In dit stuk betoogt Gijs Muis dat het onwenselijk is om stalinisme af te doen als anticommunistisch, door een vijftal veelgehoorde argumenten of overwegingen te bespreken die daarvoor worden aangevoerd en uit te leggen waarom deze geen hout snijden.

Al het gebruikte bronmateriaal is in het Engels en door Gijs zelf vertaald.

Het huidige Kompas, ons voorstelprogramma stelt:

De socialistische beweging in de rest van de 20e eeuw ondervond de gevolgen van het falen van de wereldrevolutie en haar isolement in Rusland. Alle volgende “reëel bestaande socialistische” maatschappijen waren gebaseerd op het Stalinistische model, een vorm van anti-communisme.

Elke mogelijkheid tot correctie van dit drama werd afgesloten. De onvermijdelijke neergang van de Sovjet-Unie in 1991 en het lot van vergelijkbare regimes maakt duidelijk dat er geen nationale weg is naar het communisme.”1

De volledige analyse gaat ervan uit dat stalinisme ontstond door het isolement van de Russische revolutie, de onderontwikkelde staat van Rusland en de vernietigende burgeroorlog die ze na de revolutie ondervonden. Deze factoren zorgden voor een militarisering van de staat en een concentratie van macht, die vervolgens ideologisch werd gerechtvaardigd. De ideologie die hieruit ontstond noemt men ‘stalinisme’, met als belangrijkste kenmerken de theorie van het ‘socialisme in één land’, versnelde industrialisering en de intensivering van de klassenstrijd onder socialisme.

Hoewel de analyse in het kompas deels klopt, ben ik van mening dat de conclusie dat stalinisme een vorm van anti-communisme is geen juiste is, en zelfs onwenselijk is. Mocht het wel een correcte aanname zijn, dan wordt die in onze kringen in ieder geval niet consequent toegepast. Mensen als Boecharin genieten onder sommigen best wat aanzien, terwijl hij bijvoorbeeld met Stalin de theorie van het socialisme in één land populair maakte.

Hoewel er verschillende argumenten worden gegeven voor de aangehaalde conclusie, zijn de meeste argumenten te herleiden naar deze drie punten:

  • Stalinisme kan door haar manier van werken niet leiden tot communisme, en leidt daarmee af van ons doel;
  • Veel communisten zijn om het leven gekomen door en onder het stalinisme;
  • Stalinistische bureaucraten streefden naar macht, en niet naar communisme.

Daarnaast denk ik dat er nog twee, onuitgesproken motivaties leven bij deze stellingname, namelijk:

  • De voorstanders van deze theorie willen onderscheid maken tussen leninisme en stalinisme om Lenin uit het vagevuur te redden;
  • Ze willen zich afzetten tegen het stalinisme om te laten zien dat ze echt iets anders zijn.

Hieronder wil ik deze overwegingen een voor een afgaan, en uitleggen waarom dit me geen goede argumenten lijken om stalinisme geheel af te doen als anticommunistisch.

Stalinisme kan niet leiden tot communisme, en leidt daarmee af van ons doel

In deze stelling kan ik me prima vinden. Communisme als einddoel moet betekenen dat mensen radicale zeggenschap krijgen over hun eigen omgeving en leren om zelf de samenleving draaiende te houden. Dit is het tegenovergestelde van wat je in stalinistische samenlevingen zag gebeuren, waar een bureaucratische kliek regeerde per decreet. Toch betreft het grotendeels een tactische en strategische afweging waarover we van mening verschillen. Stalinisme voldoet aan de definitie van een marxistische beweging zoals Mike Macnair die geeft in Revolutionary Strategy:

In dit boek gebruik ik ‘Marxistisch’, wat in de kern doelt op de politieke strategie zoals ik die definieer in het eerste hoofdstuk hieronder: dat Socialisme, oftewel Communisme, slechts het gevolg kan zijn van de zelf-emancipatie van het proletariaat, en dat het proletariaat zichzelf slechts kan emanciperen in de strijd voor het Socialisme (oftewel Communisme); dat deze activiteit in ieder geval tot op zekere hoogte internationaal moet zijn in omvang; en dat het politieke daden vereist van de werkende klasse. Met ‘Marxistisch links’ bedoel ik het deel van links wat in de brede zin deze ideeën aanhangt, of zichzelf identificeert als ‘marxist’, daaronder vallen kautskyisten, ‘officiële’ communisten, maoïsten, trotskisten, ‘linkse’ en ‘raden’ communisten.”2

Dit laatste lijstje is behoorlijk interessant. Ik ben namelijk van mening dat maoïsme, trotskisme, en links of radencommunisme nooit tot communisme kunnen leiden. Door de tactische en strategische consequenties van hun denken, zie ik niet hoe dit kan leiden tot de zelf-emancipatie van de arbeidersklasse. Maakt dit al deze andere stromingen daarmee ook anticommunistisch, of zijn het meningsverschillen over tactiek en strategie die we moeten uitdiepen en onderzoeken? Persoonlijk denk ik dat we allemaal voldoende kunnen leren van elkaar, en dat we allemaal baat hebben bij de vrije onbelemmerde botsing van ideeën. Door een deel van marxistisch links bij voorbaat uit te sluiten ontstaan er blinde vlekken, zowel bij hen, als bij onszelf. De problemen van het stalinisme zijn ook niet uniek aan het stalinisme. In een vurige speech namens de arbeidersoppositie — nog voor het factieverbod van 1921, waarin de arbeidersoppositie en de ‘democratisch centralisten’ verboden werden zich verder te organiseren — stelde Alexandra Kollontai:

“Naar Trotski en Zinovievs mening moet alle productie gedicteerd en bepaald worden door Sovjetinstituten, terwijl vakbonden geadviseerd worden een vrij beperkte, maar toch nuttige rol te vervullen van het verbeteren van de levens van arbeiders. Kameraad Zinoviev bijvoorbeeld, ziet in de verspreiding van kleding de ‘economische rol’ van vakbonden, en legt uit: ‘er is geen belangrijkere rol dan de economische; het repareren van een enkel badhuis in Petrograd is tien keer meer waard dan vijf goede lezingen’.

Wat is dit? Een naïeve vergissing? Of een bewuste vervanging van het organiseren van creatieve productietaken en het ontwikkelen van creatieve vermogens, dit door het beperken van deze taken tot huishoudelijke economie en huishoudelijke taken, etc? In iets andere woorden wordt dezelfde gedachte herhaald door Trotski. Hij deed het heel gulle bod aan de vakbonden om een zo groot mogelijk initiatief te scheppen vanuit de vakbonden op het economische vlak.

Maar uit dit initiatief zich in het ‘vervangen van glas’ van de winkels of het vullen van het zwembad voor de fabriek (uit Trotski’s speech aan het mijnwerkerscongres)? Kameraad Trotski, heb medelijden! Want dit zijn slechts huishoudelijke taakjes. Als je de creativiteit van de vakbonden zo beperkt zullen ze geen scholen worden voor Communisme, maar plaatsen waar je mensen opleidt tot conciërge. Het is waar dat kameraad Trotski de horizon wilde verbreden voor de ‘eigen activiteit van de massa’s’, niet door ze deel te laten nemen aan de onafhankelijke verbetering van de positie van de arbeiders, op de werkplek (alleen de ‘gestoorde’ arbeidersoppositie gaat zo ver), maar door ze de les te lezen vanuit de Opperste Sovjet voor de Nationale Economie over dit onderwerp.” 3

In de gehele speech bekritiseert Kollontai geheel terecht het feit dat de Sovjet-Unie toen totaal niet bezig was met de zelf-emancipatie van de arbeidersklasse. En zoals je kunt lezen was ook Trotski onderdeel van het probleem, terwijl hij nog wel meer twijfelachtige standpunten innam, juist in de periode waarin hij wel iets te zeggen had. Toch krijgt Trotski coulance, waar Stalin dit niet krijgt. Hoewel zijn tactieken en strategieën nooit tot een sterke positie hebben geleid voor de trotskistische beweging, en trotskistische organisaties met vaak dezelfde problemen worstelen als de stalinistische, wordt Trotski nooit gezien als anti-communist. Vaak wordt aangehaald dat Trotski juist een uitgesproken tegenstander was van stalinisme, en dat hij daarom het verdedigen waard is. Dit ondanks dat vele communisten kritiek hadden op de bolsjewistische model ruim voor Trotski dit had, en ondanks dat Trotski zijn eigen rol in de bureaucratisering en machtsconcentratie nooit goed heeft erkend. Onkritisch meegaan in zijn kritiek, die op sommige punten net zo goed vertekend is als de stalinistische variant, leidt tot belangrijke blinde vlekken.

Over dit punt zal ik later nog meer zeggen, maar eerst wil ik het tweede argument behandelen.

Veel communisten zijn om het leven gekomen door en onder het Stalinisme

Vaak aangehaalde voorbeelden van waarom het stalinisme anticommunistisch zou zijn, zijn de Grote Zuiveringen en de gevangenenuitwisseling gedurende het Molotov-Ribbentroppact. Allereerst wil ik hierbij verduidelijken dat ik dit absoluut walgelijke daden vind van een wanhopig regime. Als de arbeidersklasse op die manier ‘de macht’ moet houden, dan heb ik liever geen macht. Het toont namelijk onmacht en een onvermogen om een meerderheid van de bevolking voor je te winnen. 

Dat gezegd hebbende, de hierboven vermelde voorbeelden verwijzen direct naar Stalins heerschappij. Maar ondanks dat de naam stalinisme aan hem ontleend wordt, houdt stalinisme niet op bij Stalin. De oude DDR wordt stalinistisch genoemd en ook Cuba wordt zo geduid. Landen waar Stalin nooit ook maar een vinger in de pap heeft gehad worden onder deze noemer geschaard. Je bij een kritiek op het stalinisme volledig beperken tot een deel van de Russische geschiedenis lijkt me geen goede rechtvaardiging voor een duiding als anti-communisme. 

Daarnaast is het logische gevolg van de ‘anti-communisme’ stelling dat de Communisten die zijn uitgeleverd door het stalinistische regime aan nazi-Duitsland helemaal geen Communisten waren, want ze zaten bij de Duitse Communistische partij4. Dan zou het argument zijn dat de Sovjet-Unie mede-anticommunisten uitleverde aan de nazi’s of executeerde. Nogmaals: het is walgelijk dat ze zo hebben gehandeld. Maar een walgelijke daad verrichten maakt je nog geen anti-communist.

Het stalinisme is een deel van onze collectieve geschiedenis en als communisten moeten we het daarom ‘ownen’ en er werkelijk lering uit trekken, zodat deze tragedies zich nooit zullen herhalen. Het is hierbij belangrijk om te benadrukken dat het Oostblok en andere stalinistische landen geen monolithisch geheel vormden, dat ze meer of minder repressief waren, en aanzienlijk verschilden in hun concrete beleidskeuzes. In deze regimes waren allerlei verschillende kleurtinten te ontdekken, net als dat West-Europese landen in de exacte invulling van het kapitalisme verschillen. Deze verschillen uitdiepen en tegen elkaar afzetten kan ook juist erg leerzaam zijn.

Stalinistische bureaucraten streefden naar macht, en niet naar communisme.

Dit is een gevaarlijke stelling: het is een stelling die beweert dat ‘wij’ als echte communisten nooit in diezelfde val zullen trappen als stalinisten omdat wij wel integer zijn. Ook deze stelling leidt ertoe dat we nooit serieus onderzoek zullen doen naar de fouten van het verleden. Zelfs over Stalin zelf is deze bewering twijfelachtig. In het artikel ‘Stalin as a historian’ van David Brandenberger in de Weekly Worker behandelt hij een belangrijke primaire bron waar hij zelf nauwgezet mee bezig is geweest. Het betreft Stalins aanpassingen aan het boekje Geschiedenis van de Communistische partij van de Sovjet-Unie. Hierover schreef hij het volgende:

“Ik denk dat dit werk aantoont dat Stalin een ware gelovige was van het Marxisme, en dat hij zichzelf beschouwde als handelend volgens de voorschriften van het Leninisme. Stalins revisies aan het werk tonen aan dat hij het werk gebruikte om de brede en diverse traditie van het Marxisme-leninisme compact op te sommen in een handjevol kernbegrippen – voorhoedestrategie, socialisme in één land, de strijd met de oppositie – waarvan hij geloofde dat ze nodig waren om de Sovjet-samenleving te verenigen en te mobiliseren. Tijdens het bewerken van deze tekst maakte Stalin, in ieder geval tijdelijk bepaalde thema’s ondergeschikt – de meest opvallende is proletarisch internationalisme – aan de meer etatistische prioriteiten van de staat. Tegelijkertijd overdreef hij waarschijnlijk andere elementen van het Leninisme, met name betreffende de voorhoede als aandrijver van revolutionaire verandering. In mijn visie zorgde het compact maken tot sleutelelementen van Marxisme-leninisme door de secretaris-generaal ervoor dat Stalinisme dogmatischer, meer rigide en schematischer werd dan andere elementen uit de bredere traditie, maar het rechtvaardigt niet dat hij uit het canon geschreven zou moeten worden.”5

Stalinisme accepteren als onderdeel van de marxistische traditie is in mijn optiek het accepteren van alle positieve en negatieve lessen die het met zich meebrengt. Ik kan nog vele andere voorbeelden aanhalen van stalinisten of Stalin zelf die oprecht waren in hun streven. Door hen weg te zetten als anticommunisten die we daarom mogen negeren, doen we geen recht aan het feit dat zij wel degelijk voortkomen uit de marxistische traditie, en aan het feit dat ze deze in hun ogen trouw bleven tot het einde. Hun ideeën en fouten moet je juist bestuderen, in plaats van negeren.

Lenin uit het vagevuur redden

Een veronderstelling die ik nu maak, die wat mij betreft echter zeer aannemelijk is, is dat veel kameraden een heel streng onderscheid tussen stalinisme en leninisme hanteren zodat ze alle blaam voor het falen van de revolutie af kunnen schuiven op de eerste. Hiermee willen ze Lenin uit het vagevuur redden. Ze houden Lenin de hand boven het hoofd, zodat ze de positieve lessen die Lenin ons te bieden heeft van zichzelf niet hoeven weggooien.

Ik ben er absoluut niet voor om alles wat Lenin heeft gezegd naast me neer te leggen. Ik denk dat zijn werken een hoop nuttige informatie bieden over strategie, tactiek en de toepassing van het marxisme. Maar stalinisme staat niet op zichzelf. Ik herhaal even het deel van het voorstelprogramma:

“De socialistische beweging in de rest van de 20e eeuw ondervond de gevolgen van het falen van de wereldrevolutie en haar isolement in Rusland. Alle volgende “reëel bestaande socialistische” maatschappijen waren gebaseerd op het Stalinistische model, een vorm van anti-communisme.

Elke mogelijkheid tot correctie van dit drama werd afgesloten. De onvermijdelijke neergang van de Sovjet-Unie in 1991 en het lot van vergelijkbare regimes maakt duidelijk dat er geen nationale weg is naar het communisme.”

Er worden hierin twee belangrijke conclusies getrokken: allereerst dat stalinisme het gevolg was van het isolement van Rusland, en als tweede – impliciet – dat men de ideologie aanpaste aan die omstandigheid, wat tot haar ontsporing leidde.

Erik van Ree, zelf een ex-maoist, is van mening dat er continuïteit bestaat tussen Lenin en Stalin en dat de opvatting van Socialisme in één land zijn oorsprong kent in Lenin. Dit is een opvatting die hij deelt met eerdergenoemde David Brandenberger. Erik van Ree claimt in zijn zestien pagina tellende hoofdstuk ‘Lenins conception of socialism in one country’ dat Lenins ideeën na verloop van tijd veranderden van een ‘verenigde staten van Europa’ naar een theorie die meer lijkt op ‘socialisme in één land’. De verschuiving ziet hij zelf rond 1915, wanneer Lenin in het werkje ‘on the slogan of a United States of Europe’ stelt:

“Het kan leiden tot een onjuiste interpretatie met betrekking tot de onmogelijkheid van socialisme in één land, en over de verhouding van een dergelijk land met anderen. De ongelijkheid van economische en politieke ontwikkelingen is een onvoorwaardelijke wet van het kapitalisme. Het logische gevolg is dat de overwinning van het socialisme, initieel in enkele of zelfs één enkel kapitalistisch land mogelijk is. Na het onteigenen van de kapitalisten en het organiseren van een socialistische productie in het thuisland, zal het overwinnende proletariaat van dit land opstaan tegenover de rest van de kapitalistische wereld… In noodsituaties zullen ze zelfs met militaire macht tegen de uitbuitende klassen en hun staten optreden… De vrije vereniging van landen onder het socialisme is onmogelijk zonder een min of meer langdurige en koppige strijd van socialistische republieken tegen achterlijke staten.”6

Van Ree gaat er vervolgens nog veel uitgebreider op in, en voor diegene die het interessant vinden zou ik zijn tekst zeker aanraden. Maar ik wil vooral nu zijn conclusie citeren:

“We kunnen nu concluderen dat hij in belangrijke zin gelijk had in zijn bewering. Stalin presenteerde uiteraard een karikatuur van Lenins standpunt, maar Trotski’s interpretatie lag nog veel verder van de waarheid (…) Allerbelangrijkst begreep Trotski niet wat de kern was van Lenins woorden – iets wat Stalin, in contrast, instinctief en resoluut begreep. Lenins schrijven impliceert zoals gesteld dat een geïsoleerde socialistische staat zich moet oriënteren op oorlog, ze moet de kapitalistische staten zowel economisch als militair inhalen en zich voorbereiden op de overwinning op het slagveld. Deze oriëntatie op staatsopbouw en militaire resultaten legden duidelijk de basis voor het Stalinisme in haar meest wezenlijke punten. Alles bij elkaar opgeteld had Stalin een heel sterke zaak toen hij naar Lenin verwees om zijn strategie te legitimeren.”7

Hieruit kunnen we opmaken dat in ieder geval een deel van het denken dat Stalin gewoonlijk ‘onderscheidt’ direct kan worden herleid naar Lenin. Rosa Luxemburg schreef in 1918 — 6 jaar voor Lenins dood — al een uitgebreide kritiek op de Russische revolutie:

“(…) Het is een gigantische taak die de Bolsjewieken op zich hebben genomen met moed en vastberadenheid, die de meest intensieve politieke training van de massa’s en opeenstapeling van ervaringen vereist.

Vrijheid enkel voor de aanhangers van de regering, enkel voor leden van de partij – hoe groot deze partij ook mag zijn – is geen vrijheid. Vrijheid is altijd en exclusief de vrijheid voor hen die anders denken. Niet vanwege een of ander fanatisch concept van ‘rechtvaardigheid’, maar omdat alles wat leerzaam, gezond en reinigend is aan politieke vrijheid van dit concept afhangt, en dit effect verdwijnt wanneer ‘vrijheid’ niets meer wordt dan een bijzonder privilege. (…)

Als alles is vernietigd, wat blijft er dan echt over? In plaats van vertegenwoordigende organen ontstaan uit open verkiezingen hebben Lenin en Trotski de sovjets gebombardeerd tot de enige werkelijke uiting van het politieke leven in het gehele land, terwijl het leven in die sovjets ook steeds meer wordt beperkt. Zonder algehele verkiezingen, zonder onbeperkte vrijheid van meningsuiting en van vergadering, zonder een vrije strijd van meningen, sterft het leven in alle publieke instituten uit, er bestaat slechts een schim van leven, waar enkel de bureaucratie nog bestaat als actief element. Het publieke leven valt langzaam in slaap, een paar dozijn partijleiders met onuitputtende energie en verrijkende ervaring zullen dicteren en heersen. Van hen zal in werkelijkheid slechts een dozijn voortreffelijke personen de leiding op zich nemen en een elite van de arbeidersklasse zal worden uitgenodigd op bijeenkomsten, waar zij zullen applaudisseren voor de speeches van hun leiders, om vervolgens unaniem moties aan te nemen – het komt dus neer op niets meer dan een kliekje. Een dictatuur, zeker weten. Maar geen dictatuur van het proletariaat, slechts de dictatuur van een handjevol politici. En dat is een dictatuur in burgerlijke zin, zoals de heerschappij van de Jakobijnen (het uitstellen van het Sovjet-congres van drie-maandelijks naar zes-maandelijkse periodes!). Ja, we kunnen zelfs verder gaan: Zulke omstandigheden moeten onvermijdelijk leiden tot het brutaliseren van het publieke leven: pogingen tot moord, het neerschieten van gijzelnemers, etc. (Lenins speech over discipline en corruptie).”8

Dit klinkt ongetwijfeld verdacht bekend. Fans van Lenin zullen ongetwijfeld tegenwerpen dat het buitengewone omstandigheden waren, en dat deze maatregelen door Lenin waren bedoeld als tijdelijke. Daarmee impliceren zij dat Stalin andere bedoelingen had. Maar wat dit citaat volgens mij aantoont, is dat de problemen duidelijk al met Lenin begonnen (en ook met Trotski). Cornelis Castoriadis, een marxistisch filosoof, maakt daarnaast nog een aantal zeer terechte opmerkingen over de bureaucratisering van de Sovjet-Unie in ‘The Role of Bolshevik Ideology in the Birth of the Bureaucracy’. Hierin gaat hij in op een claim die Trotski regelmatig herhaalde die later is overgenomen door stalinisten, maar ook door het Communistisch Platform:

“(…) Hoe kon de Russische revolutie zo’n bureaucratisch regime produceren? Het huidige antwoord (eerst geopperd door Trotski, later overgenomen door de loopjongens van het Stalinisme, en vandaag door Chroesjtsjovs mannen om te ‘verklaren’ waarom er een ‘bureaucratische misvorming van het socialistische systeem’ is) is het volgende: de revolutie vond plaats in een achtergebleven land, die hoe dan ook zelf geen socialisme had kunnen bouwen; het zag zichzelf geïsoleerd toen de Europese revolutie verslagen werd (en in het specifiek de Duitse revolutie van 1919 tot 1923); daarnaast was het land volledig geruïneerd door de burgeroorlog.

Dit antwoord zou nog geen seconde van overweging waard zijn, waar het niet dat het breed geaccepteerd is en daardoor een mystificerende rol speelt. Het mist echter volledig het punt.

De achterlijkheid, isolatie en de ruïnering van het land – allemaal onbetwistbare feiten op zichzelf – hadden even goed een simpele nederlaag van de revolutie kunnen verklaren en de hervatting van klassiek kapitalisme. Wat we echter vragen is waarom er geen simpele nederlaag was, waarom wist de revolutie zijn externe vijanden te overtreffen slechts om in zichzelf in te storten, waarom ‘ontaardde’ het precies op zo’n manier dat een bureaucratie de macht kon grijpen.

Trotski’s antwoord, als we een metafoor mogen gebruiken, is alsof je zegt, “Deze patiënt heeft tuberculose gekregen omdat zijn lichaam in verval is.” Als je lichaam in verval is had hij ook kunnen sterven, of een andere ziekte kunnen oppikken. Waarom kreeg hij specifiek deze ziekte? Wat verklaard dient te worden aan de ontaarding van de Russische revolutie is waarom het specifiek een bureaucratische ontaarding kende. Dit kan niet door te verwijzen naar algemene factoren als ‘achterlijkheid’ of ‘isolatie’. Laten we terloops vermelden dat deze ‘conclusie’ ons niets leert dat we kunnen toepassen buiten de specifieke Russische situatie van 1920. De enige conclusie van dit soort ‘analyses’ is dat revolutionairen vurig moeten hopen dat de volgende revoluties in meer ontwikkelde landen plaats vinden, dat ze niet geïsoleerd moeten blijven, en dat burgeroorlogen niet zo alles vernietigend zouden moeten zijn.

Tenslotte is er het feit dat het bureaucratische overheidssysteem zich [sinds de Tweede Wereldoorlog] inmiddels ver voorbij de grenzen van Rusland heeft genesteld, waar het soortgelijke regimes heeft geplaatst in landen die op geen enkele manier als achtergebleven kunnen worden gekarakteriseerd (zoals Tsjecho-Slowakije en Oost-Duitsland), en dat industrialisering – wat Rusland tot de tweede sterkste macht in de wereld bombardeerde – de bureaucratie niet verzwakt heeft, het bewijs dat alle discussies over termen als ‘achterlijkheid’, ‘isolatie’ enzovoorts, puur en simpel anachronistisch zijn.”9

Zijn uiteindelijke conclusie is dat de Russische revolutionairen het machtsvraagstuk vaak reduceerden tot ‘de partij die de arbeiders vertegenwoordigt heeft de macht, dus de arbeiders hebben de macht’. Nadat mensen in de eerste fase werkelijke macht kregen over hun werkplek, het leger was gedemocratiseerd, enz., werd dit allemaal weer teruggedraaid onder leiding van Lenin en Trotski. Dit werd gerechtvaardigd door te stellen dat de staat al van de arbeidersklasse was en dat de arbeiders het daarom voor het zeggen hadden. 

Dit geheel bestond zonder dat ze hierbij enige materiële basis verschaften voor deze macht. In werkelijkheid had de arbeidersklasse die macht ook helemaal niet, alhoewel de communistische partij wel beweerde in haar naam te handelen. Het idee dat arbeidersmacht niets meer is dan een paar decreten, in plaats van een bewust proces, is een denkfout die ik regelmatig tegenkom in marxistische kringen. Volgens Castoriadis vormt dit denken de ideologische basis van de daaropvolgende bureaucratisering. 

Maar waarom heb ik dit hele verhaal geschreven om de continuïteit tussen leninisme en stalinisme aan te tonen? Simpelweg omdat we als we Lenin uit het vagevuur redden, we ook het stalinisme uit het vagevuur redden. Ik denk dat we stalinisme moeten erkennen als marxistische stroming, net zoals dat ik denk dat we Lenin moeten erkennen als marxist. Echter bevatten zowel leninisme als stalinisme pijnlijke fouten, waar we ons alleen van kunnen ontdoen door daadwerkelijk kritische en open evaluatie van de theorie en geschiedenis. Dat brengt me bij het laatste punt.

Wij zijn niet zoals die Stalinisten!

Uiteraard wordt de marxistische geschiedenis – in het bijzonder de stalinistische variant – gebruikt als stok om onze beweging mee te slaan. Dit is niets nieuws. Dit is ook waarom trotskisten en anderen zich hier al jaren van proberen te distantiëren. Dit is echter met goede reden met enorm beperkt succes. Arbeiders zijn niet achterlijk: als jij beweert ‘anders’ te zijn dan de stalinisten, terwijl je vrijwel dezelfde ideologie promoot en vergelijkbaar handelt, wat maakt je dan werkelijk zo anders behalve je geschreeuw over Stalin? Stalin had voor de Russische revolutie in brede zin vrij soortgelijke denkbeelden als wij. Max Schachtman zei na het lezen van Trotski’s biografie over Stalin in 1946, “Wij herkennen de jonge Stalin niet in de Stalin van vandaag; er lijkt niet eens een sterke gelijkenis te zijn”.10 Maar als Stalin een authentieke marxist was, wat voorkomt dan dat wij net als hem eindigen? Als je je wilt onderscheiden moet je leren van het stalinisme en het daadwerkelijk beter doen. Dus tuig democratische instituten op, vecht voor democratisering op alle vlakken, wees hier zo consistent mogelijk in, en zorg dat je die verworvenheden niet daags na de revolutie kunt terugdraaien omdat dat je goed uitkomt. Koude oorlogspropaganda en Reductio ad stalinums zullen ons een leven lang achtervolgen. We wapenen ons hier niet tegen door elke keer dat mensen ons erop aanvallen in een spasme te schieten. Leer van onze geschiedenis en wees het goede voorbeeld!

Nog enkele noten

Je vraagt je nu misschien nog steeds af waarom ik het zo belangrijk vind om het stalinisme niet te duiden als anticommunisme. Het resterende antwoord op die vraag kent meerdere facetten en is hopelijk al deels opgehelderd. Allereerst leidt het tot hypocrisie. Onder andere Gramsci en Althusser worden als serieuze marxisten beschouwd en op die manier gelezen. Beiden waren stalinisten. Door stalinisme als ideologische tendens af te schilderen als anti-communisme zou je logischerwijs ook die andere denkers niet als marxisten moeten zien, maar als de zoveelste vuige anti-communisten.

In de tweede plaats ga je hierdoor mee in het koude oorlogs-frame dat door de burgerlijke staten is neergezet. In Why women have better sex under Socialism and other arguments for economic independence onderzoekt Kristen Ghodsee de sociale positie van vrouwen in het voormalige Oostblok en de gevolgen hiervan voor de positie van de vrouw. Ook zij verafschuwt het stalinisme en verwerpt het op inhoudelijke gronden, maar erkent wel het gevaar van te gemakkelijk meegaan in een conservatief frame. Een citaat dat ze aanhaalt van een Fox News presentator luidt als volgt: “Alles wat socialistische staten deden voor vrouwen was bedoeld om kinderen te hersenspoelen.” 11

Een dergelijke denkwijze kan duidelijk maar één ideologische stroming verder helpen: dat is de heersende. In haar woorden willen conservatieve commentatoren met hun anti-Sovjetretoriek “de geschiedenis bepalen op dezelfde manier waarop de Sovjet-Unie de geschiedenis vervalste voor haar politieke doelen. Als je hun tunnelvisie over de ergste facetten van het verleden uitdaagt, daag je hun bewering uit dat Socialisme altijd zal mislukken, ongeacht hoe of waar je het probeert in de toekomst”12. Als gevolg hoeven wij geen serieuze studie te maken van vrouwenemancipatie in het Oostblok: het waren immers allemaal anti-communisten. Dat is zonde, want hierdoor verdwijnt een belangrijke bron van kennis en ervaring. Ook de ideologische lessen, de strategische en zelfs tactische beslissingen en gevolgen van de stalinistische stroming kunnen we volledig laten verdampen en wegspoelen door het afvoerputje van de geschiedenis. Het logische gevolg is dat we naar alle waarschijnlijkheid de fouten van de geschiedenis zullen herhalen.

Als laatste punt wil ik hier aan toevoegen dat ons programma een eenheidsprogramma dient te zijn. Dat betekent dat we er in potentie de volledige marxistische beweging onder kunnen verenigen. Een deel van de marxistische beweging bij voorbaat uitsluiten als ‘anti-communistisch’ is sektaristisch en neerbuigend. Van taboes worden we als marxisten niets wijzer. Stalinisme zo gemakkelijk van de hand wijzen als anti-communisme is intellectueel lui. Dit geldt met name voor een platform dat juist een discussiecultuur wil cultiveren. 

De lessen van het Stalinisme

Sommige kameraden beweren dat er weinig lessen te trekken zijn uit het stalinisme, met name in positieve zin. Soms wordt bijvoorbeeld beweerd dat stalinisme enkel groot kon worden bij de gratie van de Sovjet-Unie. Maar als dit klopt, zou het ook moeten betekenen dat het stalinisme ongeveer overal even ‘succesvol’ moet zijn geweest. Toch was het op de ene plek aanzienlijk succesvoller dan op de andere. Dat is deels vast te verklaren door de materiële omstandigheden. Ook dan is er minstens de les uit te trekken dat stalinisme succesvol was onder die omstandigheden. Notoir stalinist Michael Parenti maakt in zijn werk ‘Blackshirts and reds’ een deels terecht punt:

“(…) Helaas, dit ‘pure socialisme’ is a-historisch en niet-falsifieerbaar; het kan niet worden getest tegenover werkelijke historische ervaringen. Het vergelijkt een ideaal met een imperfecte werkelijkheid, en de realiteit komt hierdoor altijd op een slechte tweede plaats.

(…)

De pure socialisten hadden een visie van een nieuwe samenleving die zou scheppen en geschapen zou worden door nieuwe mensen, een samenleving zo getransformeerd in zijn kern dat er weinig ruimte overblijft voor fouten, corruptie en crimineel misbruik van staatsmacht. Waar er geen bureaucratie zou zijn of zelfzuchtige kliekjes, geen gewetenloze conflicten of pijnlijke besluiten. Wanneer de realiteit anders of gecompliceerder blijkt, kiezen sommigen op links ervoor om het ‘echte ding’ te verwerpen en roepen ze dat ze zich ‘verraden’ voelen door deze of gene revolutie.”13

Hoewel het grootste deel van dit hoofdstuk van Parenti een slappe legitimering is van stalinistische excessen maakt hij hier wel een goed punt. De reden waarom we weten wat er ideologisch, strategisch en tactisch allemaal schort aan het stalinisme, is omdat het de mogelijkheid heeft gekregen die ideeën in de praktijk te toetsen. En de praktijk steekt regelmatig slecht af tegen het ideaal. 

Dit betekent uiteraard niet, zoals Michael Parenti impliceert, dat we stalinistische regimes gewoon moeten steunen. Het biedt ons echter wel een bron van kennis en ervaring die we momenteel negeren. De Italiaanse Communistische Partij wist in slechts een decennium uit te groeien van een kleine groep van enkele honderden intellectuelen georganiseerd in een leninistische ‘voorhoedepartij’ tot een massapartij die meer weg had van het kautskyistisch model.14 Hoe hebben ze dat voor elkaar gekregen? Welke omstandigheden waren anders dan hun tegenhangers op andere plekken? Welke beslissingen waren anders? En het allerbelangrijkste: welke van deze lessen kunnen wij vandaag de dag toepassen?

Zoals ik eerder al aangaf, zei ook Kristen Ghodsee dat haar onderzoek naar de kwaliteit van leven van Oost-Europese vrouwen in de Sovjettijd niet was gebeurd als ze blind was meegegaan in het heersende beeld over Oost-Europa. En ook in bredere zin is deze periode interessant, want alleen in die periode kunnen we onderzoek doen naar het functioneren van een collectief beheerde economie. Hier kwamen inderdaad een hoop problemen bij kijken, die juist daarom interessant zijn om te onderzoeken. De Sovjets waren zich daar zeker van bewust, en ze hebben meerdere pogingen gedaan om dat systeem te hervormen, hoewel dit uiteraard niet op te maken is uit hun propaganda. 

Zelf heb ik niet veel verstand van economie, maar Tim Platenkamp schreef recent nog een uitgebreide uiteenzetting voor onze website over een hypothetische plan-economie waarbij hij lering probeerde te trekken uit het Sovjet-model.15 De problemen die Tim daar aanhaalt bieden ons waardevolle inzichten voor een toekomstig hypothetisch socialisme. Maar daarvoor moeten we minstens erkennen dat het Sovjet-model de moeite waard is om te onderzoeken. Doen alsof we niets kunnen leren van  deze landen omdat het geen ‘echt’ socialisme was helpt ons niet verder in onze zoektocht. Het is koppig en het is lomp, en doet inderdaad een beetje denken aan de eerder geschetste karikatuur van ‘pure socialisten’ van Michael Parenti.

Ik weet dat we beter kunnen dan het stalinisme. Ik weet dat we – niet enkel als communisten, maar ook als mensen – meer kunnen dan bureaucratische gedrochten optuigen. Maar om dit te doen, moeten we eerst de imperfecte realiteit van het stalinisme accepteren en het onderzoeken voor wat het is: een onderdeel van ons verleden.

“Als je wilt dat de toekomst anders wordt dan het verleden, bestudeer dan het verleden”. – Voltaire


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.

  1. https://communisme.nu/programmadeel-1-ons-tijdperk-en-de-plaats-van-nederland-hierin/
  2. ‘Mike Macnair, Revolutionary Strategy (2008), p22′
  3. https://www.marxists.org/archive/kollonta/1921/workers-opposition/ch02.htm
  4. http://www.nkwd-und-gestapo.de/auslieferung-1939-41.html
  5. https://weeklyworker.co.uk/worker/1309/stalin-as-historian/
  6. https://www.marxists.org/archive/lenin/works/1915/aug/23.htm
  7. ‘Erik van Ree, Lenins conception of socialism in one country, 1915 – 1917 (2010)’
  8. https://www.marxists.org/archive/luxemburg/1918/russian-revolution/ch06.htm
  9. https://www.marxists.org/archive/castoriadis/1964/bureaucracy.htm
  10. https://cosmonaut.blog/2020/11/24/just-another-kautsky-fan-understanding-the-early-stalin/
  11. Kristen R. Ghodsee, Why women have better sex under socialism and other arguments for economic independence (2018), p72
  12. Idem, p.21
  13. ‘Michael Parenti, Blackshirts and reds – rational fascism and the overthrow of communism (1997), p.50-51′
  14. https://newpol.org/review/italian-lessons/
  15. ‘https://communisme.nu/artikelen/2021/02/05/ingredienten-voor-een-socialistische-planeconomie/’