De strijd voor het socialisme is ook de strijd tegen klimaatverandering, maar hoe bestrijden we klimaatverandering effectief? Andrew Ammerlaan schrijft voor communisme.nu een artikelenreeks over kernenergie en het klimaatprobleem. In dit vierde deel focust hij op de huidige technologische staat van kernenergie en de geschiedenis van kernreactoren. Hoe staat het ervoor met de potentie van deze energiebron?

Deel 4: Reactorontwerpen van briljant tot stupide

In deze vroege dagen [van kernenergie] onderzochten we allerlei soorten reactoren, hierbij vergeleken we de voordelen en nadelen van elk type. De hoeveelheid mogelijkheden was enorm, aangezien er veel mogelijkheden zijn voor elk component van een reactor – brandstof, koeling, moderator. Het splijtbare materiaal kan Uranium-233, Uranium-235, of Plutonium-239 zijn; de koeling kan water, zwaar water, gas, of vloeibaar metaal zijn; de moderator kan water, zwaar water, Beryllium, grafiet – of, in een snelle-neutronen reactor, geen moderator zijn. Ik heb uitgerekend dat, als je alle combinaties van brandstof, koeling en moderator telde, je ongeveer duizend verschillende reactoren kan identificeren. Dus, ten tijde van het allereerste begin van kernenergie, moesten we kiezen welke mogelijkheden na te streven, en welke te negeren.

Dit citaat van Weinberg toont nogmaals dat er gigantisch veel mogelijkheden zijn voor kernreactoren1. Het is uiteraard niet meer dan logisch dat de historische omstandigheden destijds een groot effect hebben gehad op welke ontwerpen uiteindelijk verder dan de tekentafel zijn gekomen. Eerder hebben we al gezien dat er wel degelijk bewezen ontwerpen bestaan waar de gebruikelijke kritiek tegen kernenergie niet op van toepassing is. Naast de vloeibaar Fluoride Thorium reactoren zijn er nog veel meer moderne ontwerpen die een gigantische verbetering zijn ten opzichte van de gebruikelijke ontwerpen, elk met hun eigen voordelen en nadelen2

Het is niet het doel van dit artikel om een vergelijkend onderzoek te doen naar al deze verschillende ontwerpen, de daarin geïnteresseerde lezer verwijs ik door naar de bronnenlijst. Het is enkel het doel om te laten zien dat de gebruikelijke kritiek tegen kernenergie eigenlijk vooral gericht is tegen de reactor ontwerpen die in de koude oorlog standaard zijn geworden, zoals de licht-water reactor. En dus dat deze kritiek niet van toepassing is op alle ontwerpen, laat staan op kernenergie in zijn algemeenheid. Om dit te illustreren heb ik heb ervoor gekozen om de vloeibaar Fluoride Thorium reactor in wat meer detail te beschrijven, vooral omdat dit mijn persoonlijke favoriete ontwerp is. Echter, kan deze analyse uiteraard niet compleet zijn zonder ook te kijken naar de ongelukken met conventionele reactoren die de afgelopen 75 jaar zijn gebeurt.

Het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) heeft de Internationale schaal van nucleaire gebeurtenissen (INES) geïntroduceerd om ongelukken met kernenergie te categoriseren. Dit is een schaal van 0 tot 7, waar 0 slechts een onregelmatigheid zonder gevolgen voor de veiligheid is, 6 een ernstig ongeval, en 7 een grootschalig ongeval. Er is in de geschiedenis een categorie 6 ongeluk, en twee categorie 7 ongelukken gebeurt. Deze drie ongelukken zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor vrijwel alle kernreactor gerelateerde ongelukken, dus we zullen deze drie chronologisch in wat meer detail bekijken3.

Kysjtym: haast en spoed is zelden goed

Toen de Sovjet Unie na de bombardement Hiroshima en Nagasaki serieus werk ging maken van atoomwapens, liepen ze al een aantal jaar achter op de Verenigde Staten. De Sovjet natuurkundigen waren op het gebied van kernwetenschap nog niet zo ervaren als de Amerikanen, dus het inschatten van de veiligheid en invloed op het milieu van ontwerpkeuzes was dan ook lastig. Desondanks werd onder de druk van de beginnende koude oorlog tussen 1945 en 1948 in een vrij rap tempo de Majak Productie Associatie uit de grond gestampt om maar zo snel mogelijk Plutonium te produceren.

Deze licht-water reactor gebruikte water direct uit het Kyzyltashmeer om te koelen, om dit water vervolgens verontreinigd terug te storten. Daarnaast werd het afval dat te warm was voor de opslag gedumpt in een tweede nabijgelegen meer, het Karatsjajmeer. Het duurde niet lang voordat dit meer de “meest vervuilde plek op aarde” werd.

Naast deze zichzelf langzaam verspreidende verontreiniging, ging het op 29 september 1957 ook nog eens goed mis. Nadat de koeling van een van de opslagtanks faalde en niet gerepareerd werd, liep de temperatuur in de opslagtank op, met een flinke explosie als gevolg. De resulterende radioactieve wolk verontreinigde gebieden tot afstanden van honderden kilometers. Vanwege de geheimhouding van deze Plutonium productie reactor liet de evacuatie van zo’n 10.000 mensen een week op zich wachten. Bij deze evacuatie werd nog altijd geen reden genoemd, en pas 18 jaar later werden de details van het ongeluk bekend in het westen.

De IAEA categoriseert het ongeluk als 6, een ernstig ongeval dus. Hoeveel mensen precies zijn overleden als gevolg van de explosie en de langdurige verontreiniging is onduidelijk, hoewel de geschatte aantallen de honderden in lopen. Het verontreinigde gebied werd later aangemerkt als natuurreservaat, en met die smoes tot verboden terrein verklaard4.

Tsjernobyl: een ramp die al begon op de tekentafel

De meest bekende en ergste kernramp in de geschiedenis, is die van Tsjernobyl, door de IAEA gecategoriseerd als 7. Deze ramp illustreert als geen andere dat sommige reactorontwerpen, op zijn zachts gezegd niet slim zijn. De reactor was namelijk een hoog-vermogen kanaaltype reactor, een ontwerp dat, ten eerste, een gigantische hoeveelheid water vereist om te koelen. Zo’n anderhalve badkuip per minuut per kanaal, reactor nummer 4 had 1661 van zulke kanalen!

Ten tweede, waren de regelstaven, die bedoeld zijn om een teveel aan neutronen af te vangen, aan de onderkant gemaakt van grafiet. Grafiet is een moderator, wat betekent dat het neutronen remt maar niet vangt. Over het algemeen is dit niet wat je wilt dat een regelstaaf doet. Een moderator heeft namelijk de eigenschap dat het de hoeveelheid splijtingsreacties in je reactor verhoogt doordat de afgeremde neutronen een hogere kans hebben om een splijtingsreactie met Uranium-235 te ondergaan. Terwijl een regelstaaf nou juist bedoeld is om de hoeveelheid reacties te verlagen door neutronen af te vangen.

Tot slot, had de reactor een gevaarlijk hoge lege-ruimte reactiviteitscoëfficiënt, deze coëfficiënt representeert hoeveel de hoeveelheid reacties in je reactor verandert als er lege-ruimte ontstaat in je koelvloeistof of moderator. Meestal is deze lege ruimte het gevolg van bubbels, meer bubbels betekent meer lege ruimte. Is deze coëfficiënt negatief dan betekent meer lege ruimte minder reacties, is de coëfficiënt positief dan betekent meer lege ruimte meer lege reacties. Voor de hoog-vermogen kanaaltype reactoren was deze coëfficiënt heel erg hoog, wat betekent dat naarmate er meer bubbels in het koelwater vormde de hoeveelheid reacties, en dus de geproduceerde warmte, omhoog ging. Deze extra warmte zorgt weer voor meer stoombubbels, en dus voor nog meer reacties, wat weer zorgt voor nog meer warmte en dus nog meer bubbels. Een positieve feedback loop dus, iets wat je absoluut niet wilt in een kernreactor5.

Nu rijst natuurlijk de vraag, als dit ontwerp zo idioot gevaarlijk is, waarom is het dan toch gebouwd? Wederom vinden wij ons antwoord in de koude oorlog en de vraag naar Plutonium. De  hoog-vermogen kanaaltype reactor was namelijk direct gebaseerd op de bestaande grafiet-gemodereerde militaire Plutonium productie reactoren. En was ontworpen als hybride model dat zowel energie als Plutonium produceerde. Zoals wij eerder hebben gezien wil je de brandstof slechts relatief kort in de reactor hebben om weapons-grade Plutonium te produceren, terwijl je voor elektriciteitsproductie doeleinde de reactor juist niet al te vaak wilt stil zetten. De contradictie tussen deze twee doeleinden werd opgelost door de reactor zo te ontwerpen dat de brandstof vervangen kon worden zonder de reactor stil te zetten. Daarnaast, kon door het gebruik van grafiet als moderator onverrijkt Uranium worden gebruikt, wat dus relatief veel Uranium-238 bevat en dus relatief veel Plutonium produceert6.

Vanwege de cruciale rol die de waterkoeling speelde, waren er een aantal back-up diesel generatoren die in het geval van een stroomstoring de waterpompen van energie moesten voorzien. Het probleem was echter dat het zo’n 60 tot 75 seconden duurden voor deze diesel generatoren om op te starten, in het geval van een stroomstoring zou de waterkoeling dus ruim een minuut inadequaat zijn. Om dit probleem op te lossen, zouden de stoomturbines van de kernreactor zelf gebruikt kunnen worden. Wanneer de reactor namelijk uitgezet zou worden vanwege de stroomstoring dan zouden de stoomturbines niet direct stilstaan en nog een beetje na-draaien, en dus nog een beetje elektriciteit produceren. Of dit in de praktijk echt zou werken moest uiteraard getest worden. Na drie onsuccesvolle test, stond op 25 April 1986 een vierde test gepland.

De test werd 11 uur uitgesteld, omdat er onverwacht een andere elektriciteitscentrale uitviel. Daardoor stond nu de nachtdienst aan het roer, in plaats van de dagdienst die op de test voorbereid was. Zoals de test procedure voorschreef, werd het vermogen van de reactor langzaam gereduceerd.  Echter, viel om onbekende redenen onverwacht het vermogen ineens vrijwel helemaal weg, waardoor het vermogen nu te laag was om de test te kunnen doen. Om het vermogen weer omhoog te krijgen werden vrijwel alle regelstaven handmatig omhoog gehaald, en veel van de veiligheidssystemen uitgezet. Dit, gecombineerd met de hoge lege-ruimte reactiviteitscoëfficiënt, maakte dat de reactor nu dus in een bijzonder instabiele toestand was.

Ondanks de instabiele toestand waarin de reactor nu was, werd de test toch doorgezet. De stoomtoevoer naar de stoomturbine werd afgesloten, waardoor de stoomturbine, zoals gepland, langzaam stopte met draaien. Terwijl de stoomturbine stopte met draaien, daalde ook het vermogen dat geleverd werd aan de waterpompen, en daarmee de waterstroming door de reactor. De temperatuur in de reactor steeg, waardoor de hoeveelheid stoombubbels toenam. De bedoeling was dat 39 seconden na het begin van de test de dieselgeneratoren de waterpompen weer van voldoende  elektriciteit zouden kunnen voorzien5

36 seconden na het begin van de test werd handmatig een noodstop ingezet, waarom is onduidelijk omdat de betrokkenen kort daarna overleden. Zo’n noodstop heeft een SCRAM, wat of afgeleid is van het Engels woord scram, wat naar het Nederlands vertaalt als ‘opkrassen’. Of het refereert naar dat de eerste kernreactor daadwerkelijk een regelstaaf erboven aan een touw had hangen, met een man met een bijl ernaast: veiligheid regelstaaf bijl man (safety control rod axe man)8. Wanneer een SCRAM wordt ingezet, worden alle regelstaven zo snel mogelijk helemaal naar beneden gebracht.

Omdat de regelstaven aan de onderkant van grafiet waren gemaakt, maakte water dus plaats voor grafiet toen de regelstaven naar beneden werden gebracht. Licht-water vangt meer neutronen af dan dat grafiet dat doet, hierdoor werden er juist minder neutronen afgevangen in plaats van meer toen de regelstaven naar beneden kwamen. Dit contra-intuïtieve effect was al eerder geobserveerd, maar nooit gecommuniceerd met het personeel van de Tsjernobyl reactor. Dit kwam bovenop dat er al veel stoombubbels in de koelvloeistof zaten, en leidde ertoe dat reactor oververhitte. Sommige brandstofstaven braken, en blokkeerde de regelstaven waardoor ze niet verder naar beneden konden. Hierdoor zat het gedeelte van de regelstaven dat van grafiet gemaakt was nog in de reactor.  De temperatuur in de reactor liep nog verder op, met als gevolg een stoomexplosie. De explosie brak nog meer van de brandstofstaven en vrijwel alle toevoer pijpleiding van de koelvloeistof. Met als gevolg dat er 2 tot 3 seconden later nog een tweede krachtigere explosie plaatsvond die de reactor zelf vernietigde. Alsof dat nog niet genoeg was, vatte het grafiet vlam toen het aan de lucht werd blootgesteld. Alexander Yuvchenko was op dat moment in zijn kantoor, hij overleefde het ongeluk en vertelt in een interview.9

Om een duidelijker beeld te krijgen van wat er was gebeurt liepen we naar buiten. Wat we zagen was afschuwelijk. Alles wat vernietigd kon worden, was vernietigd. Het gehele waterkoelsysteem was verdwenen. De rechterkant van de reactorhal was volledig verwoest, en aan de linkerkant hingen enkel de pijpen. Dat is wanneer ik me realiseerde dat Khodemchuk zeker weten dood was. De plek waar me was verteld dat hij had gestaan was in puin. De enorme turbines stonden nog, maar alles eromheen was in puin. Hij moet daaronder begraven zijn geweest. Vanwaar ik stond kon ik een enorme straal van geprojecteerd licht zien dat vanuit de reactor het oneindige overspoelde. Het was als een laserlicht, veroorzaakt door de ionisatie van de lucht. Het was lichtblauw, en het was prachtig. Ik heb er een aantal seconden naar gekeken. Als ik daar slechts enkele minuten was blijven staan zou ik waarschijnlijk ter plekke zijn gestorven vanwege de gammastraling en neutronen en al het andere dat eruit aan het spuwen was. Maar Tregub rukte me de hoek om om me uit de weg te halen. Hij was ouder en meer ervaren.

Het duurde 36 uur voordat de evacuatie van het nabijgelegen Pripyat begon. Hoewel deze evacuatie in eerste instantie tijdelijk was, is deze vrij kort daarna permanent geworden. Nog steeds is in Oekraïne een gebied van 2,600 km2 onbewoond vanwege de hoge hoeveelheid radioactiviteit10. In de eerste drie maanden direct na de ramp overleden 31 mensen aan stralingsziekte, daarnaast wordt geschat dat van de vijf miljoen inwoners van het verontreinigde gebied, er zo’n 4000 zijn overleden aan kanker als gevolg van de ramp5.

Fukushima: hoe een natuurramp ook een kernramp werd

De kerncentrales van Fukushima waren kokend licht-water reactor, dit betekent dat het water kookt in de reactor. In tegenstelling tot bijvoorbeeld druk licht-water reactoren waar het water onder flinke druk staat en niet kookt, en vervolgens de warmte uitwisselt met een tweede watercircuit dat wel gaat koken12. Vergeleken met een hoog-vermogen kanaaltype reactor, zoals Tsjernobyl, waar het koelwater ook kookt, gebruikten de kokend licht-water reactoren van Fukushima geen grafiet als moderator, in plaats daarvan is het water zowel de moderator als de koelvloeistof13.

Op 11 maart 2011 was er vlakbij het grootste eiland van Japan een enorme aardbeving. De aardbeving resulteerde in krachten op de reactoren die ruim boven de toegestane limiet waren om de reactoren aan te laten staan. Daarom schakelde reactor 1, 2 en 3 automatisch uit, reactor 4, 5 en 6 stonden al uit voor een een geplande inspectie en vernieuwing van de brandstof. Daarnaast brak een van de twee verbindingen voor reactoren 1,2 en 3 met de rest van het elektriciteitsnet, omdat de reactoren zelf nu ook uit stonden schakelde 13 nood-diesel generatoren in om de koeling van de reactoren alsnog van elektriciteit te voorzien.

Tot dusver was er nog niks ernstigs aan de hand. Echter zo’n 50 minuten na de aardbeving spoelde een tsunami met golven tot 14 meter over de 10 meter hoge zeedijk. Hierdoor overstroomde de kelder van de turbine gebouwen en stopte de nood-diesel generatoren met werken. De elektriciteit voor de koeling van de reactoren was nu volledig afhankelijk van back-up batterijen. Vanwege de slechte staat van de weg als gevolg van de aardbeving en de tsunami kwamen extra diesel generatoren te weinig en te laat. Op 12 maart waren de back-up batterijen leeg. De koelwaterpompen stopte en de reactor begon te oververhitten. 

Niet veel later werd de reactor zo warm dat de brandstofstaven begonnen te smelten, en vond er dus een meltdown plaats in reactor 1, 2 en 3. Daarnaast reageert bij deze hoge temperaturen het Zirkonium dat in de coating van de brandstofstaven zit met stoom, waarbij het Waterstof vormt. Dit Waterstofgas creëerde op 12 maart een explosie in reactor 1 toen het reageerde met Zuurstof uit de lucht. Op 14 maart volgde eenzelfde explosie in reactor 3, en op 15 maart in reactor 4 doordat deze via een ventilatieschacht met reactor 3 verbonden was. 

Ondanks dat dit een categorie 7 op de INES schaal is, is er niemand direct overleden aan stralingsziekte. Wel zijn er tientallen mensen overleden als gevolg van de evacuatie, voornamelijk ouderen en ziekenhuis patiënten. Daarnaast, is er veel radioactief materiaal in de lucht en oceaan terecht gekomen. In 2015 was het kraanwater in Tokio nog steeds significant radioactiever dan in andere Japanse steden. De exploitant van de kernreactor, TEPCO, was eerder herhaaldelijk gewaarschuwd, zowel intern als extern, over het risico op overstromingen door tsunami’s, maar verwierp deze waarschuwingen als onrealistisch. Op 12 oktober 2012 gaf TEPCO toe dat ze uit angst voor rechtszaken en protesten het hadden nagelaten om sterkere maatregelen te nemen om rampen te voorkomen. En dat TEPCO de impact van de ramp had kunnen verminderen als ze meer aandacht hadden besteed aan internationale normen en aanbevelingen14.

In hetzelfde interview dat we eerder zagen antwoord Yuvchenko op de vraag wat hij van kernenergie vindt: “Ik vind het prima, zolang de veiligheid met kop en schouders boven elk ander belang, financieel of wat dan ook, wordt geplaatst. Als je veiligheid als jouw nummer een prioriteit houdt in alle stadia van planning en het runnen van een reactor, zou het oké moeten zijn.” 9  In de drie hierboven beschreven kernrampen zien we keer op keer dat de oorzaak te herleiden is tot dat bepaalde belangen ervoor hebben gezorgd dat er keuzes zijn gemaakt die niet in het belang van de veiligheid waren. In de Sovjet voorbeelden was dit vooral een militair belang, en in het Japanse voorbeeld was het imago. 

We hebben eerder al beargumenteerd dat de geschiedenis van de kernwetenschap vol zit met dit soort ‘andere belangen’, voornamelijk militaire belangen, met alle gevolgen van dien. Maar wij hebben ook gezien dat kernenergie niet inherent onveilig is, en dat de reguliere tegenargumenten die gebruikt worden tegen kernenergie als geheel, eigenlijk vooral van toepassing zijn op bepaalde reactor ontwerpen. En dat er wel degelijk inherent veilige en bewezen ontwerpen bestaan. Om Weinberg maar nog eens te citeren 1:

Wij kern[wetenschap] mensen hebben een Faustiaanse overeenkomst [=pact met de duivel] gesloten met de samenleving. Aan de ene kant bieden wij – in de katalytische nucleaire brander (d.w.z., de kweek[reactor]) – een onuitputtelijke bron van energie. Zelfs op het korte termijn, als we gewone reactoren gebruiken, bieden wij energie die goedkoper is dan energie van fossiele brandstoffen. Bovendien, is deze energiebron mits goed gehanteerd bijna niet vervuilend. Terwijl fossiele brandstof verbranders oxides van Koolstof, Stikstof, en Zwavel uitstoten… is er geen intrinsieke reden waarom kern[energie] systemen iets moeten uitstoten behalve warmte en sporen van radioactiviteit. Maar de prijs die we van de samenleving eisen voor deze magische bron is zowel een waakzaamheid als een langdurigheid van onze sociale instellingen waar we niet aan gewend zijn.

Wat te doen met het afval?

Wanneer het drijvende isotoop van je reactor op is, dan hoe je de splijtingsproducten over. In welke vorm dit is hangt af van het ontwerp van je reactor. In bijvoorbeeld de conventionele licht-water reactor zit de Uranium meestal in een brandstofstaaf en zitten de isotopen die vormen na de splijting dus ook in die staaf. Uit welke elementen zo’n brandstofstaaf bestaat nadat deze uit de reactor komt, is niet alleen afhankelijk van de brandstof, maar ook van hoe lang die in de reactor heeft gezeten, en hoeveel neutronen er in de reactor aanwezig waren. 

Het probleem met dit afval is tweedelig, ten eerste is het nog vermengt met de overgebleven brandstof, en ten tweede zijn de producten van de splijtingsreactie vaak nog radioactief. Vooral de zwaardere elementen zijn nog erg lang radioactief, Neptunium-237 bijvoorbeeld heeft een halfwaardetijd van twee miljoen jaar. Over het algemeen zijn er twee mogelijkheden om hier mee om te gaan: opslag of herverwerking17.

In de praktijk is de verwerking van kernafval vrijwel altijd een combinatie van zowel opslag als herverwerking. Een gedeelte van het kernafval is namelijk prima te hergebruiken in een kernreactor, dit reduceert niet alleen de hoeveelheid afval, maar verhoogt ook tot wel 60 keer de hoeveelheid energie die je uit de brandstof haalt. Om dit nuttige gedeelte uit het afval te halen moet het kernafval gescheiden worden, de splijtbare elementen worden er dan uit gehaald en gaan terug naar een kernreactor. Een bijkomend voordeel is dat dit vaak ook meteen de meest problematische elementen zijn, en dat deze dus na de scheiding ook niet meer in het afval zitten. Hierdoor is er dus niet alleen minder afval, maar het afval wordt ook minder problematisch18.

Zo’n 96% van de verbruikte brandstof wordt in een moderne kerncentrale al gerecycled, de resterende 4% wordt opgeslagen19. Hoe lang je het afval moet opslaan hangt af van de radioactiviteit en dus de samenstelling van het overgebleven afval. Deze samenstelling is afhankelijk van welke scheidingstechniek je hebt gebruikt en van de samenstelling van het afval voordat je begon aan het herverwerkingsproces. We hebben eerder al gezien dat het afval van bijvoorbeeld een vloeibaar Fluoride Thorium reactor slechts 300 jaar hoeft te worden opgeslagen, omdat het Uranium-233 dat wordt gevormd van het Thorium-232 lichter is dan Uranium-235 en dus minder problematische zware actinide produceert. Daarnaast is de inhoud van de reactor al vloeibaar en wordt het dus veel makkelijker om terwijl de reactor runt de splijtingsproducten eruit te halen en alle zwaarder elementen in de reactor te laten waardoor ze ten eerste niet in het afval zitten en ten tweede nog energie kunnen produceren wanneer ze splijten.

Een van de beste manieren om het afval dat na herverwerking overblijft op te slaan is door het simpelweg heel erg diep onder de grond weg te stoppen. Finland is onlangs (2015) beginnen met de aanleg van zo’n opslag 520 meter onder de grond, verwacht wordt dat hier ruimte is om ongeveer 100 jaar radioactief afval op te slaan, hierna zal de gehele tunnel weer worden gevuld en afgesloten20.

De hoeveelheid afval is gelukkig best wel weinig, een 1000 megawatt kerncentrale produceert in een jaar slechts 27 ton onverwerkt kernafval. Na verwerking is de hoeveelheid hiervan die daadwerkelijk moet worden opgeslagen dus nog lager. Daarnaast kan de hoeveelheid afval nog flink gereduceerd worden door beter herverwerkingstechnieken en slimmere reactorontwerpen19. Een studie uit 2013 stelt dat kernenergie over de jaren de uitstoot van 64 miljard ton koolstofdioxide-equivalent (alle broeikasgassen uitgedrukt in koolstofdioxide) aan broeikasgassen, en daarmee 1.84 miljoen doden als gevolg van luchtverontreiniging, heeft voorkomen22. Hierin zijn de doden op lange en korte termijn door kernrampen ruim meegenomen, 4900 in totaal en de auteurs geven aan dat deze schatting waarschijnlijk veel te hoog is.

“Toekomstige generaties niet opzadelen met kernafval” is een argument dat je vaak hoort tegen kernenergie. Vaak gecombineerd met de claim dat er geen goede oplossing is voor het kernafval. We hebben hier gezien dat dit onzin is. Ten eerste omdat er heel weinig kernafval is, zeker vergeleken met hoeveel gasvormig afval fossiele brandstoffen verbrandingscentrales produceren. Ten tweede, is er wel degelijk een goede oplossing, namelijk stop het diep weg onder de grond. De significant kleinere hoeveelheid aan afval maakt ook nog eens dat dit een flink stuk minder ruimte in neemt dan Carbon Capture technieken, oftewel het opslaan van koolstofdioxide onder de grond. 

Een studie uit 2014 van de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering (IPCC) vergelijkt de hoeveelheid koolstofdioxide-equivalent die de verschillende energiebronnen uitstoten per kilowattuur gedurende hun levensduur23. Deze uitstoot is niet zozeer enkel het resultaat van het runnen van de centrale, want dat is nul voor kernenergie, zonne-energie en windenergie, maar ook van de elektriciteit en brandstof die verbruikt wordt in het bouwen van de centrale. De resultaten staan in de bijgevoegde tabel. We zien dat kernenergie met gemiddeld 12 gram koolstofdioxide-equivalent per kilowattuur vergelijkbaar scoort met windenergie, en beter dan zonne-energie met 41 tot 48 gram.

Overigens zien we in deze tabel ook meteen waarom biomassacentrales geen oplossing zijn, met een koolstofdioxide-equivalent uitstoot per kilowattuur die slechts marginaal beter is dan kolen. En zien we ook dat fossiele brandstoffen gecombineerd met Carbon Capture technieken, aangegeven met CCS in de tabel, nog steeds een hele hoge koolstofdioxide last hebben.


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.