In de onderstaande brief gaat Danny Harteveld in op de gevolgen van het streven van de SP naar een bestuurspositie in gemeentecoalities – een streven dat de partij sinds enkele jaren in haar greep heeft. Zowel de materiële gevolgen als de ideologische betekenis van deze strategie passeren de revue, alsook een getheoretiseerd toekomstbeeld van waar dit pad ons zal leiden.

“Stadskanaal heeft het financieel zwaar, voor de komende periode voorzie ik dat er ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden, keuzes die ik niet ga maken.”1 Met die woorden stapte oud SP-wethouder Lian Veenstra uit de gemeentecoalitie van Stadskanaal in de provincie Groningen. De SP-afdeling in Stadskanaal en Veenstra zullen het zich anders hebben voorgesteld, maar in feite was dit einde onvermijdelijk. Uiteindelijk biedt het lokale meebesturen maar twee opties: meegaan in het brute bezuinigingsbeleid van de burgerlijke staat en daarmee in feite het kapitalisme managen, of opstappen.

De coalitiedeelnames van de SP zijn het afgelopen decennium explosief gestegen. Alhoewel de SP nooit geheel het idee van coalitiedeelname afkeurde (SP Oss trad bijvoorbeeld al toe in hun lokale college in 1996), steeg de drang om aan zoveel mogelijk besturen deel te nemen sterk tijdens de Roemerjaren. De SP voelde zich niet serieus genomen door de overige politieke partijen en had een sterke drang naar respectabiliteit. Daarnaast kon de partij macht niet anders inbeelden dan in de vorm van deelname aan burgerlijke instituties. In feite was de almaar groeiende drang naar steeds vaker deel te nemen aan een bestuurscoalitie vooral het doortrekken van de al lang hiervoor ingezette verrechtsing van de partij, met het in 1999 aangenomen beginselprogramma Heel de Mens als grote symbool van dit fenomeen. Dit in samenwerking met het electorale succes van 2006 (toen de SP wanhopig trachtte deel te nemen aan een landelijke coalitie) opende de poorten voor een stortvloed aan vaaglinkse nieuwe leden. Nieuwe leden inschrijven werd zo in feite een doel op zich. Dit opportunisme heeft ertoe geleid dat veel nieuwe leden niet vanwege politieke principes lid worden, maar om zich uit te spreken tegen een vaag, ongedefinieerd gevoel van maatschappelijk ‘onrecht’. In combinatie met het gebrek aan (socialistische) scholingen vanuit de SP zorgt dit ervoor dat deze leden in feite voor een continue verrechtsing van de partij zorgen.

Deze ontwikkeling werkte een wildgroei aan SP-wethouders en bestuurders in de hand. Zo waren er na de gemeenteraadsverkiezingen in 2014 maar liefst 45 wethouders actief namens de SP en nam de SP deel aan niet minder dan de helft van de provinciebesturen na de verkiezingen van een jaar later. 

Hoewel het aanlokkelijk is om te denken dat het bestuursfetisjisme zich enkel beperkt tot de sociaaldemocratische parlementaire vleugel van de partij, ook wel de ‘parlementairen’ of ‘Sharonistas’ genoemd, is niets minder het geval. Ook de zogenoemde kliek die zichzelf graag ziet als stoere activisten gaat eronder gebukt. Documenten als het Daanifesto staan vol met vaagheden en het verheerlijken van de kapitalistische verzorgingsstaat van vroeger en stellen eigenlijk alleen dat parlementsleden en bestuurders enkel naar de verhalen op straat moet luisteren om niet te vervallen in parlementarisme. In plaats van bijvoorbeeld het opstellen van een socialistisch programma en proberen de arbeidersklasse te winnen voor dit programma, blijft het steken in vaagheden als ‘rauwe’ verhalen vertellen in het parlement. De ultieme belichaming van de nietszeggendheid van het stuk is ondergetekende van het eerste uur en wethouder namens de SP in Zutphen Mathijs ten Broeke, die onder andere verantwoordelijk is voor het afnemen van rolstoelen van gehandicapten en ouderen vanwege de bezuinigingen van de gemeente. Hiermee verwordt socialisme tot niks meer en niks minder dan een geloofsbelijdenis. Het is een houding, een instelling. Een oplossing om het verheerlijkte activistische karakter van de partij te behouden in coalities biedt het document dan ook niet buiten een oneindig geloof in de eigen houding.

Voor parlementairen binnen de SP biedt de strategie echter ook geen soelaas, ook niet voor de niet-socialistische doelen die zij nastreven. Het meebesturen zal hen steeds meer dwingen zich in te schikken naar de dominante tirannie en logica van de markt. Als zij op steeds meer plekken mee willen en blijven besturen, zal voor dit doel de partij steeds meer naar rechts bewegen om dit de realiteit te maken. Een neergang zoals de PvdA die kende na het afschudden van de ideologische veren ligt dan in het verschiet. Zelfs nu ondervindt de SP hier al de hinder van: boegbeeld der parlementairen Lilian Marijnissen liet na de zoveelste verkiezingsnederlaag weten dat dit kwam door de ‘opkomst van de anti-establishment partijen.‘2 Dat de SP onderdeel is van dit establishment is een even pijnlijke als eerlijke constatering.

Regeringsdeelnames lopen vrijwel altijd desastreus af voor de meest linkse partijen in een parlement. Uiteindelijk wordt er niks substantieels bereikt in de regeerperiode en is de straf van de kiezer achteraf genadeloos, zoals onder andere de politicoloog Luke March heeft geconstateerd in zijn artikel Contemporary Far Left Parties in Europe.3 In de praktijk wordt regeringsdeelname van socialistische partijen enkel gevolgd door grote electorale verliezen. De linkse partijen bewegen de regering niet naar links, de linkse partijen bewegen richting de regering.

Vaak werd en wordt dit verdedigd met het argument dat we in een coalitie ‘echt een verschil kunnen maken’ en ‘we doen het alleen als er echt wat te halen valt’. Beide uitspraken zijn complete luchtfietserij. Er zijn legio voorbeelden van SP-wethouders en afdelingen die hun naam verbonden aan bruut bezuinigingsbeleid:

        SP Nijmegen die dwangarbeid voor jongeren met een uitkering ondersteunt4 en medeverantwoordelijk is voor grote bezuinigingen afgelopen jaar.5

        SP Utrecht verpatste sociale huurwoningen aan beleggers om dit vervolgens met hand en tand te verdedigen in de gemeenteraad.67

        SP Amsterdam voert snoeiharde bezuinigingen door8 en is ondertussen goede vriendjes geworden met beleggers die ‘een gezond rendement moeten kunnen maken’.9

        SP Zutphen die de lokale armoedebestrijding heeft gesloopt en de rolstoelen van gehandicapten en bejaarden heeft afgepakt.10

Dit is slechts een kleine greep van mogelijke voorbeelden van de SP die rechts beleid uitvoert en sociale voorzieningen kapot saneert. De realiteit is dat alle 45 hierboven genoemde wethouders hieraan hebben bijgedragen. Dit is geen persoonlijk verwijt naar deze (oud) wethouders, dit is een verwijt naar het meebesturen als concept en strategie an sich. Uiteindelijk is een gemeentelijk college slechts een uitvoerend orgaan van grotendeels landelijk beleid. Zolang wij een kapitalistische samenleving kennen zullen onze wethouders kapitalistisch beleid moeten uitvoeren. Erger nog is dat hierin opgesloten zit dat de SP met iedere coalitiedeelname de huidige ondemocratische staat versterkt en legitimeert. Een daadwerkelijke socialistische partij zou dit erkennen en hierop inspelen door simpelweg niet deel te nemen aan landelijke, provinciale of lokale coalities, totdat de kracht is opgebouwd om daadwerkelijk socialistisch beleid te voeren gebaseerd op een socialistisch programma.

De meeste SP-afdelingen zijn ondertussen overtuigd van de illusie dat deelname aan een bestuurscoalitie het hoogste doel is van een socialistische partij. Dit weerspiegelt zich in de lokale verkiezingsprogramma’s: deze zijn meestal slap, vaag en nietszeggend omdat zij niks liever willen dan in het lokale bestuur deelnemen. Een procentje meer of minder subsidie of lastenverzwaring en daarna houdt het al snel op. In feite zijn SP-programma’s nauwelijks te onderscheiden van die van de PvdA, GroenLinks of een willekeurige lokale partij. Het overlopen van wethouders en gemeenteraadsleden tussen de verschillende fracties is niet voor niets zo de spuigaten uitgelopen in diverse gemeenteraden.

Het lokaal meebesturen betekent dat de SP totaal inbindt voor de huidige staatsrechtelijke orde – een staat die is geboren uit onderdrukking en die het kapitalisme zo goed mogelijk in stand probeert te houden. Dit geldt voor alle bestuurslagen die allen hun eigen rol hierin vertolken. Het ondemocratische karakter van de staat heeft als consequentie dat socialisme niet te verwezenlijken is via een puur parlementaire route.

Communisten willen de gehele mensheid bevrijden van het inmiddels regressieve kapitalisme. Dit kan echter enkel wanneer de gehele arbeidersklasse de politieke macht op zich neemt. De politieke macht op een democratische wijze opeisen is echter onmogelijk in onze huidige staatsbestel. Denk aan het mogelijk tegenwerken van de volgende ondemocratische instituties; de strijdmacht, het koningshuis, de eerste kamer, het ambtelijke apparaat en de burgemeesters. Al deze instituties zullen dus afgeschaft, vervangen of hervormd moeten worden. Om dit te doen zal er strijd gevoerd moeten worden door een communistische partij die met haar eigen instituties en verenigingen een daadwerkelijk alternatief biedt op de huidige wereldorde, met het expliciete doel om deze wereldorde uiteindelijk te vervangen. Op de kortere termijn kunnen deze instituties ook als effectieve strijdmiddelen dienen, met de blijvende macht die de arbeidersbeweging hiermee opbouwt kunnen blijvende concessies en materiële winsten afgedwongen worden. Op deze manier zal een democratische meerderheid van de mensen gewonnen moeten worden voor het communisme.

Lokale coalitiedeelnames werken het hierboven genoemde doel op fundamentele manieren tegen. In plaats van op te komen voor de arbeidersklasse als klasse op zich en zichzelf in te zetten voor instituties van deze klasse probeert de SP, door mee te doen met het burgerlijke spelletje in de gemeenteraden, directe materiële winst te boeken. Naast dat dit altijd grote offers zal vergen betekent het ook simpelweg een einde van principiële politiek voeren tegen de ondemocratische staat en het kapitalisme dat zij verdedigt. Het staatsloyalisme van de SP is één van de vele achilleshielen die de partij dient te overwinnen op de weg om een communistische partij te worden. De partij versterkt op dit moment in feite de greep van het kapitalisme op de samenleving door de staat te versterken. 

In het kort staan coalitiedeelnames haaks op de doelen van socialisten. Het is een falende strategie die op geen enkele manier te verantwoorden is: de winsten die eruit gehaald worden zijn marginaal en van een tijdelijke aard, de offers die ervoor worden gebracht zijn gigantisch en daarnaast zijn de materiële winsten ook via een sterke en strijdbare arbeidersbeweging te verkrijgen. Het staat ook compleet haaks op het doel van het verheffen van de arbeidersklasse naar een onafhankelijke klasse die de politieke macht kan grijpen ter bevrijding van de mensheid als geheel. Als socialisten doen we het niet voor minder, toch?

Categorieën: Brieven