Onderstaand stuk is ingezonden door Gijs Muis. Hij gaat in op het concept democratisch centralisme, en zijn ervaringen hiermee binnen de Communistische Jongerenbeweging, de Nieuwe Communistische Partij Nederland en het Communistisch Platform. 

Democratisch centralisme wordt vaak opgesomd als vrijheid van discussie en eenheid in actie. De meeste leninistische organisaties hanteren dit principe. Dat wil zeggen dat de minderheid ondergeschikt is aan de meerderheid, en dat lagere organen ondergeschikt zijn aan hogere organen. Ook zijn facties veelal verboden.

In mijn vorige spraakmakende stuk beschreef ik waarom ik was vertrokken bij de Communistische Jongerenbeweging en de Nieuwe Communistische Partij Nederland. Ik zette me vooral af tegen het ondemocratische karakter van het Leninistische model, en in het specifiek hun interpretatie van democratisch centralisme. Als reactie hierop schreef de Communistische Jongerenbeweging een polemisch artikel waarin ze uiteen wilden zetten waarom het naar hun mening geen deugdelijk artikel was. In dit artikel werd onder andere het volgende gesteld:

“In het stuk komt een hele andere opvatting naar voren, namelijk dat het goed zou zijn voor de democratie en vrijheid van discussie als iedereen maar z’n eigen gang gaat in de organisatie, ongeacht de besluiten die collectief zijn genomen. Vanuit dat opzicht wordt ook fractievorming verdedigt, dat wil zeggen dat verschillende groepen in de partij hun eigen gang gaan. Het tegenovergestelde is waar. Als iedereen maar wat doet, als samen iets besloten wordt en iedereen vervolgens iets anders gaat doen, dan is er juist geen sprake van een democratische organisatie. Dan kun je ook niet als organisatie collectief lessen trekken uit successen en fouten en daar gezamenlijk sterker door worden.”

Deze klassieke Leninistische interpretatie van de democratie zonder speciale toevoegingen zou een feodale koning doen glunderen. Democratie heeft nog nooit betekend dat iedereen “maar wat doet”, of dat “verschillende groepen maar hun eigen gang gaan”. Deze bewuste misinterpretatie van de democratie moet maskeren waar democratie werkelijk om gaat, en waar het dus bij de Communistische Jongerenbeweging aan ontbreekt; de vrije uitwisseling van ideeën. Democratie gaat niet over de uitvoering van deze ideeën, anders zou de Tweede kamer de lamme arm van de staat zijn waar iedereen na de debatten “maar wat doet”.

Dr. Leo Michielsen, indertijd lid van de Communistische Partij van België concludeerde in 1983:

“Lenins zeer strakke opvatting omtrent het functioneren van de partij wordt met de term “democratisch centralisme” aangeduid. In de condities van het tsaristische Rusland (onderontwikkeld proletariaat, illegale partij, gewelddadige revolutie in perspectief) was democratisch centralisme voorzeker gerechtvaardigd. Op het Xde congres van de KPSU (1921) werd het volstrekt verbod van fractievorming ingevoerd. Dat was een uiterste consequentie van het democratisch centralisme en is sindsdien als definitief bestanddeel van dit principe behouden gebleven. In de geest van Lenin nochtans was dat verbod geenszins definitief, was het enkel verbonden aan de bijzonder kritische situatie waarin de Sovjet-Unie zich op dat moment bevond. Wat is de ervaring sindsdien? Het blijkt dat in alle communistische partijen zich ten allen tijde verschillende tendensen ontwikkelen. Hoe minder ruimte voor deze tendensen wordt gelaten, hoe sterker de neiging wordt van de aanhangers om zich tot een fractie te organiseren. Des te onvermijdelijker worden de leden van de fractie — als zij niet de overwinnende fractie worden — tot vijanden van de partij, tot verraders geproclameerd. Nu eens noemt men ze “trotskisten”, dan weer “bende van vier”.

Het wordt dan ook hoogtijd om de formule in kwestie overboord te werpen. Op het laatste congres van de KPB werd de term “democratisch centralisme” nog steeds behouden, maar gerelativeerd met allerlei beperkende omschrijvingen. Men wil de kool en de geit sparen, men wil het principe behouden, maar de toepassing in het ongewisse laten. Maar ook het principe dient te worden opgegeven. Waarom zou in de KP de eenvoudige democratie niet als regel volstaan? Natuurlijk kunnen leden en groepen op een bepaald moment zulke houding aannemen en dergelijke stellingen verkondigen, dat hun uitsluiting noodzakelijk wordt. Maar dat is zo in alle partijen. Alle partijen passen de discipline min of meer strak toe volgens de omstandigheden. Laat het leven en niet een formule uitsluitsel brengen.” 1

Dat democratisch centralisme meer centralistisch is dan democratisch bewijst ook V. Molotov. Molotov was een bolsjewiek van het eerste uur, en een enorm loyale. Hij bekleedde hoogwaardige functies onder zowel Lenin als Stalin. Hij spreekt deze woorden – die hij opperde in een interview in 1971 – dan ook niet in negatieve zin uit:

“Vraag: Lenin zei, alle macht aan de Sovjets (arbeidersraden), en niet; aan de partij. Lijkt het er niet op dat de rol van de Sovjets enorm is afgenomen?

Antwoord: Eigenlijk was die rol onder Lenin al enorm afgenomen. Macht moet geconcentreerd worden in slechts enkele handen.”2

Dit toont een paternalistisch wantrouwen naar de arbeidersklasse toe. Dat mag gezien de situatie in Sovjet-Rusland al dan niet begrijpelijk zijn geweest, maar kan enkel leiden tot niks anders dan heerschappij voor en niet van het Proletariaat.

Democratisch Centralisme en het Communistisch Platform

Het democratisch centralisme beperkt zich niet enkel tot andere organisaties, ook het Communistisch Platform omarmt het tot op zekere hoogte. Een recente discussie binnen het Communistisch Platform zette mij daarom verder aan het denken, het betreft de werking van het democratisch centralisme binnen onze eigen organisatie.

Gezien de eerder vermelde geschiedenis probeert het Communistisch Platform te leren van de historische fouten. Een beperking die we daarom niet kennen is het verbod op facties, tevens hebben we een vrij publicatierecht voor alle leden en afdelingen. Iets waar dit artikel ook van getuigd. Maar buiten deze speciale kenmerken lijk ik uit de statuten niet op te halen dat we iets anders zijn dan een leninistische organisatie. De discussie die deze gedachte begon betrof het stemadvies aan de ledenvergadering van een arbeidersorganisatie waar Communistisch Platform in werkt, en of alle leden verplicht waren dit stemadvies op te volgen. Dit advies was uitgegeven in opdracht van, en in samenspraak met het bestuur. In mijn optiek betreft zoiets een politiek besluit dat niet bekrachtigd is door het aggregaat (de algemene ledenvergadering van het Communistisch Platform) en is het daarmee niet onderhevig aan organisationele discipline. De statuten zijn het met mij oneens, maar dat betekent uiteraard niet dat het daarom een correcte gang van zaken is.

De statuten van het Communistisch Platform stellen:

“De vereniging is gestoeld op de principes van het democratisch centralisme: het gedeelte is ondergeschikt aan het geheel; lagere organen zijn ondergeschikt aan hogere organen; alle organen zijn ondergeschikt aan het landelijk bestuur; het landelijk bestuur is ondergeschikt aan het aggregaat.” 3

Voor de duidelijkheid is het “aggregaat” een algehele vergadering van alle leden waarin alle relevante politieke en organisatorische besluiten worden genomen, deze vindt eens in de drie maanden plaats. Tussen aggregaten door geldt het landelijk bestuur dus als het hoogste orgaan. Het aggregaat kent de mogelijkheid om besluiten van het landelijke bestuur ongedaan te maken. Wat een welbekend probleem is in veel organisaties is, is dat het werk van het bestuur niet erg transparant is. Dit proberen we te mitigeren door middel van openbare notulen van bestuursvergaderingen (voor de leden). Maar de controle op hun werkzaamheden rust voor het grootste deel toch echt op de democratische waakzaamheid van de gewone leden. Dit is geïsoleerd van het grote geheel uiteraard geen probleem, maar word wel problematischer als ditzelfde bestuur gaat over politieke besluitvorming.

Rattenstreken en organisaties

Ik heb recentelijk het boek “Hoe word ik een rat” van Joep P.M. Schrijvers 4 gelezen, het is een ode aan de rat in de meest brede zin van het woord. We kennen allemaal wel ratten, waar we met alle liefde op haten, maar ze zullen er ook altijd zijn.

Maar hoe ontstaat een rat? Om die vraag te beantwoorden dien je te snappen wat “politiek” is in de brede zin van het woord. Het betreft een botsing van belangen. Die belangen kunnen een ideaal zijn, het kan een zucht zijn om macht, status of aanzien, maar het kan ook ergens anders liggen. In de meeste gevallen zal het een combinatie van zaken zijn. Iedereen heeft dus zijn eigen “belangen”, nog los van het collectieve belang dat onze organisatie nastreeft. Als deze belangen botsen met elkaar dan heet dat politiek, in de brede zin van het woord. Het is politiek in ongecontroleerde vorm die tot “rattengedrag” leidt. Lobbyen, ondermijnen, omkopen, vernederen, lekken, roddelen en slachtofferen zijn een aantal mooie voorbeelden van rattenstreken. Hier ontkom je niet aan, al is je organisatie nog zo transparant. Het beste wat je kan doen als je de belangen van het collectief wilt behartigen is de politieke arena dusdanig uitlijnen dat de mogelijkheden tot dergelijke streken verkleind worden, en de impact van de acties ook kunnen worden opgevangen.

Het probleem met rattenstreken zit hem alleen zelden in de onderste laag van het riool, hier is een hoop heisa maar dit heeft zelden grote gevolgen. De grootste problemen ontstaan in de bovenste lagen van het riool waar de rattenkoning en zijn entourage de dienst uitmaken. Het gevaar in veel bedrijven, en de bron van veel politiek zit hem dan ook in de vrij ongecontroleerde macht van het management, ondanks de meestal aanwezige supplementaire ondernemingsraad.

Echter, zulke streken werken twee kanten op. Wat de rattenkoning kan, kunnen de ratten onderin het riool ook, maar dan moet er wel een gelijk speelveld zijn. Tegen de meeste rattenstreken kun je je niet perse “bewapenen”, maar er zijn wel een paar opties die nu duidelijk in het voordeel van het bestuur uitvallen. Protocollaire wilsoplegging, één van de strategieën die uitgaat van de regels, statuten en wetten om je wil op te leggen. Dit kan in theorie ook door de onderste ratten gebruikt worden, alleen moet er dan wel sprake zijn van een gelijke machtsverhouding zoals je in het geval van een bedrijf doet door een sterke vakbondsvertegenwoordiging, anders pakt de rattenkoning je wel terug. Dus om te zorgen dat dit ook door de onderste ratten gebruikt kan worden dient de machtsbalans tussen beiden gelijkwaardig te zijn.

Een andere manier om je macht te vergroten is het beperken van de bewegingsruimte van je tegenstander, en het vergroten van je eigen bewegingsruimte. Een goed voorbeeld hiervan was de vroege katholieke kerk.5 Nadat het christelijke geloof momentum begon op te bouwen had je allerlei groepjes, met allerlei opvattingen en allerlei eigen teksten. Om de kerk centraal te maken, en de macht naar Rome te trekken werden er allerlei concilies uitgeroepen. Dit was een samenkomst van hoogstaande theologen om samen even de grote vraagstukken van het geloof uit te vechten, en te komen tot een centraal geloof. Teksten werden gecanoniseerd en gebundeld in wat we nu kennen als de bijbel, anderen werden geschrapt, diensten vonden enkel nog in het Latijn plaats zodat het klootjesvolk geen toegang had tot deze kennis, mensen kregen duidelijk omlijnde taken (pastoren, bisschoppen, kardinalen) waar ze niet van af mochten wijken en die van bovenaf gecontroleerd werden. Zo werd over de loop van eeuwen een vast dogma geschapen, een duidelijk machtscentrum en een sterk instituut om het geloof te beschermen. Wat de intentie hierachter was is niet relevant, de uitwerking ervan was er één die gunstig was voor de belangen van de katholieke geestelijke heersers. En dat is wat het definieert als een rattenstreek. Dit beperken van de speelruimte, zoals je ziet met het inkaderen van de functies van pastoren, bisschoppen en kardinalen kan ook duidelijk twee kanten op werken. En zeker ook ter faveure van de laagste ratten in het riool. Alleen moet het kader waarin de rattenkoning zich beweegt dan dusdanig uitgelijnd zijn dat hij met de democratische controle van onderaf gewezen kan worden op die beperkingen die hij heeft.

Er zijn nog vele andere manieren om rattenstreken uit te halen, maar deze werken minder sterk met een onbalans in de machtsverhoudingen, en zijn daarom vaak onvermijdelijk. Zoals ik eerder beaamde kun je dergelijke politiek niet voorkomen, je kunt het hooguit dempen en structureren.

Factievorming en de bestuurlijke factie

“Een leuk verhaal over rattenstreken en zo, maar wat heeft dit van doen met democratisch centralisme?”, vraag je je wellicht af. Zoals eerder vermeld is politiek de botsing van verschillende belangen, het bestuur kan er dus andere belangen of denkbeelden op nahouden dan de leden. Dit hoeft niet structureel het geval te zijn, want dan wordt het bestuur waarschijnlijk afgezet. Maar dit is zeker een gevaarlijkere mogelijkheid bij geïsoleerde incidenten. En het recht om hierover te klagen mitigeert dit gevaar wellicht, maar nooit in zijn volledigheid.

Laten we even een simpel en versimpeld voorbeeld pakken, dit is uiteraard fictief; stel, een groepje leden van het Communistisch Platform besluit dat antifascistisch werk de weg vooruit is. Ze beginnen de “Antifascistische Factie”, organiseren een aantal demonstraties en beginnen een antifascistische organisatie. Het bestuur bevalt dit maar niks, ze verbieden de demonstraties en eisen de opheffing van de organisatie. Dit mogen ze, omdat de statuten dicteren dat tussen aggregaten in de politieke besluitvorming ook bij het bestuur ligt, de enige beperking die ze hierin kennen is de opheffing van de factie zelf. Er is verder geen duidelijke rem voor het bestuur buiten enkele statutaire beperkingen die niet politiek van aard zijn, geen uitgetekend raster zoals bij de functie van de eerder genoemde pastoor wel het geval was. Vervolgens moet deze Antifascistische Factie drie maanden (Mogelijk weten ze eerder een tussentijds aggregaat uit te roepen, zoals statutair mogelijk met hulp van een bepaald percentage van de leden. Dit zou echter vooralsnog zeker een maand duren.) wachten tot het volgende aggregaat, wellicht krijgt het bestuur een reprimande op het verbod van de organisatie en demonstraties maar zeggen mensen verder hun vertrouwen in het bestuur niet op. Dit zou een gigantisch demotiverend effect hebben op die factie, en de kans dat ze vertrekken is aanzienlijk. Het mitigerende effect dat factievorming kent om meningsverschillen te kanaliseren is daarmee verdwenen. Met andere woorden; de bewegingsruimte van het bestuur was groot, en die van de factie klein. Het probleem wordt zelfs nog erger als het geen facties betreft maar individuen, die verder met hun handelen geen schade berokkend aan het Communistisch Platform.

Het is een enorm machtsmiddel om in handen te geven van mensen die slechts mensen zijn, met hun eigen belangen en hun eigen ideeën. Ideeën en belangen die niet aantoonbaar de beste zijn voor onze organisatie, de mogelijkheid om de strategieën en tactieken van de Antifascistische Factie uit te diepen en te ontdekken welke wel goed en niet goed waren zijn beperkt gebleven. Ondanks het feit dat de factie hiermee niet in ging tegen het programma dat het Communistisch Platform heeft opgesteld. De politieke lijn is hiermee gezet door een aantal mensen met meer machtsmiddelen omhanden dan hun tegenstanders, dit is een belemmering van het vrije politieke debat en anderen zullen wel tweemaal nadenken voor ze zelf een factie oprichten. En dat is wanneer het ergste rattengedrag naar boven komt in mensen, zoals je goed kan zien in andere leninistische organisaties.

Ik moet hierbij vermelden dat ik niet tegen alle uitingen ben van centralisme, zo ben ik van mening dat besluiten op het aggregaat (die dus met een meerderheid zijn aangenomen) onder centralistische discipline vallen. Dat wil zeggen, als er op het aggregaat een besluit is genomen dienen leden deze (indien nodig) op te volgen en dient het bestuur deze naar alle redelijkheid op te volgen. Als hierdoor alsnog de werkzaamheden van de factie in kwestie worden opgeschort is dit jammer, maar wel het besluit van een meerderheid van de leden. Dit is ook de kern van wat organisationele democratie in zou moeten houden, en dit behoeft dan ook geen speciale duiding als zijnde ‘democratisch centralistisch’.

De simpele democratie

Ik erken de handicap van mijn voorstel, het ondermijnt de slagkracht van je beweging wellicht een beetje. Maar als het bestuur niet in staat is geweest om een meerderheid van de leden te overtuigen van een politiek besluit, zal het mogelijk niet het goede besluit zijn geweest. Dat organisationele discipline dus niet vereist kan worden in expliciet politieke vraagstukken die buiten het noodzakelijke takenpakket van het bestuur zouden moeten vallen betekent enkel en alleen dat bestuur moet werken aan hun overtuigingskracht. Dit is in het fundament een democratische methode van werken.

Voor diegenen die aan zullen vechten dat de volledige slagkracht en het succes van de bolsjewieken hem lag in het centralistische model heb ik het volgende citaat van Mike Macnair nog vertaald:

“De bolsjewieken presenteerden in 1921 dit centralisme als zijnde het historische karakter van hun factie-partij sinds 1903. Dit beeld was gecodificeerd in Zinovievs ‘geschiedenis van de Bolsjewistische partij’ (1924), maar dit was een ondubbelzinnige vervalsing der geschiedenis. Trotsky schreef in 1931 dat “Degene die bekend is met de geschiedenis van de Bolsjewistische partij weet wat voor ruime autonomie de lokale organisaties altijd genoten: ze hadden hun eigen kranten, in welke ze openlijke en scherpe kritiek, wanneer ze het nodig achtte, uitte op het handelen van het centrale comité. Had het centrale comité, in het geval van principiële meningsverschillen, geprobeerd om de lokale organisaties uiteen te drijven … voordat de partij de mogelijkheid had zichzelf te uiten hierover – dan had een dergelijk centraal comité geen stand kunnen houden.” Deze kijk wordt bevestigd door huidig gedetailleerd historisch onderzoek naar Bolsjewistische praktijken tot 1918.

Het is redelijk duidelijk waarom de Bolsjewieken het deden. Ze dachten dat het nodig was voor de burgeroorlog. Dat is ook waarom ze het exporteerden: de partijen van de Komintern moesten klaar zijn voor een burgeroorlog. Maar in feite is het idee dat burgeroorlog een bonapartistisch centralisme vereist aantoonbaar onjuist gebleken aan de hand van de ervaringen in de Engelse burgeroorlog, de Franse revolutionaire oorlog voor 1799 en de Amerikaanse revolutie en burgeroorlog.” 6

Hieruit blijkt tevens, dat alvorens de bolsjewieken de macht grepen, de politieke macht (in dit geval om een lokale groep op te heffen) ook niet bij het centraal comité lag, maar ten alle tijden bij de bredere organisatie. Ik ben dus in feite tegen politieke bepalingen vanuit het bestuur, en voor het duidelijk inkaderen van de functies van het bestuur naar iets anders dan wat we gewoon zijn in leninistische organisaties. Nu is dit geen verwijt naar het huidige bestuur waarvan ik denk dat ze prima functioneren en prima de belangen van de democratie en de beweging op het oog hebben, tevens faciliteren ze aggregaat besluiten op een goede manier. Ik denk zelfs niet dat het stemadvies per definitie een verkeerde was, al denk ik niet dat je het centralistisch moet kunnen opleggen. Maar om onze strategieën puur te wegen aan de hand van de situatie vandaag zou geen dialectische manier van denken zijn. Besturen veranderen, organisaties groeien en politieke conflicten binnen en buiten de organisatie zullen van aard en omvang blijven veranderen. Met name als de organisatie zal groeien, mensen elkaar dus minder goed zullen kennen en de directe lijntjes met het bestuur steeds zwakker worden zal het ondemocratische karakter van een dergelijke macht versterkt worden.

Mijn idee voor een bestuurlijk takenpakket zou zijn dat het bestuur de dagelijkse gang van zaken regelt, de contacten met buitenlandse zusterorganisaties regelt, openbare uitingen doet, besluiten van het aggregaat uitvoert en daarbuiten slechts een adviserende rol kan hebben in expliciet politieke, tactische of strategische kwesties. Dit zou de scheve machtsbalans tussen leden en facties aan de ene kant, en het bestuur aan de andere kant ongedaan maken, en ook een daadwerkelijk democratisch precedent zetten voor de samenleving die we voorstaan. We zijn slechts een reflectie van de revolutie die we willen, dus als wij onze zaken op orde hebben, en als wij democratisch zijn, dan zal de revolutie dit ook zijn. Laten we de lasten van de voorgaande generaties Marxisten niet met ons mee dragen; laat honderd bloemen bloeien, laat honderd gedachtestromen wedijveren!


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per sé representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.

  1. Leo Michielsen, Vertoogschrift aan de Communisten (1983-1984).
  2. Felix Chuev, Molotov remembers (1991), p. 109.
  3. Statuten van het Communistisch Platform.
  4. Joep P.M. Schrijvers, Hoe word ik een rat? – de kunst van het konkelen en samenzweren (2002).
  5. Idem. , p. 141.
  6. Mike Macnair, Revolutionary strategy – Marxism and the challenge of left unity (2008), p96 – 97.