Er zijn talloze onzinexcuses verzonnen voor wat een buitengewoon gevaarlijke oorlog is. Wij verwerpen ze allemaal. Dit is ronduit een imperialistische oorlog van Amerika, bedoeld om China te verzwakken en de regionale hegemonie van het zionistische Israël zeker te stellen. Yassamine Mather roept op tot revolutionair defencisme. Dit is een vertaling van haar artikel dat op 5 maart 2026 in de Weekly Worker verscheen 1.
Er is in de VS veel gespeculeerd over de abrupte ommezwaai van praten, naar gepraat dat moet leiden tot oorlog, naar gepraat met oorlog als doel.
In veel opzichten is de precieze aanleiding zelf minder relevant dan om het te noemen wat het is: een daad van imperialistische agressie. Sinds de start van ‘Operation Epic Fury’ op 28 februari is de ‘verantwoording’ vanuit de regering-Trump herhaaldelijk verschoven. Terwijl de kernthema’s – het nucleaire programma, regimeverandering en vermeende bedreigingen voor de VS – hetzelfde zijn gebleven, varieerde de specifieke ‘reden van de dag’ afhankelijk van het publiek en de spreker.
In zijn State of the Union-toespraak op 24 februari beweerde Donald Trump dat Iran zijn nucleaire programma weer aan het opbouwen was. Dit na de aanvallen van ‘Operation Midnight Hammer’ in juni 2025. Hij beschuldigde Iran er ook van ballistische raketten te ontwikkelen die in staat zouden zijn om Europa en Amerikaanse bases in het Midden-Oosten te bedreigen. Dit werd echter niet als een dringende kwestie gepresenteerd. Er waren gesprekken in Genève waar de Amerikaanse regering probeerde een akkoord te sluiten om de nucleaire en raketprogramma’s van Iran aan banden te leggen en een einde te maken aan diens steun aan regionale ‘proxy’s’ zoals Hezbollah.
Er werd gerapporteerd dat de gesprekken in Genève tussen de VS en Iran “aanzienlijke vooruitgang” boekten. De minister van Buitenlandse Zaken van Oman, Badr Albusaidi, die optrad als hoofdbemiddelaar, vertelde de media dat de onderhandelingen in Wenen zouden worden hervat om de fijnmaziger details van een mogelijke overeenkomst te bespreken.
Regimeverandering
Nu belooft Trump regimeverandering …, maar wat dat precies inhoudt en hoe die tot stand moet komen, blijft vaag en is, zoals zo vaak bij Trump, nooit consistent met zichzelf.
- 13 februari: Trump verklaarde openbaar dat een regimewisseling “het beste zou zijn wat er zou kunnen gebeuren”.
- 28 februari (de dag waarop de luchtaanvallen begonnen): in een bericht op Trumps eigen socialemediaplatform Truth Social ging hij nog verder en spoorde hij Iraniërs aan om “jullie land terug te nemen”, waarmee hij op steun vanuit de VS voor een binnenlandse opstand tegen de regering hintte.
- 1-2 maart: het narratief verschoof richting een zogenaamd ‘Venezuela-model’, waarmee gesuggereerd werd dat het niet de bedoeling was om de Iraanse samenleving te hervormen, maar om de hoogste leiders uit hun ambt te zetten, een koerswijziging die volgde op berichtgeving over het overlijden van opperbevelhebber Ali Khamenei tijdens de beginfase van de oorlog.
- 3 maart: verwijzingen naar Iraniërs die ‘hun land zouden moeten heroveren’ waren grotendeels uit officiële verklaringen verdwenen en de aandacht werd weer terug verlegd naar technische militaire doelstellingen.
Terwijl de oorlog zich uitbreidde, introduceerden Amerikaanse functionarissen het ‘tikkende klok’-narratief: volgens hoge functionarissen bleek uit inlichtingen dat Iran op het punt stond om raketaanvallen uit te voeren op Amerikaanse bases en die van zijn bondgenoten, en zij presenteerden dit als rechtvaardiging voor preventieve actie. Dit gebeurde nadat leden van het Amerikaanse Congres, de Canadese premier en verschillende Europese regeringen vraagtekens hadden geplaatst bij de urgentie van de dreiging, waarbij zij opmerkten dat Iran naar verluidt nog jaren verwijderd was van het beschikken over intercontinentale raketten. Woordvoerders van de regering pasten vervolgens de inkleding van het argument aan en verlegden de nadruk van het voorkomen van een aanstaande aanval naar het afwenden van een toekomstige nucleaire oorlog.
Een nieuwere rechtvaardiging, verwoord door minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio, suggereerde dat de VS ingreep omdat Washington geloofde dat Israël al bezig was met de voorbereiding van een eigen aanval op Iran en dat, als Israël alleen zou optreden, Teheran wraak zou nemen op Amerikaanse troepen. Dus, zo beweerde de VS, door zich bij de eerste aanval aan te sluiten, voorkwam het Iraanse vergeldingsacties door het reactievermogen van Teheran te verzwakken, een verklaring die even ongefundeerd als ondoorgrondelijk is.
Op 27 februari en opnieuw op 3 maart haalde Trump de onderdrukking van Iraanse demonstranten en een opgeblazen dodental aan als morele rechtvaardiging voor de oorlog, waarbij hij het conflict kenschetste als onderdeel van een bredere ‘bevrijdingsoperatie’. Het probleem met deze voortdurende leugenachtigheid, is dat niemand met enig gezond verstand zulke beweringen serieus kan nemen.
Dit is een agressieoorlog en deze moet worden veroordeeld, ongeacht het wrede en repressieve karakter van de Islamitische Republiek. In tegenstelling tot de simplistische opmerkingen die door delen van Iraans links worden gemaakt, is dit niet louter een oorlog tussen twee reactionaire staten, Iran en Israël (de laatste gesteund door de VS). Een van de vele facties van de Arbeiderscommunistische Partij van Iran (Hekmatisten) herhaalt zelfs Trumps bewering dat Iran de onderhandelingen niet serieus nam, en dat dit de reden is waarom de oorlog begon!
In Iran vond de eerste aanval op zaterdagochtend plaats, de eerste dag van de week. Mensen waren op weg naar hun werk en naar school. Kort nadat de eerste bommen en raketten waren ingeslagen, kreeg ik een foto te zien van schoolkinderen die toevlucht zochten in een schuilkelder. Maar velen waren nog steeds op straat. Dit kwam deels doordat iedereen ervan uitging dat een eerste aanval ’s nachts zou plaatsvinden. Ze waren dus verrast. Ik sprak met familieleden aan de telefoon die zeiden dat ze zich moesten haasten om hun kinderen van school te halen. Diezelfde dag kwam er berichtgeving binnen dat er minstens 148 kinderen waren omgekomen in Minab, in het zuiden van het land. Tegen dinsdag waren er minstens duizend burgerslachtoffers gevallen. Het is duidelijk dat wanneer de VS en Israël zeggen dat ze specifieke locaties en instellingen zoals de Revolutionaire Garde hebben aangevallen en dat hun wapens uiterst nauwkeurig zijn, dit een geruststellende leugen is. Het is onmogelijk om ‘legitieme’ staatsdoelwitten te onderscheiden van de omringende burgerbevolking. Sommige woonwijken van Teheran beginnen al op delen van Gaza te lijken.
Khamenei vermoord
Het afmaken van Ali Khamenei was niet zo’n ingewikkelde operatie als sommige westerse media beweerden. De BBC meldt dat de Mossad slimme tactieken gebruikte, zoals het volgen van zijn bewegingen door het cameratoezichtsysteem van Teheran te hacken. Onzin. In werkelijkheid weigerde hij onder te duiken of zelfs maar zijn huis te verlaten na de twaalfdaagse oorlog in juni 2025. Anders dan beweerd in de propaganda van de CIA en MI6, verstopte hij zich niet in een bunker. Er is zelfs een video waarin hij uitlegt waarom hij bleef zitten waar hij was: “Ik ben 86 jaar oud, ik ben kreupel” (hij had een verlamde arm). “Ik ben niet gezond, ik ga sterven. Ik ga me niet verstoppen – ze mogen me komen vermoorden.” Uiteraard lag er, gezien wat we op 1 maart in Iran en in het mondiale zuiden zagen – miljoenen mensen op straat in Iraanse steden, honderdduizenden in Jemen, Pakistan en Sri Lanka – een zekere mate van ‘berekend martelaarschap’ ten grondslag aan deze beslissing.
Hoezeer ik de politiek van Khamenei ook verafschuw, we mogen de moord op staatshoofden of leiders van organisaties – simpelweg omdat de VS of Israël het niet met ze eens is – niet zo lichtzinnig behandelen als sommigen hebben gedaan. We moeten zulke daden zonder aarzeling veroordelen. In zekere zin zijn we immuun geworden voor dit soort moorden. Tot nu toe hebben we Israël een reeks Hezbollah- en Hamasleiders zien vermoorden, en Trump generaal van de IRCG Qasem Soleimani zien afmaken; en nu hebben ze gezamenlijk de opperleider zelf vermoord.
Wat anders is, is dat er voor het eerst een staatshoofd is vermoord. Dit is deels een direct gevolg van het wereldwijde tolereren van de genocide in Gaza, die we inmiddels als vanzelfsprekend beschouwen. De afgelopen tweeënhalf jaar heeft zich in het beeld van camera’s een gruwelijke massamoord voltrokken en de wereld heeft dit niet alleen getolereerd, maar westerse regeringen hebben de genocidale staat ook diplomatieke indekking en wapens verschaft. We kunnen niet doorgaan zoals voorheen, want we leven in een nieuw tijdperk. We bevinden ons in een situatie waarin de wereld is veranderd, waarin het niet langer verrassend is dat een staatshoofd van een land dat Trump niet mag, vermoord wordt – samen met zijn familieleden – terwijl de wereld toekijkt.
Heb je in de massamedia foto’s gezien van protesten tegen de oorlog in Iran? Nee. Wat ze hebben gekozen om wel te laten zien, zijn een paar toeterende auto’s, op zaterdagavond, met vlaggen zwaaiende royalisten die de oorlog en de dood van Khamenei vieren. Met uitzondering van een korte video op Sky en een andere op ABC, lijkt er een bewuste keuze te zijn gemaakt door de grote mediakanalen om de massale protesten in Teheran, Shiraz, Isfahan en elders te negeren. Toegegeven, dit heeft sommigen misleid. In de Socialist Worker schrijven Hossein en Amir, Iraanse ballingen, dat de “aanvallen de monarchisten sterker maken”, de aanhangers van Reza Pahlavi, zoon van de voormalige sjah (4 maart 2026).
Feit is echter dat er enorme menigten de straat op zijn gegaan. In plaats van Trumps oproep tot regimeverandering te herhalen, riepen ze om wraak en scandeerden ze “Dood aan Amerika!” en “Dood aan Israël!”. Ze zijn woedend, want hun huizen, scholen en ziekenhuizen worden verwoest. Met zijn dood is Khamenei erin geslaagd iets te bereiken wat hem tijdens zijn leven niet lukte: het Iraanse volk verenigen tegen de VS en Israël.
Voor degenen onder ons die tegen de Iraanse regering en Amerikaanse agressie zijn, zorgt dit alles voor een nog moeilijkere situatie. Enerzijds waardeer ik het dat mensen de straat op zijn gegaan – een echte klap in het gezicht van imperialistische agressie. Anderzijds zou dit alles de Islamitische Republiek van Iran wel eens kunnen bestendigen.
Op militair gebied heeft Iran zich toegelegd op het lanceren van grote aantallen raketten en drones. Dat zijn de enige serieuze capaciteiten waarover het beschikt. Het zijn niet heel geavanceerde wapens, maar ze hebben er aanzienlijke hoeveelheden van. Een aantal heeft Israëlische steden bereikt. Er zijn Israëlische slachtoffers gevallen.
De VS en Israël hebben ook personen die zij beschouwden als potentiële opvolgers van Khamenei tot doelwit gemaakt – vermoedelijk diegenen met wie ze geen positieve uitwisselingen onderhielden. Zo werd het huis van voormalig president Mahmoud Ahmadinejad in het zuidoosten van Teheran gebombardeerd, hoewel hij op dat moment niet aanwezig was. Ze hebben ook het huis van Mir-Hossein Mousavi gebombardeerd, de leider van de protesten in 2009 en een ‘hervormer’ die het regime of het gezag van de opperste leider nooit fundamenteel heeft uitgedaagd. Hij roept nu om een referendum over de toekomst van de Islamitische Republiek. Hij is wellicht als doelwit beschouwd, hoewel hij vandaag de dag grotendeels een marginale figuur in de politiek is.
Reacties
De reacties op het overlijden van Khamenei, zeker die buiten Iran, zijn opmerkelijk. Jarenlang heeft de Islamitische Republiek aanzienlijke politieke, financiële en mediacapaciteit ingezet om steun buiten haar grenzen te kweken – onder de Arabische bevolking, in Pakistan, onder Indiase moslims, in Sri Lanka en elders – door zichzelf te profileren als verdediger van de Palestijnen. Ik heb altijd mijn twijfels gehad over de oprechtheid van dit verhaal, maar het heeft duidelijk weerklank gevonden bij delen van de bevolking in de hele regio.
Iran volgt twee parallelle sporen in haar regionale beleid: formele diplomatieke betrekkingen met de heersende elites – de emir van Qatar, de Saoedische koninklijke familie, de heersers van Koeweit en Oman – en tegelijkertijd een aanhoudende propaganda- en voorlichtingsinspanning gericht op de Arabische publieke opinie. Via televisiezenders en sociale mediaplatforms in het Arabisch heeft Teheran geprobeerd iedereen die boos en gefrustreerd is over de aanhoudende horror in Gaza aan te spreken. Arabische regeringen worden vaak afgeschilderd als schandvlekken voor de regio vanwege hun gebrek aan ingrijpen. Er zijn aanzienlijke middelen aan deze strategie besteed, vooral omdat protesten voor Palestina in veel van deze landen stelselmatig worden onderdrukt. De heersers in de Golfstaten zijn weliswaar bang voor oorlog en economische instabiliteit, maar maken zich evenzeer zorgen over onrust onder hun eigen bevolkingen.
Irans aanvallen op Amerikaanse bases in de regio moeten ook in het licht van deze achtergrond worden begrepen. Nadat Teheran in het openbaar had gedreigd Amerikaanse doelen aan te vallen, had het weinig ruimte om terug te krabbelen zonder geloofwaardigheid te verliezen. Amerikaanse bases in de Golfstaten liggen geografisch gezien dichtbij en zijn gemakkelijk te bereiken vergeleken met Israël. Ze kunnen met drones worden bereikt in de verwachting dat er genoeg doorkomen. Bovendien worden de Golfstaten niet beschermd door geavanceerde systemen zoals Israëls Iron Dome.
Het is onwaarschijnlijk dat Iran met opzet een hotel in Abu Dhabi heeft aangevallen, hoewel Iraanse functionarissen later beweerden dat de Mossad vanuit de bovenste verdiepingen had geopereerd. Dergelijke beweringen zijn moeilijk te verifiëren. Het is niet verwonderlijk dat regeringen in de regio bij de Verenigde Naties hebben geprotesteerd, waarbij ze benadrukten dat ze geen partij waren in de oorlog en vroegen waarom Iran hen aanviel. Tegelijkertijd doen er hardnekkige geruchten de ronde dat ten minste delen van het Saoedische leiderschap – ondanks hun publieke verzet tegen escalatie – op de hoogte of indirect betrokken waren bij de besprekingen tussen Netanyahu en Trump over de militaire campagne.
Openbare reacties in de regio zijn gemengd, maar in sommige gevallen zeer heftig. In Bahrein, toen een Iraanse raket een Amerikaanse militaire basis trof, vierden delen van de overwegend sjiitische bevolking dit met demonstraties. In Sana’a, de hoofdstad van Jemen, zijn de betogingen massaal geweest, grotendeels omdat de Houthi-regering meer dan in staat is om enorme aantallen mensen te mobiliseren. Ook in Pakistan, India, Sri Lanka en Maleisië hebben na de dood van Khamenei aanzienlijke protesten plaatsgevonden. Geen van deze protesten kunnen waarschijnlijk een directe uitdaging vormen voor hun respectievelijke regeringen. Samen geven ze echter wel de diepte van het sentiment weer onder mensen die hebben toegekeken en geschokt zijn door de genocide in Gaza.
Voor regionale regeringen was de belangrijkste zorg het voorkomen van een grootschalige oorlog tussen de VS en Iran, in de wetenschap dat die snel zou kunnen uitgroeien tot een breder regionaal conflict met onvoorspelbare gevolgen. Iran zal in deze confrontatie verwoestende verliezen lijden, maar de politieke en economische gevolgen kunnen ook buurlanden destabiliseren. De gebeurtenissen sinds het begin van de oorlog hebben de hele regio al opgeschrikt.
India is onder leiding van Narendra Modi een van Israëls belangrijkste bondgenoten in Azië geweest de afgelopen jaren. Vorige week werd ik door de Indiase televisie geïnterviewd over Modi’s bezoek aan Israël en zijn toespraak voor de Knesset. Netanyahu sprak als eerste, gevolgd door Modi. In hun toespraken werd de nadruk gelegd op “tweeduizend jaar Joods-Indiase samenwerking”. Delen van het discours gingen verder dan enkel islamofobie en bevatten elementen van expliciete extreemrechtse ideologie, die openlijk werden geuit in de Knesset. Met uitzondering van de parlementsleden Hadash en Ta’al – die uit de zaal werden verwijderd nadat ze tegen Modi’s komst hadden geprotesteerd – was de hele Knesset, over partijgrenzen heen, uitbundig.
Toch was Modi’s terughoudendheid ten aanzien van een grotere oorlog met Iran waarneembaar: tijdens zijn toespraak uitte hij zijn bezorgdheid over een regionale escalatie. Nu India geconfronteerd wordt met de economische en politieke gevolgen van een regio die in brand staat, is de kracht van de Indiaas-Israëlische alliantie wellicht niet zo stevig als die een week geleden nog leek.
Strategische mogelijkheden
Israëls doelstelling lijkt het verzwakken, zo niet vernietigen, van Iran als functionerende staat te zijn. Een aantal Israëlische ministers heeft uitspraken gedaan die deze indruk sterk wekken en Amerikaanse functionarissen komen vaak met die indruk naar buiten na ontmoetingen met Israëlische leiders. Er is ook een breder argument – de afgelopen jaren naar voren gebracht door figuren als Alain Badiou – dat de Amerikaanse strategie in het Midden-Oosten is geweest om zwakke of mislukte staten te creëren. Irak kan op die manier worden beschreven, terwijl Libië doorgaans in soortgelijke termen wordt gezien. Er zit ongetwijfeld een element van deze logica in het beleid van Trump, en dit kan niet zomaar terzijde worden geschoven.
Tegelijkertijd is dit niet het enige scenario dat wordt nagestreefd. Ik heb begrepen dat een aantal techmiljardairs die dicht bij Trump staan – onder wie enkele van Iraanse afkomst – hebben betoogd dat er aanzienlijk financieel potentieel schuilt in het bereiken van een akkoord met Teheran. Vanuit dit perspectief zou een onderhandelde deal een politieke overwinning voor Washington kunnen betekenen, zeker als dat de verkoop van goedkope Iraanse olie aan China zou beëindigen of op zijn minst beperken. Een dergelijke uitkomst zou een echte klap voor China en diens mondiale ambities zijn. Als er een akkoord zou kunnen worden bereikt met het interim-leiderschap – of dat nu de huidige driekoppige raad is of een ander orgaan – zou dit worden gepresenteerd als een persoonlijke triomf voor Donald Trump, die duidelijk de midterm-verkiezingen in november in het oog houdt. De meerderheid van de Republikeinen loopt ernstig gevaar.
Machtsverhoudingen
Er bestaat ook de mogelijkheid dat, als de Islamitische Republiek niet definitief kan worden verslagen op militair vlak, Washington hoopt haar sociale en politieke basis te ondermijnen. Ik blijf sceptisch over dit scenario. Sommige commentatoren – waaronder minder serieuze stemmen in Perzischtalige media – hebben gespeculeerd over mogelijke straatgevechten tussen aanhangers van de voormalige sjah en pro-regimekrachten. Dit lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Het machtsevenwicht blijft overweldigend in het voordeel van de huidige staatsstructuur – des te meer na de Israëlisch-Amerikaanse aanval. Het is onwaarschijnlijk dat aanhangers van de monarchie zich voorlopig zelfs maar op straat zullen vertonen. Uiteraard zou de situatie bij dramatische en onvoorziene ontwikkelingen – bijvoorbeeld als meerdere vooraanstaande figuren zouden worden uitgeschakeld – kunnen veranderen. Maar op dit moment zijn er weinig aanwijzingen dat de Amerikaanse regering, in tegenstelling tot Netanyahu, enig echt vertrouwen heeft in Reza Pahlavi. Er bestaan sterke twijfels over of hij überhaupt enige soort massabasis in Iran heeft en hij wordt algemeen beschouwd als een beetje dom. Hij heeft in ieder geval bewezen volstrekt niet in staat te zijn de uiteenlopende elementen van de Iraanse oppositie-in-ballingschap te verenigen.
De moord op Khamenei op 28 februari, samen met de onthoofding van de militaire en politieke leiders van Iran, werd duidelijk gepleegd in de hoop – of misschien de aanname – van de VS en Israël dat een dergelijke schok onmiddellijk het regime zou doen ineenstorten. Het is nog te vroeg om alle gevolgen te kunnen overzien, maar op dit moment lijkt dat onwaarschijnlijk.
Tegelijkertijd zijn oorlogen zoals iedereen weet onvoorspelbaar. Hoewel Trump aanvankelijk tevreden leek met het forceren van een ‘gedragsverandering’, is zijn toon inmiddels verhard, niet in de laatste plaats na de droneaanvallen van Iran op de Amerikaanse ambassade in Riyad en faciliteiten in Koeweit. Nog maar een paar dagen geleden verklaarde hij ronduit dat het nu misschien ‘te laat is om te praten’. Maar met de grillige Trump zou oorlog, oorlog, oorlog net zo makkelijk weer plaats kunnen maken voor praten, praten, praten … met wie en op basis van welke voorwaarden is een andere kwestie.
Er bestaat naar verluidt aanzienlijke wrijving binnen Trumps eigen team. Minister van Oorlog Pete Hegseth heeft betoogd dat het huidige conflict “geen exercitie in democratieopbouw” is, terwijl vicepresident J.D. Vance blijft waarschuwen voor “eindeloze oorlogen” die Trumps MAGA-achterban vervreemden. Daarnaast blijkt uit binnenlandse peilingen dat slechts een op de vier Amerikanen de huidige aanvallen steunt.
Militaire leiders in Teheran volgen deze meningsverschillen ongetwijfeld op de voet. Als Trump tot de conclusie komt dat de politieke kosten te hoog zijn – of dat nu komt door het stijgende aantal Amerikaanse doden of door druk vanuit Arabische bondgenoten – zou hij kunnen kiezen voor een ‘snelle terugtrekking’ die het Iraanse regime de facto intact laat – een uitkomst die Netanyahu waarschijnlijk als een mislukking zou zien. Vergeet daarbij niet dat ook hem op 27 oktober cruciale verkiezingen te wachten staan. Verwacht vervroegde spoedverkiezingen als het goed gaat in Iran, die zijn positie gemakkelijk zouden kunnen versterken.
Eisen
Wat de militaire uitkomst ook is, we moeten verder gaan dan enkel ‘Stop de oorlog!’ roepen. Wat kunnen we dan wel doen? We moeten ons resoluut achter het revolutionair defaitisme scharen: we willen de nederlaag zien van de VS, Israël en hun bondgenoten, waaronder het Verenigd Koninkrijk 2 (dat met tegenzin de Amerikaans-Israëlische agressie heeft gesteund omdat Iran het lef heeft gehad terug te slaan). We moeten dus oproepen tot solidariteit met het Iraanse volk, terwijl we ons tegelijkertijd verzetten tegen onze eigen imperialisten. Dat betekent demonstraties, het uitbreiden van de boycotcampagne naar havens en luchthavens, het kiezen van anti-oorlogskandidaten in Your Party 3, enz.
Binnen Iran moeten we echter revolutionair defencisme bepleiten. We moeten ons ervan bewust zijn dat dit niet eenvoudig is. Een paar dagen geleden was ik optimistisch over het promoten van revolutionair-defencistische slogans. Maar nu ik de grote protesten ter ondersteuning van het regime heb gezien, besef ik hoe moeilijk zaken voor kameraden zullen worden.
Desalniettemin zullen zij met eisen naar voren komen die de mensen in wijken en steden mobiliseren tegen de manier waarop het regime oorlog voert.
Iedereen in Iran vertelt me dat er geen adequate schuilkelders zijn – die moeten we eisen. Stel kelders, ondergrondse parkeergarages en het metronetwerk open.
We moeten algemene rantsoenering eisen, in plaats van de selectieve subsidies die de Islamitische Republiek aan haar uitverkoren vrienden en bondgenoten toekent. Mensen lijden nu al honger. Er moet een eerlijk aandeel voor iedereen komen.
De fortuinen van de corrupte oligarchen moeten onmiddellijk in beslag worden genomen. Geprivatiseerde industrieën moeten onder staatscontrole worden geplaatst zodat het land zich kan organiseren om weerstand te bieden en te overleven. We moeten benadrukken dat de nederlaag van het imperialisme alleen kan worden bereikt door te strijden voor extreme democratie. Nee tegen de heerschappij van theocraten, generaals, monarchisten en kapitalisten.
We eisen de vrijlating van politieke gevangenen die momenteel in Iraanse gevangenissen vastzitten en die zich willen verzetten tegen de Israëli’s en de Amerikanen. We moeten invoering van een gewapende volksmilitie bepleiten.
Er moet vrijheid van meningsuiting zijn en een onbeperkt demonstratie-, samenscholings- en organisatierecht.
We moeten blijven aandringen op de scheiding van kerk en staat. Soennieten, zoroastriërs, joden, bahá’ís en christenen moeten gelijke rechten hebben. Mensen moeten vrij zijn om te geloven of niet te geloven. Er mag geen discriminatie zijn. Religie moet een privéaangelegenheid zijn. Iran moet een seculiere republiek worden.
We moeten de voortdurende eenheid van Iran eisen, maar ook het recht op zelfbeschikking van de Koerdische, Azerbeidzjaanse en Balochische volkeren. Eenheid moet vrijwillig zijn. Dat is de beste manier om de plannen van de VS en Israël te dwarsbomen, die de legitieme grieven van nationale minderheden willen gebruiken om het land te versnipperen en te verwoesten.
Wij verzetten ons tegen de theocratie en tegen enige terugkeer van de monarchie. Wij roepen op tot een voorlopige revolutionaire regering die vrije en eerlijke verkiezingen organiseert voor een grondwetgevende vergadering.
Dergelijke eisen kunnen massale steun krijgen, naarmate de oorlog van dagen naar weken gaat.
Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.
- Defeat US-Israeli aggression, defend the peoples of Iran – Weekly Worker ↩
- Noot van de vertaler: dit geldt uiteraard evengoed voor Nederland, België en de EU. ↩
- De partij die eind vorig jaar werd opgericht door oud-Labourleden, in het bijzonder Jeremy Corbyn en Zarah Sultana. Op de website van de Weekly Worker zijn verschillende artikelen over Your Party te vinden, zoals dit verslag van de oprichtingsconferentie die eind vorig jaar plaats vond. ↩
