Stemadvies RSP congres april 2026
Stemadvies RSP congres april 2026

Stemadvies RSP congres april 2026

Bouwen aan electorale strijd 

Als RSP hebben wij de afgelopen jaren een aantal lokale experimenten gedaan met deelname aan gemeenteraadsverkiezingen. Een uitgesproken visie op de rol van verkiezingsdeelname binnen een bredere revolutionaire strategie ontbreekt echter vooralsnog, waardoor elke afdeling het wiel opnieuw moet uitvinden. Om dit te veranderen stellen wij Resolutie 2: Electorale Strategie voor, die een marxistische politieke basis legt voor onze deelname aan verkiezingen. In het verlengde hiervan hebben we ook een voorstel gemaakt namelijk: voorstel 3: regels voor volksvertegenwoordigers. Hoewel er nu nog geen volksvertegenwoordigers namens de RSP zijn, moeten wij nu, in voorbereiding op een situatie waarom die er wel zijn, beginnen met het formuleren van eisen die wij stellen aan leden die onze organisatie vertegenwoordigen. Deze moeten toegewijd zijn aan en controleerbaar zijn door de organisatie. Daarom hebben wij ook  HR-wijziging 11 ingediend, dit voorstel zorgt voor een duidelijkere afdrachtregeling voor volksvertegenwoordigers dan dat er nu bestaat.

Perspectieven

Wij zijn voor amendementen 2, 3 en 4 op de perspectieven omdat deze scherpere politieke positie innemen waar de oorspronkelijke tekst zich meer achter algemeenheden verschuilt.  Ook zijn we voor amendementen 6, 8 en 9 omdat ze minder meegaan in de aanname van ‘goede intenties’ die de heersende klasse en parlementair links zouden hebben.

Amendement 12 hebben wij zelf ingediend omdat een analyse van extreemrechts en de Trump-regering in de VS precisie vereisen. De oorspronkelijke tekst zorgt voor verwarring omdat het fascisme gelijk lijkt te stellen aan (extreem) staatsgeweld, een normale eigenschap van de burgerlijke staat. Deze wordt versterkt door het feit dat links een lange traditie heeft van klassencollaboratie onder het mom van het bestrijden van fascisme. Het amendement probeert meer duidelijkheid te  scheppen in het analyseren van Trump en de verschuiving naar patriarchaal-conservatisme en nationalisme en verheldert dat dit niet bestreden kan worden met volksfronten en klassencollaboratie.

In amendement 13 zien wij een betere houding ten opzichte van Cuba. We zijn solidair, maar verbinden ons daarmee niet met de Cubaanse regering..

Wij zijn tegen amendement 15. Deze sektarische ‘evaluatie’ van de NAVO-tegentop van afgelopen zomer miskent dat een nieuwe partij moet worden opgebouwd via engagement met bestaande bewegingen en de strijd voor klassenpolitiek. In plaats van een analyse van dat proces legt het amendement zonder goede onderbouwing een verbod op samenwerking met een organisatie op. 

Hoewel we de bewoordingen niet altijd even gelukkig vinden, steunen we amendement 16. We moeten helder zijn dat óók regeringen van landen die zich tegen het westerse machtsblok keren scherp bekritiseerd moeten kunnen worden.  Onze politiek moet geformuleerd worden vanuit de belangen van de internationale arbeidersklasse. Dit betekent dat onze primaire taak de strijd tegen onze eigen regering en hun bondgenoten is, maar ook dat we duidelijk moeten zijn dat de geopolitieke tegenstanders van de VS geen bevrijding voor de arbeidersklasse zullen bieden. 

Verder zijn we tegen amendement 18. De Rode Lijn demonstraties worden in het voorstel afgeschilderd als een soort complot en het schrapt juist de belangrijke analyse in de oorspronkelijke tekst over ‘radicalisme’ binnen  de kampementen op de universiteiten.  

Jaartaken

Wij zijn voor de amendement 24, omdat we het eens zijn met de analyse dat het versterken van bestaande afdelingen op dit moment belangrijker is dan het oprichten van nieuwe afdelingen. Amendement 25 hebben we zelf ingediend. Het activeren van de partijraad zal de interne democratie eerder verzwakken dan versterken. In plaats daarvan zijn we voor een groter bestuursmodel, waarbij een grote groep langer zittende algemeen bestuursleden een paar keer per jaar bij elkaar komt om belangrijke besluiten te nemen en het dagelijks bestuur te controleren. Dit verkleint de drempel van lokaal naar landelijk (van lokaal actief zijn naar algemeen bestuurslid is een kleinere stap) en kan de werklast van het (dagelijks) bestuur verlichten, door bepaalde taken neer te leggen bij algemeen bestuursleden. 

Ook amendement 26 hebben we zelf ingediend. We vinden het van groot belang dat elk lid toegang krijgt tot dezelfde informatie, ook de ‘inactieve’ leden. De oorspronkelijke tekst in de jaartaken komt neer op een verkapte vorm van kaderlidmaatschap zonder dat de gevolgen van het invoeren van een kadermodel zijn uitgedacht of uitgewerkt. In plaats daarvan zijn we voor betere begeleiding en onboarding van nieuwe leden. In het verlengde hiervan zijn we ook tegen HR wijziging 10 

Jaarverslag

Het jaarverslag bestaat vooral uit een opsomming van de gestelde taken van het vorige jaar, samen met de constatering of het wel of niet gelukt is. Verantwoording over het algemene functioneren van het bestuur ontbreekt. Inmiddels is op ons aandringen wel aan het jaarverslag toegevoegd dat een aantal bestuursleden uitgevallen zijn en er ‘extra’ bestuursleden zijn aangeschoven vanuit ROOD. Maar een reflectie op het functioneren ontbreekt nog steeds.  

Statuten en HR 

We zijn tegen het voorstel ‘HR- en statutenwijzigingen 1: partijraad’. In de eerste plaats omdat we tegen het activeren van de partijraad zijn, en voor een groot bestuur, zoals hierboven uitgelegd. Maar ook los daarvan vinden we het geen goede voorstellen. Zo wordt artikel 9 lid 4 van de statuten wordt geschrapt omdat het overbodig zou zijn. Maar sub b daarvan bepaalt dat het aantal door de afgevaardigden op het congres uit te brengen stemmen zoveel mogelijk evenredig is aan het aantal leden van de afdelingen. In plaats daarvan wordt een HR-wijziging voorgesteld om het aantal afgevaardigden voor een partijraad en congres vast te stellen aan de hand van het aantal aanwezigen op de afdelingsvergadering waar de afgevaardigden verkozen worden. Dit past in een tendens van voorstellen om een verkapt kaderlidmaatschap in te voeren, waarbij invloed van ‘inactieve’ leden (in dit geval: leden die niet naar één specifieke vergadering komen) moet worden ingeperkt. Zelfs als dat al wenselijk zou zijn, dan lijkt dit ons in ieder geval niet het goede criterium voor kaderlidmaatschap. Bovendien biedt de voorgestelde termijn voor het uitroepen van een partijraad van twee maanden geen flexibiliteit voor noodsituaties.

We zijn voor statutenwijziging 3 over een verkozen afdelingspenningmeester omdat het de democratische controle versterkt. Ook zijn wij voor statutenwijziging 4 (centraal besluit over verkiezingen). Centralistische besluitvorming over lokale verkiezingsdeelname is nodig. Wel zijn we van mening dat ook het partijbestuur (of de partijraad als die toch geactiveerd wordt) daarover zou moeten kunnen besluiten, en dat het niet noodzakelijk is dat het congres daar (steeds) over beslist. Daarom zijn we tegen statutenwijziging 5.

Ook zijn we tegen de voorgestelde statutenwijziging over Paraat (HR- en statutenwijziging 6). Los van dat het onverstandig is om de naam van een blad statutair vast te leggen, vinden we het een slecht idee om de hoofdredactie volledig onafhankelijk te maken en op gelijke voet te plaatsen met het partijbestuur, inclusief stemrecht in de partijraad. Weliswaar zijn we voor een grote mate van autonomie voor de hoofdredactie, maar uiteindelijk zou de laatste beslissing  tussen de congressen (en partijraden) door bij het partijbestuur moeten liggen. Alleen zo is duidelijk wie er uiteindelijk waarvoor verantwoording moet afleggen, wat voorwaardelijk is voor een functionerende interne democratie.  

Tot slot hebben we zelf een amendement ingediend op HR-wijziging 8 over de termijnen voor de voorbereidingen van congressen. Er zijn immers jaren waarin decennia gebeuren, en voor die momenten hebben we snelle en flexibele besluitvorming nodig. HR-wijzigingen 10 (tegen)  en 11 (eigen voorstel) zijn hierboven al besproken.       

Voorstellen 

We zijn tegen motie 1 (uitstel perspectieventekst) omdat we niet denken dat de organisatie erbij gebaat is om nog voor 2026 een nieuwe tekst te schrijven en die vervolgens in te stemmen. Als kameraden de tekst niet goed genoeg vinden, kunnen ze gewoon tegenstemmen.

Resolutie 2 en voorstel 3 zijn ingediend door onszelf, zie hierboven onder Electoralisme de nadere toelichting.

Motie 4 (inwerkperiode) zijn we tegen omdat tijdens de voorgestelde inwerkperiode onduidelijkheid kan ontstaan over het mandaat van de oude en de nieuwe bestuursleden.

We zijn tegen het  huidige voorstel 5 (kadervorming). Het is niet duidelijk hoe dit voorstel zich verhoudt tot het eerdere plan voor kadervorming dat door dezelfde indieners eerder naar het intern bulletin 55 verstuurd is en te lezen vanaf pagina 25. Dat plan gaat een stuk verder en bevat een hoop problematische aspecten (o.a. overbureaucratisering, vreemde selectie op persoonlijke kenmerken voor scholers, te veel sympathie richting ‘reëel bestaand socialisme’), maar omdat dat onderliggende plan nu niet direct voorligt is het onduidelijk of met het aannemen van dit voorstel ook het onderliggende plan zal worden uitgevoerd. Van wat er wel in het voorstel staat, is het bovendien onduidelijk hoe dat zich verhoudt tot de bestaande scholingswerkgroep. Het lijkt ons beter om deze werkgroep te versterken/ herzien in plaats van weer een nieuwe (parallelle) structuur op te zetten.

Het voorstel verwijst naar de MST in Brazilië en Paolo Freire, maar transponeert die methoden zonder serieuze analyse van het verschil in context. De MST opereert met een landloze boerenbeweging die op bezette grond leeft en werkt; de pedagogische methode is onlosmakelijk verbonden met die gedeelde materiële realiteit. Bij de RSP zijn leden verspreid over het land, komen maandelijks bij elkaar, en hebben heel verschillende levenssituaties. De “koppeling tussen theorie en praktijk” die Freire’s methode vereist veronderstelt een gedeelde praktijk waar bij de RSP simpelweg geen sprake van is.

We zijn tegen het agenderen van actuele motie 2 omdat we niet zien wat het concrete voorstel is en we denken dat de rest van de agenda meer dan genoeg tijd zal vergen. En hoewel vragen gesteld kunnen worden over het actuele gehalte van actuele motie 1 (uittreden uit de Vonk), is de discussie over De Vonk wel een belangrijke om te voeren. We verwerpen de sektarische houding in de motie, maar we hebben wel actuele tegenmotie De Vonk ingediend waarin wordt opgeroepen tot een gecoördineerde interventie vanuit de RSP in De Vonk.  

Bestuurskandidaten 

Wat betreft de kandidaten die zich verenigd hebben onder een gezamenlijk bestuursplatform (Tijs, Aldin, Sanny en Ties) verwelkomen we dat ze de moeite hebben genomen een platform uit te werken met daarin een visie op hoe de RSP eruit moet zien. Wel kan die visie op een aantal punten zeker concreter.

De zittende bestuursleden Tom, Michel, en Gijs lijken zich vooral te kandideren op basis van een voortzetting van de status quo. Omdat verslaglegging over het functioneren van het bestuur vrijwel ontbreekt in het jaarverslag, is het moeilijk om op basis van objectieve criteria te beoordelen of dat zinvol is of niet. Daarbij speelt de kwestie dat het zittende bestuur in de week in aanloop naar het congres officiële waarschuwingen heeft gestuurd naar redactieleden van partijblad Paraat en andere leden, naar het lijkt naar aanleiding van een discussie over publicatie van een artikel op de Paraatwebsite dat door het partijbestuur offline werd gehaald. Op 5 april publiceerden wij het artikel ‘Homoerotische censuur in Paraat’ over deze kwestie. De waarschuwingen van het bestuur aan deze leden worden op geen moment concreet, maar betichten hen wel van o.a. ‘manipulatie’, ‘pesten’ en het ‘bagatelliseren van objectificatie’. In de brieven worden deze aantijgingen niet onderbouwd of concreet gemaakt, maar wordt er van deze leden wel geëist dat zij hier ‘schriftelijke reflectie’ op doen. Op een door deze leden verstuurd verzoek om opheldering over wat hen precies verweten wordt en waar zij dus op moeten reflecteren, is tot op heden (donderdag 23 april) nog geen enkele reactie gekomen. Hoewel Kayleigh zich niet uitdrukkelijk presenteert als continuïteitskandidaat, geeft ze wel aan zich bezig te willen houden met vertrouwenszaken. Ook daarom is haar standpunt over deze kwestie van belang.

Het heeft er sterk de schijn van dat de waarschuwingen de gedragscode misbruiken in reactie op kritiek die het bestuur kreeg op het offline halen van het eerder genoemde artikel. Maar zelfs als dit niet het geval is, is deze manier van waarschuwingen uitdelen schadelijk. Door het nalaten van het geven van toelichting op wat deze leden hebben misdaan, creëert dit bestuur een situatie waar het volstrekt onduidelijk is wat leden mogen zeggen en in hoeverre zij kritiek kunnen uiten op het bestuur zonder risico op represailles. Bovendien is het strijdig met de gedragscode van de RSP die in dit soort situaties ‘constructieve feedback’ vereist. Het lidmaatschap op scherp stellen en van leden eisen dat zij reflecteren op basis van vage aantijgingen die niet worden geconcretiseerd of toegelicht, is volstrekt onacceptabel en belemmert de ruimte voor open democratisch debat en controle door leden van het bestuur. Daarom willen wij hen hier kritisch over bevragen. Indien de zittende bestuursleden desgevraagd geen afstand nemen van deze werkwijze of deze niet bevredigend kunnen toelichten zijn wij genoodzaakt een negatief stemadvies te geven voor de kandidatuur van Tom, Michel, Kayleigh en Gijs. Dit omdat het gehele zittende bestuur verantwoordelijkheid draagt voor deze waarschuwing.  

Actuele tegenmotie De Vonk

Constaterende dat:

– RSP Amsterdam in 2025 heeft besloten deel te nemen aan een coalitie met de uit Bij1 Amsterdam getreden fractieleden Nilab Ahmadi en Jazie Veldhuyzen, opererend onder de naam ‘De Vonk’, en Activistenpartij UvA; 

-Deze coalitie de naam ‘De Vonk’ heeft aangehouden; 

-RSP Amsterdam binnen deze coalitie heeft deelgenomen aan de gemeenteraadsverkiezingen van Amsterdam; 

-De Vonk heeft aangegeven door te gaan, ondanks het niet behalen van een zetel bij deze gemeenteraadsverkiezingen;

-Er door Dide een actuele motie is ingediend om de afdeling Amsterdam te laten uittreden uit De Vonk;

Overwegende dat: 

-De arbeidersklasse belang heeft bij politieke eenheid;

-Eenheid alleen kan worden gesmeed door middel van open democratisch debat over onze politieke strategie en beginselen;

-Er voor gezamenlijke deelname aan verkiezingen een hoger niveau van eenheid moet zijn bereikt dan voor een samenwerking tussen verschillende organisaties voor een demonstratie, staking of andersoortige actie;

-De RSP afdeling Amsterdam besloten heeft deel te nemen aan De Vonk coalitie zonder dat hier een gezamenlijke politieke inzet vanuit de afdeling of een programma van de Vonk aan ten grondslag lag; 

-Er gebrekkige verslaglegging vanuit de afdeling geweest is over haar politieke werk binnen het De Vonk project;

-De RSP, in haar huidige fase van opbouw, de partij alleen kan opbouwen door engagement en politieke discussie met andere organisaties;

Besluit dat:

-De RSP afdeling Amsterdam met haar ledenvergadering een plan voor politieke interventie in het De Vonk coalitieproject opstelt met daarin een politieke lijn voor haar leden een voor hun werk in De Vonk;

-Dit plan gebaseerd moet zijn op het politieke programma van de RSP en de programmatische principes in dat programma zoals politieke onafhankelijkheid van de arbeidersklasse, de democratische republiek, het verwerpen van coalitie deelname met burgerlijke partijen;

-Dit plan ook  het pleiten voor democratische structuren moet omvatten zoals vrijheid van openbare kritiek van de RSP op het De Vonk project, een afdrachtregeling en herroepbaarheid;

-Dit plan moet in lijn zijn met eventuele andere aangenomen stukken van de RSP met betrekking tot electorale politiek en verkiezingen;

-Alle leden van de RSP Amsterdam in hun politieke werk gebonden zijn aan het bovengenoemde plan;

-De RSP afdeling Amsterdam dit plan voor oktober 2026 moet insturen in het IB, en het plan goedgekeurd dient te worden door het landelijk bestuur van de RSP;

-Afdeling Amsterdam verslag zal doen van hun interventie in De Vonk en de uitvoering van het bovengenoemde plan in de afdelingsverslagen;

-Indien De Vonk deel wilt nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen in 2030 de afdeling deze deelname in 2029 aan het RSP-congres voorlegt;

-Bij het niet voldoen aan bovengenoemde voorwaarden de werking van de RSP in het De Vonk project stopgezet wordt, welk besluit gemaakt kan worden door de lokale ledenvergadering, het landelijk RSP-bestuur of door het Congres.

Auteur