Onderstaand opiniestuk is ingezonden door Olaf Kemerink, lid van de SP en actief bij ROOD, de jongerenorganisatie van de SP. In dit stuk staat de schrijver kort stil bij de huidige bevoegdheden van de koning in Nederland, en waarom deze niet te rijmen zijn met een democratisch systeem. 

Koningsdag is normaal gesproken de dag waarop heel Nederland oranje aantrekt en ofwel losgaat op een festival ofwel de lokale vrijmarkt langsstruint op zoek naar een goede deal. Vanwege corona moet iedereen dit jaar echter binnenblijven. Hoewel ‘Woningsdag’ ongetwijfeld minder leuk zal zijn dan Koningsdag biedt het wel de gelegenheid om nog een keer stil te staan bij het bestaan van het koningshuis. Want hoe valt een ongekozen staatshoofd te rijmen met de democratie?

Een veelgehoord argument voor het koningshuis is dat de functie vooral symbolisch is. Los van dat het niet zo’n sterk punt is – want als dat zo is, waarom schaffen we het dan niet gewoon af? – heeft de koning meer macht dan alleen het doorknippen van lintjes. Wie de grondwet erop naslaat ziet in artikel 42 dat de regering bestaat uit de koning en ministers. Nu klopt het dat regeringsbesluiten altijd genomen worden in de ministerraad, waar de koning niet bijzit, maar die besluiten moeten volgens artikel 47 wel altijd ondertekend worden door de koning. Er kan geen wet worden bekrachtigd of een regeringsbesluit genomen zonder dat Willem-Alexander daar zijn handtekening onder zet. Zelfs de minister-president kan niet worden benoemd zonder zijn goedkeuring.

Deze bevoegdheden zijn echter vooral theoretisch. De koning ondertekent jaarlijks zo’n 2500 wetten en besluiten en zal het ongetwijfeld niet met alles eens zijn. Prinses Beatrix zei toen ze koningin was ook dat haar handtekening slechts betekende dat een juiste juridische procedure is gevolgd.1 De vraag is natuurlijk of dit ook zo blijft als socialisten aan de macht komen. Zou een einde aan het kapitalisme in strijd zijn met de ‘juiste juridische procedures’? Ik denk het wel. Het ‘recht’ op eigendom bijvoorbeeld is zowel beschermd in de grondwet als in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als daar aan getornd wordt door een socialistische regering zal Willem-Alexander dat niet zonder meer accepteren. Het feit dat de Koning wordt geacht ‘boven de politiek’ te staan betekent vooral dat hij te allen tijde de huidige maatschappelijke orde zal verdedigen.

Maar het ondertekenen van wetten en besluiten is niet de enige politieke bevoegdheid van de koning. Hij heeft ook het ‘recht om te worden geïnformeerd, het recht om aan te moedigen en het recht om te waarschuwen’.2 Dat betekent dat hij bij de voorbereiding van besluiten moet worden betrokken en zijn mening mag geven. Dit alles gebeurt achter gesloten deuren, het mag absoluut niet uitlekken wat de mening van het staatshoofd is. Zelfs een terloopse opmerking over wat koningin Beatrix vond van de Haagse politieke cultuur werd een Kamerlid in 2009 fataal.3

Dat betekent dat het voor gewone mensen onmogelijk is om te weten wat de invloed van het staatshoofd precies is. Er wordt wel aangenomen dat de koning niet om politieke redenen zijn handtekening weigert, maar hoe kunnen we weten of hij niet in de achterkamertjes druk uitoefent op ministers? Het is in elk geval bekend dat Beatrix hier een handje van had. Ze bemoeide zich niet alleen met het inperken van het jachtrecht op het Kroondomein, maar drong ook aan op het openen van een ambassade in Jordanië en probeerde democratisering van de burgemeestersbenoeming te voorkomen.4

Het is duidelijk dat een ongekozen monarch die achter gesloten deuren politieke druk kan uitoefenen niet past in een democratie. Maar wat willen we dan wel? In landen als Italië en Duitsland fungeert de president nog steeds als een soort hoeder van de gevestigde orde. President Mattarella weigerde bijvoorbeeld de voorgestelde minister van financiën te beëdigen omdat hij te eurosceptisch zou zijn.5 Het afschaffen van de monarchie is daarom wat mij betreft slechts één stap in een overkoepelende strijd voor meer democratie. Dat betekent collectief bestuur en verkozen en herroepbare vertegenwoordiging. Een centralistische presidentiële structuur past daar net zo min tussen als een koning. Daarom hef ik mijn glas vanmiddag niet op de verjaardag van Willem-Alexander, maar op de Democratische Republiek.