling van een partijraad.
Motie 7 (‘herschrijf de perspectieven op lager taalniveau’). Hoewel we het voorstel sympathiek vinden, lijkt het aannemen ons onwenselijk omdat het het bestuur te veel ruimte biedt om de perspectieven achteraf aan te passen onder het mom van toegankelijkheid. Het congres dient over de precieze tekst die in de perspectieven staan te gaan en deze aan te nemen, en niet het bestuur. Onzes inziens zou het wel prima zijn om een document te publiceren dat bedoeld is ter verheldering van het aangenomen stuk, en in de toekomst te proberen de genoemde bezwaren zo veel mogelijk te ondervangen.
Resolutie 1 (of ‘8’) (‘Oekraine en ‘militarisme’): als CP hebben we in het verleden natuurlijk gepleit voor het aannemen van een enigszins vergelijkbare resolutie. Maar hoewel deze tekst enige goede elementen bevat, staat er ook pertinente onzin in, en lijkt de kwaliteit ons te oneven om hem aan te nemen. We adviseren dan ook tegen. Wat betekent het bijvoorbeeld om te zeggen dat ‘de oorlog het gevolg is van westerse imperialisten en Russische oligarchen’ maar dat ‘Rusland niet verkeert in het stadium van het imperialisme’? Wordt hier impliciet een onderscheid gemaakt tussen Russische ‘oligarchen’ (is dit een speciaal soort kapitalist?) met politieke invloed en de Russische staat onder leiding van Poetin, waarbij die eersten wel imperialistisch zouden zijn maar die laatste (of ‘de staat Rusland’) niet? Dit soort uitspraken hebben een lange staat van dienst maar los van dat we hopen dat de indieners niet denken dat Rusland puur defensief handelt, is het fundamentele probleem met het gebruik van dit soort ambigu jargon dat het totaal niet duidelijk maakt wat je ermee wil zeggen, terwijl punt 4 het Russisch handelen veel te passief presenteert om dit stuk te steunen. Ook regionaal imperialisme doet ertoe. Dit geldt net zo goed voor de regionale rol van landen als Turkije en Israël als voor Rusland. ‘Westerse Hegemonie’ is geen vrijbrief. En naarmate we meer kunnen spreken van ‘multipolariteit’ zullen dit soort conflicten alleen maar meer voorkomen.
Daarnaast lijkt het ons ook dat theoretische eenheid aangaande de voorgeschiedenis onnodig is voor de (welzeker relevante) concrete hedendaagse vraagstukken aangaande de vragen hoe we ons verhouden tot bezuinigingspolitiek, herinvoering van de opkomstplicht en dergelijke.
De bestuurskandidaten en platforms
Dan iets over de bestuurskandidaten en hun platforms. We zijn blij om te zien dat zoveel ROOD-kaderleden zich hebben gekandideerd voor het bestuur van RSP. Tegelijk vinden we het opvallend en zorgelijk dat er bijna geen kandidaten zijn die niet uit ROOD komen. Want hoewel ROOD de jongerenorganisatie van de RSP is, zijn dit toch best andere organisaties, met een andere cultuur, en een veel gemêleerder ledenbestand, naast dat we politiek anders werken. Ook vinden we het jammer dat slechts 1 zittend bestuurslid bereid is tot een nieuwe termijn. We zijn bang dat hiermee belangrijke ervaring verloren gaat, en dat het nieuwe bestuur het wiel nodeloos vaak zal moeten heruitvinden.
In het platform van de LF-leden vinden we de notie dat een bestuur alleen het mandaat heeft om controversiële besluiten te nemen zorgelijk. Natuurlijk moet een bestuur zorgvuldig handelen, maar er zijn meer dan voldoende formele middelen aanwezig om een bestuur ter verantwoording te roepen als dat nodig is, terwijl de kosten van het uitstellen van ‘controversiële’ besluiten tot een volgend congres best hoog kunnen zijn. Daarnaast lijkt de stelling dat we als RSP moeten inzetten op het zelf oprichten van ‘periferie-organisaties’ – in plaats van op het aansluiten bij bestaande organisaties – in strijd met staand beleid, en dubbel dubieus gezien onze ervaringen en kritiek op de sektarische frontjespolitiek van zowel de SP als kleinlinks. Het zou ons goed lijken als LF meer aandacht heeft voor de risico’s, nadelen en gevaren van een dergelijke insteek, want daarvan bestaat onzes inziens bewijs te over.
Specifiek over de kandidatuur van Michel Eggermont
Tot slot iets over de kandidatuur van Michel Eggermont. Als organisatie hebben we gemerkt dat het best een wissel op onze organisatie heeft getrokken om steeds een bestuursfractie te leveren. Dit zowel omdat leden hierdoor minder tijd hadden voor hun studies, familie en vrienden en werk, als omdat we hierdoor minder tijd hadden voor reflectie op vragen zoals hoe verder nu we zelf een politieke organisatie kunnen en moeten (mede) opbouwen. Dit jaar liepen we er dan ook tegenaan dat we maar 1 kandidaat hadden die zichzelf wilde kandideren, en dan slechts onder voorwaarde dat er verder voldoende bestuursleden zouden zijn om de last te verlichten. Dit leek ons te weinig, en daarom hadden we op ons laatste congres besloten dat we dit jaar geen kandidaten zouden leveren, mede omdat we vreesden onvoldoende capaciteit te hebben om onze bestuursleden als factie te ondersteunen.
Dit was uiteraard geen unaniem besluit, en Michel heeft zich in strijd met dit besluit gekandideerd, omdat hij een grote persoonlijke verantwoordelijkheid voelt voor het bestendigen van de interventie en continuïteit binnen het bestuur. Politiek-inhoudelijk verwachten wij dat hij zijn belofte waar zal maken verder te gaan met het uitvoeren van ons bestaande programma, maar omwille van eenheid in actie zullen wij tegen zijn kandidatuur stemmen.
in tabelvorm:
| Statutenwijzigingen | Advies |
| wijzigingsvoorstellen 11 en 12 | voor |
| wijzigingsvoorstellen 16, 17, 20 | tegen |
| HHR | voor als wv 7 wordt aangenomen |
| wijzigingsvoorstel 7 | voor |
| wijzigingsvoorstellen 6 en 11 | tegen |
| Moties | |
| moties 2, 7, 8 | tegen |

