Op 14 december vond het XXIV congres van de SP plaats in Nieuwegein. Onder het mom van ‘’Samen Vooruit’’ was dit congres hoegenaamd gericht op het bespreken van de organisatorische vraagstukken van de partij. Rogier Specht doet verslag namens het Communistisch Platform.

Dit congres kwam voort uit het opstappen van Ron Meyer en de electorale verliezen van de afgelopen periode. Hoewel dit congres, uiteraard, al eerder op de agenda stond werd de aanloop er naartoe vormgegeven door discussies die uit de electorale nederlaag voort kwamen.

In de aanloop naar het congres toe leek er een discussie te ontstaan tussen drie kampen; de kliek rond Ron Meyer, de parlementairen rond Marijnissen, en de oppositiegroep de Groep die voortkwam uit onvrede over het vluchtelingenstandpunt in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement.

Rondom het opstappen van Ron Meyer leek er ook een machtsverschuiving plaats te vinden waarbij het parlementaire kamp sterk de touwtjes in handen nam. Vanuit de parlementairen was er al een langere kritiek op de koers. Het was te fel, en er was een te harde inzet in de campagnes die te negatief zou zijn geweest en niet positief genoeg over het werk van wethouders, kamerleden. Ook vond men dat er te veel vanuit Amersfoort zou worden bepaald.

Het is ondertussen een publiek geheim dat Ron Meyer door Lilian en enkele van haar vertrouwelingen is gedwongen om op te stappen. Niet noodzakelijk door de gekozen bestuursleden, maar met behulp van regiovertegenwoordigers die hun twijfels hadden over de koers van Meyer. Lilian en de haren gebruikten deze ruimte om de zeggenschap over te nemen in het proces richting het congres. Zo kwam het dat  de voorgestelde lijst voor het partijbestuur bijna volledig bestond uit kamerleden, wethouders en (voormalig) medewerkers uit de kamer. Mensen zoals Laurens Ivens, Nicole van Gemert, Bart van Kent en Hans van Hooft. Ook de voorzitterskandidaten gaven daags voor het congres aan vooral naar de achtergrond te willen gaan en Lilian neer te zetten als leider van de partij. Hierdoor verloor de kliek rondom Ron Meyer veel macht, daar zijn mensen vooral bestond uit enkele afdelingsvoorzitters en medewerkers in Amersfoort. 

In de eerste discussierondes op ledenvergaderingen en regioconferenties verzette de kliek zich dan ook tegen het congresstuk. Dit bleek uit het onder leden beruchte Daanifest. De kliek zette zelfs tegenkandidaten neer voor het partijbestuur, zoals Sunita Biharie en Eelco Eikenaar.

Het congresstuk kon ook op kritiek leveren vanuit een andere hoek; zowel onze eigen kameraden als de Groep waren kritisch op de insteek van het congresstuk en maakten zich zorgen over de vaagheid waarin veel van de formuleringen bleven steken. Hoewel weinig concrete voorstellen uiteindelijk zijn overgenomen, is het zeldzaam dat een congresstuk op zoveel kritiek kan rekenen. Ook daaruit blijkt dus de huidige versplintering van de partij.   

Niet alleen het congresstuk zelf viel kritiek ten deel, maar ook de bredere partijorganisatie werd breed onder vuur genomen. Opvallend was dat een groot deel van de spreektijd  werd gebruikt voor het formuleren van democratische eisen: Het poolen van spreektijd, het instellen van het congres als hoogste orgaan, het afschaffen van de voordracht. Het is duidelijk dat er onder veel kameraden in de partij een wens is voor daadwerkelijke inspraak en een andere politiek.

De congrescommissie nam tegen deze eisen bewust een negatieve positie in. Waar de congrescommissie al voor het congres uitblonk in het leveren van soms lachwekkende reacties op ingediende amendementen, was dit op het congres niet anders. De congrescommissie die voorstellen voor discussiestukken in de Spanning en de Tribune afwees omdat discussie toch echt ‘live’ moest plaatsvinden, gebruikte haar ‘live’ podium voor discussie om vooral geen argumenten te gebruiken. Argumenten van partijgenoten werden genegeerd, of volledig verdraaid door in het bijzonder Spencer Zeegers van de congrescommissie.

Toen op het congres vanuit een spreker werd geopperd dat het congres pas de eerste keer is waar de politieke discussie over het congresstuk op nationale schaal wordt gevoerd, kwam Spencer met de reactie dat dit niet de eerste keer was omdat we al 24 congressen hadden gehad in het bestaan van de partij.  

Deze negatieve rol van de congrescommissie in de discussie, grenzend aan een farce, is een uitdrukking van de bestaande vormen van hoe de partij een congres aankleedt. Er is namelijk niet echt een discussie in de zin van het uitwisselen van politieke argumenten en perspectieven. Het is vooral een sluitstuk waarin de congrescommissie het laatste woord heeft, letterlijk. Dit past in het bredere traject van de ‘discussie’ in de partij waarin het debat vooral gefragmenteerd plaatsvindt, in afdelingen en op regioconferenties. Ook hier heeft de congrescommissie altijd het laatste woord, dat bovendien als enige structureel is georganiseerd. 

Het organisatorische karakter van het congres werd dan ook actief ondermijnd door diezelfde congrescommissie. Keer op keer gaven zij een negatief advies over voorstellen, om het vervolgens neer te leggen bij de partijraad en het partijbestuur. 

Hierdoor viel de uiteindelijke impact van de discussie tegen. Dit kwam mede doordat de kliek hun keutel introk. Ze leken tevreden te zijn met het winnen van een marginaal amendement,dat vroeg om het aanwijzen van een bestuursverantwoordelijke voor campagnes (8.107), en de verkiezing van Sunita Biharie. Daan Brandenbarg prees zelfs de tweede versie van het congresstuk, waar hij eerder het document juist aanviel. Het leek alsof achter de schermen de lieve vrede alweer gevonden was tussen de parlementairen en de kliek. 

Ook de Groep bleef achter. Nadat discussie over het vluchtelingenstandpunt en hun brief probeerden ze als Groep verder politiek te bedrijven, maar afgezien van een gedeelde onvrede werd duidelijk dat ze verder geen gemeenschappelijke politieke basis uit konden werken. Ze waren ergens tegen, maar waren verder te divergent als groep om ergens voor te willen zijn. Als zodanig waren ze verder vooral irrelevant als stroming in de aanloop richting het congres en op het congres zelf. Hoewel ze nog wel een paar amendementen zijn rondgestuurd is daar weinig actief op ingezet zoals ze eerder wel deden. Het is dus de vraag of zij in de toekomst nog een rol van betekenis zullen gaan spelen. 

Uiteindelijk werd het congresstuk dus nagenoeg ongewijzigd aangenomen en werd ook de voordracht voor het partijbestuur, op Vincent na die werd verslagen door Sunita, gekozen. Hiermee lijkt de parlementaire tak voor nu geslaagd te zijn in hun missie om de politieke macht in de partij te verschuiven van Amersfoort naar Den Haag.

Toch zijn wij niet ontevreden over dit congres. Natuurlijk hadden wij liever gezien dat er een aantal democratiseringsvoorstellen aangenomen zouden worden. Nochtans bleek dat deze voorstellen toch veel steun genoten. Waar in vorige jaren vaak de verdergaande voorstellen kansloos strandden, was de marge nu vele malen kleiner. 

Het laat zien dat er een wens is binnen de partij voor een andere koers. Maar wij hebben in dit artikel ook proberen duidelijk te maken dat deze andere koers niet onomstreden blijft . De parlementairen en de kliek hebben vaak hun mond vol over elke vorm van ‘groepjesvorming’, maar zijn hier zelf het meest bedreven in. Achter de schermen in Den Haag en Amersfoort is dit namelijk dagelijkse praktijk.

Communisten zullen dus moeten gaan bouwen aan hun eigen kamp, hun eigen factie, willen wij een stem van betekenis worden binnen de partij. Niet alleen omdat wij vinden dat het vormen van tendensen en facties van belang is voor het democratische proces in de partij, maar ook omdat we anders zouden sneuvelen in alle ondemocratische praktijken in de partij. 

Deze wens voor een andere, communistische, koers zal de komende tijd moeten worden opgebouwd. Communisten moeten zich actief gaan organiseren binnen de partij, om het gekonkel van kliekers en parlementairen het hoofd te bieden en een daadwerkelijk alternatieve koers vorm te geven.