Een knellende discussie: verslag van het RSP congres van april 2026
 Een knellende discussie: verslag van het RSP congres van april 2026

 Een knellende discussie: verslag van het RSP congres van april 2026

Het congres werd goed bezocht, ongeveer tachtig leden hadden zich in Utrecht verzameld. De opkomst lag daarmee significant hoger dan bij voorgaande congressen. Dat zou gedeeltelijk kunnen worden verklaard door een aantal prangende zaken op de agenda. Een van de voorgestelde moties verzocht bijvoorbeeld de afdeling Amsterdam om zich los te maken van de VONK-coalitie, waardoor een grote groep Amsterdammers zich aanmeldde bij het congres, vermoedelijk om het nut van de coalitie te verdedigen. Wegens tijdgebrek werd onder andere deze motie echter naar het volgende congres doorgeschoven. 

Alleen Communistisch Platform en Emil van afdeling Sittard hadden eigen materiaal om uit te delen. De erosie van georganiseerde groepen die in voldoende mate georganiseerd zijn om zich te laten gelden op congressen valt te betreuren, er waren immers voldoende nu onbenutte aanknopingspunten op het congres om tijdelijke samenwerkingen te vormen en zo voorstellen en argumenten verder uit te diepen.

Voordat we toekomen aan het algemene verloop moet er een kritische noot gekraakt worden over de orde van het congres. De agenda barstte uit zijn voegen, wat ertoe leidde dat er slechts één à twee minuten, en soms zelfs maar een halve minuut, per persoon beschikbaar was om inspraak te doen op elk individueel onderwerp. Dit is geen nieuw fenomeen, maar een terugkerend probleem waarbij belangrijke problemen overhaast door een krappe dag geduwd moeten worden. Bijkomend nadeel is niet alleen dat onderwerpen onvoldoende uitgediept kunnen worden, maar ook dat de gemoederen soms hoger oplopen dan nodig is omdat sprekers genoodzaakt zijn in korte quips op elkaar te reageren in plaats van een genuanceerd opgebouwd betoog te houden. Het is dan ook de vraag of er überhaupt sprake kan zijn van de mogelijkheid om anderen te overtuigen en van minderheden om meerderheden te worden onder zulke beknelde omstandigheden. 

Om de congressen te ontlasten en constructiever op te bouwen liggen twee ingrepen voor de hand. In de eerste plaats zal het nodig zijn om congressen uit te spreiden over meerdere dagen. Een tweedaags congres geeft niet alleen meer ruimte op de vloer om discussie uit te diepen, maar creëert ook meer kansen tot sociabiliteit en voor congresgangers om actuele voorstellen te ontwikkelen door elkaar in de avonden en middagen in de gangpaden op te zoeken. In feite wordt het congres al gedreven tot een dergelijke praktijk, bij het laatste congres bleek het zelfs met de ingestelde extreme beperkingen niet mogelijk om de volledige agenda te behandelen en er zal dus een extra congres worden uitgeroepen om de laatste onderwerpen af te handelen. Het zou dus goed zijn als hier voortaan al van tevoren rekening mee werd gehouden in de planning.

Ten tweede zou het mogelijk moeten zijn om spreektijd te bundelen. In plaats van elke individuele spreker met meer of mindere voorbereiding zeer beknopt aan het woord te laten, zou het goed zijn als sprekers ervoor kunnen kiezen om hun tijd aan een ander af te staan. Op die manier moedig je het aan om anderen op te zoeken, ideeën en standpunten vooraf door te spreken en grondig voor te laten bereiden. De kwaliteit van het debat kan daar alleen maar baat bij hebben, zowel in de toereikendheid van de argumenten als het voorkomen dat het debat ontaardt in groeiende wederzijdse frustratie en onbegrip.

De ruimte om tussendoor te overleggen werd dit congres nog verder beknot door een wijziging in de volgorde van stemmingen. In plaats van de stemmingen aan het einde van het congres te houden, werden voorstellen in blokken besproken waar aan het einde meteen over werd gestemd. Dit heeft het voordeel dat het nog vers in het geheugen van de aanwezigen ligt om welke tekst het exact gaat en er is dus minder voorbereiding en oplettendheid van congresdeelnemers nodig. Aan de andere kant wordt hierdoor de mogelijkheid ingeperkt om na de initiële discussie nog tot een actueel compromis of amendement te komen dat de lading van de discussie beter dekt dan de opties die vooraf zijn ingediend. De levendigheid van de partijdemocratie en de mogelijkheid om dichter tot elkaar te komen komt dit model dus niet ten goede, ondanks de duidelijke noodzaak om het debat meer zuurstof te geven en de gemoederen minder hoog op te laten lopen.

De bespreking van de conceptperspectieven, opgesteld door het vertrekkende bestuur, leverde een aantal belangrijke discussies op met betrekking tot het thema ‘imperialisme’. Deze gingen over de analyse van internationale verhoudingen en de manier waarop de organisatie zich kan organiseren tegenover het imperialisme van de eigen burgerlijke staat. Rosa uit afdeling Utrecht verdedigde een voorstel, welke door onze factie gesteund werd,waarin zij bepleitte dat er sprake is van een inter-imperialistisch conflict met China. Niels van afdeling Arnhem pleitte daarentegen voor een perspectief waarin China een anti-imperialistische rol inneemt in het internationale bestel omdat het een humanere vorm van handel bedrijft. In dezelfde trant werd door verschillende deelnemers gesproken over de Cubaanse staat en de manier waarop die werd benoemd in de perspectieventekst. Opvallend is dat over China een procedureel voorstel werd aangenomen dat er meer discussie nodig is voordat een standpunt kan worden ingenomen, terwijl over Cuba juist een explicieter voorstel werd aangenomen dat de RSP zich niet moet binden aan de politiek van de Cubaanse Communistische Partij.

De onderliggende kwestie met wie we kunnen en moeten samenwerken en wie we kunnen beschouwen als bondgenoot, werd doorgeschoven van het geopolitieke naar het organisatorische niveau. Een amendement ingediend over de Nieuwe Vredesbeweging (NVB) riep op om de samenwerking met dit verband te verbreken vanwege het burgerlijke en opportunistische karakter van de deelnemers. Niels uit afdeling Arnhem wees erop dat deze argumenten gemakkelijk kunnen worden doorgetrokken naar een aantal andere deelnemers aan de Anti-NAVO campagne. Zo spreekt de SAP zich uit voor wapenleveranties voor de NAVO proxy-oorlog in Oekraïne en pleit de NCPN voor een tweestatenoplossing in Palestina. Olaf van het Communistisch Platform verdedigde juist de insteek van de campagne en wees erop dat deze erin geslaagd was de grootste anti-NAVO-bijeenkomst in decennia te organiseren en dat de rol van de RSP hierin er toe leidde dat ons standpunt over de invoering van een volksleger bespreekbaar was gemaakt in de brede vredesbeweging. Er was dus sprake van een concrete, effectieve interventie.

In het verlengde van de discussie over de NVB werd ook de Rode-Lijndemonstratie object van kritiek, deze zou namelijk slechts een middel zijn geweest om druk van de ketel te halen en de radicalere solidariteitsbeweging te ondermijnen. Bewijsstuk hiervan zou de steun van het rechterlijk aangestelde FNV-bestuur voor de demonstratie zijn. Olaf bracht echter in dat deze argumentatie geen hout snijdt omdat er geen reden is om de Rode Lijn te zien als een product van een samenzwering in plaats van een lossamenhangend initiatief van verschillende organisaties. Daarbij kan nog gezegd worden dat het niet het aangestelde FNV-bestuur was dat het initiatief nam om de Rode Lijn te steunen maar dat deze steun juist volgde uit een motie van het ledenparlement die het zwijgen van de FNV leiding in de kwestie-Palestina op deze manier probeerde te doorbreken. Datzelfde ledenparlement werd later door de bureaucratie ontbonden, waarin dit conflict met zekerheid ook een rol speelde.

Gijs uit afdeling Amsterdam zou het wenselijker vinden als de RSP de samenwerking opzocht met buitenlandse partners die dichter op de eigen partij stonden, maar noemde als voorbeeld alleen de Belgische PVDA-PTB en het Noorse Rødt. Er werd al snel op gewezen dat het juist de PVDA-PTB was die de RSP aanmoedigde om de samenwerking met de NVB op te zoeken, en dat Rødt de Noorse wapenleveranties aan Oekraïne steunt.

Los van deze inhoudelijke geschillen ontstond er nog wat wrijving over de perspectieventekst als geheel. Een motie werd ingediend om de stemming over het stuk geheel uit te stellen omdat de tekst niet voldoende uitgewerkt zou zijn. De tegenwerping vanuit Communistisch Platform kwam van Janne uit afdeling Utrecht: “uitstellen alleen zorgt dat er een jaar lang geen plan is voor de organisatie. Betere perspectieven kunnen in de toekomst alleen ontstaan door plannen te bespreken, uit te voeren en dan te leren uit de opgedane ervaring. Dat betekent niet dat slechte plannen moeten worden aangenomen maar als het plan volledig ontoereikend is, moet het stuk worden weggestemd. Nu werd de motie en steun daarvoor geformuleerd op halve argumenten zoals ‘deze perspectieven worden nog niet gedragen door organisatie’ of ‘we hebben het er nog niet genoeg over gehad’. Dit terwijl er meer voorproces was dan bij eerdere perspectieven. Als de motie werd aangenomen, zou de uitwerking in feite zijn dat er een jaar lang geen perspectieven zouden zijn.” 

Uit een andere hoek klonk het fellere argument dat het voorstel om de stemming uit te stellen een manier zou zijn om politieke meningsverschillen niet via de democratisch opgetogen wegen uit te vechten op basis van inhoud, maar door stemmingen over niet wenselijke stukken uit te stellen met als gevolg dat de al dan niet controversiële punten in ieder geval niet aangenomen kunnen worden. Een tegenwerping volgde dat er juist meer tijd zou zijn uitgetrokken voor de perspectieven dit jaar en dus zorgvuldiger waren opgesteld. Het spreekt echter voor zich dat het hier niet om een relatieve kwestie gaat: ook de perspectieventekst die voor lag aan dit congres was nog steeds doorspekt van onzorgvuldigheden. Die indruk werd alleen maar versterkt door het feit dat het zittende bestuur geen inbreng of beantwoording deed bij de amendementen op hun eigen perspectieventekst. Zoals uit dit verslag ook blijkt waren de kritieken op de standpunten uit de tekst niet mals en door hier niet op in te gaan, wekte het bestuur een onkundige of onwetende indruk. Uiteindelijk werd de motie tot uitstel verworpen en werden de perspectieven aangenomen met 56 stemmen voor en 22 tegen.

Verder werden twee noemenswaardige dingen besproken in het kader van de jaartaken. 

Ten eerste ging het over het activeren van de partijraad; Emil uit afdeling Sittard had zijn inbreng omtrent de partijraad geprint en verspreid over het congres. Hij verdedigde daarin het standpunt van het landelijk bestuur om een partijraad op te richten. Ons grootste bezwaar als Communistisch Platform hiertegen was dat de representatie van leden en ideeën niet gewaarborgd kan worden omdat een afdeling van drie leden net zo veel stem- en spreekrecht krijgt als een afdeling van driehonderd leden. Bovendien wordt er een politieke keuze gemaakt om besluitvorming te organiseren op basis van locatie, de afdelingen mogen immers de afvaardiging kiezen, in plaats van op basis van een politieke visie voor de organisatie. Ook wordt in het partijraadsmodel elke partijraadsvergadering door andere vertegenwoordigers uit elke afdeling bezocht.Het biedt daarom geen oplossing voor het probleem dat door het bestuur werd aangedragen:  het ervaren van een te grote werkdruk. Immers zou het bestuur werk uit handen worden genomen door langdurig bestaande commissies, maar die kunnen niet worden verkozen uit een partijraad die voortdurend van samenstelling verandert. Het tegenvoorstel van Communistisch Platform was om in plaats daarvan een groter bestuur op te richten met daarbinnen een dagelijks bestuur. Dit grotere bestuur komt ongeveer even frequent bijeen als een partijraad maar wordt verkozen op basis van politieke standpunten en kan wèl werk uit handen nemen van het dagelijks bestuur. Het voorstel van Communistisch Platform voor een groot bestuur werd aangenomen.  

Daarnaast stond er in een eerdere versie van de jaartaken dat het bestuur het IB niet meer automatisch naar leden wilde sturen, wat na kritiek is aangepast. In de tekst bleef nog wel staan dat het bestuur het ongemakkelijk vond om hun eigen besluiten toe te lichten in het IB omdat ze niet wisten wie het allemaal zou lezen. Daarnaast stond er een voorstel vanuit het bestuur in de jaartaken om lidmaatschapseisen op te stellen en leden zouden aan bepaalde eisen moeten voldoen om bijvoorbeeld het IB te ontvangen, in lijn met een discussie over kaderlidmaatschap die al langer gaande is binnen de RSP. Het probleem is dat er kleine voorstellen gedaan worden richting kaderlidmaatschap, zonder dat deze worden uitgedacht of voldoende worden uitgewerkt. Er wordt ook niet besproken welke problemen dan opgelost zouden worden door dit kaderlidmaatschap in te voeren. In dit specifieke geval zou het bestuur de opdracht krijgen lidmaatschapseisen te formuleren, zonder dat deze besproken zouden worden op een congres. Hier kleven grote gevolgen aan: wie mag lid zijn van de partij-in-oprichting? Wie mag (volledige) informatie ontvangen?  

Het grootste bezwaar van Communistisch Platform op deze mogelijke inperking van informatietoegang lag in het idee dat deze scheef zou gaan lopen. Op het moment dat je door een (in meer of mindere mate arbitraire) activiteitsmaatstaf al dan niet het IB zou ontvangen, zou de politieke discussie binnen de gehele partij-in-oprichting natuurlijk ook scheef gaan lopen, want leden hebben niet dezelfde toegang tot informatie. Wezenlijk zijn wij als Communistisch Platform niet tegen de aanscherping van lidmaatschappen, maar dat zou beter moeten worden onderbouwd en ingekaderd dan door halfslachtig een trappensysteem in te voeren door de verspreiding van het bulletin te beperken. Als er blind met arbitraire maatregelen wordt gezwaaid om interne toegang tot de partij te ontzeggen helpt dit niet met het vormen van een toegewijd partijkader. De jaartaken werden aangenomen met 75 stemmen voor en 3 tegen.

De bespreking van het jaarverslag zou gewoonlijk een weinig interessante formaliteit zijn maar leverde op dit congres een felle discussie op door gebeurtenissen voorafgaand aan het congres. Enkele dagen voor het congres stuurde het landelijk bestuur van de RSP waarschuwingen naar een drietal leden, waaronder twee leden van de Paraat-redactie. Zij werden onder andere beticht van pesten en manipulatief gedrag zonder onderbouwing. In eerdere stukken is kort de situatie geschetst die leidde tot deze waarschuwingen. Opmerkelijk was dat er in eerste instantie geen inhoudelijke onderbouwing stond van de verwijten richting deze leden in hun waarschuwingsmails. Pas nadat de gewaarschuwden vroegen om uitleg, kregen zij die. In deze uitleg aan een van deze leden werden primair politieke redenen aangedragen voor de waarschuwing. Op het congres leidde dit tot felle vragen, niet alleen vanuit de gewaarschuwde zelf, maar ook vanuit Communistisch Platform. Wij bevroegen het bestuur tijdens de bespreking van het jaarverslag hierop. Niet alleen hierop werd het bestuur bevraagd rondom het jaarverslag, ook hun verdere handelen in deze bestuursperiode werd bevraagd. Uit de beantwoording kwam een patroon naar voren waarin het zittende bestuur slecht communiceerde met leden en hun wil probeerde op te leggen via bureaucratische maatregelen, bijvoorbeeld in de Paraat-redactie. Het zittende bestuur weigerde enige reflectie te bieden op hun handelen, ondanks de vele vragen op dit vlak. Het gevolg van dit zwijgen was dat het jaarverslag door het congres werd weggestemd met een flinke meerderheid. 

Bij het volgende agendapunt, het verkiezen van een nieuw bestuur, kwam deze discussie direct weer ter sprake. Alle kandidaten uit het zittende bestuur die opnieuw verkiesbaar stonden, trokken zich terug. Zij gaven bij de “toelichting” van hun terugtrekkende kandidatuur allemaal aan dat de RSP onbestuurbaar zou zijn geworden en dat zij op de vingers zouden zijn getikt voor het proberen aan te pakken van een seksistische cultuur in de RSP. Hierna vielen enkele insprekers hen bij. Het opmerkelijke is dat seksisme niet werd genoemd onder de aantijgingen in de waarschuwingen tegen de Paraat redactieleden. Dit is tekenend voor het onderliggende probleem: het bestuur stuurde waarschuwingen die zij niet onderbouwde totdat erom gevraagd werd en blijkbaar hadden zij ook nog achterliggende redenen voor waarschuwingen die zij niet in de toelichting benoemden, maar die blijkbaar wel genoeg reden waren om op te stappen als kandidaat voor het bestuur van de vereniging. Hierdoor ontstaat het gevaar dat politieke discussies en meningsverschillen worden beslecht via bureaucratische controlemechanismen, die ernstig intimiderend kunnen zijn als ze niet goed onderbouwd en uitgewerkt zijn. Leden raken beschadigd door aantijgingen die niet onderbouwd worden. Uiteindelijk kandideerde voormalig bestuurslid Maite zich spontaan, nadat de zittende bestuursleden zich collectief terugtrokken als kandidaten. Duidelijk was dat Maite, die uit het vorige bestuur was opgestapt, zich vrij voelde om zich te kandideren doordat deze mensen waren opgestapt. 

Mede door de langgerekte discussie over deze kwestie werd het restant van de agenda uitgesteld tot een volgend, extra, congres. Het volgende congres zal zich nog moeten buigen over de benadering van verkiezingsdeelname door de RSP, en de samenwerking met de VONK-coalitie in Amsterdam.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.

Auteur