Kapitaal en klassen

mr-krabs-moneyPunt 1: De tegenstellingen die eigen zijn aan het kapitalisme storten de samenleving telkens weer in crises: zij tonen de kloof tussen arm en rijk aan, dat mensen gebrek lijden ondanks overproductie, oorlogen over grondstoffen en macht. Deze crisis kan zowel economisch, sociaal als politiek zijn en ondermijnt de opvatting dat er maar één maatschappijmodel, het kapitalisme, mogelijk is.

Mathias Marin

Europa is in crisis. Ondanks het feit dat elke dag miljoenen mensen hard werken om al de benodigdheden van onze samenleving te produceren, hierin bijgestaan door een steeds geavanceerder machinecorps, is onze samenleving niet in staat om te voorkomen dat mensen verhongeren, op straat leven, of overlijden aan makkelijk voorkoombare ziekten. Zelfs in Nederland, een land dat zich profileert als voorbeeld van de kracht van de liberaal-democratische staatsvorm, zijn voedselbanken en daklozenopvang over capaciteit.

Het antwoord van de politiek op deze ontwikkeling is er een van versobering. Het Stabiliteits- en Groeipact, beter bekend als de 3% norm, wordt door heel Europa aangehaald om staten te dwingen hun staatsbedrijven te verkopen, uitkeringen te versoberen en subsidies stop te zetten. De Europese arbeidersklasse wordt geconfronteerd met minder banen en minder sociale zekerheid.

Desalniettemin blijft het publiek discours volhouden dat dit beleid ten gunste is van iedere Europeaan. De beste hoop voor iedereen, zo luidt het verhaal, is om de vrije markt zijn werk te laten doen, en dat kan niet als de staat zich bemoeit met de economie. Daar waar (vaak gedwongen) gesnoeid moet worden in de begroting, vallen de klappen dus het eerste bij dat wat die vrije marktwerking hindert, zelfs als dit zeer negatief uitpakt voor een grote groep mensen. Zoals Balkenende zou zeggen, ‘eerst het zuur, dan het zoet’. Oftewel, eerst versobering, maar in de loop der tijd zal de vrije markt leiden tot verrijking van iedereen.

Maar waarom eigenlijk? Want het is helemaal niet vanzelfsprekend dat marktwerking tot de best mogelijke oplossing leidt. Sterker nog, het tegendeel is waar. Vrije marktwerking heeft historisch consequent geleid tot slechte, onveilige arbeidscondities, afbraak van rechten en sociale zekerheid en de vernietiging van het milieu. De echte reden voor het huidige beleid is dan ook niet het welzijn van iedere Europeaan, maar het winstbelang van investeerders. Zonder investeringen is het immers al snel afgelopen met de Europese economie.

Europa is dus overgeleverd aan winstbelang, of beter gezegd, overgeleverd aan de logica van het kapitalisme.

chaplin-modern-times

Kapitalisme nader verklaard

Simpel gesteld is de kapitalistische productiemodus de manier waarop onze huidige samenleving alles produceert wat de samenleving nodig heeft. In een kapitalistische maatschappij zijn de benodigdheden voor productie, zoals grondstoffen en machines, in privé bezit. Om te produceren huurt de eigenaar arbeiders in, die voor hem of haar koopwaar produceren, om die vervolgens te verkopen met winst.

In kapitalisme wordt voornamelijk geproduceerd voor winst. Maar waar komt die winst vandaan? Waarom is het geproduceerde meer waardevol dan de productiekosten?

De reden hiervoor is dat de ingekochte productiemiddelen niet simpelweg doorverkocht worden, maar wordt omgevormd door arbeid in iets nuttigs. Het is deze omvorming door nuttige arbeid die waarde creëert. Het is daarbij een bijkomend detail dat deze arbeid ingehuurd is. Ongeacht het mechanisme waardoor arbeiders te werk worden gesteld, zal dezelfde arbeid met dezelfde productiemiddelen dezelfde transformatie tot stand brengen, en daarmee hetzelfde waardeverschil. Het feit dat arbeid waarde produceert staat dus los van het feit dat arbeiders in loondienst zijn. In de kapitalistische maatschappij wordt deze geproduceerde waarde echter het bezit van de kapitalist. Dit is niet een resultaat van het productieproces, maar van de handel in geproduceerde waar, en dan specifiek die van een heel speciaal soort waar: arbeidskracht.

Arbeidskracht is het vermogen om bepaalde arbeid uit te voeren. Dit is wat de arbeider verkoopt op het moment dat deze in loondienst gaat. Dit vermogen tot arbeid is echter niet hetzelfde als arbeid zelf. Om arbeid te kunnen leveren moet de arbeider gezond zijn, goed doorvoed zijn, onderwezen zijn, enzovoorts. Om dat te bereiken koopt de arbeider de producten die hiervoor nodig zijn, bijvoorbeeld voedsel, woonruimte, een ziektekostenverzekering en scholing. De kosten van deze levensbehoefden bepalen het loon. De arbeider krijgt betaald om een bepaalde tijdsperiode te kunnen leven op een bepaald niveau, maar niet meer dan dat. Aan het eind van de periode is het geld op. Wil de arbeider zijn levensstandaard behouden, dan zal deze maand in, maand uit moeten blijven werken.

In het productieproces produceert de arbeider echter meer waarde dan deze in loon (en indirect dus in levensbehoefdes) uitbetaald krijgt. De rest van de geproduceerde waarde is het eigendom van de kapitalist, en wordt na de verkoop van de geproduceerde koopwaar dan ook winst.

Het resultaat van de kapitalistische productiemethode

Ten eerste houdt het kapitalisme een klasse mensen in stand die afhankelijk is van loon – de arbeidersklasse. De arbeidersklasse verdient slechts dat wat nodig is om haar in stand te houden. Verder produceert het kapitalisme een tweede klasse: de burgerij, of de kapitalistenklasse. Dit is de laag van de bevolking aan wie de winst van het kapitalistische productieproces ten goede komt. Terwijl de arbeidersklasse al hun geld moet besteden aan levensbehoeften, waardoor deze nooit rijk zal worden, verdient de burgerij haar investeringen terug plus winst, de gerealiseerde meerwaarde die de kapitalist opstrijkt uit de onbetaalde arbeid van zijn werknemer, waardoor haar vermogen groeit. Deze groeiende rijkdom wordt aangewend om productie op een steeds grotere schaal aan te pakken, en uit te breiden naar nieuwe sectoren.

Deze schaalvergrotingen leiden tot een productieproces waarin de arbeider steeds verder komt te staan van het geproduceerde. Elke vrijheid, elke keuze binnen het productieproces wordt de arbeider ontnomen, om vervangen te worden door de keuzes van de kapitalist. Hoewel arbeid een sociaal proces is, en moderne productiemethodes steeds meer arbeiders bij elkaar brengt en laat samenwerken, zijn de relaties tussen deze arbeiders, de vorm van hun interactie, bepaald door de kapitalist.

Dankzij de constante jacht naar winst en daarom naar investeringsmogelijkheden, breidt kapitalistische productie zich uit tot elk domein van menselijke activiteit. Vrijwel elk object in hedendaagse huishoudens is massa-geproduceerd en met winst verkocht. Vrijwel elke hobby of andere vrijetijdsbesteding vindt nu zijn uitdrukking in de koop en consumptie van waar. Het kapitalisme is nu zo natuurlijk als water voor een vis, een externe vanzelfsprekendheid die voelt alsof deze er altijd al is geweest.

Maar kapitalisme is geen vanzelfsprekendheid. Kapitalisme wordt elke dag weer geproduceerd door miljarden arbeiders, die in ruil voor hun bestaan elke dag opnieuw de condities produceren die hun toekomstige uitbuiting garanderen. Dit is natuurlijk niet de bewuste keuze van de arbeider. De arbeider is ontvreemd van zijn vermogen enige richting te geven aan de eigen arbeid, en dient enkel de kapitalist in zijn winstaccumulatie.

Er is dus een tegenstelling in onze maatschappij. Aan de ene kant staat de arbeider, de producent van onze samenleving, maar zonder controle over de richting van deze samenleving. Aan de andere kant staat de kapitalist, die zich deze macht toe-eigent voor winstbelang. Dit leidt onvermijdelijk tot conflicten tussen het belang van de arbeider en het belang van de kapitalist, en door de geschiedenis heen is dat maar al te duidelijk te zien. Voor de wereldoorlogen hadden Europa en de Verenigde Staten een krachtige arbeidersbeweging die streed tegen onmenselijke werkomstandigheden, lange uren, en hongerlonen. Van de overwinningen van destijds profiteren we vandaag de dag nog.

De arbeidersbeweging vandaag de dag lijkt een schaduw te zijn van haar verleden, ondanks het feit dat ook vandaag de dag de tegenstellingen tussen burgerij en proletariaat nog bestaan; ze is een volledig onderdeel geworden van het systeem – een dienstenvakbond, een parlementaire SP. Hierdoor is zij niet meer in staat om in het offensief te gaan, maar richt zij zich erop om de huid van de beweging zo duur mogelijk te verkopen, alsof arbeiders zelf een waar zijn.

De liberaal-kapitalistische ideologie heerst. Voor veel mensen is het besef weg dat zij arbeiders zijn, en dat de problemen waarmee zij dagelijks te maken hebben problemen zijn waar arbeiders over de hele wereld mee te maken hebben. Steeds vaker wordt gezocht naar een individuele oplossing. Slechte werkomstandigheden? Dan maar op zoek naar een andere baan, of anders de boel maar accepteren. En heeft een product een slechte naam op het gebied van milieu of werkomstandigheden? dan kopen we gewoon iets anders, en vrijwaren we onszelf zo van medeverantwoordelijkheid.

Dit zijn geen oplossingen. Om de problemen van kapitalisme structureel op te lossen zijn we als individu nergens. Enkel als wij ons organiseren als klasse, en de problemen onder ogen zien waar wij als arbeidersklasse mee te maken hebben kunnen wij, gezamenlijk, actie ondernemen om hier verandering in te brengen.