De SP heeft Marxisme nodig

Klein beginnen...

Klein beginnen…

Arbeiders moeten zich tot doel stellen de bestaande organisaties van de beweging onder eigen controle te nemen, weg van bureaucratische organisatievormen. Jos Alembic legt uit waarom Marxisten binnen de SP zich moeten organiseren, om de partij te behouden als instrument van de arbeidersbeweging.

In het eerste nummer van Kompas heb ik uitgebreid stilgestaan bij het vraagstuk “partij”. De drie typen die ik daar beschreef waren de partij-als-merk, waar de SP, in haar huidige vorm, een voorbeeld van is, een partij die zich primair richt op parlementair werk; de ideologisch homogene agitatiegroepen waaruit het gros van revolutionair-links bestaat; en de partij-beweging waar ik mee eindigde, een massale uitdrukking van een politiek doel, een “samenleving binnen de samenleving” met haar eigen organisaties die erop doelen om de arbeidersklasse te organiseren als klasse. Dit laatste type partij is één van de doelstellingen geformuleerd in het communistisch platform. Maar het is belangrijk om het niet enkel bij theorie te laten. Wat is het potentieel om de bestaande beweging te veranderen? Welke rol kunnen Marxisten daarin spelen?

De afgelopen maanden heb ik veel positieve reacties gekregen van SP’ers die zichzelf aan de linkerzijde van de partij zien. Maar telkens rees ook de vraag “wat nu?”. Hoe gaan we dit idee van een andere partij concreet handen en voeten geven? Ik hoop hier een schets te kunnen geven over hoe we aan de slag kunnen en eindig met een oproep.

Transformeren van de beweging

Om te beginnen hebben we een andere houding nodig. De bestaande houding van veel Marxisten is zeer contraproductief. Om dit te duiden neem ik het voorbeeld van het enige lid van van de International Bolshevik Tendency in Nederland, Wilhelm Speklin. Zijn houding is typerend voor revolutionair-links, hoewel een stuk explicieter en consequenter dan de meeste andere groepen. Hij noemt de SP een “burgerlijke arbeiderspartij”1, basta. Daarmee gekoppeld roept hij dan op voor een “revolutionair-socialistische arbeiderspartij”. Kortom, de SP heeft ons verraden, om verder te komen moeten we ervan splitsen en een nieuwe organisatie opzetten, zo luidt de redenering.

Dit is, zoals gezegd, een variant van de heersende opvatting binnen revolutionair-links. De Internationale Socialisten, Socialistisch Alternatief, Vonk, de NCPN, de Rode Morgen, SAP/Grenzeloos… Allemaal proberen ze dit “perfect ronde” wiel opnieuw uit te vinden, hoewel hier en daar de bestaande beweging, zoals de SP serieus wordt genomen… als visvijver voor nieuwe leden voor hun eigen groepje.

Dit is een fundamenteel verkeerde houding, die is gebaseerd op het bouwen van een ideologisch homogene organisatie. Dat wil zeggen, een organisatie waar er wellicht enige vorm van ‘interne discussie’ mogelijk is, maar naar buiten toe iedereen hetzelfde moet vinden, er een ‘partijlijn’ over zowat elk politiek standpunt is. Deze houding leidt namelijk tot activisten die er de brui aan geven en splitsingen, sub-splitsingen en sub-sub-splitsingen van organisaties, totdat er weinig relevants meer overblijft. Wat we nodig hebben is juist een open, democratische cultuur van ‘eenheid in onenigheid’ wil onze klasse, om te beginnen met de bestaande arbeidersbeweging, zich politiek kunnen ontwikkelen.

Dat wil overigens niet zeggen dat Marxisten zich niet onafhankelijk moeten organiseren. Dit is niet zozeer een geval van de noodzaak aan ‘puurheid’, maar vanwege een broodnodige onafhankelijkheid van bureaucratische controle. Als een ‘linkervleugel’ binnen de SP zich puur zou organiseren op basis van de bestaande structuren van de partij, maakt dat organisatie niet alleen bijzonder inefficiënt tot vrijwel onmogelijk vanwege de verticale wijze waarop de partij is georganiseerd, het maakt ons dan ook bijzonder vatbaar voor royeringen en andere bureaucratische maatregelen die de partijleiding zou kunnen nemen als een linkse campagne zelfs ook maar een beetje succesvol zou worden.

Marxisten van het eerste uur, die eind 19de en begin 20ste eeuw massale partijen opbouwden, hadden een andere houding. Wat was hun truc? Zij keken naar de bestaande arbeidersbeweging en zagen een beweging die kleinschalig was, versplinterd en daarmee totaal ineffectief. Het was een beweging die zich vormde naar de mogelijkheden die het kapitalistisch systeem hen op dat moment gaf. De kleine regionale of zelfs stadgebonden vakbonden, de politieke afhankelijkheid van de liberale partijen in bepaalde landen, het politiek ondergrondse werk in andere meer autoritaire regimes wat zich vaak uitte in terroristische tactieken… Het waren allemaal uitingen van een arbeidersbeweging die zich probeerde te manoeuvreren binnen het kapitalisme.

De Marxisten van deze periode veranderden dit alles in een periode van ongeveer 50 jaar vanaf omstreeks 1865. Wat hier gebeurde was wat Friedrich Engels al omschreef als de “fusieformule”: De bestaande beweging werd geïnjecteerd met een nieuw doel, een groots idee van een toekomst dat draaide om, om de SP begrippen te gebruiken, menselijke waardigheid, gelijkwaardigheid en solidariteit – socialisme. De vakbonden regen zich aaneen tot nationale organisaties, er werden onafhankelijke politieke partijen opgezet voor en door arbeiders, men nam afstand van terroristische tactieken en ging geduldig bouwen aan een beweging van miljoenen. De klasse werd voor het eerst georganiseerd als massaal collectief.

De uitdrukking van dit grote doel was het programma. Dit bestond uit twee delen: Het deel van eisen dat tot doel stelde om de arbeidersklasse de politieke macht te laten overnemen in de vorm van de democratische republiek en het tweede deel dat de overgang vanaf deze politieke machtsovername beschrijft, de overgang naar een maatschappij van vrije producenten, het communisme. Dit programma was het kloppende hart van de beweging. Als ware evangelisten, trokken politieke arbeiders door heel het land om de blijde boodschap te verspreiden, iets wat de beweging verder versterkte.

Red de partij

Op een bepaalde manier heeft Wilhelm Speklin wel een punt: Ook de SP is vandaag de dag een partij dat zich louter begeeft in wat het kapitalisme haar heeft te bieden. Jan Marijnissen is bekend vanwege zijn uitspraak dat we terug moeten naar een “Rijnlands model” van het kapitalisme, dat wil zeggen, de ontwikkeling van de verzorgingsstaat koppelen aan de arbeidsproductiviteit, het terugdraaien van de neoliberale maatregelen naar een ideaalbeeld van het Nederland van pak ‘em beet de jaren ’70. De SP is dus inderdaad een “burgerlijke arbeiderspartij”.

Is dat een reden om de partij te verlaten en iets nieuws op te bouwen? Zeer zeker niet. De SP zoals deze nu is, is precies een product van de huidige maatschappij. Het is wat we kunnen verwachten onder het kapitalisme. De reden hiervoor is dat alle organisatievormen onderhevig zijn aan maatschappelijke normen. In de politiek uit zich dat in vrij voor de hand liggende zaken en dat gaat ongeveer als volgt: Wil je de maatschappij veranderen? Wil je betere wetgeving? Dan is het zaak dat je stemmen krijgt en, gezien ons kiessysteem, betekent dat je in de coalitie moet kunnen komen. Dat betekent dus ook dat je je niet al te radicaal kunt opstellen, wie wil immers nu in de coalitie met mensen die de maatschappelijke orde omver willen werpen?

Ziehier in een notendop de oorzaak van het opschuiven van de SP naar het “respectabele midden” in de afgelopen 10 a 15 jaar. De controversiële weblog “SP Transparant” doet op scherpe (en ook meer dan eens ongenuanceerde) manier verslag van wat dit in de praktijk betekent. De bekende voorbeelden zijn hoe de SP afstand heeft genomen van haar anti-NAVO standpunt en ook hoe de partij zich koest houdt over het feit dat ze ‘eigenlijk’ een republikeinse partij is, want het koningshuis is immers ‘heel populair’…

Zou de door Wilhelm gedroomde ‘Revolutionair-Socialistische Arbeiderspartij’ dan de oplossing bieden? Nee, natuurlijk niet. Het zou onder exact dezelfde druk komen te staan zodra het enige omvang zou hebben.

“Maar wacht!”, horen we in protest, “We zijn slechts een minderheidspartij buiten revolutionaire omstandigheden en zullen tot massale omvang groeien zodra de revolutie komt. Dan zullen de arbeiders inzien dat wij altijd al gelijk hebben gehad.” Een mooie droom, maar niet meer dan dat. In werkelijkheid, zo hebben alle revolutionaire situaties in de afgelopen eeuw ons geleerd, zullen tijdens revoluties alle politieke formaties die niet geassocieerd zijn met het oude regime groeien. En bestaande massale krachten groeien het hardst. Kortom, de gedroomde kleinschalige RSAP is op deze basis een futiele onderneming, zonde van de tijd en moeite. Datzelfde geldt overigens voor de rest van revolutionair-links op haar huidige basis die min of meer hetzelfde proberen te doen.

Wat dan wel?

Net zoals de Marxisten van weleer is het nu weer de taak om de “burgerlijke arbeidersbeweging” te transformeren in een zelfbewuste, politiek onafhankelijke klasse die streeft naar een menselijke samenleving. Een socialistische samenleving waarvoor het kapitalisme moet wijken.

De strijd begint daarom met de grote visie: Wat is ons uiteindelijke doel? Het uiteindelijke doel van de SP staat beschreven in haar beginselprogramma, Heel de mens, dat in 1999 is aangenomen als vervanging op het meer radicale, hoewel ook problematische, Handvest 2000. Ik ben elders al specifieker ingegaan op de mankementen van dit programma. Voor hier voldoet het om te stellen dat Heel de mens er effectief op neerkomt om te ‘blijven aanmodderen’. Het is, ondanks haar “alternatief op ‘Brutopia'”, geen visie voor een ander soort samenleving en zonder visie ben je onderhevig aan wat het kapitalisme ‘realistisch’ heeft te bieden.

Als de partij op deze koers blijft varen, zal er steeds meer druk komen op de partij om zich te conformeren tot wat het politieke bestel haar heeft te bieden. Wil ze in een coalitie met CDA of PvdA, dan is het noodzaak dat de partij haar standpunten blijft verwateren totdat de wijn niet meer te zuipen is. Meer concreet: Mocht de SP in een nationale coalitie komen wordt ze verantwoordelijk voor het uitvoeren van neoliberaal beleid, dat is immers de politieke context waarin het kapitalisme de afgelopen 30 jaar opereert. Ook al zou de SP nationaal de andere partijen overtuigen om een meer “menselijk” beleid te voeren, dan zijn er nog de internationale drukmiddelen, zoals de financiële markten en het IMF om Nederland in het gareel te houden.

Het gevolg van een SP-coalitiedeelname zou daarom desastreus zijn: Niet langer zou de partij gezien worden als een progressieve kracht in de samenleving, niet langer zou het duizenden activisten kunnen blijven motiveren. De partij zou leeglopen, haar electoraat weglopen en we lopen het gevaar dat onze generatie geen politiek geluid meer heeft dat aansluit bij de belangen van de overgrote meerderheid in onze samenleving, de arbeidersklasse.

Maar zelfs al zou dit niet gebeuren, wat heeft de SP in een neoliberale coalitie te zoeken? Wat biedt het ons, de arbeidersklasse, om te streven naar iets minder bezuinigingen, iets minder slechte sociale wetgeving en een iets progressiever belastingstelsel als bij een volgende regering al deze zaken weer in één klap weggevaagd gaan worden? Laten we ons niet onnozel kijken op de coalitieregering alsof het een of andere hoofdprijs zou zijn.

De SP heeft Marxisme nodig wil het een toekomst hebben als partij en een toekomst kunnen schetsen voor de samenleving.

Werken aan een weg vooruit

De linkse SP-leden voelen al jaren nattigheid in de richting die de partij opgaat. Bovengenoemd argument zal zeker niet nieuw zijn. Waar het ons aan ontbreekt is organisatie. Hoe krijgen we een koersverandering voor elkaar? Een SP-campagne zou in ieder geval een aantal basistaken moeten bevatten:

1. Het werken aan een alternatieve visie, een alternatief beginselprogramma

Zoals gesteld is hét centrale probleem de bestaande visie van de partij, of eerder het gebrek eraan. Maar wat is het alternatief? Programmatische ontwikkeling betreft meer dan stellen “dit is ons alternatief”. Het zou moeten uitleggen waarom dat zo is, welke logica erachter steekt. Wil het iemand overtuigen, dan is educatie essentieel.

2. Het inbrengen en verdedigen van amendementen op congressen, het bijdragen aan discussies in de partij

Om de paar jaar heeft de partij een congres, zo ook dit jaar in november. Dit zijn belangrijke, vormende gebeurtenissen. Niet alleen is het van belang om amendementen in te dienen, maar juist ook om er actief aan deel te nemen en deze ideeën te verdedigen, er een meerderheid voor te winnen.

Ook zijn er om de zoveel tijd themadiscussies. In 2013 liep de discussie rondom de “democratisering van de economie” die vooral werd voorgekauwd door het ‘wetenschappelijk bureau’ van de partij. In de afdelingen konden Marxisten zich hier en daar laten horen, maar deze alternatieve visies werden er tijdens de regioconferenties uitgefilterd. Om een echte impact in dit soort discussies te maken moeten we…

3. Bouwen aan een horizontaal netwerk tussen afdelingen, verticale partijstructuren doorbreken, ervaring uitwisselen

Dit klinkt even voor de hand liggend als dat het blijkbaar ongrijpbaar is. Immers kan de linkerzijde zich maar moeilijk organiseren hoewel er door de jaren heen wat alternatieven zijn geweest2.

4. Het serieus nemen van leiding. Ons verkiesbaar stellen

We gaan ons niet enkel horizontaal organiseren. De bureaucratie kunnen we immers niet omzeilen. Het Amerikaanse gezegde “put your money where your mouth is” is hier toepasselijk: Dit soort artikels zijn natuurlijk leuk en aardig, maar als we er geen werk van maken de structuren constructief uit te dagen, is het zinloos.

Oproep

Dit zijn geen kleine stappen, maar een eerste stap zal moeten voldoen. We zijn onlangs een Facebook groep gestart waar Linkse SP’ers samen kunnen komen en kunnen discussiëren over waar we als partij heen willen en hoe we dat kunnen bereiken. Meer is natuurlijk nodig, voel jij je aangetrokken tot deze ideeën en wil je constructief meedenken en meedoen aan een ander soort partij, een realistisch toekomstperspectief, sluit je vandaag nog aan op deze pagina, als je natuurlijk een Facebook account hebt. Stuur ons anders een berichtje via de contactpagina of laat hier commentaar achter.

Noten en referenties

  1. Hoewel de IBT in Nederland slechts twee artikels online heeft, een vertaalde tekst uit 1987 en een pamflet uit 2004, via bolshevik.org, is Wilhelm Speklin wel heel actief op Facebook, waar deze standpunten terug zijn te vinden.
  2. In datzelfde jaar kwam er spontaan een los netwerk voort rondom de discussie over de “democratisering van de economie”. Dit was voornamelijk een mailinglist waarbij ook een enkele keer een bijeenkomst is georganiseerd. Na de beëindiging van deze discussie lijkt dit netwerk weer te zijn ingeklapt. Maar het geeft wel de potentie aan.