In onderstaand stuk reageert Jos Alembic op het wetsvoorstel omtrent het verhogen van het minimumloon, dat onlangs is ingediend door Tweede Kamerlid Jasper van Dijk (SP). 

Op vrijdag 4 september verscheen een kort artikel in de Volkskrant, getiteld “SP komt met wetsvoorstel voor aanzienlijk hoger minimumloon”. In dit stuk wordt een wetsvoorstel besproken geschreven door Tweede Kamerlid Jasper van Dijk, woordvoerder Sociale Zaken Integratie en Migratie. In het wetsvoorstel wordt ingezet op een geleidelijke verhoging van het wettelijke minimumloon (WML) met 2,5% per jaar bovenop de gebruikelijke stijging op basis van de CAO-lonen. Dit zou in 2028 leiden tot een WML van €14.

Het WML is sinds 1 juli 2020 €1680 bruto. Van dit bedrag is in de praktijk nauwelijks rond te komen. Huren, zeker in de grote steden, zijn vrijwel onbetaalbaar met dit inkomen, en daarbij komen nog andere vaste lasten, de boodschappen, en overige kosten. Veel mensen hebben, zoals men dat zo mooi zegt, aan het eind van hun geld nog een stukje maand over, en leven van dag tot dag. Om deze reden is de FNV in 2019 de Voor14 campagne gestart die inmiddels in diverse regio’s werkgroepen heeft.

Ook de SP besloot op haar XXIV congres op 14 december 2019 om deze campagne volledig te steunen. De aangenomen motie die hierover ging riep op “om samen met de vakbond op te trekken en het doel van onze actie bij te stellen naar een minimumloon van 14 euro per uur.” In diverse afdelingen neemt men inmiddels volledig deel aan de lokale werkgroep. Het voorstel dat nu op tafel ligt doet echter afbreuk met dit besluit, maar dan moeten we eerst even uitleggen waar het getal van €14 eigenlijk vandaan komt.

Het WML is een bedrag dat elk jaar tweemaal wordt bijgesteld, op 1 januari en op 1 juli. Dit omdat inflatie elk jaar een deel van de koopkracht opsnoept. Het WML blijft sinds haar introductie in 1969 echter steeds verder achter bij de gemiddelde lonen. En dus konden mensen er steeds minder van doen. Waar het WML bij de invoering ervan in 1969 65% uitmaakte van het gemiddelde inkomen, is dit nu nog maar 45%.1 De FNV pleit ervoor dit weer te verhogen naar 60%.2 Dit komt, als het in 2022 zou worden ingevoerd, neer op een afgerond bedrag van €14. Maar het gaat in de eerste plaats om de koopkracht. Het moge duidelijk zijn dat €14 in 2028 niet meer dezelfde koopkracht heeft als in 2022. En in het artikel in de Volkskrant werd tussen neus en lippen door genoemd dat het uiteindelijke doel van dit wetsvoorstel — een WML op 60% van het gemiddelde inkomen — pas zal worden gehaald in 2035. Wat natuurlijk een hoogst onzekere zaak is, gezien hoe makkelijk er in “crisistijd” wordt bezuinigd, ook op essentiële zaken (waaronder zorgpersoneel, IC-bedden, enz.)…

Het mag duidelijk zijn dat dit een andere insteek is dan die van de Voor14 campagne. Natuurlijk zal een WML van €14 niet van vandaag op morgen zijn ingevoerd, maar de strategie van FNV draait erom zoveel mogelijk druk op te bouwen van onderen om deze verandering zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. In dit kader zijn er tot dusver diverse ludieke acties gehouden, en worden er op regionaal en gemeentelijk niveau campagnes op touw gezet om hiermee aan de slag te gaan. Met als voorlopig resultaat dat diverse gemeenteraden al hebben toegezegd om hun personeel minimaal €14 per uur te gaan betalen. Het meest recente voorbeeld hiervan is Nijmegen, waar de raad dit op 24 juni besloot.

Het wetsvoorstel van Jasper van Dijk ondermijnt deze strategie door in te zetten op een ‘realistische’ koers om een meerderheid in de Tweede Kamer te halen. Een meerderheid van een parlement dat, zoals u weet, vol ‘redelijke’ partijen zit, die de belangen van het kapitaal al decennialang ofwel expliciet behartigen — onder andere door het gat tussen WML en gemiddeld loon bewust te vergroten –, ofwel ruggengraatloos verdedigen als het ‘best haalbare’.

Vanwege dit wetsvoorstel is er de nodige onrust ontstaan bij de kaderleden van de vakbeweging, die dit als mes in de rug ervaren.3 En geef ze eens ongelijk: hoe kun je immers campagne voeren, als de enige resterende ‘arbeiderspartij’ — onze partij — komt met een plan om gedurende vijftien jaar geleidelijk toe te werken naar die zestig procent van het gemiddeld loon, met alle risico’s van dien?

Hier komt bij dat Van Dijk het idee van actievoeren en een beweging opbouwen totdat er voldoende maatschappelijke druk bestaat (iets waar — helaas — nog lang geen sprake van is) om je eisen erdoor te krijgen, compleet overboord gooit.

Als partij schieten we onszelf in de voet door te komen met voorstellen als deze. De motie op het Congres, die wij destijds ook verdedigden, was een breuk met de sektarische houding van de partij om een eigen, onafhankelijke, looncampagne te hebben. Veel productiever was (en is) het om hierin samen op te trekken met de vakbeweging. Deze reële stap vooruit wordt hiermee weer grotendeels uitgewist. Want waarom zouden kaders binnen de FNV onze partij serieus nemen als bondgenoot, als dit onze inbreng en werkwijze zijn?

Tot slot wringt dit zoals gezegd ook met het besluit van het XXIV congres. Zonder enige discussie op een partijraad of — Marx verhoede — in de Tribune, kwam de Tweede Kamerfractie met dit voorstel op de proppen. Dit is kort gezegd ondemocratisch en compleet respectloos naar de leden. Op de partijraad van 19 september is hierop nog te corrigeren, of door te komen tot een nieuw voorstel dat recht doet aan het congresbesluit, en dat aansluit bij de eisen van de bredere beweging, of door het in te trekken.

Addendum

Overigens borrelt het al in de partij. Zo heeft afdeling Sittard-Geleen een motie opgesteld en deze geagendeerd op de partijraad. Hier is steun van een behoorlijk aantal afdelingen ook, waaronder grote afdelingen als Utrecht en Rotterdam. Als reactie hierop lijken dingen al te schuiven, zo is het wetsvoorstel nu aangepast naar 5% bovenop de CAO-lonen. Hierdoor zou €14 al bereikt zijn in 2025. Dit is een stap vooruit, maar het mist nog steeds het punt van gebrek aan discussie binnen de partij en dat er geen overleg is geweest met de FNV. De Tweede Kamerfractie is solistisch bezig, op eigen houtje. Bovendien mist het nog steeds het cruciale punt dat er geen beweging van onderaf wordt opgebouwd met dit wetsvoorstel. Het zet nog steeds in op ‘redelijkheid’ en daarin slaat het de plank gevoelig mis.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.

 

Categorieën: Brieven