De rechter geeft de macht aan de Raad van Toezicht om de statuten van de FNV aan te passen, zonder inspraak van de leden. Hiermee is de bureaucratische coup geslaagd. Links moet strijden voor een democratische revolutie in de FNV, stellen Roos Woud en Rogier Specht.
Op vrijdag 28 november vond de zitting van de Ondernemingskamer plaats over het uitbreiden van het mandaat van de Raad van Toezicht (RvT) in de persoon van Asscher en Heerts (zie ons eerdere artikel voor een uitgebreidere uitleg). Met deze mandaatuitbreiding zouden ze de verenigingsstructuur van de FNV mogen aanpassen. De plannen van Heerts en Asscher voor de verenigingsstructuur zijn duidelijk: het afschaffen van bestuursverkiezingen, het uitbreiden van de macht van onverkozen bestuurders en het managementteam (MT) – het orgaan wat leiding geeft aan de werkorganisatie van de FNV –, en het uithollen van de ledendemocratie. De petitie die door FNV Democratisch, een groep kritische leden, is opgezet, is dan al meer dan 650 keer ondertekend (ruim meer dan de petitie waarmee FNV Personeel in de zomer naar de rechter stapte, rond de 450 ondertekeningen op dat moment). De ondernemingskamer heeft toen ingestemd met de plannen van de RvT.
Dit betekende dat de RvT aan de gang kon met het opstellen van nieuwe statuten, die natuurlijk nog wel via het Ledenparlement ingestemd moesten worden. Een grotere meerderheid van het Ledenparlement stemde dit keer tegen de nieuwe plannen van de RvT. Ruim driekwart stemde dit keer tegen, terwijl in oktober een kleine meerderheid van 51,55% tegen de RvT-plannen stemde. In plaats van dit besluit van verkozen leden te honoreren, is de RvT wederom naar de rechter gestapt. Op 30 december volgde de uitspraak van de Ondernemingskamer. Zij gaven de toezichthouders gelijk en gaven hen nu ook toestemming om de statuten eenmalig aan te passen zonder inspraak van de leden van de FNV.
Concreet betekent dit dat de rechter de weg vrijmaakt voor een uitholling van de ledendemocratie door de RvT. Een RvT die stelt dat verkiezingen binnen de FNV voor een richtingenstrijd kunnen zorgen waarbij personeel aangesproken kan worden door de leden op hun handelen als vertegenwoordigers van de leden. Stel je voor!
De RvT wachtte geen moment af en stapte vrijwel direct na de uitspraak van de rechter naar de notaris om de statuten te wijzigen. De rest van het veranderingsproces wordt begeleid door het ‘consultancybureau’ Van de Bunt die een veranderingsplan klaar had liggen voor het proces. Voorspelbaar genoeg is toezichthouder Lodewijk Asscher partner van dit adviesbureau. De RvT werd ook gelijk uitgebreid met een toezichthouder van hetzelfde bureau, en de werving voor het nieuwe bestuur wordt begeleid door een voormalig partner van het bureau. Hoewel Asscher zelf wijst naar een correcte aanbestedingsprocedure lijkt er aan het toeschuiven van baantjes na de machtsgreep dus in ieder geval geen gebrek, Asscher blijft een PvdA’er in optima forma.
Onafhankelijke vakbeweging
De crisis binnen de FNV het afgelopen jaar laat zien hoe ver de bureaucratie van de vakbeweging bereid is te gaan. FNV Personeel staakte tegen de eigen vakbond en organiseerde een gang naar de rechter, zogenaamd over ‘sociale veiligheid’. In feite bleek al snel dat deze sociale onveiligheid neerkwam op democratische controle van FNV-leden over verkozenen. Of zoals FNV Personeel het in een interne mail verwoordde: ‘Het feit dat het LP het Bestuur elke vergadering opnieuw naar huis kan sturen, maakt dat er een ongezonde machtsverhouding is.’ Dit is de omgekeerde wereld, juist een situatie waarin bestuurders niet door hun leden gecontroleerd kunnen worden zorgt voor een onveilige situatie.
Vakbonden vertegenwoordigen de arbeidersklasse en hebben als doel de belangen van de arbeidersklasse te verdedigen. Dit betekent ook dat arbeiders zelf de controle moeten hebben over hun eigen organisatie, niet een geprivilegieerde laag die vrij is van democratische controle. Bij vakbondsorganisaties ontstaan echter ook altijd specialistische activiteiten. Om deze reden heeft een vakbond altijd een laag aan officiële functionarissen nodig. Door een gebrek aan democratische controle door en verantwoording aan het lidmaatschap is deze laag verworden tot een conservatieve kaste. Deze bureaucratie is meer geïnteresseerd in deals met bazen en het in stand houden van hun eigen inkomen dan in de klassenstrijd. Deze laag bevindt zich voornamelijk in de top van de werkorganisatie, het Managementteam en bestuurders, hoewel de cultuur ervan doorwerkt in de gehele FNV: bijvoorbeeld in de vorm van wantrouwen tegen leden, frustratie met het ‘trage’ democratisch proces, en het beschouwen van FNV als sociale verzekeringsmaatschappij in plaats van een vakbond. Dit betekent niet dat de werkorganisatie vol zit met kwaadaardige mensen. In de werkorganisatie werken velen met hart voor de vakbeweging. Het betekent wel dat er democratische controle over de werkorganisatie nodig is, om dit soort bureaucratische tendensen in toom te houden
Door de plannen van de RvT, het MT en FNV Personeel beschermt deze laag in de vakbeweging dus vooral zichzelf, maar zijn ze ook bereid de bijl aan de wortel te leggen van een onafhankelijke vakbeweging. Vakbonden moeten zichzelf onafhankelijk organiseren van werkgevers en de staat, die zelf ook een werkgever is. Dit is niet alleen een marxistisch principe, maar bijvoorbeeld ook vastgelegd in het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, hoewel dit in praktijk een dode letter is en inmenging in de vakbeweging door de staat wereldwijd constant plaatsvindt. De RvT, het MT en FNV Personeel zijn bereid geweest om deze onafhankelijkheid op te offeren om hun wil door te drukken en de macht verder te grijpen. Dit is een extreem gevaarlijk precedent en maakt een democratische revolutie in de vakbond een bittere noodzaak.
Revolutionair links
Het verzet tegen de coup in de FNV kwam maar langzaam op gang. Het Ledenparlement stemde tegen de plannen, maar bewoog toch in grote mate in de richting van de RvT: de bondsraad, waar eerst tegen gepleit werd, werd toch geaccepteerd – mits er verkiezingen kwamen. Ook dit was uiteraard niet genoeg voor de RvT, die hierna hun laatste gang naar de rechter maakten, en hun zin kregen.
Wanneer we kijken naar politiek links, historisch altijd vertegenwoordigd geweest in de vakbond, vallen een aantal dingen op. Twee PvdA’ers stonden aan het hoofd van de coup in de FNV, en de PvdA heeft een lange traditie van het pacificeren van de vakbond. Links daarvan zwijgen bijvoorbeeld de SP, Partij voor de Dieren en BIJ1 in alle talen. Van deze groepen is dus weinig te verwachten. Een democratisering van de FNV zal geïnitieerd moeten worden door linkse organisaties die het belang van een onafhankelijke, democratische vakbeweging binnen een strategie voor communisme inzien.
Revolutionair links is echter klein en veelal onzichtbaar in de bond. Voor een deel is dit te verklaren omdat de FNV-bureaucratie veel middelen gebruikt om kritische stemmen buiten verkozen organen te houden, zoals bijvoorbeeld kandidatencommissies die bij verkiezingen een oordeel vellen over de ‘geschiktheid’ van kandidaten. Ook zijn er achter de schermen vanuit de bureaucratie meermaals dreigementen geuit wanneer linkse groepen zich roerden binnen de bond. In 2022 vond ook nog het royement van de voorzitter van FNV Senioren Jan de Jong plaats, die zich verzette tegen het pensioenakkoord waarmee de FNV instemde. Daarnaast is er nog een groep kritische leden die in dienst is van de FNV. Hoewel dit op zichzelf geen probleem is, betekent dit in de huidige machtsverhoudingen wel dat deze leden erg voorzichtig zijn in het uiten van openlijke kritiek.
Hoewel dit soort bureaucratische controledrang een deel van de verklaring is van de onzichtbaarheid van links, zijn er ook diepere politieke redenen. Een daarvan is de blijvende dominantie van de ‘overgangsmethode’ van trotskistische groepen, waarbij zij het vooral als hun rol zien om zich op te stellen als goede, activistische vakbondsleden die goed werk verrichten in het organiseren van acties en het voortduwen van de strijd, maar die principiële discussies over programma, klassenonafhankelijkheid en democratie uit de weg gaan.
Ondanks de gebrekkige organisatie van revolutionair links binnen de vakbeweging, produceerden de meeste groepen de afgelopen maanden degelijke verklaringen die de machtsgreep aanvielen. Het leidde ook tot het initiatief FNV Democratisch, waarover later meer. Er zijn echter ook uitschieters.
Het webzine Solidariteit heeft over het algemeen goede stukken gepubliceerd over de vakbondscrisis, maar publiceerde ook een artikel van Niko Manshanden die enthousiast pleitte voor ‘het centraal stellen van de sectoren’ en het opheffen van het ledenparlement.
De NCPN lijkt in hun laatste artikel over de FNV bestuurscrisis grotendeels hetzelfde van mening als wij, en roept ook op om aan te sluiten bij de georganiseerde oppositie binnen de bond tegen de aanval op de vakbondsdemocratie. Als we echter kijken wat de NCPN van de plannen van de RvT zelf vindt, in plaats van de gang van zaken daaromheen, moeten we tot een andere conclusie komen. In een artikel van Linda Huisman over waarom ze eind oktober tegen het RvT-plan heeft gestemd, heeft ze vooral kritiek op de procedure van de RvT. Huisman stelt echter aan het begin van haar stuk dat ze het plan van de RvT ‘in de kern goed vindt’. Ze stelt dat het vervangen van het ledenparlement door een bondsraad met afgevaardigden uit de sectorraden, het meer ruimte geven aan sectoren om beleid passend bij hun sector te maken, en het herstellen van het congres als besluitvormend orgaan, in de kern goede punten zijn. Hoewel ze opmerkt dat het laatste punt, herstel van het congres als besluitvormend orgaan, een wassen neus lijkt:
‘Waar besluit het congres dan over? Het kan alleen instemmen met het bestuur dat door de RvT wordt voorgedragen, er is geen verkiezing over verschillende mensen met verschillende opvattingen. En hetzelfde geldt ook voor het beleid waar het congres over mag stemmen. Ook daarbij is de betrokkenheid van de leden in de sectoren op geen enkele manier gewaarborgd wat betreft het opstellen van de concepten en van eventueel verschillende opties en standpunten.’
Waarom het vervangen van het Ledenparlement door een bondsraad, of de sectoren meer beleidsvrijheid te geven, goed zouden zijn voor de FNV, schrijft Huisman niet. Een artikel in Manifest uit juni gaat echter wel in op de NCPN-kritiek op de huidige vakbondsstructuur. Ze stellen daarin dat sinds de fusie in 2015 de FNV een parlementair bureaucratische organisatiestructuur heeft waarin de bureaucratie alle macht heeft tegenover de sectoren waarin ‘het werk’ plaatsvindt. Ze pleiten hierbij voor verzelfstandiging van de sectoren en dat is ook het argument wat vaak gemaakt werd ten gunste van een bondsraad met afvaardiging uit de sectorraden in plaats van het huidige Ledenparlement.
Sectoralisatie
De discussie over de vakbondsstructuur en het verschuiven van focus richting de sectoren loopt al lang binnen de FNV, de afgelopen jaren kwam het meermaals terug onder het mom van ‘sectoralisatie’. Het probleem is echter dat er nu geen democratische discussie over de structuur van de vakbond gaande is, en dat de zorgen vanuit de RvT, het MT en FNV Personeel onoprecht en in feite rookgordijnen zijn met als doel om een machtsgreep door te duwen.
De bondsraad is in het voorstel van de RvT een inherent onderdeel van deze machtsgreep. We zijn in een eerder artikel al ingegaan op de kritiek op deze structuur, maar het is nuttig om kort deze argumenten te herhalen. De al bestaande sectorraden die de basis gaan vormen voor deze bondsraad zijn vaak slecht gevuld en worden in praktijk vaak aangevuld met onverkozen personeelsleden van de FNV en worden gedomineerd door leden van het MT. Daarnaast is er nauwelijks controle over de uitvoering van door sectorraden bepaald beleid, dit belandt veelal onderop in een la van de bestuurders in de sector. Het argument dat sectorraden beter zijn omdat sectoren logische groepen van arbeiders in vergelijkbare sectoren zijn, en organisatie daardoor laagdrempeliger is, snijdt weinig hout als je kijkt naar de sectoren. De sector Vervoer bevat alles van havenpersoneel tot taxichauffeurs. De sector diensten bevat onder andere beveiligers, schoonmakers, verzekeraars, bankpersoneel, cultuurmedewerkers en ict’ers. Los van het feit dat veel sectoren dus breed zijn ingedeeld, promoot deze werkwijze het idee dat sectorale belangen boven het belang van de gehele arbeidersklasse staan. Bovendien is het doel van de RVT, MT en FNV Personeel niet laagdrempelige en toegankelijke organisatie van onderop, maar het afschaffen van democratische controle.
De NCPN, die het Ledenparlement van parlementarisme beschuldigt, gaat mee in het raamwerk dat door de coupplegers is gecreëerd. Het ledenparlement beschuldigen van parlementarisme omdat het orgaan een parlement heet is lachwekkend en het gaat in feite mee met de beschuldigingen van ‘plucheklevers’ richting het Ledenparlement vanuit delen van FNV Personeel. Ledenparlements-leden zijn onbezoldigd en doen dit ‘parlementaire’ werk naast hun werk, terwijl het MT en de bestuurders, die wel betaald krijgen, meer macht naar zichzelf toetrekken en vrij willen blijven van democratische controle, buiten schot blijven. De FNV heeft een democratische hervorming nodig die veel verder gaat dan wat de Ledenparlements-structuren te bieden hebben, maar dit zal niet gebeuren door het monsterplan van de RvT bij te schaven en mee te gaan in hun beschuldigingen. De NCPN maakt ondanks hun kritieken in feite dezelfde manoeuvre als het Ledenparlement zelf; door grote concessies te doen aan een door de rechter opgelegde RvT. De NCPN, maar ook anderen, bewezen hiermee deze RvT en de rechter zo een dienst. Door deze halve oppositie kon men beargumenteren dat het idee van de structuurhervorming brede steun had en daardoor werd de ruimte voor ingrijpen door de rechter vergroot. Hiermee is daadwerkelijke democratische discussie over de structuur van de bond onmogelijk gemaakt.
FNV Democratisch
Een meer hoopvolle beweging is er enkel in een samenwerkingspoging van georganiseerd links onder naam van FNV Democratisch die met hun petitie al snel honderden handtekeningen kregen. Door de zwakte van revolutionair links is het echter niet gelukt om met dit initiatief het tij binnen de FNV te keren. Dit betekent dat er zware tijden zullen komen voor de vakbeweging. Het is waarschijnlijk dat de vakbondsbureaucratie zich niet tot de statutenwijziging zal beperken, maar daarna ook zal willen afrekenen met critici. In delen van de werkorganisatie gaat nu al een luide roep rond om ‘dwarsliggers’ in de werkorganisatie en in de vereniging te zuiveren. ‘Sociale veiligheid’ voor hen, maar dus niet voor kritische leden. In ieder geval wordt de ruimte voor de strijd voor een strijdbare en democratische vakbeweging ernstig ingeperkt.
Deze ontwikkeling vergt van revolutionair links dat zij de voorzichtige poging om zich te organiseren binnen de FNV moeten voortzetten, democratiseren, en moet omvormen naar langdurige coördinatie van leden in sectoren, sectorraden en ook de toekomstige bondsraad. Het vergt ook dat links verder kijkt dan enkel een defensieve strijd, maar zelf een programmatische visie vormt en uitdraagt over de rol van de vakbeweging en de structuren die daarbij passen. Op lange termijn zal dit de enige manier zijn om de machtsgreep van de bureaucratie te breken.
