Onderstaande resolutie over electoralisme werd eerder dit jaar na discussie en amendering aangenomen door het congres van Communistisch Platform. Deze resolutie heeft als doel om politieke principes en strategieën omtrent verkiezingen en mogelijke deelname daaraan voor een communistisch partijproject uit te werken. Dit was het startpunt van een langer lopende politieke campagne van CP om in de RSP, op onze website en via scholing de discussie over electorale strategie aan te gaan.1
Voor Communistisch Platform was de directe aanleiding voor het opstellen van deze resolutie de deelname aan de gemeenteraadsverkiezingen door de RSP-afdelingen in Nijmegen en Amsterdam (in het samenwerkingsverband De Vonk) en de wijkraadsverkiezingen door RSP Rotterdam. Bij deze deelnames en de discussies daarover in de bredere RSP werd duidelijk dat de ideeën over electorale strategie binnen de organisatie uiteenlopen. Bijvoorbeeld ontbrak het aan een leidraad voor eventuele volksvertegenwoordigers namens de RSP. Voor het RSP-congres hebben we daarom een resolutie over electorale strategie en een voorstel voor regels voor volksvertegenwoordigers ingediend, beide voortkomend uit de politieke lijn vastgelegd in onderstaande resolutie.2
Resolutie electoralisme
§ 1. Brede stellingen over kiesstelsels
- Sinds het einde van de negentiende eeuw houden de meeste geavanceerde en ontwikkelende burgerlijke staten vormen van verkiezingen waarin de wetgevende en uitvoerende macht worden aangesteld door een kiesgerechtigd electoraat. Deze verbreding van het kiesrecht voorbij een kleine kapitalistische elite is geen vanzelfsprekendheid maar een historische concessie aan de bredere lagen van de maatschappij om de legitimiteit van het kapitalistische regime te behouden.
- Deze verkozen macht is niet vrij, maar wordt aan de kapitalistische klasse en haar belangen gebonden door een combinatie van geïnstitutionaliseerde corruptie en economische gijzeling.
- De bredere doelstelling van de communistische partij is altijd gericht op a) de versterking van de positie van de arbeidersklasse; en b) de onmiddellijke omverwerping van het politieke regime van het kapitalisme.
- Arbeiderspartijen zijn genoodzaakt zich in deze verkiezingen te mengen. Ze moeten immers elk middel aangrijpen om de strijd van de arbeidersbeweging tegen het kapitalisme te versterken. Meedoen aan verkiezingen kan hierin een belangrijk middel zijn, zowel door het mogelijk te maken de eigen boodschap verder en effectiever te verspreiden als door concessies van de kapitalistische staat af te dwingen. In marxistische termen wordt, naar Lenin, hiernaar vaak verwezen als het ‘parlement als podium’.
§ 2. Electorale strategie
- De bovenstaande principes zijn breed geaccepteerd onder verschillende revolutionair-linkse organisaties. Toch bestaan er ver uiteenlopende opvattingen over hoe communisten zich specifiek moeten verhouden tot verkiezingen bij het implementeren van die principes. Zoals: onder welke omstandigheden moet de macht in handen worden genomen? Wat is de rol van electorale vertegenwoordiging in het vormen van die omstandigheden? Welke mate en vorm van samenwerking met burgerlijke partijen is mogelijk? In welke mate is het overnemen van lokale overheden wenselijk? Wat is de tactische toepassing van confrontatie met de kapitalistische staat in vertegenwoordigingsorganen? Wat is de juiste vorm en inhoud van het programma?
- Communisten moeten vanuit bovenstaande vraagstukken afwegingen maken over electorale deelname op elk niveau en dit plaatsen in een bredere strategie van revolutionair geduld en de opbouw van een massapartij.
- Politieke ‘niveaus’, zoals de hiërarchie tussen gemeentelijke, provinciaal, nationaal, Europees, etc., zijn irrelevant bij het beantwoorden van deze vraagstukken. De verhouding tussen verschillende organen en verkiezingen ontvouwt zich immers aan de hand van omstandigheden en gebeurtenissen, niet door op voorhand bepaalde standpunten. In plaats daarvan gaat het erom welke algemene politieke principes onze aanpak bepalen bij elke afzonderlijke verkiezing.
- Bij het bepalen van de juiste inrichting en aanpak van deelname aan verkiezingen en in vertegenwoordigende organen, moet op basis van in elk geval de volgende vijf aspecten een afweging worden gemaakt: i) openheid naar de klasse; ii) verkiezingsdeelname als interventie; iii) klassenpolitiek als democratische politiek; iv) verwerpen van grondwettelijkheid; en v) het primaat van de arbeidersklasse.
§ 3. Openheid naar de klasse
- Communisten voeren een concrete politiek: (verkiezings)campagnes moeten altijd gevoerd worden op basis van uitvoerbare voorstellen die zijn vastgelegd in een programma.
- Op basis van het minimumprogramma kunnen (en moeten) communisten realistisch zijn over wat er mogelijk is op continentaal, nationaal, of gemeentelijk niveau.
- Communisten onthouden zich van deelname in geheime organen, wij streven in onze interventies naar volledige openheid van informatie. Open de boeken!
§ 4. Verkiezingsdeelname als interventie
- Elke concrete historische situatie moet afzonderlijk en op basis van de dan geldende omstandigheden worden beoordeeld. Of een specifieke verkiezing geschikt is voor deelname, is afhankelijk van een afweging tussen de beschikbare middelen en wat er potentieel te behalen valt. De mogelijkheid om gedeeltelijke doelstellingen te behalen, kan hierbij van belang zijn. De meest dringende voorstellen moeten bij deelname aan verkiezingen naar voren worden geschoven.
- Ook een organisatie die geen volwaardige partij is, kan verkiezingsdeelname als middel inzetten, niet alleen om de eigen bekendheid te vergroten maar ook om debatten en standpunten te forceren. Niet als one-issue kandidaten, maar als openlijke communisten die urgente standpunten kaderen in een breder revolutionair programma.
- Indien verkozen, gebruiken communisten hun positie in vertegenwoordigingsorganen om de officiële en onofficiële corruptie van de staat bloot te leggen voor de arbeidersklasse. Daarnaast zijn communisten geen beleidsmakers voor de kapitalistische staat, maar voeren zij constant agitatie voor eisen die de economische en politieke macht van de arbeidersklasse versterken. Hun rol is dus niet het bijschaven en corrigeren van de wetgeving van burgerlijke partijen, maar het innemen van duidelijke standpunten en het doen van concrete voorstellen in begrijpelijke, niet-ambtelijke taal. Op deze manier ontmaskeren zij de klassenpositie van andere partijen die tegen deze voorstellen stemmen.
- Communisten zijn voor representatieve democratie. Als middel staan communisten dus negatief tegenover vormen van ‘inspraak’ zoals bijvoorbeeld Zoomocracy/OMOV-digitale stemsystemen of in de klassiekere vorm van referenda, waarbij rigoureus debat en de mogelijkheid om met amendementen tot alternatieve voorstellen te komen, wordt vervangen door een simpele ja-nee keuze, een versnipperd en geatomiseerd electoraat en de aantrekkingskracht van bekrompenheid. Zogenaamde directe democratie heeft de neiging om de krachten van de arbeidersklasse te verdelen en delen van de klasse onder de hegemonie van kleinburgerlijke en burgerlijke politici te brengen. Bij zulke vormen van niet-representatieve democratie wordt de vraagstelling en keuze tussen een beperkt aantal verschillende opties veelal bepaald door de heersende macht. Dit betekent echter niet dat we het referendum als middel in alle situaties afwijzen, dit is afhankelijk van tactische keuzes van de partij.
§ 5. Klassenpolitiek als democratische politiek
- Communisten streven naar een radicaal-democratische ordening van de samenleving. Daarvan kan geen sprake zijn als de praktijken van de organisatie niet voor zover mogelijk een dergelijke ordening reflecteren.
- Communistische parlementsleden vertegenwoordigen de partij. Van onze parlementsleden wordt verwacht dat ze als blok stemmen volgens de beslissingen van het bestuur of een ander geschikt orgaan van de partij. De partij moet baantjesjagers bestrijden. Parlementsleden moeten een zorgvuldig selectieproces doorlopen. Wat daarbij doorslaggevend is, is hun staat van dienst in de klassenstrijd en hun bewezen loyaliteit aan de partij. Vertegenwoordigers moeten daarnaast voortdurend gecontroleerd worden door de leden van de partij. Ze zijn terugroepbaar en worden er aan gehouden de standpunten uit het programma te vertegenwoordigen.
- Het inkomen van communistische vertegenwoordigers wordt beperkt tot een modaal salaris – het inkomen van een geschoolde arbeider. Vertegenwoordigers van de klasse moeten er immers geen hogere levensstandaard op na houden dan degenen die hen aanstellen om ze te vertegenwoordigen. Dat wat de staat daarboven uitkeert, wordt afgedragen aan de partij.
§ 6. Verwerpen van grondwettelijkheid
- De kapitalistische staat is gestoeld op een grondwettelijke orde waarin de belangen van de private bezitters beschermd worden. De rechterlijke macht, Eerste Kamer en supranationale samenwerkingsverbanden vormen een vangrails die elke gekozen regering ervan weerhoudt om het private eigendom van de kapitalistenklasse fundamenteel te schaden.
- Communisten verwerpen deze grondwettelijke orde. De remmen die zijn ingebouwd in de kapitalistische staat moeten worden losgebroken en vervangen met een radicaal-democratische organisatie van het politieke en openbare leven.
- De basis voor al het politieke handelen van de partij is het revolutionaire minimum-maximumprogramma. Daarin staat het minimumprogramma voor de eisen die samengenomen invoering van een democratische republiek,de politieke verheffing van de arbeidersklasse tot heersende klasse, tot gevolg hebben. Alle eisen in het minimumprogramma zijn daarmee dus mogelijk binnen de grenzen van het kapitalisme. Het maximumprogramma beschrijft de overgang naar het communisme die door de invoering van de democratische republiek mogelijk wordt gemaakt.
- Communisten streven naar machtsoverdracht op basis van een verkiezing door een meerderheid van de stemmen. Het doel is dat de transitie naar een radicaal-democratische (semi-)staat legitimiteit ontleent aan de goedkeuring van de meerderheid van de bevolking. Daarnaast kan, voordat een meerderheid van de arbeidersklasse deze transitie voorstaat, de revolutionaire bereidheid van de arbeidersklasse afgemeten worden aan de huidige mate van steun voor de partij.
- Een dergelijke meerderheid moet behaald worden op het hoogst mogelijke niveau van legitieme macht. Hoewel een nationaal parlement daarvoor voor de hand ligt, kan afhankelijk van de omstandigheden ook gedacht worden aan Europese, regionale of gemeenteraadsverkiezingen, zolang het aannemelijk is dat een meerderheid van de kiezers zich daarin uitspreekt voor de transitie richting een fundamenteel andere ordening.
- Er bestaat geen formule om vast te stellen of en op welk niveau een meerderheid van de kiezers machtsovername voorstaat; dit moet in de situatie zelf worden bepaald en is o.a. afhankelijk van het peil van vertrouwen in de zittende macht, de staat van organisatie van de bredere arbeidersbeweging, de omstandigheden in de buitenlandse politiek, etc.
- Voor wat betreft de waarschijnlijkheid van een vreedzame overdracht kennen wij onze geschiedenis. De kapitalistische klasse zal nooit haar macht laten wegstemmen en zal alles binnen haar macht gebruiken om de onafhankelijke organisatie van de werkende klasse tegen te werken. Wij wijzen een vreedzame overgang naar een nieuwe grondwettelijke orde, de democratische republiek, via het parlement niet af maar weten dat de arbeidersklasse zich moet voorbereiden op revolutie. Dit zal vreedzaam gaan zolang dat mogelijk is en met dwang als dat moet.
§ 7. Primaat van de arbeidersklasse
- De kapitalistische samenleving polariseert tussen twee kampen, dat van de kapitalistenklasse enerzijds en dat van de arbeidersklasse anderzijds. Tegelijkertijd bestaat er een waaier aan tussengroepen van managers, experts en kleine bedrijfseigenaren, die zich tussen de twee kampen bewegen.
- Communisten staan resoluut voor de belangen van de arbeidersklasse, die de meerderheid van de bevolking vormt, en doen er alles aan om de positie van deze klasse te versterken.
- Afspraken en bondgenootschappen met tussengroepen worden daarbij niet per definitie uitgesloten. Waar mogelijk proberen communisten deze groepen juist expliciet in het kamp van de arbeidersklasse te trekken. Dit kan worden gerealiseerd door de belangen van tussengroepen te steunen tegenover die van het grootkapitaal daar waar die belangen onder druk komen te staan.
Concessies kunnen worden gedaan aan kleine bezitters in de vorm van garanties van voorlopige zelfstandigheid in de periode onmiddellijk volgend op de machtstransitie en uitkoopregelingen. - De belangen van de arbeidersklasse mogen echter nooit worden geschaad als het resultaat van dergelijke concessies. Pogingen om tegengestelde klassebelangen te verzoenen, leiden op zijn best tot ondermijning van de eenheid en onafhankelijkheid van de arbeidersbeweging en op zijn slechtst tot bonapartisme. Enige deelname aan electorale blokken moet vanuit hetzelfde oogpunt worden afgewogen. De partij vormt geen regeringen met kapitalistische partijen en met andere arbeiderspartijen op een andere basis dan de invoering van de democratische republiek zoals uiteengezet in het minimumprogramma.
- Het kan echter voorkomen dat de partij al eerder op lagere niveaus zoals gemeenteraden een meerderheid haalt, waardoor het gedwongen wordt op dat niveau regeringsverantwoordelijkheid te nemen om zo het vertrouwen van de arbeidersklasse niet te schaden. Voor zover als er op dat niveau onvoldoende ruimte is om al haar voorstellen uit te kunnen te voeren, moet de partij alle ruimte nemen die het heeft binnen de wet om democratische en sociale hervormingen door te voeren op dit niveau en tegelijkertijd volledige openheid verschaffen via alle mogelijke partijkanalen over wat er wel en niet mogelijk is.
- Zo hebben we stukken in het intern bulletin van de RSP gepubliceerd over De Vonk, hebben we voorstellen gedaan voor het RSP-congres (zie hieronder) over electorale strategie en hebben we een scholingsdag met dit thema georganiseerd. Zie bijvoorbeeld Communistisch Platform, ‘Stemadvies Gemeenteraadsverkiezingen maart 2026’, https://communisme.nu/artikelen/2026/03/17/stemadvies-gemeenteraadsverkiezingen-maart-2026/; Mike Macnair, ‘CP-scholingsdag over electoralisme: Mike Macnair doet verslag’, https://communisme.nu/artikelen/2026/05/14/verslag-scholingsdag-electoralisme-mike-macnair/. ↩
- Communistisch Platform, ‘Stemadvies RSP congres april 2026’, https://communisme.nu/artikelen/2026/04/23/stemadvies-rsp-congres-april-2026/. Wegens omstandigheden is de behandeling daarvan, die oorspronkelijk op 25 april 2026 zou plaatsvinden, uitgesteld naar 20 september 2026; zie Communistisch Platform, ‘Een knellende discussie: verslag van het RSP congres van april 2026’, https://communisme.nu/van-het-platform/2026/06/28/een-knellende-discussie-verslag-van-het-rsp-congres-van-april-2026/. ↩

