Deel 1 – Ons tijdperk en de plaats van Nederland hierin

De huidige historische periode in de menselijke geschiedenis wordt gekenmerkt door een overgang van kapitalisme naar communisme. De voornaamste tegenstelling zit in een disfunctioneel kapitalisme en een communisme dat maar op zich laat wachten.

Het kapitalisme heeft de materiële basis gecreëerd voor universele menselijke vrijheid. Het heeft ook haar grafdelver in het leven geroepen, de werkende klasse. Na twee wereldoorlogen in de 20e eeuw, structurele uitbuiting van een halve planeet en terugkerende crises, laat het kapitalisme zien dat het geen positieve toekomst meer kan bieden voor het overgrote deel van de mensheid. De “korte” 20e eeuw werd gekenmerkt door de strijd van kapitaal tegen haar ondergang en het uitstellen van het socialisme, op welke manier dan ook.

De revolutionaire golf van net na de Eerste Wereldoorlog betekende een ommekeer: het gaf de mogelijkheid tot de eerste en, tot nog toe, enige poging tot een wereldrevolutie. Voor het eerst werd socialistische theorie op grote schaal in praktijk omgezet. Maar de arbeidersstaat in het onderontwikkelde Rusland kreeg te maken met een verstikkende isolatie. De rechtse leiding van de sociaaldemocratie was bereid compromissen te sluiten met het kapitalisme. Een hele lading aan hervormingen werd er doorgeduwd, de heersende elite wilde ten alle tijde voorkomen dat er meer pogingen tot de wereldrevolutie zouden volgen.

Aan de andere kant sponsorde het imperialisme burgeroorlogen, interventielegers en economische boycots om het socialisme een wiegendood te laten sterven. In een belegerd Rusland kon de maatschappij zich niet onttrekken aan algehele armoede. De Sovjet-maatschappij moest zich militariseren om te overleven. Arbeiders konden geen democratische controle uitoefenen over de maatschappij, als klasse-collectief bestond ze vrijwel niet meer. Onder deze omstandigheden greep de bureaucratie om zich heen. In het midden van de jaren ’20 werd dit isolement getheoretiseerd als “socialisme in een land” welke het officiële beleid werd van de USSR en, daarmee, een stempel drukte op de gehele arbeidersbeweging tot aan vandaag. In de Sovjet-Unie vond een contrarevolutie binnen de revolutie plaats. Arbeiders werden weer slaven, boeren werden weer horigen, dictatuur, terreur en goelag volgden.

De socialistische beweging in de rest van de 20e eeuw ondervond de gevolgen van het falen van de wereldrevolutie en haar isolement in Rusland. Alle volgende “reëel bestaande socialistische” maatschappijen waren gebaseerd op het Stalinistische model, een vorm van anti-communisme.

Elke mogelijkheid tot correctie van dit drama werd afgesloten. De onvermijdelijke neergang van de Sovjet-Unie in 1991 en het lot van vergelijkbare regimes maakt duidelijk dat er geen nationale weg is naar het communisme.

1.1 – Wereldeconomie

De kapitalistische wereldeconomie is een organische hiërarchie gebaseerd op uitbuiting en geweld. Afhankelijk van waar ze staan in de internationale pikorde spelen landen andere rollen in dit imperialistische systeem.

Hoewel ze bruut worden uitgebuit, spelen de zogenaamde ontwikkelingslanden nu een belangrijke rol in de wereldwijde verdeling van arbeid en dan niet enkel in de toelevering van ruwe grondstoffen en landbouwproducten. Deze landen produceren tegenwoordig een uitgebreide reeks aan hoogwaardige producten. Hierdoor beslaat de werkende klasse nu voor het eerst in de geschiedenis de meerderheid van de wereldbevolking en groeit daarmee het eigenbelang om te groeien tot een zelfbewuste wereldklasse.

Een voorwaarde voor de uiteindelijke overwinning voor de arbeidersklasse is het winnen van de politieke macht in de sterk ontwikkelde landen. Enkel hier heeft het kapitalisme de bevolking goeddeels tot arbeider verheven en is er de rijkdom die nodig is voor het communisme. De werkende klasse kan de macht overnemen in de landen aan de periferie van het statensysteem. Maar zulke rode enclaves zullen slechts tijdelijk kunnen overleven als de revolutie niet overslaat naar de ontwikkelde landen.

Het kapitalisme ontwikkelt volgens een patroon van groei en crises, welke twee zijden zijn van dezelfde medaille. Overheidsingrijpen kan een recessie verkleinen en minder heftig maken, maar tegelijkertijd zijn fundamentele wetten in de neergang. Waarde, productie voor winst, privaatbezit en geld worden allemaal gestut door overheidsingrijpen en bureaucratisering. De structurele beperkingen van kapitaal leiden echter tot een haperend systeem. De werkende klasse wordt geconfronteerd met een historische keuze: of we nemen de macht en vervangen de marktgerichte productiewijze door een planmatige aanpak die voorziet in menselijke behoefte, of we worden geconfronteerd met de rampzalige gevolgen van een kapitalisme in neergang en sociale desintegratie.

1.2 – Kapitalistische ontwikkeling

Door de wereldeconomie en de kapitalistische ontwikkeling worden het bestaan van landen en nationale grenzen steeds meer achterhaalde fenomenen.

De continue accumulatie van kapitaal betekent dat het sociale karakter van de productie blijft toenemen. Eigendom en beheer onder het kapitalisme raakt steeds verder geconcentreerd. Dit gebeurt onder eigendom van de staat of door het aannemen van een steeds internationaler karakter van kapitaal.

Kapitalistische accumulatie betekent niet de ontwikkeling van een rationeel systeem. Productie van waren is omwille van productie van meerwaarde. Kapitaal kan niet rusten, moet altijd groeien – “winst maken” – altijd op zoek naar het opzuigen van meer meerwaarde. Het is een systeem van chronische overproductie, een systeem dat geen grenzen kan stellen aan uitbuiting. Het is een systeem waarin dode arbeid zich keert tegen levende arbeid en waar geld en winst regeren boven menselijke behoefte. Het is een systeem van extreme vervreemding dat elk menselijk aspect wegtrekt uit elke relatie.

Ondanks de overvloed aan waren en de ontwikkelingen in de technologie, kan het kapitalisme niet toestaan dat mensen zich ontwikkelen als mens. Werk is meestal een dagelijkse sleur, niet een uitdrukking van eenieders primaire behoefte. Dat heet vervreemding en leidt tot heel wat sociale kwalen. Vrije tijd is hiertegen geen tegengif, maar op zichzelf een integraal onderdeel van de kapitalistische levenswijze en daarom niet minder onmenselijk.

De werkende bevolking is onderhevig aan relatieve verpaupering. Vergeleken met de immense groei van kapitaal, staan lonen continu onder druk en dalen ze vaak in reële koopkracht. Kleine producenten zoals landbouwers en zelfstandigen staan eveneens continu onder druk. Waar de wereld van de dingen altijd verder groeit, zijn mensen steeds meer geïsoleerd en hebben ze te maken met steeds meer onzekerheden in hun leven.

Tijdens perioden van stagnatie en crisis probeert het kapitalisme een aanslag te doen op het culturele en sociale niveau van de werkende klasse via werkloosheid, loonmatiging, intensivering van het werk, langere werktijden, tijdelijke contracten en meer. Hard bevochten looneisen, vakbondsrechten en wettelijke grenzen op de uitbuiting worden weggezet als “linkse hobby’s” door de vertegenwoordigers van de heersende klasse. Het kapitalisme is daarom een directe bedreiging voor de werkende klasse, zelfs in haar aan kapitaal onderdanige toestand.

Ondermijnd door de relaties van uitbuiting en de lust naar winst worden nationale economieën niet alleen steeds meer achterhaald, maar raken de verhoudingen ook steeds schever. In de imperialistische metropolen zijn grote aantallen mensen betrokken in volledig onproductieve arbeid, zoals bankieren, de beurs, verzekeringen, adverteren en marketing. In de zogenaamde ontwikkelingslanden veroorzaakt de vernietiging van kleinschalige landbouw de ontwrichting van honderden miljoenen levens die opeens moeten overleven in één van de bloeiende krottenwijken in de grote steden.

Het kapitalisme ontwikkelt zich daarom op een verkwistende en inhumane wijze. De volledige ontwikkeling van het potentieel van de mensheid noodzaakt de sociale controle over productie en planning, niet enkel op nationale maar vooral op internationale schaal.

1.3 – Het gevaar van oorlog

Oorlog is de voortzetting van politiek met andere, gewelddadige middelen. Oorlog is het product van een klassenmaatschappij. Kapitalisme gaat hand in hand met ongelijke ontwikkeling. Vandaar de constante druk voor een herverdeling van grondstoffen en middelen. Opkomende machten zullen de bestaande hiërarchie bestrijden om, ten koste van andere landen, hun eigen positie te verbeteren. Wanneer diplomatie en handelsoorlogen hun doel niet bereiken, is het brute macht die beslist. Handelsblokken worden militaire blokken. De imperialistische relaties zijn daarom een voorbereiding op oorlog. Vrede is slechts een staakt-het-vuren, het is enkel een bevriezing van de status quo die door oorlog is beslecht. Daarmee zal oorlog als middel pas tot het verleden behoren als er een einde komt aan de klassenmaatschappij.

Na 1945 heeft het imperialisme een hoge productie van oorlogstuig genormaliseerd. In het Westen werd grote steun ontvangen voor dit militair Keynesianisme in de strijd tegen het Oostblok. De Koude Oorlog werd aan beide kanten van het IJzeren Gordijn een methode van sociale controle.

Het kapitalisme heeft tegenwoordig de mogelijkheden om het leven in alle uithoeken van de planeet weg te vagen. De strijd om een einde te maken aan het gevaar van oorlog is daarom een strijd voor de overleving van onze soort.

1.4 – De natuur

De natuur krijgt geen waarde toegekend door kapitaal die maar één belang heeft, haar eigen groei. Kapitaal maakt zich niet druk over natuur of arbeider. Mens en natuur zijn niks voor kapitaal, slechts als objecten voor uitbuiting hebben zij waarde. Over de laatste eeuw heeft de uitbuiting van de natuur geleid tot enorme vernietiging. Talloze dier- en plantensoorten zijn nu uitgestorven, vele meer zijn bedreigd. Ontbossing, erosie, de uitbreiding van woestijnen, overbevissing, lucht- en watervervuiling zijn exponentieel toegenomen. In de grote steden in de ontwikkelingslanden betekent dit dodelijke smog, verontreinigd drinkwater en mensen die tussen het afval moeten leven.

In plaats van het koesteren van de waardevolle zaken die de natuur ons heeft te bieden, is er plunder, afval, uitputting en onverantwoordelijkheid. Olie wordt verkwist in een economie aangedreven door auto’s. Grote gebieden landbouwgrond worden nu gebruikt voor het maken van biologische brandstof, dit terwijl openbaar vervoer wordt verwaarloosd. Nucleaire energie, die vandaag op een niet-duurzame wijze wordt geproduceerd en ook als basis dient voor de wapenindustrie, wordt geprezen als oplossing voor klimaatverandering.

Socialisten verwerpen de stelling dat arbeiders alle rijkdom creëren onder het kapitalisme. Er is immers ook de rijkdom dat komt van andere klassen zoals de boeren, de kleinburgerij en lagen van de middenklasse. Maar bovenal komt er een onmetelijke rijkdom van de natuur.

Arbeidersbestuur is het enige realistische alternatief tegen de vernietigende reproductie van kapitaal. Om te beginnen als een tegenwicht binnen het kapitalisme dat de logica van kapitaal op punten kan doorbreken waar de organisatie van de arbeidersbeweging sterk genoeg is. De politieke economie van de werkende klasse brengt niet enkel hogere lonen en kortere arbeidsuren, maar ook gezondheidszorg, sociale zekerheid, pensioenen, algehele basis- en middelbaar onderwijs … en maatregelen om het milieu te beschermen en waar mogelijk te herstellen.

De arbeidersklasse is een product van het kapitalisme, maar het is tegelijkertijd ook in de unieke positie om zich te verzetten tegen het kapitalisme. De politieke economie van de arbeidersklasse verzet zich hevig tegen dat van kapitaal. Het wijst de weg naar de toekomst: Naar de volledige reorganisatie van de maatschappij en waarmee een einde komt aan onze gespannen relatie met de natuur.

1.5 – De strijd tegen opportunisme

Het kapitalisme nadert in objectieve zin een communistisch alternatief. Maar de concrete stap om dat te bereiken kan niet anders zijn dan de bewuste zelfbevrijding van de arbeidersklasse. De strijd voor communisme heeft daarom de waarheid nodig. Daarom is de strijd tegen opportunisme, d.w.z. het voorop zetten van de belangen van een sectie van de gehele beweging, van essentieel belang in de strijd tegen het kapitalisme. De belangen van een deel moeten ondergeschikt zijn aan de belangen van het geheel, niet andersom. Geen land, geen partij, geen vakbond, geen leider, geen sectie van de arbeidersklasse heeft voorrang boven de wereldrevolutie.

Omdat de socialistische revolutie begint als politieke daad door de onderdrukte klasse, betekent dit niet automatisch dat daarmee uitbuiting, vervreemding en onvrijheid zaken van het verleden zijn.

Hoewel de kapitalistische klasse immers zeer klein is, bezit ze immens veel macht en dan niet alleen in de vorm van rijkdom en het staatsapparaat. Als een heersende klasse zijn haar ideeën ook heersend door de hele maatschappij. Kapitalistische ideeën ontstaan spontaan onder kapitalistische relaties en worden in de strijd voor de harten en geesten behoedzaam ontwikkeld en gecultiveerd door een leger aan betaalde propagandisten – de media, het onderwijs, kunst, religie, de gevestigde partijen, etc.

In tegenstelling hiermee is de arbeidersklasse numeriek gigantisch. Het kan, zoals elke klasse van onderdanen, economisch en politiek strijden voor betere omstandigheden binnen het systeem. Om zich echter te realiseren als een klasse-voor-zichzelf, een klasse met een historische missie om de gehele mensheid te bevrijden, heeft het een wetenschappelijke, rationele en volledig ontwikkelde kijk op de wereld nodig. Dit kan niet anders worden verkregen dan op basis van een open strijd tegen de verkeerde ideeën. Deze strijd omvat ook uitingen van opportunisme binnen onze eigen gelederen, nationaal en internationaal.

1.6 – Wereldrevolutie

De wereldrevolutie is de strijd om de gehele mensheid te bevrijden. Het is het proces waarbij het kapitalisme wordt vervangen door communisme. De overwinning van de socialistische revolutie in een of meerdere landen is slechts tijdelijk en slechts een deel totdat de krachtenbalans zich definitief tegen het kapitalisme heeft gekeerd. Dit betekent dat de socialistische revolutie moet winnen in een reeks aan geavanceerde kapitalistische landen wil het niet verstikt raken in contrarevolutie. Nationale revoluties zijn daarom het beste gecoördineerd en, waar mogelijk, gesynchroniseerd.

1.7 – Kapitalisme in Nederland

Vanwege een combinatie van sociale, politieke, economische en andere oorzaken was Nederland een van de eerste landen waar het kapitalisme domineerde.

Halverwege de negentiende eeuw was het merendeel van de bevolking van het platteland afgedreven waardoor het niet meer zichzelf kon voorzien. Om te overleven moesten ze die ene waar verkopen die ze konden verkopen, arbeid. Gedreven in de fabrieken, de mijnen en de molens, waren ze onderhevig aan meedogenloze uitbuiting. De aristocratische en handelsrijkdom die de basis vormde voor de Gouden Eeuw, welke was verkregen door piraterij, koloniale rooftochten en de handel in zwarte slaven, werd kapitaal waarmee de loonarbeiders werden leeggezogen. Grote rijkdommen werden zo vergaard.

Maar Nederland was niet alleen. Groot-Brittannië had eerder de kapitalistische ontwikkeling doorgemaakt en was in het begin de onbetwiste fabriek van de wereld. Maar met de opkomst van andere kapitalistische economieën verloor ze die positie van wereldleider, voornamelijk door de opkomst van de Verenigde Staten en Duitsland.

Hierdoor werd het moeilijker voor de dominante krachten om verder kapitaal te vergaren. Om dit op te lossen en om de arbeidersrevolutie uit te stellen, bouwde de mogendheden ieder een groots koloniaal rijk op om hun positie te verzekeren. Ook Nederland bouwde haar eigen rijk op, met als belangrijkste eigendom Indonesië.

Het koloniale rijk leverde goedkope grondstoffen en rekruten voor het leger en fungeerde als een verzekerde afzetmarkt die administratief kon worden afgeschermd tegen de andere mogendheden. Dit veroorzaakte een wapenwedloop om de wereld met geweld te verdelen en waarin de mogendheden elkaar ook zoveel mogelijk spaken in de wielen staken.

Onvermijdelijk leidde dit echter tot direct conflict tussen de mogendheden en in twee wereldoorlogen werden tientallen miljoenen afgeslacht in de interesse van nationaal kapitaal. Barbarij kreeg een kapitalistische vorm.

Na de oorlogen was het wereldtoneel verandert. Terwijl Europa in puin lag, nam de VS de dominante positie van Groot-Brittannië definitief over. De VS was zo machtig en haar concurrenten zo zwak, dat het van de gelegenheid gebruik maakte om de koloniale rijken te ontbinden. Onder Amerikaanse druk en door binnenlandse opstand, moest de Nederlandse elite ook toestaan dat ze de controle verloor in haar koloniën – eerst in Indonesië, kort daarna de Molukken en later in Suriname. De basis was gelegd voor een lange bloeiperiode.

1.8 – Sociale en politieke gevolgen van de Nederlandse imperialistische politiek

Hoewel in de negentiende eeuw de heersende elite nog een politiek van onderdrukking volgde om de arbeidersbeweging in toom te houden, volgde begin twintigste eeuw een kentering, die werd versneld door de Russische revolutie. Na de invoering van het algemeen kiesrecht, in 1917 voor mannen en twee jaar later ook voor vrouwen, was er een aanleiding om de arbeidersbeweging te betrekken in het beheer van kapitaal. Met name na de Tweede Wereldoorlog, toen er een lange periode was van economische bloei, werd er actief ingezet op een vorm van klassencollaboratie, iets wat we nu het ‘Poldermodel’ zijn gaan noemen. Het was de basis voor de verzorgingsstaat, de sociaaldemocratische belofte.

De PvdA hield tot de jaren zeventig vol een arbeiderspartij te zijn en liet zo nu en dan ook socialistische geluiden horen. Het is echter altijd een door-en-door pro-kapitalistische partij geweest. In oorlog en vrede, in regering en oppositie, heeft de leiding van de PvdA altijd loyaal de belangen van het Nederlandse kapitaal verdedigt. Haar hervormingen waren erop gericht om de klassenstrijd te dempen, niet om de arbeidersklasse te bevrijden.

Op een negatieve en perverse wijze kon op deze economische en politieke basis een deel van de socialistische taken worden uitgevoerd: goedkope huisvesting, gezondheidszorg op basis van behoefte, gratis toegankelijk en volledig vormend onderwijs, een ethiek van gelijkwaardigheid, etc.

Toen de bloeiperiode aan een einde kwam in de jaren zeventig was er geen mogelijkheid meer om de val te verzachten via koloniale bezittingen, zoals in het verleden. De klassenstrijd dreigde in de jaren tachtig, maar werd voor onbepaalde tijd uitgesteld met steun van de vakbondsleiding die plat op de buik ging in het akkoord van Wassenaar, waar de vakbond zich met huid en haar verbond aan het Poldermodel door het accepteren van loonmatiging in ruil voor extra banen, die nooit zouden komen. Veel industrie vertrok uit Europa, wat de positie van de vakbonden verder aantastte.

Met het pacificeren van de vakbond was de weg open gemaakt voor het gemakkelijk ontmantelen van de verzorgingsstaat en het invoeren van kapitalistische vrije markt in tal van sectoren die voorheen bureaucratisch door de overheid werden geregeld, maar nog wel door de staat werden gesteund en gestut. Dit bewijst dat verworvenheden die in het verleden zijn gewonnen ook weer kunnen worden afgepakt, in een nieuwe situatie, zolang de arbeidersklasse de macht niet neemt en kapitalistische relaties blijven gelden.