Crisis in de FNV: Dit is een coup!
Crisis in de FNV: Dit is een coup!

Crisis in de FNV: Dit is een coup!

De FNV verkeert in een crisis: de ledendemocratie staat op het spel en de beerput die geopend is, wordt nu dichtgegooid met reformistische oudgedienden. Dit is een coup van het managementteam van de FNV bureaucratie. Roos Woud bespreekt dit funeste plan en roept communisten op om de strijd voor democratie aan te gaan in de FNV.  

Na een periode van strijd tussen het ledenparlement, bestuur en werkorganisatie (het personeel) lijkt de machtsverschuiving compleet te zijn. Het ondemocratische plan van de Raad van Toezicht (RvT) om de FNV om te vormen is verworpen door het ledenparlement op 31 oktober, en op 6 november kondigde de RvT aan dat zij via de Ondernemingskamer alsnog hun plan door wil gaan drukken, door een verruiming van het mandaat aan te vragen.  Die RvT bestaat overigens uit Lodewijk Asscher: oud-minister namens de PvdA, en Ton Heerts: PvdA-burgemeester, oud-voorzitter van de militaire vakbond AFMP en de FNV en voormalig PvdA-Kamerlid. Zo ligt de macht van de bond niet meer in de handen van de leden, maar van de bureaucratie. 

Aan het begin van dit jaar kwamen er rondom de bestuursverkiezingen vanuit het personeel van de FNV verschillende verhalen over een onveilige werksfeer naar buiten. Dit leidde tot een grote discussie over waar de macht in de vakbond zou moeten liggen: bij het personeel van de vakbond of bij de leden. Het kwam tot een staking van FNV-personeel, uitgestelde en afgelaste bestuursverkiezingen, verschillende ‘externe’ toezichthouders en een interim-bestuur. Omdat het FNV-personeel na de staking in de zomer naar de rechter is gestapt, heeft die twee toezichthouders (de RvT)  aangesteld om de FNV te herstructureren. Zij kwamen met een plan: ‘Voor de toekomst: een sterke FNV!’. 1 Dit plan biedt noch toekomst, noch een sterke FNV.

Op 31 oktober heeft het ledenparlement gestemd over het plan van de RvT om de FNV om te vormen naar een organisatie waarin de sectoren zogenaamd meer macht krijgen. Dit plan is pas in september uiteengezet aan het ledenparlement, waarna een paar bijeenkomsten zijn geweest waar parlementsleden vragen konden stellen. De RvT heeft toen aangegeven sowieso niet in te gaan op schriftelijke vragen. Dit klinkt niet als een proces dat afdoende is voorafgaand aan een stemming over een koersveranderend document voor de grootste vakbond van het land. Het plan is door het ledenparlement met 46 stemmen voor, vijftig stemmen tegen en één onthouding weggestemd. Nog geen week later kondigde de RvT aan dat zij ‘de Ondernemingskamer […] in een verzoekschrift vragen hun mandaat uit te breiden via een zogeheten “aanpassing in lijn van de opdracht”.’ Dat de democratische uitslag van het hoogste orgaan aan de kant geschoven is om het plan via de rechter alsnog door te drukken is natuurlijk erg kwalijk. 

Alle macht naar de sectoren?

In het kort komt het plan hierop neer: de RvT wil meer macht naar de sectoren, door de sectorraden verantwoordelijk te maken voor het aanstellen van een nieuw hoogste orgaan dat het huidige ledenparlement moet vervangen, de bondsraad. De argumenten hiervoor zijn veelal doorspekt met buzzwords waarvan ‘achterban’ de kroon spant. De leden van het ledenparlement zouden nu te weinig achterban hebben volgens de werkorganisatie. Door de sectorraden de bondsraad te laten benoemen zou dat probleem ondervangen worden, omdat de sectorraden bestaan uit actieve leden, met een achterban, die allemaal het belang van hun sector (en tegelijkertijd het belang van de FNV als geheel?) voorop zouden stellen.

De kenschetsing van dit probleem is vertekend. Allereerst zijn de vertegenwoordigers in het ledenparlement natuurlijk verkozen. Er is inderdaad wel degelijk een probleem met een gebrek aan achterban. Dit probleem ligt echter bij een slechte werkvloerorganisatie en kadervorming. Maar dat lossen we niet op door de macht te verschuiven naar een ander orgaan (de bondsraad), dat met dezelfde problematiek zal blijven zitten, maar dan nog groter.

Het gaat de werkorganisatie erom dat er op dit moment vanuit het ledenparlement gedreigd kan worden met ontslag van bestuursleden. Dit zou de ‘sociale veiligheid’ aantasten. Maar een strijdorganisatie van de arbeidersklasse moet gecontroleerd worden door deze klasse. Controle over vertegenwoordigers is hierin essentieel. Het is die controle die de werkorganisatie via de huidige ontwikkelingen wil indammen door de macht te verschuiven naar een orgaan waarover zij grotere controle heeft. De huidige structuur is deels ondemocratisch, en moet zeker verbeterd worden, maar de problemen van de vakbeweging gaan niet opgelost worden door de controle over de gehele vakbond bij de werkorganisatie neer te leggen.

Daar komt bij dat, hoewel er zeker een aantal goed georganiseerde sectoren is, een groot deel van de sectorraden op dit moment niet eens half gevuld is. Verkozen worden in een sectorraad is geen kwestie van een achterban hebben, je kandideren is vaak al genoeg om de paar stemmen te krijgen die je nodig hebt om de sectorraad in te kunnen. Het idee dat deze sectorraden dus representatiever zouden zijn voor het actieve vakbondskader slaat nergens op. Daarnaast is het nu al een probleem dat de kleinere sectorraden gedomineerd worden door de invloed en aanwezigheid van de werkorganisatie. Het is belangrijk om te benadrukken dat het probleem niet de individuen in de werkorganisatie zijn die hun best doen voor hun sector en aanwezig willen zijn bij de sectorraden om te helpen. Het probleem is wel dat zij als onverkozen deelnemers aan deze vergaderingen hiermee (mogelijk onbewust) dusdanig veel invloed uitoefenen op de kaderleden dat er geen sprake meer is van een representatieve ledendemocratie. En die macht wordt met het plan van de RvT alleen nog maar uitgebreid.

Aanval op democratische controle

Om concreet op het plan in te gaan: het spreekt dus van het schrappen van het ledenparlement en het invoeren van een bondsraad. De bondsraad zou de algemene ledenvergadering van de bond worden, en dus het hoogste orgaan. De raad heeft inspraak- en instemmingsrecht over onder andere de begroting en de algemene voorwaarden. Ook zou de bondsraad technisch worden voorgezeten door een ‘onafhankelijk voorzitter’. Maar onafhankelijk van wat, dat wordt niet gespecificeerd.

De bondsraad zou benoemd worden door de sectorraden, en zij kunnen ook de benoemingen weer intrekken. Hier stuiten we meteen op het eerste probleem; de bondsraad wordt benoemd door de sectorraden in plaats van verkozen door de leden in het algemeen. Nog los van dat deze getrapte verkiezingen het democratische karakter van het orgaan aantasten, is deze sectorale benoeming problematisch omdat veel sectorraden slecht gevuld zijn en onder een sterke invloed van de werkorganisatie staan. 

Een volgend probleem van deze structuur zou ook nog zijn dat leden die allemaal heel actief hun eigen sectorbelangen voorop stellen, wellicht helemaal niet de juiste samenstelling zullen vormen voor het belangrijkste orgaan voor de koers van de vakbond als geheel. Sectorale belangen kunnen nogal eens botsen met elkaar, of met algemene vakbondsdoelstellingen. Personeel in de wapenindustrie heeft bijvoorbeeld baat bij investering in wapenindustrie, maar vanuit het belang van de gehele arbeidersklasse moet de vakbond dat niet steunen. Een ander specifiek voorbeeld is de steun van de FNV aan bomenkap van tweehonderd jaar oude bomen om een fabriek van VDL uit te breiden, omdat deze uitbreiding gunstiger is voor werknemers van de fabriek.2 

Noemenswaardig is ook dat de bondsraad de Raad van Toezicht benoemt; de RvT blijft dus aan (hierover zo meer). Voor een vereniging, in tegenstelling tot voor een onderneming, is het helemaal niet gebruikelijk om een RvT te hebben. Daarnaast wordt deze RvT niet verkozen door de leden in het algemeen, maar door de bondsraad. Die heeft een tweederdemeerderheid nodig om de RvT te benoemen. Ook het ontslag kan door middel van een tweederdemeerderheid van de bondsraad.

Daarnaast wordt er een congres ingesteld dat minimaal eens per vier jaar bijeen komt en het meerjarenbeleidsplan vaststelt. Ook keurt het congres het nieuwe bestuur goed, voordat dit nieuwe bestuur benoemd wordt door de RvT. Opmerkelijk hier is dat er staat dat de RvT voor tussentijdse vervanging van bestuurders geen toestemming van het congres hoeft te hebben. Verder moet de samenstelling van het congres nog uitgewerkt worden via een reglement. Er staat dus niets in het plan over een concrete invulling, de RvT vraagt zo in feite om een vrijbrief om de FNV naar eigen inzicht vorm te geven. 

Dan komt de RvT in het stuk naar voren: ‘Om de sturing op inhoud en op personen helder te scheiden, wordt de formele werkgeversrol belegd bij de Raad van Toezicht. De Bondsraad kan zich zo volledig richten op de inhoud en koers van de vakbond.’ De macht over de gehele werkorganisatie komt zo te liggen bij een Raad van Toezicht die niet verkozen is door de leden, maar die benoemd is door de bondsraad, die op hun beurt niet verkozen is door de leden, maar benoemd is door de sectorraden. Omdat de sectoren al grotendeels in de zak van de werkorganisatie zitten, betekent dit ook weer een versterking van de bureaucratie. 

De RvT zou dan een bestuur mogen samenstellen, dat ingestemd mag worden door het congres. De RvT zal ook een ‘raadgevend ledenreferendum’ uitroepen voor de benoeming van de voorzitter, die uiteindelijk dus gewoon benoemd wordt door deze RvT. 

Verder wordt er nog kort beschreven dat het nieuwe bestuur de opdracht krijgt om vrije ruimte van de vakbondsbestuurders uit te werken. Ook moeten ze onderzoeken of en hoe de financiële speelruimte voor sectoren vergroot kan worden. Zonder verdere uitleg moet het huidige ledenparlement dus instemmen met meer macht naar de vakbondsbureaucratie. Er wordt niets gezegd over leden betrekken, meer democratische controle over vakbondsbestuurders etc., maar er wordt wel ruimte gecreëerd voor deze onverkozen werkorganisatie om hun eigen plan te trekken.

Het poldermodel heeft een situatie gecreëerd waarbij bestuurders (soms vrijwel ongecontroleerd) beslissingen kunnen maken over het lot van sectoren en de belangen van hun leden. Op korte termijn kan een situatie als deze wel het een en ander binnen gehaald worden door middel van dealtjes en onderhandelingen, maar op de lange termijn demobiliseert het de arbeidersklasse en zullen de resultaten steeds magerder worden. Want op het moment dat de uitslagen van deze deals slecht zijn, verlies je natuurlijk vertrouwen bij leden. Maar ook als de uitslagen niet per se slecht zijn, verlies je betrokkenheid van leden en dus slagkracht voor grotere acties zoals stakingen.  Zo wordt de hele vakbeweging langzaam kaltgesteld door het poldermodel. 

Er dreigt nu weer een situatie te ontstaan waarbij de bestuurder heel veel macht heeft, terwijl die amper (democratisch) gecontroleerd wordt. Op lange termijn betekent dit dat de arbeidersklasse steeds verder gedemobiliseerd raakt: ze heeft de macht over haar eigen belangen niet meer in handen. Omdat de werkorganisatie van de FNV de strijdorganisatie van arbeiders is, moeten de vertegenwoordigers daarvan gecontroleerd kunnen worden door de leden. Het is precies die controleerbaarheid die op het spel staat. Daarom spreek ik hier van een machtsverschuiving. En door het ondemocratische plan van de RvT door te drukken via de rechter in de Ondernemingskamer, is helaas best te spreken van een coup of machtsgreep.

Strijd voor democratie

Als we al deze punten samenvatten, kunnen we niet anders dan concluderen: dit plan behelst minder ledendemocratie en dus meer macht voor de vakbondsbureaucratie. Dit is problematisch omdat het alleen mogelijk is voor een vereniging van werknemers, om op te komen voor werknemers. Door een structuur op te tuigen waarin alles via onverkozen bestuurders gaat, is de macht voor de leden, de werknemers in de echte wereld, ver te zoeken. Op kleine werkvloeren ben je veel afhankelijker van de input van individuele kaderleden, maar als de verhoudingen dusdanig veranderen dat je als kaderlid in alles afhankelijk bent van je bestuurder, dan ga je ook nog eens de werkdruk van je werkorganisatie in de vakbond extreem verhogen. 

Door een structuur waarin alle macht bij bestuurders ligt, en kaderleden daarom minder te zeggen hebben, wordt de vakbondsstrijd die gevoerd wordt puur belangenbehartiging in plaats van werknemersstrijd. De FNV was na een periode als ‘sociale ANWB’3 net weer op weg om een meer activistische strategie op zich te nemen, waarbij leden langzaamaan betrokken werden. Het plan van de RvT wil deze ontwikkeling weer volledig terugdraaien, en het dan nog moeilijker maken om van de FNV weer een democratisch geheel te maken. Het ledenparlement, het belangrijkste orgaan van de FNV, heeft dit plan verworpen en de reactie van de RvT is om hun zin door te drukken via de Ondernemingskamer. Dat terwijl ze beweren dat hun plan de ledendemocratie niet in gevaar brengt.

Als communisten is het op dit moment onze taak om in de vakbond te ageren tegen de ngo-isering van de bond, waarbij de FNV voornamelijk georganiseerd is als verzekeringspolis voor werkenden in plaats van een strijdorganisatie van de werkendende klasse. We moeten blijven hameren op de noodzaak van een sterke ledendemocratie en transparantie vanuit alle gremia. Communisten moeten zich verzetten tegen de antidemocratische maatregelen, maar we moeten tegelijkertijd werken aan het opbouwen van een echte werking in de vakbeweging. Het ledenparlement is er onvoldoende in geslaagd om de sectoren te organiseren en actief te betrekken in de ledendemocratie, door dat gebrek maakt het zichzelf vatbaar voor dit soort coups. Daarom moeten kaderleden worden opgeleid zodat zij een actief onderdeel worden van de besluitvorming van de FNV, en moet er worden gewerkt aan het versterken van de organisatie op de werkvloer. Communisten moeten zich gaan mengen in de sectorraden en gaan organiseren om deze enorme bureaucratisering tegen te gaan. We moeten strijden voor een democratische vakbond!

Auteur