Ondanks mist en kliffen: een inleiding op Het Communistisch Manifest
Ondanks mist en kliffen: een inleiding op Het Communistisch Manifest

Ondanks mist en kliffen: een inleiding op Het Communistisch Manifest

Het nieuwste herdrukte werk van uitgeverij Proletaris is Het Communistisch Manifest van Friedrich Engels en Karl Marx, verkrijgbaar via derodelap.nl. Janne van den Bosch schreef een voorwoord voor dit werk, waarbij zij context geeft en dieper ingaat op de relevantie van het werk, vandaag de dag. Om het boek onder de aandacht te brengen en verwachtingen op te doen lopen publiceren wij hier het gehele voorwoord:

Voor diegene die het Communistisch Manifest op deze manier bestudeert, is het een kompas op de stormachtige oceaan van de proletarische klassenstrijd. Een kompas dat betrouwbaar is gebleken door zestig jaar lang de richting van de economische ontwikkeling aan te geven en dat door alle feiten keer op keer wordt bevestigd. Een kompas waaraan de socialistische partijen van alle landen dank verschuldigd zijn voor het feit dat ze ondanks alle tegengestelde stromingen, ondanks mist en kliffen, altijd in de goede richting gaan. Er is geen historisch document dat de decennia na het schrijven glorieuzer heeft bevestigd dan het Communistisch Manifest.” Karl Kautsky, 1904

Zelfs in 1904, 57 jaar na het schrijven van het Communistisch Manifest, werd er door Karl Kautsky teruggeblikt op het toen al historische werk. In de tientallen jaren na het publiceren van het Manifest hebben minstens zoveel revolutionairen, theoretici en historici geschreven over het werk.

Kautsky, maar bijvoorbeeld ook Trotski in 1938, 90 jaar na de publicatie, benadrukten dat het Communistisch Manifest van onschatbare waarde was voor de communistische beweging ten tijde van publicatie, maar ook in hun eigen tijd. Op dit moment is het 173 jaar geleden dat het Communistische Manifest gepubliceerd werd. Ook vandaag de dag is het een ontzettend bekend en populair werk. Het is vaak een van de eerste boeken die je aangeraden wordt als je geïnteresseerd raakt in linkse politiek, maar ook ervaren marxisten grijpen vaak terug naar het korte boekje. 

Het Manifest werd aan het eind van 1847 geschreven, om dienst te doen als Manifest van de in dat jaar opgerichte Bond der Communisten. Deze internationale organisatie werd in Londen in 1847 opgericht, en staat te boek als een van de eerste communistische partijen. Tijdens het oprichtingscongres van 1847 werd besloten een Manifest op te stellen en zo kwam Karl Marx’ en Friedrich Engels’ Manifest tot stand. De Bond der Communisten ontbond zichzelf in 1852 na het Keulse Communistenproces waarbij enkele communisten terechtgesteld werden voor het meedoen aan de 1848 opstanden. 

1848: burgerlijke opstanden 

Deze opstanden door heel Europa in 1848 vormen een belangrijk onderdeel van de context van het Manifest. In alle uithoeken van het continent, van de meest ontwikkelde centra tot de meest achtergestelde streken, vonden opstanden plaats met als doel de oude feodale heerschappijen omver te werpen, en nieuwe burgerlijke democratieën te installeren. De historicus Eric Hobsbawm stelde in zijn boek The Age Of Capital (1975) dat hoewel het proletariaat op dit moment nog maar net zichzelf als klasse vormde, en nog maar net klassenbewust leek te worden, het over het algemeen de werkende armen waren die de barricaden opgingen. Dit resulteerde niet in dat ze de macht in eigen handen namen, maar dat ze onbewust de macht in handen van een burgerlijke democratie schoven, waarin de werkende klasse niet aan het roer stond. Historisch progressief, maar ook vooral de enige optie. Een proletarische revolutie, of meerde proletarische revoluties als je kijkt naar de verspreidheid van de opstanden, was nog lang niet aan de orde. Deze kleine, wijdverspreide, burgerlijke revoluties waren nodig om een burgerlijke maatschappij te creëren, waarbinnen het proletariaat zich kon ontwikkelen tot het groot en georganiseerd genoeg was om over te gaan tot proletarische revoluties, met het communisme als doel. Ten tijde van de opstanden in 1848 was er van georganiseerde communisten en socialisten nog maar weinig sprake: Hobsbawm spreekt van enkele tientallen, misschien honderden. 

Hoewel wijdverspreid en breed gedragen hielden de opstanden niet lang stand. In de meeste gebieden waren het de oude heerschappijen die met concessies verder regeerden, maar met één groot verschil: de absolute monarchieën waren niet meer alleenheersers op het continent, er was ruimte gecreëerd voor andere vormen van politiek, zelfs als die op dat moment nog niet dominant waren.

Engels maakte in 1846 al duidelijk waarom er eerst een burgerlijke opstand nodig was, voordat het proletariaat zichzelf tot een revolutionaire klasse kon ontwikkelen. De burgerlijke klasse was binnen het (semi)feodale systeem zelf nog revolutionair, en zo lang zij zich nog in die fase bevond, had zij de werkende klasse als middel in handen. Deze burgerlijke klasse kon in de context van 1848 als revolutionair gezien worden omdat ze zich voor haar eigen klasse ontwikkeling moest ontdoen van de feodale structuren. Alleen door deze ontwikkeling kon de werkende klasse volgroeien, deze was namelijk wel in opkomst maar nog klein en onderontwikkeld. Het dominant worden van de burgerlijke klasse, dus het ontdoen van de feodale structuren, zorgde ervoor dat het proletariaat een fundamentele positie kreeg in de samenleving. 

Op het moment dat de burgerlijke klasse vanaf 1848 de volledige politieke macht in handen krijgt en dus een burgerlijke maatschappij vormt, wanneer de feodale en aristocratische macht vervangen wordt door de macht van geld, dan komt de revolutionaire fase tot stilstand voor de burgerij en neemt de werkende klasse deze rol over. 

Chartisme

Marx en Engels baseerden hun Manifest op de linkerflank van de Engelse arbeidersbeweging, de chartistenbeweging. Ze probeerden deze politiek om te schrijven zodat deze ook toepasbaar zou zijn voor de continentale arbeidersbeweging, oftewel, de rest van Europa. 

De naam chartisme verwijst naar de People’s Charter, het volkshandvest uit 1838, met de zes belangrijkste eisen van de chartistenbeweging: algemeen kiesrecht voor mannen boven de 21 jaar; stemgeheim; afschaffen van de voorwaarde dat een parlementskandidaat grondbezit moet hebben; betaling van de parlementsleden; gelijke kiesdistricten qua inwoneraantal; jaarlijkse verkiezingen. 

Een communistische partij die zich baseerde op de eisen die Marx en Engels opstelden aan de hand van de chartisten, zou zich onderscheiden van de burgerlijke partijen doordat ze internationalistisch van aard moest zijn en de gemeenschappelijke belangen van de werkende klasse, ongeacht nationaliteit, moest voorstaan. Daarnaast moet ze de belangen van de werkende klasse als geheel voorstaan, tijdens alle stadia van de klassenstrijd tegen de bourgeoisie. Met als uiteindelijke doel de heerschappij van de bourgeoisie omverwerpen en de politieke macht veroveren als het proletariaat. 

Hierbij lijkt er een tegenstelling in hoofdstuk twee van het Manifest te staan. Enerzijds “zijn [de communisten] geen bijzondere partij tegenover de andere arbeidersbewegingen”, en anderzijds “onderscheiden [de communisten] zich van de overige proletarische partijen”. Ook het feit dat de Bond der Communisten een eigen Manifest had, lijkt de stelling van niet apart organiseren tegen te spreken. In hoofdstuk vier van het Manifest wordt deze ogenschijnlijke tegenstelling opgehelderd. Er wordt daar gesteld dat ‘de verhouding tot de al opgerichte arbeidersbewegingen vanzelf spreekt’ in het geval van de chartisten in Engeland en de landbouw hervormers in de Verenigde Staten: 

“Zij strijden voor het bereiken van de directe doelen en belangen van de arbeidersklasse, maar zij vertegenwoordigen in de huidige tijd tegelijk de toekomst van de beweging. In Frankrijk sluiten de communisten zich bij de socialistisch-democratische beweging aan tegen de conservatieve en radicale bourgeoisie, zonder daarom het recht op te geven kritiek uit te oefenen op de uit de revolutionaire traditie afkomstige frases en illusies.”

Waar in hoofdstuk twee een tegenstelling in het organiseren van de partij lijkt te staan, wordt die hierdoor dus opgehelderd. Communisten moeten zich niet los van de bestaande arbeiderspartijen organiseren, mits deze partijen ook daadwerkelijk proberen de arbeidersklasse te organiseren en in het belang van deze klasse handelen. Zelfs als dit enkel op heel kleine schaal gebeurd is het belangrijk om, als communisten, proberen aansluiting te zoeken tot deze bewegingen en partijen om hen te helpen opbouwen. Dit moet echter wel zonder zich volledig afhankelijk te maken van deze bewegingen. Het behouden van een eigen lidmaatschap structuur, pers, manifest, etc. blijft essentieel. 

Sindsdien is er natuurlijk veel veranderd, ook binnen de arbeiderspartijen. Zo is er door jarenlange coalitiepolitiek met alle burgerlijke partijen een versmelting met de staat ontstaan, wat ten tijde van Marx en Engels nog niet echt aan de orde was. Het is heden ten dage dan ook moeilijker om arbeiderspartijen te vinden die daadwerkelijk in het belang van de klasse handelen en deze proberen te organiseren. 

De manieren waarop en binnen welke organisaties communisten zich organiseren kan dus variëren. Wat vanuit de chartistenbeweging als een van de belangrijkste onderscheidende kenmerken in het Manifest geldt, is dat er klasse interventie nodig is vanuit een partij, op het niveau van ‘de politiek’, en dat enkel actief zijn binnen vakbonden of andere sociale initiatieven niet genoeg is. 

Obscuriteit en illegaliteit

Dat deze manier van interventie nodig is blijkt vandaag de dag nog steeds. Dat de tekst dan ook nog steeds wijdverspreid is hebben we onder andere te danken aan de populariteit van het Manifest. Het werk was echter niet vanaf publicatie een daverend succes. Hoewel het in 1848, zo kort voor de revolutionaire opstanden tot wel drie keer herdrukt werd en verspreid werd door Europa, en er een geserialiseerde versie in de Deutsche Londoner Zeitung verscheen in mei 1848, raakte het Manifest na de wegebbing van de opstanden in datzelfde jaar nog in de vergetelheid. 

Pas zo’n twintig jaar later kwam de tekst weer bovendrijven. Marx werd weer populairder in heel Europa door zijn tekst over de Parijse Commune, die in 1871 bloedig neergeslagen werd. Het Manifest was echter op veel plekken illegaal, wat het drukken en verspreiden ervan een stuk lastiger maakte. 

De tekst werd door een rechtszaak in 1872 tegen de voortrekkers van de communistische beweging in Duitsland, August Bebel, Wilhelm Liebknecht en Adolf Hepner, oprichters van de Sociaaldemocratische Partij Duitsland (SPD), opeens weer populair én ‘legaal’. Doordat het Manifest integraal werd voorgelezen in de rechtszaal, werd deze uiteraard ook genotuleerd. De notulen van een rechtszaak waren publiek en mochten geopenbaard worden. Zo kon het Manifest in Duitsland gepubliceerd en gedistribueerd worden, zolang het gedrukt werd als onderdeel van de rechterlijke procedure. 

In de tientallen jaren hierna verspreidde het Manifest zich als een lopend vuurtje. Het werd vertaald in meer dan 30 talen en kreeg voet aan de grond in niet alleen Europa, maar vertalingen bereikten ook Japan, China en de Verenigde Staten. Het marxisme was in opkomst, werd populairder en was de basis voor vele partijen en bewegingen, voornamelijk in Europa, met als hoogtepunt de Russische revolutie in 1917. 

Relevantie en gedateerdheid aldus Trotski 

Ook vandaag de dag is het werk populair, meer dan 150 jaar later. Kautsky concludeerde echter in 1904 al dat de periode van een revolutionaire bourgeoisie voorbij was, maar dat de tekst van Marx en Engels toch relevant bleef voor de communistische beweging in zijn tijd. Ook Trotski schreef 90 jaar na het schrijven van het Manifest dat, hoewel er een aantal concrete zaken aangepast moesten worden aan de huidige tijd, het een werk van onschatbare waarde was.

Trotski benoemd daarnaast wel dat het noodzakelijk is om bepaalde, gedateerde, aspecten van het Manifest te erkennen, en waar nodig deze aan te passen.

Zo stelt hij dat Marx en Engels in het Manifest schrijven dat het kapitalisme de productiekrachten vertraagt, terwijl in de praktijk gebleken is dat de productiekrachten bleven groeien, en dat ze pas in het begin van de 20e eeuw op het punt aankwamen bij een tijdperk van stagnatie en achteruitgang van de wereldeconomie, fascisme en oorlogen. Marx en Engels waren in de veronderstelling dat het kapitalisme omver geworpen zou zijn voordat het deze fase zou bereiken, dat het niet van een relatief reactionair regime kon veranderen in een absoluut reactionair regime. 

Daarnaast wordt in het Manifest gesteld dat de kleinburgerij zou verdwijnen, dit beschrijven Marx en Engels aan de hand van de industriële revolutie. De ‘middenklasse’ zou proletariseren en zo de klassenstrijd explicieter worden, maar door de technologische groei en werkloosheid in de industrie verdwijnt deze kleinburgerij niet zomaar. Er werd juist een ‘nieuwe middenklasse’ gecreëerd, bestaande uit bijvoorbeeld technici, die de klassenstrijd geenszins verdoezelde. 

Trotski benoemd ten slotte dat het meest verouderde deel van het Manifest de kritieken op de ‘socialistische’ literatuur, van het eerste deel van de 19e eeuw, in hoofdstuk drie zijn. En de definitie van de verhouding tot andere oppositiepartijen in hoofdstuk vier. Dit is voornamelijk het geval omdat de bewegingen en partijen waar Marx en Engels over schreven niet meer bestonden op dat moment en ook geen grote historische indruk hadden achtergelaten op dat moment. Dit is in de periode waarin Trotski schrijft, 1937 en 1938, erg relevant omdat de gehele communistische beweging in verval was door de stalinisering in handen van de Komintern. Er vindt hierdoor een ideologische terugval plaats die de belangrijkste lessen van het Manifest ongedaan lijkt te maken. 

Want ondanks de verouderde aspecten ziet Trotski, net zoals Kautsky het Manifest als een belangrijk werk voor de communistische beweging op dat moment. Hij stelt dat de materialistische visie op de geschiedenis van Marx en Engels de tand des tijds grandioos had doorstaan. Deze manier van naar de geschiedenis kijken, als een geschiedenis van klassenstrijd, bleek in 1938 nog relevant te zijn, en is dat nu nog steeds. Waar Trotski schrijft dat deze conclusie; “De geschiedenis van de samenleving is een geschiedenis van klassenstrijd”, weerstand opriep in de communistische beweging. Reactionairen stelden dat verzoening en samenwerking noodzakelijk was op sommige aspecten. Trotski stelde al, en zo blijkt ook nu nog, dat Marx en Engels toch gelijk hadden in hun Manifest:

“Ze werden later vergezeld door rekruten uit de gelederen van de arbeidersbeweging zelf, door de zogenaamde revisionisten, d.w.z. de voorstanders van het herzien (‘herzien’) van het marxisme in de geest van klassensamenwerking en klassenverzoening. Ten slotte is in onze eigen tijd hetzelfde pad in de praktijk gevolgd door de verachtelijke epigonen van de Communistische Internationale (de ‘stalinisten’): het beleid van het zogenaamde Volksfront vloeit volledig voort uit de ontkenning van de wetten van de klassenstrijd. Ondertussen is het juist het tijdperk van het imperialisme, dat alle sociale tegenstellingen op het punt van de hoogste spanning brengt, dat aan het Communistisch Manifest zijn hoogste theoretische triomf geeft.” Trotski, 1938

Literariteit 

Een ander belangrijk aspect van het Manifest, waardoor het in de geschiedenis maar óók nu nog een veelbesproken tekst is, is het literaire karakter ervan. Hoewel het Manifest gebaseerd is op de, in 1847 geschreven, Beginselen van het Communisme van Engels, is de volledige redactie, schrijfstijl en opmaak aan de hand van Marx. Er is veel geschreven over de literaire kwaliteiten van Marx zijn werken, en het Manifest, hoe kort ook, wordt vaak tentoongespreid als voorbeeld hiervan. 

Het Manifest is in korte tijd geschreven, met het oog op de broeierige politieke toestand in heel Europa, maar dat weerhield Marx er niet van om formulering op formulering te herschrijven totdat hij tevreden was met de precieze literaire vormgeving van de tekst. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar op de enige bewaard gebleven pagina van het handgeschreven manuscript. 

Er is gestreept en gekrast om klemtonen en zinsbouw precies zó te krijgen dat de inhoud van het werk gereflecteerd wordt in de tonaliteit ervan, zodat het op de beste, mooiste en tot actie roepende manier de inhoud over kan brengen op de lezer. 

Marx gebruikte onnoemelijk veel stijlfiguren, woordspelingen, rijmvormen, beeldspraak en andere literaire technieken om niet zomaar een pamflet de wereld in te sturen, maar om een tekst te scheppen die de tand des tijds zou kunnen doorstaan en ook nu, na ruim 150 jaar, nog als literair hoogstaand werk én als politiek handvest te boek te staan.

Wat nu

De tijd van burgerlijke revoluties is afgesloten, wat betekent dit voor de communistische beweging op dit moment? Het betekent onder andere dat er nu des te meer ruimte is voor een proletarische opstand. 

We leven ondertussen in een andere situatie dan Marx en Engels ten tijde van het schrijven van het Manifest, dan Kautsky tijdens zijn terugblik erop 60 jaar na publicatie en dan Trotski met zijn kritiek 90 jaar later. 

Ondanks alle gedateerde informatie blijft het Manifest een relevant politiek handvest voor hedendaagse revolutionairen. Het biedt namelijk programmatische hulp, het vormt de basis voor een daadwerkelijk communistisch programma, ook voor partijen in onze tijd.

Het belangrijkste aspect van het Communistisch Manifest is dan ook het programmatische aspect. Het werkt als basis voor het opbouwen van een communistische partij, en het doet dienst als koppeling tussen revolutionaire theorie en revolutionaire praktijk. Het Manifest is het eerste minimum-maximum programma. 

Het is een duidelijk politiek gedeelte waarbij het maximum voor het einddoel communisme staat maar ook waarbij het minimumprogramma de machtsovername van het proletariaat is. Marx heeft daarna niet meer echt afgeweken van deze politieke lijn en ook nu is deze politieke lijn van toepassing op de programma’s van communistische organisaties. 

Hij heeft het minimum-maximum programma concept over de jaren verder uitgewerkt. In 1864 schrijft Marx in het reglement van de Eerste Internationale dat “de emancipatie van de werkende klasse het werk van de werkende klasse zelf moet zijn.” Hij werkt hierop verder in het programma voor de Parti Ouvrier, dat hij in 1880 schreef samen met Jules Guesde, de leider van de Franse communisten. Dit programma werd in datzelfde jaar aangenomen bij het oprichtingscongres van de Parti Ouvrier (PO). Hierin stellen zij dat de collectieve overname van de productiemiddelen alleen kan voortkomen uit de werkende klasse die zichzelf organiseert in een eigen partij. 

Een minimum-maximum programma moet dan ook het fundament van deze partij zijn. Er moet een kort programma geschreven worden met eisen die leiden tot de dictatuur van het proletariaat. Dat wil zeggen dat de werkende klasse de politieke macht neemt en daarmee de politieke macht van het kapitaal breekt en een nieuwe politieke macht creëert en die geeft aan de meerderheid van de bevolking, daarmee dus de werkende klasse. Via deze weg kan men de sociale revolutie uitvoeren, de volledige omwenteling van de productie modus bewerkstelligen en zo dus het maximum programma uitvoeren van het communisme. Het is van essentieel belang dat partijen dit als duidelijk doel hebben: de machtsovername van de werkende klasse, uitgewerkt in het minimum programma en het doel van sociale revolutie die uitmondt in communisme. De werkende klasse moet onder het mom van “de emancipatie van de werkende klasse moet het werk van de klasse zelf zijn” in grote mate overtuigd zijn dat een machtsovername van de werkende klasse nodig is en dat het einddoel van communisme nodig is. Dat wil niet zeggen dat we geen tussentijdse strijd moeten voeren, dat we niet moeten strijden voor tussentijdse hervormingen, maar wel dat we alleen de macht pakken op basis van de machtsovername van de arbeidersklasse, dus niet via coalities met burgerlijke partijen, die er in grote mate voor zorgen dat de arbeiderspartij het kapitalistische systeem bestuurt in plaats van omverwerpt. 

We kunnen dus niet onze politiek verhullen, maar moeten een duidelijk programma hebben voor de machtsovername van de werkende klasse en het communisme en daar op elk moment deze klasse van overtuigen: in strijd, organisatie, agitatie, op elk vlak. Alleen op die manier kan de emancipatie van de werkende klasse een bewuste daad zijn van de klasse zelf.

Janne van den Bosch

Utrecht, 2021


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.