Trotski en de PSOP, wij en de SP
Trotski en de PSOP, wij en de SP

Trotski en de PSOP, wij en de SP

Janne van den Bosch heeft met het oog op de laatste ontwikkelingen binnen de Socialistische Partij (SP) een deel van de tekst Trotskyism and the PSOP vertaald. Door middel van deze vertaling maakt ze een aantal vergelijkingen met de hedendaagse SP en diens houding ten opzichte van facties.

In de tekst uit 1939 reageert Trotski in het Amerikaanse revolutionair marxistische maandblad, The New International op een artikel van Marceau Pivert. Pivert was een socialist die de Socialistische Boeren-en Arbeiderspartij (Parti Socialiste Ouvrier et Paysan, PSOP) heeft medeopgericht nadat hij brak met de Franse Sectie van de Arbeiders Internationale (Section Française de l’Internationale Ouvrière, SFIO). Trotski reageert op verwijten aan zijn adres wat betreft een veronderstelde schadelijke invloed van factionalisme binnen de PSOP.  Zijn reactie is relevant en interessant met het oog op de factiestrijd binnen de Socialistische Partij (SP), wat op dit moment een cruciale rol speelt in meerdere royementen, dreigende royementen, en de algehele staat van de partij.

Het eerste gedeelte van Trotski’s tekst heb ik vertaald om een aantal interessante parallellen te kunnen tonen. Sommige aspecten zijn namelijk vrijwel één op één te vergelijken met de situatie waarin het Communistisch Platform zich bevindt met betrekking tot de SP.

Natuurlijk is de politieke context anders, en trekken wij andere lessen uit Trotski’s schriften dan de meeste hedendaagse Trotskistische organisaties. De algemene analyse is programmatisch en op die manier ook van groot belang voor ons.

Trotski stelt dat de gehele kritiek die Pivert op hem levert “blijft steken op het niveau van psychologie, moralisering en de regels van beleefdheid. Pivert ontwijkt duidelijk elke serieuze discussie over de fundamentele problemen van de arbeidersbeweging.”1 Dat doet wel een belletje rinkelen. Zoals we hebben gezien bij de motie die zaterdag 25 september bij de partijraad is ingediend (zie hier), wordt er een heksenjacht gevoerd op kritische leden die zich organiseren binnen de SP. Er worden echter geen argumenten gegeven voor deze grondige hekel aan het Communistisch Platform, of kritische, communistische, leden in het algemeen, behalve dat het ‘niet netjes is je te organiseren los van de partijstructuur’ omdat de SP toch al haar eigen ‘democratische’ structuur heeft, waarbinnen kritiek mogelijk is?

De mensen die zich durven te organiseren voor een democratischere en transparantere SP worden weggezet als onbeleefde pestkoppen die de partij willen slopen. Er wordt niet geluisterd naar de voorstellen die door de facties (of soms individuele leden) gedaan worden. Elke poging tot diepgaande (ideologische, programmatische maar ook organisatorische) discussie wordt platgeslagen. Bij vergaderingen wordt steevast duidelijk gemaakt dat facties niet welkom zijn, dat facties dubbellidmaatschap van andere politieke partijen betekenen en dat facties afdoen aan de partijdemocratie.

Dat is een volgend aspect dat Pivert en de SP-top delen, een onduidelijk en verwarde definitie van het concept van factionalisme. Trotski zelf wisselde ook nog wel eens van definitie, maar de hieronder besproken definitie vangt wat mij betreft de kern die relevant is voor de nu spelende discussie binnen de SP. Zowel Pivert als de SP-top hebben hun mond vol van de zogenaamd onnavolgbaar democratische structuren van hun partij.2 Trotski schenkt in zijn reactie veel aandacht aan het concept van factionalisme, en juist daarom is de tekst zo relevant voor elk kritisch SP-lid op dit moment.

Trotskisme en de PSOP, Trotski, 15-juli 1939

Met grote interesse las ik Marceau Pivert’s artikel, De PSOP en Trotskisme, dat op 9 juni 1939 verscheen in de publicatie van de PSOP. Ik veronderstelde dat Pivert eindelijk de verschillen tussen hem en de Vierde Internationale tot een concrete analyse had gebracht. Helaas wordt vanaf de eerste zin al duidelijk dat Pivert niet eens een poging heeft gedaan om zich te wagen op het terrein van Marxiaanse theorie en klassenpolitiek. Zijn volledige kritiek op ‘Trotskisme’ blijft steken op een niveau van psychologie, moralisering en de regels van beleefdheid. Pivert ontwijkt duidelijk elke serieuze discussie over de fundamentele problemen van de arbeidersbeweging. Ik probeer dit te demonstreren door middel van een analyse van alle ideeën en zelfs nuanceringen van ideeën die in Pivert’s, in thema programmatische, artikel tentoongespreid worden.

“Aanspraak op hegemonie”

Pivert is bereid om samen te werken met ‘Trotskisten’, mits enkel deze laatste alle aanspraak op ‘hegemonie’ laat vallen en de weg van ‘betrouwbare samenwerking met alle elementen die moedig gebroken hebben met sociaal patriottisme en nationaal communisme’ inslaat. Het tegenover elkaar zetten van samenwerking en ‘aanspraak op hegemonie’ is al genoeg reden tot argwaan. De activiteit van verschillende tendensen binnen een partij veronderstelt ongetwijfeld vertrouwen in de mogelijkheid om elkaar te kunnen overtuigen en van elkaar te kunnen leren. Zodra verschillen de kop op steken zal elke tendens die overtuigd is van zijn standpunten proberen een meerderheid voor zich te winnen. Dit is precies wat de mechaniek van partijdemocratie vormt. Welke andere ‘hegemonie’ is mogelijk binnen een democratische partij, behalve een meerderheid kunnen overtuigen van een standpunt? Heeft Marceau Pivert tenslotte niet met zijn vrienden gestreefd naar het verkrijgen van een meerderheid op het laatste congres van de PSOP? En hebben zij die meerderheid niet gekregen? Hebben zij toen niet hun ‘hegemonie’ in de partij bewerkstelligd? Heeft hen dat in diskrediet gebracht? Pivert’s argumentatie toont dat hij de ‘hegemonie’ van zijn eigen tendens als de norm en wet beschouwd, dat elke poging van een andere tendens om een meerderheid te verkrijgen een schending van de norm is, een misdaad, erger nog- Trotskisme. Waar is dan de democratie?

“Factionele methoden”

Nadat hij ‘hegemonie’ had uitgeroepen tot zijn private monopolie binnen de partij, eiste Pivert van de Trotskisten dat zij hun ‘factionele methoden laten vallen’. Deze eis, meerdere malen herhaald, komt enigszins ongerijmd uit de pen van een politicus die continue de democratische natuur van zijn organisatie benadrukt. Wat is een factie?

Een factie is een tijdelijke, niet statutaire en vrijwillige groepering van de meest gelijkgestemden binnen een partij, wiens doel het is om de partij in een zo kort mogelijke tijd te overtuigen van het gelijk van hun standpunten. Het ontstaan van facties is onvermijdelijk, zelfs in de meest volwassen en harmonieuze partij. Dit komt door diens invloed op het opduiken van nieuwe problemen, scherpe wendingen in situaties en fouten van de leiding enzovoort. Vanuit het standpunt van monolithisme is factiestrijd ‘kwaadaardig’; maar het is een noodzakelijk kwaad en in ieder geval een veel minder schadelijk kwaad dan het verbieden van facties. Toegegeven, pogingen tot de formatie van facties vanuit een onvoldoende principiële basis door politieke onvolwassenheid, persoonlijke ambitie, opportunisme etc. zijn regelmatig zichtbaar, zeker binnen jonge partijen. In zulke gevallen is het altijd de taak van de leiding om de leegte van deze pogingen bloot te leggen, en hen in diskrediet te brengen bij de leden van de partij. Alleen op deze manier is het mogelijk om een hechte binding met de partij op te bouwen wiens eenheid niet bedreigd wordt door episodische conflicten, hoe fel deze ook moge zijn. Het bestaan van facties brengt van nature wrijving met zich mee, en  zal altijd extra energie kosten van partijleden, het is echter onvermijdelijk binnen een democratisch regime. Een capabele en gezaghebbende leiding streeft ernaar om factionele wrijving tot een minimum te beperken. Dit lukt door een juist beleid dat getest wordt aan de collectieve ervaring; door een loyale houding tegenover de oppositie; door het langzaam versterken van de macht van de leiding; maar nooit door facties te verbieden, dit geeft de strijd meteen een hypocriet en giftig karakter. Wie facties verbiedt liquideert daarbij partijdemocratie en zet de eerste stap in de richting van een totalitair regime.

“Cellen” bouwen

Pivert eist verder nog van de ‘Trotskisten’ dat ze stoppen met het ‘bouwen van cellen die van buitenaf aangestuurd worden’. Deze eis ontstaat vanuit een flagrante verwarring van concepten. Pivert zal het ongetwijfeld zien als een voorname taak van elk PSOP-lid om cellen te organiseren in de vakbonden om de meerderheid van de arbeiders voor zich te winnen. Deze cellen worden aangevallen door de Jouhaux-kliek, Stalin’s spionnen en de binnenlandse veiligheidsdienst (Suréte Nationale), dus worden ze ook gedwongen een clandestien bestaan te leiden. De PSOP houdt, volgens mij, nog steeds de touwtjes in handen binnen deze cellen ‘van buitenaf’. Als de PSOP zou stoppen met dergelijke methoden binnen de vakbonden, Blum’s partij en Stalin’s partij, dan zouden zij de strijd voor ‘hegemonie’ van de arbeidersklasse opgeven. Ik hoop dat dat niet het geval is! Waar zijn dan de verschillen? Pivert maakt zichzelf en de partij simpelweg bang met de onzin van de Bolsjewistische methode van ‘cellen’, zonder gereflecteerd te hebben op de kern van het probleem.

Maar misschien ligt daar het probleem ook helemaal niet, maar ligt het probleem bij ‘Trotskistische’ cellen binnen de PSOP? In dat geval worden we slechts geconfronteerd met een andere invulling van de beschuldiging van factionalisme. In dit geval is het echter volledig verkeerd om te spreken van het bouwen van cellen, omdat het gaat om een open politieke samenwerking en een even open ideologische strijd tussen twee tendensen. Als de ideologische strijd vervangen zou worden door bureaucratische onderdrukking, dan zouden de ‘Trotskisten’ naar mijn mening niet alleen gerechtvaardigd maar ook verplicht zijn om hun toevlucht te nemen tot clandestiene cellen. Maar nood breekt wet! 3 Maar de verantwoordelijkheid voor het bestaan van clandestiene cellen zou in dat geval volledig op de schouders van de totalitaire bureaucratie liggen.

“Aangestuurd van buitenaf ”

Wat wordt er eigenlijk bedoeld met ‘aangestuurd van buitenaf’? Ook hier noemt Pivert geen personen, geen instituties en geen feiten (blijkbaar in het belang van beleefdheid). We mogen echter aannemen dat hij wilde zeggen: ‘aangestuurd door Trotski.’ Velen hebben, bij gebrek aan serieuze argumenten, hun toevlucht genomen tot deze insinuatie. Maar wat betekent ‘aangestuurd’ in dit geval? De Stalin bureaucratie stuurt aan door macht en geld. Blum’s machine stuurt aan door diens banden met de bourgeoisie. De Trotskisten hebben geen geld, geen GPU (geheime dienst van de Sovjet-Unie) en geen banden met de bourgeoisie. Hoe kunnen zij dan ‘aansturen’? Het is simpelweg een kwestie van solidariteit op basis van fundamentele vragen. Waarom dan de insinuatie?

Ook is de uitdrukking ‘van buitenaf’ op geen enkele manier gelukkiger. Is het een toespeling op mensen buiten de partij? Op buitenlanders? Aan welke misdaden maken deze buitenlanders zich schuldig? Hun meningen uiten en advies geven? Zodra een serieuze strijd binnen een revolutionaire partij ontstaat is het onvermijdelijk dat dit internationale gevolgen heeft. Natuurlijk zoeken de vertegenwoordigers van dezelfde tendensen in verschillende landen elkaars hulp en steun. Wat is daar misdadig of kwaadaardig aan? Het is juist een uiting van internationaliteit. In plaats van de ‘Trotskisten’ berispen zou men van hen moeten leren!

Een voorbeeld van “kameraadschappelijke” toon

Pivert gaat nog verder en eist van de Trotskisten dat zij hun ‘pressiemiddelen(?), corruptie(?) of systematische kleinering’ stoppen. Wat wordt er geïmpliceerd met de uitdrukking ‘pressiemiddelen?’ Het partijapparaat is in Pivert’s handen en de pressiemiddelen van dat apparaat zijn geenszins onbekend voor Pivert. De oppositie heeft niets tot haar beschikking, behalve haar ideeën. Wil Pivert het uitoefenen van ideologische druk verbieden? De term ‘corruptie’ heeft een heel precieze betekenis in de politieke taal: omkoping, carrièredrang etc. Naar mijn mening is de Vierde Internationale de laatste organisatie die iemand kan beschuldigen van zulk soort zonden. Dan blijft ‘systematische kleinering’ over. De ervaring leert dat des te vager de ideeën van een politicus zijn, des te slechter hij kritiek kan verduren en des te gemakkelijker ziet hij een scherp argument als ‘kleinering’. Overmatige gevoeligheid is een symptoom van een gebrek aan vertrouwen. Als partijleider zou Pivert een voorbeeld moeten maken van ‘betrouwbare samenwerking’, maar toch staat hij het zichzelf toe te spreken van ‘corruptie’. Laten we aannemen dat Pivert’s pen uit zijn hand is gegleden en dat hij de gelegenheid zal vinden om zichzelf te corrigeren.

Lees hier de volledige tekst in het Engels.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.

  1. Leon Trotsky, Trotskyism and the PSOP, (Juli 1939)
  2. Idem
  3. In originele Engelse tekst gebruikt Trotski de franse uitdrukking À la guerre comme à la guerre! – In de oorlog moet je je naar oorlogsomstandigheden schikken. Deze uitdrukking vind ik het beste te vertalen naar het Nederlandse spreekwoord: ‘nood breekt wet’.