De weg is lang: een persoonlijk (feiten)relaas van een zolderkamercommunist
De weg is lang: een persoonlijk (feiten)relaas van een zolderkamercommunist

De weg is lang: een persoonlijk (feiten)relaas van een zolderkamercommunist

Agata Troost is één van de SP-leden die de brief kreeg waarin zij voor een keuze worden gesteld tussen het behoud van hun SP-lidmaatschap en actief blijven bij ROOD dan wel Marxistisch Forum. In deze inzending vertelt ze vanuit haar eigen ervaringen hoe het zover heeft kunnen komen.

Op 8 oktober heb ik een e-mail gekregen van Arnout Hoekstra, algemeen secretaris van de Socialistische Partij: als ik “het lidmaatschap en/of activiteiten voor Marxistisch Forum (MF) en/of ROOD” niet ga stopzetten en binnen twee weken weiger mijn absolute loyaliteit aan de SP te verklaren, dan word ik geroyeerd. Dat is gebaseerd op een artikel  in de partijstatuten volgens welke lidmaatschap van een andere partij (“dubbellidmaatschap”) verboden is. ROOD en Marxistisch Forum zijn natuurlijk geen politieke partijen; van MF kan je zelfs überhaupt geen lid zijn. De partijraad van de SP heeft ze echter tot politieke partijen bestempeld. Dat het besluit overduidelijk onzin is (shitposters op Twitter: “Partijraad is tot de conclusie gekomen dat tomaten blauw zijn”) maakt hen daarbij blijkbaar niks uit. De meerderheid van voorzitters is vooral gewoon moe van de marxisten, radicalen en zolderkamercommunisten die afgelopen anderhalf jaar iedereen lastig hebben gevallen met discussies over coalitiedeelname, factierecht en het bevorderen van een discussiecultuur zelf.

Daarom krijg ik nu de mail dat ik geroyeerd word – excuus, dat mijn lidmaatschap beëindigd wordt, wat blijkbaar niet hetzelfde is – als ik niet ophoud met marxistische organisatiepogingen ondernemen. Maar toen ik in juni 2015 lid van de SP werd, was ik al een marxist.

Of ten minste, zo dacht ik over mezelf, een aanname die niet was gebaseerd op bepaald uitgewerkte politieke meningen, maar vooral op Tumblr-posts en af en toe wat theorie lezen tijdens mijn vrijwilligers”baan” bij de linkse boekwinkel de Rooie Rat (RIP). De beslissing op die warme juniavond – om lid te worden van een partij waarover ik eigenlijk echt weinig wist, behalve dat het een socialistische partij was met een sterke nadruk op actievoeren – leek een logische consequentie te zijn van mijn politieke “ontwikkeling” die in 2011 met trotskistische websites en Occupy Warsaw (RIP) begon. In Polen was zelfs het woord socialisme controversieel, en hier had je een socialistische partij, met marxistische leden die ik persoonlijk kende. Wat zou er mis kunnen gaan?

Dit is trouwens hoe het in juni 2015 precies gebeurde: we hebben op het partijpand in Utrecht wat tequilashots gedaan en toen gingen we naar de kroeg (ja, naar De Bastaard). Daar aan de tafel vroeg ik, in het Engels, of ik ook zo’n rood t-shirt met een witte ster (ROOD-logo dus) kon krijgen. Ik vond het een grappig idee om zoiets te dragen. Op dat moment was ik een bachelorstudent aan de University College Utrecht, al een paar maanden bezig met de acties van De Nieuwe Universiteit, en door die acties in aanraking met ROOD, nog niet zozeer de SP, gekomen. 

“Jazeker, je krijgt ook een t-shirt als je lid wordt,” zei een lange jongen met een glimlach. Hij gaf me een lidmaatschapsformulier, dat ik zonder veel na te denken ondertekenende. Iedereen proostte daarop.

De jongen was Milos Todorovic, toen al de afdelingsvoorzitter, met wie ik later jarenlang in het afdelingsbestuur zou samenwerken. In juni 2015 zou denk ik geen van ons twee kunnen vermoeden welke rollen we in de interne partijstrijd zouden gaan spelen; dan had Milos, nu een partijmedewerker loyaal aan het partijbestuur, me waarschijnlijk geen lid willen maken. Maar ook geen van ons twee heeft, tot zover ik van Milos weet, onze eigen politieke meningen drastisch veranderd. Wat is dan het verschil tussen 2015 en nu? Heb ik mijn radicale ideeën verhuld, waarvan wij – de “zolderkamercommunisten”, om de door Arnout Hoekstra bedachte term te gebruiken – vaak worden beschuldigd? Of is de partij zelf veranderd – heeft ze zich om één of andere reden getransformeerd tot een organisatie waar uitgesproken marxisten niet meer welkom zijn? En zo ja, wat is die reden dan?

In de komende secties probeer ik die vragen te beantwoorden, gebaseerd op mijn eigen observaties en ervaringen. Hopelijk kan ik daardoor mijn huidige situatie beter leren begrijpen  en misschien kan deze tekst ook voor lezers die van autobiografische politieke rants houden interessant zijn.

De verholen charme van activisme, of: kunnen de nerds van ROOD ook actie voeren?

Voordat ik lid van ROOD en de SP werd, had ik al wat ervaringen met activisme: flyeren tegen Leszek Balcerowicz (if you know, you know) met Młodzi Socjaliści (Jonge Socialisten, pre-Razem) in Warschau, campagne voeren tijdens de studentenraadverkiezingen van UCLA  en die paar maanden van De Nieuwe Universiteit-acties in 2015. Maar wat ik echt aantrekkelijk aan een politieke partij vond, waren georganiseerde activiteiten: verschillende campagnes verbonden door de structuren en strategie van één organisatie, de partij. Van die paar overleggen van ROOD Utrecht die ik heb bijgewoond wist ik ook hoe enorm gedisciplineerd de jonge SP-leden waren (in vergelijking tot de anarchisten en verwarde Poolse socialisten die ik eerder ben tegengekomen). Ze kwamen hun afspraken na. Ze waren er op de afgesproken tijd. Ze voerden gestructureerde discussies, voorgezeten door de door iedereen gerespecteerde contactpersoon. 

De enige soortgelijke overleggen die ik eerder heb meegemaakt waren die van Pracownicza Demokracja (Arbeidersdemocratie), een kleine trotskistische organisatie in Warschau die geallieerd is aan de Britse SWP. Ze waren ook goed gestructureerd; het probleem was echter dat er maar drie of vier mensen op kwamen dagen, bijna allemaal meer dan 30 jaar ouder dan ik. Dat vond ik, toen 17, best intimiderend. Na een tijdje ben ik overgestapt naar Młodzi Socjaliści, die helaas theoretisch wat vaag waren, zeker vager dan Pracownicza Demokracja. Want het was de website van die trotskisten die me in eerste instantie tot antikapitalistische socialist heeft gemaakt – ik durfde het woord “communist” niet gebruiken – nog voordat ik het Manifest en Žižek had gelezen. 

Binnen ROOD wordt best vaak besproken wie er door actie voeren en wie er door theorie te lezen socialist of SP lid is geworden. Ik ben dus nog in Polen door verschillende linkse theorieën “geradicaliseerd” – maar helaas was die theoretische voorbereiding nooit echt goed gestructureerd. Ik ging willekeurige fragmenten van Gramsci, Trotski en Lukács  lezen die ik mooi vond; ik heb een boek van Althusser gekocht dat ik niet kon begrijpen en dat ik na een paar maanden heb weggegeven, overtuigd dat zo’n esoterische theorie nutteloos is, met alle wijsheid van een 18-jarige die net met de middelbare school klaar is . Vanwege mijn betrekkingen met dat trotskistische groepje heb ik wat pamfletten van Britse trotskisten gelezen. De collectie van Lenin’s geschriften uit 1917 met het commentaar van Žižek vond ik echt interessant maar haar relevantie voor het hedendaagse activisme kon ik niet duidelijk zien. We gaan met gewapende revolutie in de tijd van kernbommen en digitale spionage niks bereiken, toch?

Eigenlijk was ik dus op zoek naar een theorie die de basis voor de politieke acties van mij en mijn organisaties zou kunnen vormen. Maar zoals jullie kunnen merken, was die zoektocht erg willekeurig en daarmee vaak ook demotiverend. Ik zag mezelf toen als iemand die goed kan lezen en moeilijke dingen kan begrijpen. Toch bleek ingewikkelde theoretici zonder voorbereiding in je eentje lezen een activiteit waarvoor ik me lastig kon motiveren – zeker toen ik naar Nederland verhuisde en mijn ADHD-symptomen belemmerend werden. Ik kon me niet eens op de teksten voor mijn studie concentreren, laat staan op het lezen van marxistische werken in mijn vrije tijd. Daarom hoopte ik drie jaar later, in 2015, dat de SP, zo indrukwekkend georganiseerd qua actievoeren, ook met mijn theoretische opleiding kon helpen. 

Dat is helaas nooit gebeurd of eigenlijk heeft de SP vooral indirect, via de ervaringen met politiek, met mijn theoretische ontwikkeling geholpen. 

Als nieuw ROOD-lid ging ik naar een landelijke basisscholing (of nieuweledenavond?) over begrippen zoals onder- en bovenbouw. Zelfs met mijn chaotische theoretische achtergrond was dat veel te simpel, maar ik kon tenminste mijn Nederlands oefenen. Ik verwachtte wel meer ingewikkelde scholingen voor ervarener leden. Die heb ik, behalve sommige lezingen van de ROOD-zomerschool en wat we zelf als ROOD Utrecht hebben georganiseerd, nooit meegemaakt in de ongeveer vijf jaar als SP-kaderlid. We werden wel meerdere keren geschoold in praktische actievaardigheden; gesprekken voeren tijdens het kloppen, actietrajecten opzetten, enzovoorts. Er waren mensen in mijn ROOD-groep die indrukwekkend, zeker voor hun jonge leeftijd, ingelezen waren in de marxistische theorie – maar buiten de al genoemde scholingen die we in onze Utrechtse groep af en toe hadden, kon die kennis geen uiting of groter podium binnen de partij vinden. 

We voerden wel onvermoeibaar actie, de marxisten van SP Utrecht, ik en de andere jongeren die nog veel sterker ontwikkeld waren qua theorie dan ik. We gingen ten minste één keer per week, in campagnetijd vaak drie keer per week, kloppen, we gingen flyeren, prikacties organiseren, talloze campagnes opzetten: met huurders, jonge flexwerkers, voor betere busverbindingen, in buurten met verkeersveiligheidsproblemen, tegen pasjes voor afvalcontainers, tegen het flyerverbod op het stationsplein… Qua ureninzet leek dat op een fatsoenlijk bijbaantje, qua emotionele betrokkenheid meer op een fulltime baan. Dat alles om mensen te emanciperen, ja, maar binnen een partij die vaak toch niet zo radicaal en emanciperend leek. Ik kan me wel discussies herinneren dat het niet zo veel uitmaakte als we met het verkiezingsprogrammapunt over vakbonden of de EU oneens waren en onze wijzigingsvoorstellen weggestemd werden tijdens het congres. Het ging erom de beweging op te bouwen; om mensen politiek bewust te maken, om ze te betrekken bij onze acties en uiteindelijk ook bij de partij. De programma’s van de SP konden aan onze verwachtingen als marxisten niet voldoen, maar actief zijn binnen de partij was wel de eerste stap naar de emancipatie van de arbeidersklasse. 

Persoonlijk zag ik het zo: ik kon òf actief zijn binnen een kleine linkse sekte, die wel meer radicale antikapitalistische standpunten had, maar nooit iets zou kunnen bereiken, òf de sociaaldemocratische standpunten en het theoretische simplisme van de SP accepteren, maar daadwerkelijk actie voeren voor dingen waarin ik geloofde, zoals het Nationaal Zorgfonds (waarover ik nog steeds met veel sentiment denk). Wat bij de keuze hielp is dat SP zelf ooit ook een radicale sekte was. Ik hoopte dus dat als de omstandigheden daarvoor beter zouden worden, als duidelijk werd dat we echt antikapitalistisch moesten worden, dat wij, de marxisten binnen de SP – en ik kende meerdere zulke leden, oud en jong – de koers van de partij zouden kunnen beïnvloeden. 

Ik kan nu niet geloven hoe veel partijwerk ik deed gebaseerd op die vage gedachten. Maar zo veel van de belangrijke beslissingen in onze levens zijn onbewust, of tenminste gebaseerd op incomplete informatie en neigingen die we maar gedeeltelijk begrijpen. Wat wel meer en meer duidelijk voor mij begon te worden, congres na congres, programmadiscussie na programmadiscussie, is hoe (het gebrek aan) interne partijdemocratie de bespreking en verspreiding van ideeën bleef belemmeren.    

Het filmpje met dansende mensen, of transtrenders: marxistische ideeën binnen de SP

Toen ik wat meer actief binnen mijn SP-afdeling werd, in het najaar van 2016, ging ik ook voor de eerste keer naar het partijcongres. Ik vond het best spannend om aan zo’n groot partijevenement mee te doen, om al die SP’ers uit het hele land te zien. Ik verwachtte ook een goede discussie over het programma voor de aankomende TK-verkiezingen. 

Wat ik echter heb meegemaakt was meer een farce dan een festival van de democratie. Er was een limiet van één of twee sprekers per afdeling, met een zeer beperkte spreektijd; daarna gingen we in een hectisch tempo stemmen. De meeste wijzigingsvoorstellen werden niet eens benoemd tijdens de “discussie” (eigenlijk twee rondes toespraakjes en reacties van de programmacommissie) en tijdens de stemming werd alleen het nummer van een voorstel of motie geroepen; als resultaat stemde bijna iedereen volgens het al eerder met het wijzigingsvoorstellenboekje meegestuurde stemadvies van de programmacommissie. Als je wel een wijzigingsvoorstel had ingediend en je lokale afdeling of vijftig SP-leden had overtuigd om daar voor te stemmen, was er amper een mogelijkheid om het te bespreken tijdens het congres zelf. 

Hoe zou ik dus, met misschien andere Utrechtse kameraden, andere partijgenoten kunnen overtuigen om meer radicale standpunten – bijvoorbeeld over de woningmarkt of het klimaat – te steunen? Hoe langer ik actief lid was, hoe meer ik daarover dacht. Ik kan me nog herinneren dat ik tijdens een regioconferentie Lieke Smits, de toenmalige algemeen secretaris, heb gevraagd hoe we beter discussies kunnen voeren buiten onze afdelingen; en of de SP niet te hiërarchisch is georganiseerd. Haar beleefde antwoord was dat de SP juist door die organisatie met lokale afdelingen bijzonder democratisch is. Zich in groepjes organiseren buiten de afdelingen zou voor de meeste leden minder toegankelijk zijn. Oké, maar hoe kunnen we anders ideeën die afwijken van de huidige partijlijn promoten, aangezien regioconferenties over bijna niks mogen beslissen (en daardoor door de meeste leden als nutteloos en saai worden gezien) en we tijdens het congres amper tijd krijgen?

Het antwoord is, natuurlijk, dat de meeste, waarschijnlijk alle afwijkende ideeën gedoemd zijn om genegeerd te worden (het enige wijzigingsvoorstel, naar mijn weten, dat ooit tegen het stemadvies in werd aangenomen ging over gratis OV voor 65-plussers). Of ze in een soortgelijke organisatie met meer mogelijkheden voor discussie populairder zouden worden kan ik niet zeggen, omdat ik alleen heb gezien wat er in de SP met haar huidige structuur gebeurt. Ik ken wel een voorbeeld van een organisatie die tot een bepaald moment een weerspiegeling was van de SP zelf en razendsnel ontkoppeld werd toen ze meer autonomie begon te eisen: de voormalige officiële politieke jongerenorganisatie ROOD. 

Ik ga hier niet herhalen wat er al in veel toffe artikelen 1 2 is beschreven over de ontwikkelingen van het afgelopen anderhalf jaar. Wat me wel interesseert is hoe ROOD na de moties op algemene ledenvergaderingen (ALVs) over de bestuurbeurs en coalitiedeelname (in juni 2020) door het SP-bestuur werd gezien als “overgenomen” door ongewenste invloeden van buiten de partij of in schaduwen gevormde groepjes – voornamelijk één groepje, het Communistisch Platform (CP). Binnen een paar maanden werden vijf leden, door een beetje WordPresshacking geïdentificeerd als “kopstukken” van het CP, zonder enig fatsoenlijk bewijs geroyeerd. Na nog een paar maanden en een heel toneelstuk van dramatische Zoom-ALVs en partijraden die de verdeling binnen de partij lieten zien, werd ROOD als jongerenorganisatie van de SP ontkoppeld. 

Die hele tijd was – en is – de officiële uitleg van het partijbestuur en hun loyalisten dat de actieve ROOD-leden, aangezien hun geradicaliseerde standpunten, niet meer echte, “organische” (om socialmediataal te gebruiken) SP-leden zijn. Iedereen die in de afgelopen paar jaar ook maar een beetje actief bij ROOD is geweest begrijpt wat een leugen dat is. Alle standpunten die het partijbestuur als een gevolg van “vreemde invloeden” ziet waren gewoon democratisch doorgestemd door actieve leden. De standpunten waren inderdaad nieuw, en, in het geval van de coalitiedeelname-motie, tegen de partijlijn (of eigenlijk tegen wat Lilian Marijnissen op tv heeft gezegd, wat blijkbaar voor de partijlijn zeer bepalend kan zijn). De reactie van het partijbestuur impliceert dus dat elk belangrijk besluit, elke mening die anders is dan die van de voormalige meerderheid als een gevolg van vreemde invloed kan worden gezien. Dat de ROOD leden voor de moties hebben gestemd betekent dat de meerderheid van hen of ongewenste entristen  zijn van buiten de partij – wat iedereen als onzin herkent – of dat hun pure, activistische idealen door communistische theorieën, verspreid door een klein groepje, werden bedorven.

Tijdens de praktische SP-scholingen, en helaas ook tijdens mijn sociologiecolleges, moest ik meerdere keren een zeker YouTube filmpje met dansende mensen bekijken 3. Het idee van dat filmpje is wat Granovetter in zijn theorie van “threshold models” 4 heeft geformuleerd: mensen hebben verschillende drempels om aan een activiteit, of een beweging, mee te doen. De meeste mensen vinden het te ongemakkelijk om te dansen als er maar één persoon aan het dansen is. Maar als er al vijf mensen dansen, dan gaat het voor meer mensen genoeg zijn om mee te doen en bij twintig dansenden is dat bijna voor iedereen een aantrekkelijke groepsactiviteit om zich bij aan te sluiten. Het lijkt me dat het huidige SP-bestuur de verspreiding van politieke ideeën een beetje zo ziet: ook ongewenste ideeën die de meeste onschuldige ROOD-leden nooit aantrekkelijk zouden vinden kunnen wel de meerderheid winnen als er maar genoeg mensen zich daar al bij aansluiten. De populariteit van sommige CP-ideeën over democratie en partijbeweging kon dus uitgelegd worden door een primitieve social contagion, leden die ermee in aanraking komen in bepaalde ROOD-groepen en afdelingen. Bij ROOD was het helaas al te laat om die verspreiding te stoppen, dus de hele jongerenorganisatie moest ontkoppeld worden. Binnen de SP zelf zijn er ook verdachte groepen leden zoals de leden betrokken bij Marxistisch Forum. Ze moeten dus ook geroyeerd worden voordat hun standpunten voor meer andere leden aantrekkelijk worden, door lagere drempels of door een grotere hoeveelheid betrokkenen te bereiken – bijvoorbeeld door de partijbestuurverkiezingen. 

Het scenario waarin ideeën zich vermoedelijk alleen door populariteit, of groepsgedrag verspreiden , en niet echt gedeeld worden als diepgevoeld en als eigen herkend, doet me denken aan de discussie over gendertransitie onder jongeren. Conservatieven en TERFs (Trans-Exclusionary Radical Feminists) beweren dat veel jonge mensen, vooral eenzaam en met psychische problemen, trans “worden” niet vanwege een eigen aangeboren behoefte, maar vooral omdat het nu “trendy” zou zijn en als oplossing zou worden gezien voor problemen zoals een slecht zelfbeeld en depressie, ongeacht of iemand daadwerkelijk dysforisch is. Een bewijs daarvoor zou zijn dat het percentage van transmensen nu veel hoger is dan nog enkele decennia geleden. Transrechtenactivisten zeggen juist dat het vooral komt omdat transmensen zichtbaarder zijn en transitie dus geaccepteerder wordt. De behoefte om te transitioneren was er dus altijd, nu is het alleen duidelijker wat de oplossing is. 

Voor de lezers die het misschien onzin vinden om de “identiteiten” van een communist en transpersoon te vergelijken: ja, klopt, en dat is ook niet mijn punt hier. Wat me meer interesseert is de implicatie dat jonge mensen niet zelfstandig kunnen denken, maar vooral beïnvloed worden door ideeën die ze zelf niet helemaal kunnen begrijpen. Dit enorm denigrerende argument laat zien dat de SP, een partij met ambities om de arbeidersklasse te emanciperen, hun eigen jonge leden niet geëmancipeerd genoeg vindt om hen eigen besluiten te laten nemen. Die benadering is bijvoorbeeld zichtbaar in het feitenrelaas gemaakt door het SP-partijbestuur als bewijs voor de royementen afgelopen jaar, waarin er sterk geïmpliceerd werd dat Emil Jacobs “de leider” van het CP is, vooral omdat hij ooit al een trotskistische entrist  was (een buitenstaander dus), een podcast maakt (onafhankelijke ideeën) en een dertiger is (te oud voor ROOD) 5. De ontkoppeling van ROOD werd makkelijker geaccepteerd als het vooral als een resultaat van zo’n invloed werd gezien, en niet een “organische” ontwikkeling van discussie tussen ROOD-leden zelf. 

Maar dat laatste is precies wat er, in mijn ervaring, is gebeurd. Sommige van de mensen die nu van CP- of MF-standpunten zijn overtuigd, waren in het verleden gewoon sociaaldemocraten, waar anderen tankies waren  of ongedefinieerde socialisten met trotskistische trekjes zoals ik. Als ik naar een foto van het ROOD Superweekend van 2017 kijk, weet ik nu dat de mensen die daar allemaal in ROOD t-shirts staan later betrokken bij verschillende organisaties en stromingen zijn geworden: ROOD zelf, SP “kliekers” (sympathisanten van Ron Meyer), “loyalisten” (sympathisanten van het huidige bestuur en vooral Lilian), MF, CP, Strijdlusters (een Amsterdams initiatief gerelateerd aan de Groep 6), zelfs de Communistische Jongerenbeweging (CJB). Theoretisch zou de meerderheid van ROOD-leden elk van deze richtingen op kunnen gaan. Bij dat Superweekend hebben we samen actie gevoerd, bier gedronken, gehuild tijdens “I, Daniel Blake” (één van de, naast “Pride” en “Bread en Roses”, heilige drie-eenheid van films voor linkse filmavonden). Ik sliep in één kamer met sympathieke ROOD-leden uit Zwolle, die later ROOD hebben verlaten nadat vermoedelijke CP-leden in het bestuur zijn gekozen. Was die organisatorische eenheid toen mogelijk omdat we onze politieke standpunten niet openlijk gingen bespreken? Ik was tijdens dat weekend een selectie van Marx’ teksten in een klein boekje aan het lezen, en kan me vaag herinneren dat ik een gesprek daarover met een ROOD lid van buiten de Randstad had; hij is later een “loyalist” gebleken. Toen was er zo’n gesprek nog mogelijk, zonder dat één van ons als vijand van de partij werd gezien.

Maar ja, de scheuringen waren er al. ROOD Utrecht stond bekend als een “kritische” groep die het nut van landelijke, vaak warrige campagnes niet altijd zag en voor betere scholingen pleitte; we waren echter een uitzondering. Wat vooral tot de ideologische ontwikkeling van ROOD richting het marxisme heeft geleid is niet het feit dat marxisten vanaf het begin de meerderheid hadden, want die hadden ze zeker niet, maar hun toewijding aan hun principes en ervaring met zich als een minderheid organiseren. Bij de ROOD-ALV van november 2020, toen Olaf Kemerink als geroyeerd SP-lid tot voorzitter werd gekozen, hebben zijn partijloyalistische tegenstanders de strijd opgegeven zodra ze zich realiseerden dat ze een (best grote) minderheid waren. Vanwege de mobilisatie aan beide kanten waren er meer dan 150 ROOD-leden aanwezig. Maar toen uit de eerste stemmingen over de moties bleek dat de “anti-royementenfactie” de meerderheid had, besloot voorzitterskandidaat Bastiaan Meijer  om op een Trumpiaanse manier de hele verkiezingen als ongeldig te verklaren. Zijn officiële argument was dat twee andere kandidaten, waaronder Olaf, al geroyeerd van de SP werden. Dit boeide Bastiaan niet zolang hij nog een kans had om te winnen; iedereen wist ook dat Olaf en Robin de Rooij, de andere geroyeerde, jarenlang actief voor de partij waren en alleen op basis van een “creatieve” interpretatie van de dubbellidmaatschapsregel, met dubieus of zonder bewijs, geroyeerd waren. Op die ALV werden niet voor de eerste of laatste keer bureaucratische trucjes gebruikt om de kritische leden als onwaardig, vreemd element te bestempelen.

Ik ben toch de argumenten aan het herhalen die al op meerdere plekken werden geuit, ook al illustreer ik ze met wat persoonlijke anekdotes. Maar hoe voelt het voor mij om die de facto royementsmail te ontvangen? 

Eigenlijk verwachtte ik dit al sinds ik, als één van de MF-lijstkandidaten, aan de partijbestuurverkiezingen besloot deel te nemen. Ik zag echter geen andere optie. De partij waarvoor ik zo lang actief ben geweest heeft nu, in mijn ogen, een bestuur dat actief tegen haar doel om een socialistische maatschappij te verwezenlijken werkt. SP leden loyaal aan het partijbestuur beweren dat alle problemen door kritische leden worden veroorzaakt; maar los van de hele cruciale ideologische discussie, verliest de partij al jarenlang leden en zetels in verkiezingen. Er is een gebrek aan visie, aan overtuigende campagnes en verhalen. Het grootste succes van de SP in afgelopen jaren is het werk aan het boven tafel krijgen van de toeslagenaffaire – vooral werk van één competent Tweede Kamerlid dus, niet een resultaat van een lokaal actietraject. Toegewijde leden worden nu geroyeerd, omdat hun meningen over kwesties zoals coalitiedeelname als te radicaal zouden kunnen worden gezien, terwijl die ontwijking van radicalisme SP tot een vergrijsde, eurosceptische kopie van PvdA en GroenLinks heeft gemaakt. En al die problemen kunnen we binnen huidige discussiekanalen niet openlijk en gestructureerd bespreken. Ik had dus eigenlijk geen keuze anders dan me als kritisch lid uit te spreken door mijn kandidatuur, net zoals het partijbestuur me eigenlijk geen keuze biedt in de e-mail van 8 oktober. Als ik inderdaad met alle MF-gerelateerde activiteiten zou stoppen, zou ik ook mijn politiek, waaronder mijn steun voor het factierecht, verhullen. Daardoor zou ik al snel geen maatstaf meer hebben om te bepalen of mijn politieke keuzes correct zijn, behalve het moeras van het electoralisme. 

Ik ervaar ook best veel stress, ik denk over al de mooie momenten die ik heb meegemaakt in de jaren van mijn lidmaatschap en het voelt raar om te beseffen dat ik bij die “club” niet meer “welkom ben”. Maar tegelijkertijd ben ik meer dan ooit zeker van mijn politieke beslissingen en dus ook de stappen die verder gemaakt moeten worden. Dat lukt me nu juist door georganiseerde discussie bij platformen zoals het Marxistisch Forum, door scholingen georganiseerd door ROOD en Communistisch Platform. De theorie die ik nu, ten minste in grote lijnen, ken, helpt me om de verbinding te zien tussen onze huidige situatie en die Lenin geschriften uit 1917; om Gramsci in zijn historische context te lezen, en ook die oudere werken als nuttige context voor onze dagelijkse politieke keuzes te gebruiken (ik kan nu zelfs – fragmenten van – Althusser begrijpen, ook al zijn de meningen verdeeld over hoe nuttig dat is). Die discussies en het theoretische scholingswerk, vaak bekritiseerd als voorbeelden van de vervreemding van het huidige ROOD, zijn juist de middelen en bronnen waardoor we de realiteit duidelijker kunnen waarnemen. 

Mainstream politiek is vol van emoties en hectische pogingen om de aandacht van de overwerkte, apathische kiezers te trekken. Toen ik begon met studeren was ik een paar maanden lang gefascineerd door New Labour: ik dacht dat de tactieken van Tony Blair’s spindoctors gebruikt zouden kunnen worden om “het echte socialisme” populair te maken. Maar de geschiedenis van onze bewegingen herhaalt zich steeds weer als farces, valse beloften van virale verhalen en toxische coalities; je principes negeren en meningen verhullen is geen shortcut tot succes. Dat is iets wat linkse activisten veel te vaak en lang hebben gedaan, opgevoed door een angstcultuur van “met één mond spreken” – terwijl het onze tegenstanders überhaupt niet boeit wat we zeggen, want we zijn zwak, met slappe takes. We denken dat we altijd van het kapitalisme gaan verliezen, maar hoe kunnen we ooit winnen als we niet eens over de strategische, democratische weg naar een ander systeem durven te spreken?

Mooie momenten van samen actievoeren blijf ik altijd waarderen, zeker omdat ik al vergeten ben hoe vervelend het kon zijn om al die gefaalde actiecomités op te zetten of in de regen te kloppen. Maar ik probeer al mijn hele leven de mentale mist van vrije associaties en gevoelens in mijn hoofd door te dringen met redenering, totdat ik meer gestructureerde verhalen kan zien. Zo kan ik nu, denk ik, met een best heldere blik de conflicten binnen de partij bekijken; ik laat me dus ook emotioneel niet chanteren door valse keuzes en bureaucratische trucjes. Na jarenlang actieve SP’er te zijn weet ik zeker dat blinde loyaliteit aan haar huidige koers nooit de problemen van de partij zal oplossen. 

It’s not you, it’s me; of: was het een goed idee om SP-lid te worden? 

Zoals ik al schreef, was de beslissing om SP-lid te worden voor mij best spontaan en niet doorgedacht; maar laten we dat opzij zetten. Laat me ook de gedachten negeren of mijn persoonlijke leven, mijn carriere of wat dan ook zonder dat lidmaatschap beter zouden zijn geweest. Vanuit een puur politiek perspectief: hebben mijn activiteiten binnen de SP bijgedragen aan het opbouwen van het socialisme, of waren ze eigenlijk een jarenlange, gigantische tijdverspilling?

In de vorige alinea’s kunnen jullie lezen dat ik, ten minste volgens mijn eigen mening, best veel heb geleerd. Heel veel kameraden binnen de partij hebben soortgelijke ervaringen – maar heel veel van hen zien ze ook vooral als iets enorm vervelends om te ervaren en daarom gaan ze weg om een andere beweging te steunen of op te richten, of, nog tragischer, helemaal met politiek te stoppen. In die gevallen is die kennis van al hun SP-jaren niet zo nuttig. In je eentje of met een kleine groep is het onmogelijk om een organisatiecultuur te veranderen; en andere linkse, ook nieuwe organisaties zoals BIJ1 hebben grote problemen met interne democratie (zie de omstandigheden rondom de recente schorsing van Quinsy Gario). 

Maar wat is het alternatief, nu ik en tientallen andere ROOD leden en MF-kandidaten die onzinnige royementsbrief/-mail hebben gekregen? Dat is vooral principieel (en gewoon anti-onzin) blijven en samen actie voeren. Allebei die dingen heb ik tijdens mijn SP-lidmaatschap geleerd. Ja, in het begin was ik niet principieel genoeg, overdonderd door de activiteiten van mijn nieuwe organisatie en slecht opgeleid qua politieke theorie. Maar – om de vraag van het begin van die tekst te beantwoorden – de partij zelf is ook veranderd. Ze is nu nog meer gefocust op electoralisme en vijandiger tegen alle leden die de huidige lijn durven te bekritiseren dan in 2015. Waarschijnlijk zijn dat wanhopige pogingen om dit zinkende schip nog drijvende te houden, door delen daarvan weg te halen. Het betekent echter niet dat we moeten opgeven met de partij te willen transformeren; bij een bijeenkomst over de royementen afgelopen zaterdag in Amsterdam waren er leden die ook de oprichting van de partij bijwoonden, geschokt over haar huidige koers. Een partij wordt gevormd door haar leden, en ik ben één van hen. Op basis van mijn ervaringen en kennis op dit moment strijd ik voor een organisatie waar ik andere socialisten wil verwelkomen. Dat kan ook niet in mijn eentje lukken – daarom wil ik iedereen aanmoedigen om de “SP tegen de Heksenjacht”-campagne te steunen 7, waardoor wij ons als SP-leden en afdelingen kunnen uitspreken tegen die royementen. Misschien is het voorbeeld van het filmpje met dansende mensen toch best handig: we moeten met zo veel mogelijk zijn om anderen het alternatief te laten zien. 

Dus ja, ik zie mijn jaren binnen de SP als nuttig; al het werk en alle activiteiten, ook al was het best vaak, zoals die eerste avond, gewoon bier bij de Bastaard drinken. Vele buitenstaanders, maar ook meer ervaren, politiek naïeve mensen (laat me alsjeblieft na tien jaar activisme een beetje arrogant zijn) pleiten regelmatig voor meer focus op concrete politieke doelen en minder op “linkse infighting”. Maar die interne strijd gaat over organiseren, emancipatie en juist die politieke doelen, waarvan democratie er één is, en is dus best cruciaal. Moest ik dat alles dan zelf ervaren, het bloed, zweet en tranen van het partijwerk, om het belang van organisatorische strijd te begrijpen en een goed idee te hebben over hoe het verder moet? Zou het niet makkelijker zijn om daar een boek over te lezen? 

Misschien, maar zelfs een theoretisch boek uitlezen lukt zo’n dwaashoofd als ik meestal niet zonder de steun van een organisatie. Gelukkig hoef ik het ook niet alleen te doen. 

 


 

Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.