Hoe moeten socialisten omgaan met crises? Rogier Specht kijkt naar de houding van de SP in tijden van de coronacrisis en kijkt welke perspectieven er zijn voor de SP.

Men zou het in tijden van de coronacrisis bijna vergeten, maar volgend jaar zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Binnen de SP is de opmaat daarnaartoe dan, ondanks corona, alsnog begonnen. Ondertussen is de deadline voor het kandideren als fractievoorzitter verstreken, en heeft de programmacommissie een oproep gedaan om alvast voorstellen aan te dragen voor het programma.

Deze verkiezingen zullen onlosmakelijk verbonden zijn met de huidige gezondheidscrisis en de economische crisis die hier volgens bijna alle voorspellingen uit zal volgen. Of we het willen of niet, de coronacrisis zal de nieuwe politieke realiteit vormen. Volgens de meeste voorspellingen gaat de economie een flinke klap krijgen, CPB spreekt van een onvermijdelijke recessie waarbij in de de slechtere scenarios de steunpakketten van het kabinet tekort zullen schieten. Dit zal ongetwijfeld leiden tot groeiende onzekerheid, loonmatiging en werkloosheid voor de arbeidersklasse. Daarnaast hebben de verschillende regeringen internationaal zich noodmaatregelen aangemeten – waarvan een deel ook daadwerkelijk noodzakelijk – zoals het gebruik van surveillance technologie, het monitoren van smartphones, samenscholingsverboden, de lijst lijkt haast onuitputtelijk. Het is zeker al in de ver gevorderde surveillancestaten waar we in leven maar zeer de vraag of de staat net zo bereidwillig is om al die extra bevoegdheden weer in te leveren.

Dit alles wijst erop dat dit verstrekkende gevolgen gaat hebben voor de komende periode. Die gevolgen zullen hun weerslag hebben op de mogelijkheid tot opbouwen van een socialistische beweging. We moeten de SP-leiding dan ook beoordelen op hun houding tegenover de huidige situatie. Aan de hand daarvan kunnen we bepalen wat hun houding gaat zijn richting de verkiezingen. Daarnaast hebben crises een duidelijke impact op de organisatie van een partij, we moeten dus eerst kijken hoe wij die rol zien om de rol van de huidige partijleiding te kunnen beoordelen

Het doel van partijorganisatie is het vormen van politieke autoriteit. In zekere zin geldt dit voor zowel burgerlijke politieke partijen als voor arbeiderspartijen. Bij elke verkiezingscyclus wordt de vraag gesteld wie de politieke macht neemt. Voor marxisten gaat dit principe echter verder dan de verkiezingscyclus. Het doel van partijorganisatie voor ons is het opbouwen van onze partij en arbeidersorganisaties (huurdersverenigingen, vakbonden, sociale organisaties) als alternatieve politieke autoriteit tegenover de kapitalistische staat.

Crises zijn hier een essentieel onderdeel van. Kapitalisme is een notoir instabiel systeem, het wordt gekenmerkt door steeds terugkerende crises op zowel politiek als economisch niveau. Deze crises duwen elke keer weer de bevolking in onzekerheid en leiden veelal tot een legitimiteitscrisis van kapitaal. Door het regelmatige terugkomen van crisissituaties kan een partij opgebouwd worden over een langere periode omdat het elke keer weer de onhoudbaarheid van kapitalisme als systeem aantoont en dus mensen vatbaarder maakt voor socialisme als politiek alternatief.

Toch leiden deze steeds terugkerende crises niet direct tot revolutionaire situaties. Toen hij marxist was, stelde Kautsky vier voorwaarden op die zouden leiden tot een revolutionaire situatie1 :

‘’1. Dit regime moet beslist vijandig tegenover de massa van het volk staan;

2. Er moet een grote partij van onverzoenlijke oppositie met georganiseerde massa’s voorhanden zijn;

3. Deze partij moet de belangen van de grote meerderheid van de bevolking vertegenwoordigen en hun vertrouwen bezitten;

4. Het vertrouwen op het heersende regime, in zijn kracht en in zijn duurzaamheid, moet bij zijn eigen werktuigen, bij bureaucratie en leger geschokt zijn”

Het voldoen aan al deze voorwaarden voldaan zou  leiden tot een revolutionaire situatie. Vooral voorwaarde twee en drie zijn voor ons belangrijk op dit moment, omdat deze over de rol van de partij gaan. Kautsky vat in deze voorwaarden de kern van de marxistische visie op partijopbouw samen: de partij moet een alternatieve politieke autoriteit vormen door onverzoenlijke oppositie te voeren tegen het bestaande regime en de massa’s onder die vlag te verenigen in de partij en in arbeidersorganisaties.

Kautsky’s analyse is interessant omdat zijn strategie kijkt naar hoe een partij moet opbouwen over een lange periode. De inhoud van het boek ‘De weg naar de macht’ gaat dan ook over het naar een revolutionaire situatie toe groeien. Het werd door Lenin als Kautsky’s laatste werk tegen de opportunisten beschouwd. Belangrijk voor deze tijd is ook hoe de crises van het kapitalisme worden beschouwd binnen een  bredere strategie.

De kern van Kautsky’s argument is dat de strategische weg naar de macht een strategie van uitputting is (Ermattungsstrategie). Dat wil zeggen dat de arbeidersklasse geduldig haar onafhankelijke organisatie opbouwt via campagnes, stakingen, propaganda etc. Dit is een relatief langzame opbouw in tijden van vrede. Maar crises zijn inherent aan het kapitalisme. Deze endemische crises zouden de vaart waarmee men de partijorganisatie kon uitbouwen versnellen omdat deze de legitimiteit van kapitaal onderuit zouden halen en de arbeiders bewust zouden maken. Crises zijn dus een essentieel aspect van de uitputtingsstrategie; de macht van kapitaal wordt afgezwakt door de structurele crises terwijl de macht van de arbeidersklasse juist door die crises wordt opgebouwd . Dit zou ertoe leiden dat op den duur de voorwaarden voor revolutie ontstaan zoals hierboven geciteerd, op dat moment kan de partij overgaan van een strategie van uitputting naar een strategie van omverwerping(Niederwerfungsstrategie)2. Omdat de partij geduldig haar eigen instituties had opgebouwd zou het zich als dé alternatieve politieke autoriteit kunnen opwerpen in zo’n revolutionaire crisis, en zou zo de politieke autoriteit van kapitaal kunnen vervangen. Dit was de strategie van revolutionair geduld. 3

Marxisten zien hierin een belangrijke rol voor verkiezingen. Maar deze rol komt niet vanuit illusies in het burgerlijke parlement als instrument voor verandering. Dat wordt gezien als werken in het kamp van de vijand. Het doel moet niet zijn om het parlement te hervormen of over te nemen, noch om  er een constructieve rol binnen te spelen. Het parlement dient puur als platform voor agitatie tegen het bestaande regime, waar we het vijandige karakter van de burgerlijke staat tegenover de arbeidersklasse blootleggen 4.

Verkiezingen dienen daarbinnen als vertekende barometer van de bereidheid van de massa’s; op het moment dat de massa’s nog niet overtuigd waren van het revolutionaire programma van de partij zouden ze ook niet op de partij stemmen. Het was hiermee een bescherming tegen prematuur overgaan tot revolutie. Dit was de electorale strategie van Engels, Kautsky en Lenin.

De SP is natuurlijk geen revolutionaire partij. Maar toch kan men nog echo’s vinden van een marxistische strategie. Zo pretendeert men partijbreed dat men tegen parlementarisme is, en dat verandering van onderop moet komen. Dit is een vast onderdeel in het partij-jargon tijdens scholingen, debatten en bijeenkomsten.

In ons verslag van het afgelopen verkiezingscongres schreef ik dat de parlementaire tak van de partij een machtsverschuiving had bewerkstelligd door de groep rondom Ron Meyer uit het bestuur te werken.5 Dit doet echter niet direct iets af aan de heersende anti-parlementaristische  houding binnen de partij. We schreven eerder al in de stellingen over de SP: ‘De partij wordt nu weer door deze dan gene vleugel geleid. Deze tegenstelling zal blijven bestaan totdat de activistische vleugel of de burgerlijk-linkse vleugel permanent de ander zal uitschakelen.6 Het schuiven tussen de twee vleugels is een normaal onderdeel van het partijleven, we kunnen pas op langere termijn kijken of deze een daadwerkelijke uitschakeling was van de activistische tak en of dit bredere effecten gaat hebben over de mentaliteit in de partij betreffende parlementarisme.

Zoals hierboven gesteld moeten socialisten crises gebruiken voor het opbouwen van een organisatie vijandig tegen het kapitalisme en tegen de kapitalistische staat, totdat de partij sterk genoeg is en deze de alternatieve politieke autoriteit is voor een groot deel van de arbeidersklasse, dan is de situatie rijp voor een crisis die kan leiden tot een politieke machtsverschuiving. Dit is een politieke noodzakelijkheid voor ‘verandering van onderop’.

De reactie van de SP-leiding op de coronacrisis tot nu toe is dan ook stuitend. De leiding heeft volledig geschikt voor een onderdanige positie tegenover de regering. Dit gaat verder dan vraagstukken zoals of er wel of niet een lockdown moest komen, waarin de SP-leiding, tot onvrede van een groot deel leden overigens, aangaf de plannen van de regering te steunen.

De coronacrisis gaat een nieuwe politieke realiteit scheppen. Waarin vraagstukken als democratie en economie des te belangrijker worden. Desalniettemin heeft de SP-leiding gekozen voor een weg van ‘nationale eenheid’. Deze weg betekent het ondergeschikt maken van haar eigen politieke eisenpakket.

In eerste instantie schaarde de leiding zich dan ook volledig achter Mark Rutte en zijn maatregelen, maatregelen die expliciet de economie leidend maakte 7. Tekenend was ook de livestream vanuit de partij voor afdelingen. Waarin nationaliseren als te duur en geen goede oplossing werd gezien. Ook stelde Maarten Hijink van de Tweede Kamerfractie dat een Nationaal Zorgfonds geen oplossing was geweest in de huidige gezondheidscrisis. Daarnaast stelde hij dat we vragen over minder marktwerking in de zorg pas moeten stellen als de acute crisis is gaan liggen. En ook Lilian kwam tot nog toe in haar inbrengen niet verder dan inhoudsloze ‘samen staan we sterk’ retoriek, en op wat losse flodders over herwaardering van de publieke sector bleef een politiek alternatief uit.

De absurditeit van dit argument moge duidelijk zijn. Al jarenlang voert de partij campagne rondom de zorg. De marktwerking moet eruit, verzekeraars hebben te veel macht, er is te weinig zorgpersoneel en ze worden onderbetaald, mensen mijden zorg uit angst voor eigen risico, ziekenhuizen worden gesloten en de farmaceutische industrie heeft teveel macht over de levering van medicijnen en maakt er dikke winst op. Juist in deze gezondheidscrisis komen al deze spanningsvelden tot uiting: de farmaceutische industrie, bedrijf Roche in het bijzonder, blokkeert het voldoende leveren van tests, de tekorten in de zorg door sluiting van ziekenhuizen en tekort aan personeel zijn pijnlijk duidelijk, en marktwerking staat kansloos tegenover dit soort crises. Op dat moment zegt de SP dat een Nationaal Zorgfonds niet beter had kunnen omgaan met zo’n situatie, en komt men niet verder dan banaliteiten over herwaardering van de publieke sector. Renske Leijten deed er op Twitter nog een schepje bovenop en verdedigde vanuit nationale soevereiniteit de reactionaire houding van Rutte in Europa.

Het laat het cynische ongeloof van de huidige leiding zien in zelfs haar eigen bescheiden linksreformisme. Met hetzelfde gemak parkeren we onze gehele politiek. Socialistische eisen kunnen niet wachten tot de acute crisis is gaan liggen. Ook kunnen ze niet ondergeschikt worden gemaakt uit angst om geen politiek te maken over de rug van een gezondheidscrisis. Socialisten zouden geen boodschap moeten hebben aan zulk soort burgerlijke braafheid.

Hiermee bedoel ik niet te impliceren dat de SP-leiding gewoonlijk wel socialistische eisen stelt. Communistisch Platform stelt al jaren dat de programma’s van de SP daarin tekort schieten, en we hebben zelfs een alternatief programma opgesteld. Wat met name opvallend is, is dat de eisen die prima onderdeel zouden kunnen zijn van een socialistisch programma als eerste overboord worden gegooid. Dit geeft des te meer het opportunisme aan waarmee de leiding haar koers bepaalt.

Crises zijn inherent politiek. Men hoeft maar te kijken naar hoe de regeringen de steunpakketten verdeelt. Je hoeft geen politiek expert te zijn om erachter te komen wie gaat opdraaien voor de komende economische crisis. Kapitaal heeft er geen moeite mee om politiek te maken over andermans rug.

Hiermee komen we bij de tegenstrijdigheid van de politiek van de SP-leiding. Ze willen als constructieve partner worden gezien, zeker in dit soort tijden van crisis, en heel misschien wil het kapitaal dan wel inbinden op wat links reformistische eisen van de SP.

Maar we weten hoe het kapitaal reageert op zelfs gematigde linksreformisten. De lastercampagnes tegen Corbyn, de sabotage van de DNC tegenover Bernie of het economisch gijzelen van Griekenland om Syriza te breken zijn maar het topje van de ijsberg.

Hoe zou de huidige SP-leiding reageren als het onder zulke druk komt te staan? De vraag stellen is hem beantwoorden. Ze hebben dan ook het geluk dat, als we de resultaten en peilingen van de afgelopen jaren tot nu toe moeten aanhouden, we daar voorlopig niet in de buurt komen.

Het valt  sterk te verwachten dat deze visieloze koers zal worden doorgezet richting de verkiezingen. Deze crisis heeft in ieder geval aangetoond dat de partijtop tandeloos reageert op crises. Zij voldoet niet eens aan haar eigen pretentie van anti-parlementarisme en verandering van onderop. Hierdoor wordt zij steeds meer een te verwaarlozen politiek gedaante wat steeds verder wegzakt in politieke kleurloosheid en irrelevantie. De krimp van de partij in de laatste jaren is een duidelijk teken aan de wand.  Zoals de strategie van geduld, hierboven geschetst, laat zien zijn crises juist het moment waarop de tegenstelling open en bloot liggen waardoor we een socialistische partij kunnen opbouwen.

Dit is het totale politieke failliet van de SP-leiding. Men kiest voor een koers van politiek afzwakken en meebuigen, maar weet niks te winnen op zelfs die beperkte parlementaire basis. De koers van geduldig opbouwen op basis van een socialistisch programma wordt door diezelfde leiding tegengewerkt. Het is dan ook de taak van marxisten en SP-leden om zich hiertegen te verzetten. Het is tijd om de leiding te lozen en  een marxistische koers te gaan varen. De partijdiscussie richting de Tweede Kamerverkiezingen zullen hier een belangrijk moment in worden.

  1. Kautsky, De weg naar de macht,https://www.marxists.org/nederlands/kautsky/1909/macht/6.htm
  2. Karl Kautsky, Was nun? 1910. Te vinden op: https://www.marxists.org/deutsch/archiv/kautsky/1910/xx/wasnun.htm#n1
  3. Ik schreef hier eerder over in het artikel ‘Geduld is een revolutionaire zaak’, https://communisme.nu/kompas/2014/05/05/geduld-is-een-revolutionaire-zaak/. Over de strategie van revolutionair geduld zijn ook de argumenten van Mike Macnair in zijn boek Revolutionary Strategy van belang, te vinden op: https://cpgb.org.uk/assets/files/resources/Revolutionary%20Strategy%202.pdf
  4. Jack Conrad, In the Enemy camp is een nuttige samenvatting van deze strategie. Te vinden op: https://cpgb.org.uk/assets/files/resources/In%20the%20enemy%20camp.pdf
  5. https://communisme.nu/artikelen/2019/12/31/2131/
  6. https://communisme.nu/artikelen/de-partij/2017/10/03/stellingen-over-de-sp/
  7. https://communisme.nu/artikelen/2020/03/26/de-economie-is-leidend-in-de-corona-aanpak-en-dat-zal-levens-kosten/