De verkiezingen liggen achter ons en de uitslag is duidelijk. Wat we al tijden zagen in de peilingen blijkt de werkelijkheid te zijn geworden: de SP heeft wéér verloren. Van veertien zetels terug naar negen. Emil Jacobs maakt de balans op.

Lilian Marijnissen sprak over de grote klap voor de partij op eufemistische wijze: “we hadden op meer gehoopt” 1. Het is de vraag hoelang ze nog op haar plek zit nu de partij een verlies heeft geleden die toch echt onder haar hoede is gebeurd. Ongetwijfeld zullen bij de eerste reflectie op de partijraad van 27 maart weer platitudes worden uitgesproken: “Dit waren niet ónze verkiezingen”, “Corona doet onze partij, die gewend is om bij de mensen aan huis te kloppen, geen goed”, “De opkomst viel tegen en dus in ons nadeel”. Ze zijn voorspelbaar, want ze zijn al vaker gebruikt in het verleden of, in het geval van corona, is er al duidelijk op voorgesorteerd.

Als we een stap terug nemen, dan zien we dat dit al de zoveelste verkiezing op rij is waarbij de partij verliest. Sinds 2015 is er geen enkele keer winst geboekt. Het is misschien nuttig om hierbij wat meer stil te staan. Laat ik in dit overzicht even beginnen bij het absolute hoogtepunt van 25 zetels in 2006:

Tweede Kamer
2006: 25 (16,58%) Opkomst: 80,35%
2010: 15 (9,85%) Opkomst: 75,4%
2012: 15 (9,65%) Opkomst: 74,57%
2017: 14 (9,09%) Opkomst: 81,57%
2021: 9 (6,0%) Opkomst: 79,0%

Provinciale Staten
2007: 83 (14,82%) Opkomst: 46,4%
2011: 56 (10,16%) Opkomst: 55,97%
2015: 70 (11,65%) Opkomst: 47,76%
2019: 35 (5,91%) Opkomst: 56,16%

Europees Parlement
2009: 2 (7,1%) Opkomst: 36,75%
2014: 2 (9,64%) Opkomst: 37,32%
2019: 0 (3,37%) Opkomst: 41,93%

Gemeenteraad2
2006: 332 (5,68%) Opkomst: 58,56%
2010: 249 (4,13%) Opkomst: 54,07%
2014: 440 (6,6%) Opkomst: 54%
2018: 285 (4,44%) Opkomst: 54,97%

Bron: verkiezingsuitslagen.nl / nos.nl

We zien hier een paar dingen: de algemene trend is naar beneden, met twee uitzonderingen bij de provinciale verkiezingen in 2015 en bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2014. We zien ook dat de opkomst lager was bij de provinciale verkiezingen in 2015, wat meteen het smoesje doorprikt dat een lage opkomst in ons nadeel zou werken aangezien “onze achterban” thuis zou blijven. Die correlatie zien we trouwens nergens, inclusief de huidige verkiezingen die hoger waren dan 2010 en 2012. De echte anomalie zijn de gemeenteraadsverkiezingen van 2014, maar de winst van die verkiezingen is in 2018 weer verdampt. De huidige score in de Tweede Kamer zit daarmee op ongeveer hetzelfde niveau als bij de Provinciale Staten in 2019. Hebben we daarmee een “natuurlijk niveau” bereikt?

Volgens ‘electoraal geograaf’ Josse de Voogd was 2018 overigens het resultaat van een “perfecte storm”, zo stelde hij dat op de partijraad van maart dat jaar 3:

“SP is slachtoffer van een perfecte storm. Last van zowel lokale partijen als slechte opkomst. Landelijk is er een stijgende lijn; dus ik begrijp dat dit tegenvalt. Toch zie ik geen reden om te denken dat dit afwijkt van de landelijke peiling. SP heeft flink verloren in de grote steden. De SP leunt niet zo op de grote steden; moet het hebben van gemeenten als Lingewaard, Uden en zo. Maar daar doen lokale partijen het ook heel goed. Kiezersstromen zijn niet overal hetzelfde. In Utrecht gingen ze naar GroenLinks, in Uden naar lokaal. Het verschilt gigantisch per plek.”

Zoete woorden voor een bitter verlies. Maar hoeveel “perfecte stormen” moeten we nog door voordat het de partij begint te dagen dat dit niet de weg vooruit is?

Al voor de monsterzege van 2006 is het mantra van de partijleiding geweest dat we willen regeren. Goed, onder het voorzitterschap van Ron Meyer keek men meer naar de straat en Emile Roemer stelde in 2017 absoluut de VVD buiten te sluiten. Maar daar schuilde meteen het probleem: Roemer sloot totaal niet uit om met alle andere neoliberale partijen in zee te gaan. Hiermee bedoel ik overigens al die partijen die het vrijemarktdogma hebben geaccepteerd in hun doen en laten, dus ook een GroenLinks (die onder meer verantwoordelijk is voor de invoering van het schuldenstelsel) schaar ik hieronder.

Ook Lilian Marijnissen maakte meermaals heel erg duidelijk dat ze deze keer echt graag wilde regeren. Om te beginnen op de partijraad van 20 juni 2020, toen ze als enige kandidaat werd gekozen als lijsttrekker 4. Deze uitspraak was overigens de reden voor jongerenvereniging ROOD om zich uit te spreken tegen coalitiedeelname, wat uiteindelijk leidde tot de huidige crisis in de partij waarbij de partijleiding alle steun voor de jongeren opschortte. Deze heksenjacht in “de meest democratische partij van Nederland” zal vast geen goed hebben gedaan in de uitslag.

Hoe dan ook: de focus om mee te regeren is een valkuil waarvoor we vaker gewaarschuwd hebben. Je verantwoordelijk maken voor kapitalistisch beleid leidt onvermijdelijk tot bedrog van je achterban, de werkende klasse. Dat is de ervaring van de afgelopen anderhalve eeuw. Wij pleiten voor principiële oppositie tegen al het bestaande, totdat we in de positie zijn om ons minimumprogramma uit te voeren: de politieke machtsovername door de arbeidersklasse en het begin van ‘een socialistische maatschappij in Nederland’ (om even de woorden te hanteren van de SP-statuten, wij hebben zelf een meer internationale kijk).

Tijdens de opkomst van de SP in de periode 1994-2006 werd de partij gezien als een alternatief op de neoliberale partijen. Die flair werd bewust verruild voor het imago van een “verantwoordelijke” partij. Toen ze in 2006 niet in de regering kwam werd toenmalig politiek leider Jan Marijnissen breed verweten dat hij “wegliep”. Een frame dat de partij nooit meer te boven is gekomen. Ondertussen is het vacuüm van de electorale “oppositie” vooral opgevuld door extreem- en xenofobisch rechts.

Aan de linkerkant van de partij zien we BIJ1 die deze keer ook een zetel heeft gehaald, ongetwijfeld ten koste van de SP. Een aantal kaderleden van de SP zijn ook overgestapt naar BIJ1 in de aanloop naar deze verkiezingen, vooral toen bleek dat de SP in 2019 geen trek had in een principieel links standpunt met betrekking tot migranten. Hoe BIJ1 zich verder zal ontwikkelen nu ze in de Kamer zit, zal de tijd leren.

Bij de grote winnaar, D66, zien we een mogelijke reden voor winst. Die reden is vergelijkbaar met de winst van GroenLinks in 2017. Beide campagnes werden gevormd met een positieve visie op de toekomst. Dat het huidige systeem piept en kraakt is evident voor iedereen. PVV en FvD winnen daarbij op een negatieve campagne (“behoud wat we hebben, bevecht de vreemde invloeden”), en D66 wint nu op een positieve (“er is een alternatief”).

De SP was vooral onzichtbaar. Het blijft mij verbazen waarom de partij niets meer heeft gedaan met de campagne voor een Nationaal Zorgfonds. In een tijd van een wereldwijde pandemie lijkt dat een inkoppertje. Maar nee, de partijleiding bleef voorzichtig sturen op potentiële regeringsdeelname en raakte daardoor onzichtbaar. De korte campagnevideo over de staatsschuld is hierin wellicht tekenend: “met de SP aan het roer is de staatsschuld 3,3% minder in 2025 dan met de VVD aan het roer” is de boodschap 5. Who the fuck cares?

Het enige echt onderscheidende element was Renske Leijten met de toeslagenaffaire, maar dit werd geen campagnethema en bleef bovendien te veel  hangen in een soort legalisme. Toch is dit soort werk wel de basis voor nuttig parlementair werk voor socialisten. Het moet echter breder: de hele staat is tot op het bot corrupt. De partij had twee, drie, misschien zelfs tien campagnes van deze orde kunnen voeren, maar liet dit achterwege.

Voor de SP breekt er intern nu een roerige tijd aan. Ongetwijfeld is dit voor menig kaderlid wederom een domper. Opnieuw zullen er een hoop de brui aan geven. Volgens de cijfers van Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen heeft de partij netto 236 leden verloren in 2020 6. Wij weten beter, want het peilmoment is geweest op 1 januari en twee weken later zijn ‘toevallig’ een paar duizend wanbetalers uitgeschreven. De partij is duizenden leden kwijt, veel afdelingen liggen op hun gat. En de partijleiding heeft ondertussen geen idee hoe verder afgezien van “wat harder lopen”. Hoeveel harder moeten we nog lopen?

Wij hebben wel een idee. Dat begint met een grootse visie voor een ander soort samenleving, een echt alternatief, een daadwerkelijk socialistische samenleving. Dat heet, een breuk met het kapitalisme. Dat vereist een grondig debat in de partij over welk soort programma daarvoor nodig is. Ons voorstel-programma is daarvoor een aanzet. Van daaruit kunnen we nadenken over wel soort structuren we daarvoor nodig hebben. Wij streven naar een levende partij met denkend kader, leiders in de klassenstrijd. We streven naar een massabeweging van honderdduizenden die politiek betrokken zijn in het project voor een socialistische samenleving, een actieve interventie in de vakbeweging, het eenmaken van de arbeidersklasse als klasse voor zich in afwachting wanneer we een meerderheid kunnen winnen voor het einde van loonarbeid, armoede, uitbuiting en oorlog. Deze strijd voor een radicale democratie op basis van de arbeidersklasse is overigens het antwoord op het cynische verwijt van de partijleiding aan ons adres dat we een burgeroorlog zouden willen, iets waar eerder al een stuk over verscheen 7

Op deze basis kan ons electoraal werk een afspiegeling worden van ons succes in de bredere maatschappij voor het winnen van de arbeidersklasse voor het socialisme. Op basis van principiële oppositie zijn we niet meer bezig met “perfecte stormen”, maar worden wij een graadmeter voor het politiek bewustzijn van de massa’s 8. De strijd voor een daadwerkelijk socialistische partij begint met een revolutie… in de partij zelf.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.