Amerikaans imperialisme blijft een dreiging op de achtergrond in Latijns Amerika, betoogt Juan Iovera. 

De Andes Condor is een van de grootste vogels in het dierenrijk. Een gigantisch beest met een spanwijdte van bijna drie en een halve meter dat op hoogtes kan komen van 5000 meter. Op deze hoogte houdt het zijn territorium in gaten, als een soort engel des doods van de Andes, alleen afdalend naar de grond als hij een stervend of dood dier ziet. Een soortgelijke engel des doods is de invloed van de Verenigde Staten (VS) in Latijns Amerika geweest. Sinds haar ontstaan heeft de VS zich gemengd in de politieke, economische en sociale zaken van de rest van het continent. Dit culmineerde tijdens de Koude Oorlog in Operatie Condor, een transnationaal geheim plan om politieke tegenstanders te ontvoeren en vermoorden. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de relatie tussen de VS en Latijns Amerika niet fundamenteel veranderd. In dit artikel zal ik in vogelvlucht een beschouwing geven van de manier waarop de VS haar invloed heeft uitgeoefend op Latijns Amerika. Om te beginnen met een overzicht van de periode tussen 1823 en 1990. Omdat dit een enorm tijdsspan is besef ik dat ik veel gebeurtenissen zal missen, excuses hiervoor. Vervolgens zal ik aan de hand van twee minder bekende case studies laten zien hoe de VS baat heeft bij staatsgrepen in de regio sinds het begin van het nieuwe millennium. Door kort de geschiedenis van de staatsgrepen in Honduras en Paraguay weer te geven hoop ik te laten zien dat deze staatsgrepen gepleegd door lokale elites uiteindelijk veel voordelen voor de VS meebrachten.

 

Latijns Amerika en de VS, 1823-1990

Latijns Amerika is een gigantische regio met veel gelijkenissen maar ook grote contrasten. Als er een overkoepelende factor is in de politiek van de regio dan is het wel de grote en doordringende invloed van de Verenigde Staten van Amerika (VS). De VS oefent al sinds het begin van de twintigste eeuw een hegemoniale invloed uit over dit werelddeel. Latijns Amerika, dat niet voor niets vaak gezien wordt als de achtertuin van de VS, werd al in 1823 door de toen opkomende VS geclaimd doormiddel van de zogeheten Monroe Doctrine. Alhoewel deze doctrine door de VS verkocht werd als een nobele poging de recentelijk van Spanje onafhankelijk geworden landen in Latijns Amerika te beschermen van herovering, werd het al gauw duidelijk dat het een poging was om de markten en grondstoffen van de regio veilig te stellen voor kapitaal uit de VS. Tenslotte was het problematische aan een herovering door Spanje niet dat de bevolking onderdrukt zou worden maar dat de Spanjaarden de regio een mercantilistisch systeem zouden opleggen hetgeen Brits en VS kapitaal zou weren.

Maar al gauw werd duidelijk dat de VS ook directe controle wou uitoefenen over delen van de regio, enkel economische dominantie was niet genoeg. De oorlog die begon in 1846 met Mexico was een kort maar beslissend conflict. Toen in 1848 de vrede getekend werd, waren de Mexicanen gedwongen een groot deel van hun land af te staan. Het gehele gebied tussen Texas en Californië werd door de VS geannexeerd, ruim de helft van het Mexicaanse grondgebied. Omdat de VS de Mexicanen $15 miljoen aan compensatie betaalde voor hun land kon de Whig krant The National Intelligencer (voorloper van The Washington Post) met een gerust hart de kop drukken “We take nothing by conquest, thank God”.[1] De schokgolven van dit verdrag zouden van Mexico voor nog minstens een eeuw een instabiel land maken en veel van de problemen die vandaag bestaan rond de grens met de VS kennen hun oorsprong in deze tijd. Toch zou de VS zich pas vrij laat in de 19de eeuw met de rest van de regio gaan bemoeien. Een keerpunt is de Spaans-VS oorlog, die begon met de interventie van de VS in de onafhankelijkheidstrijd van de Cubanen in 1898. Het resultaat van deze oorlog was dat Cuba een vazalstaat van de VS werd en dat Guam, Puerto Rico en de Filippijnen koloniën van de VS werden. Dat is een cruciaal moment in de geschiedenis van het imperialisme van de VS omdat ze toen daadwerkelijk een koloniale macht werd. Ook breekt er op het thuisfront een groot debat uit over of de VS aan dit soort expansionisme moet doen.

Deze interventie in Cuba zou echter een van velen worden in zogenaamde Bananenrepublieken. Deze term duidde oorspronkelijk op landen waar een bedrijf zo veel macht had dat ze eigenlijk de overheid buiten spel kon zetten als deze niet meewerkte. Het verwees naar het feit dat de bedrijven die zo veel macht vergaarden in deze landen doorgaans fruit bedrijven waren die vooral bananen planten. De twee belangrijkste voorbeelden van bananenrepublieken zijn Honduras en Guatemala. De beruchte United Fruit Company heeft in beide van deze landen schade veroorzaakt die tot de dag van vandaag zichtbaar is. Een voorbeeld van hoe doordringend de dominantie van dit bedrijf was is de staatsgreep in Guatemala in 1954. De democratisch verkozen regering van Jacobo Arbenz had het lef om voor te stellen dat het land dat de United Fruit Company niet gebruikte verdeeld zou worden onder landloze boeren. Het resultaat van deze poging tot landhervorming was een door de CIA georkestreerde staatsgreep die Arbenz afzette en een kolonelsregime aan de macht hielp. Guatemala zou tot het einde van de Koude Oorlog bestuurd worden door militairen die sommige van de meest gruwelijke misdaden tegen de mensheid zouden begaan. Omdat de communistische guerrilla’s veel steun vonden onder de onderdrukte Maya bevolking, begon het leger een genocide. Tijdens de zogenaamde Silent Holocaust, in het begin van de jaren ‘80, werden meer dan 150.000 Maya’s vermoord of ontvoerd door regeringstroepen. Dit geweld ging ook gepaard met massaal geweld in buurlanden Honduras, Nicaragua en El Salvador, dit allemaal grotendeels gecoördineerd vanuit de ambassade in Tegucigalpa, Honduras. Dit was een gevolg van de steun die de VS verleende aan de Contra’s, Contrarevolutionairen die vochten tegen de revolutie in Nicaragua waarbij in 1979 Anastasio Somoza werd afgezet.

Het einde van de Tweede Wereldoorlog en het begin van de Koude Oorlog zouden een fundamentele verandering brengen in de relatie tussen de VS en Latijns Amerika. De VS intervenieerde al sinds haar ontstaan in de regio, maar gedurende haar ideologisch conflict met de Sovjet-Unie kreeg de regio een groter belang. Dit had als gevolg dat de VS directere controle over haar “achtertuin” wou en dit ging gepaard met veel geweld. De coup in Guatemala was een voorproefje van het terreur regime dat de VS zou loslaten op de regio. Deze hegemonische politiek kwam echter in een stroomversnelling na de overwinning van de Cubaanse revolutionairen in 1959. De Cubaanse Revolutie had de politieke en economische machthebbers in de VS grondig geschokt. Een socialistische revolutie was geslaagd op een plaats die zij zagen als een uitbreiding van de staat Florida. Dit was een klap in het gezicht van de VS en moest daarom met alle beschikbare middelen bestreden worden. De bekendste poging is natuurlijk de gefaalde Varkensbaai Invasie in 1961. Deze poging faalde omdat de VS onderschatte hoe populair de revolutionairen onder het volk waren. De Cuba Crisis in 1962 maakte de vernietiging van Cuba een nog veel grotere prioriteit voor Washington maar mede door de bescherming van de Sovjet-Unie waren openlijke invasies niet meer mogelijk. Drie dingen werden nu de basis van het arsenaal van de VS: terrorisme, economische blokkade en disinformatie. Van deze drie wapens worden economische blokkade en disinformatie tot de dag van vandaag ingezet. Het is onzeker of terrorisme door Cubaanse bannelingen (ook wel bekend als Gusanos) tegenwoordig nog gesteund wordt. Wel is het zeker dat terroristen zoals Luis Posada Carriles, die in 1976 een Cubaans burgervliegtuig opblies en in 1997 aanslagen op Cubaanse hotels pleegde, hun leven lang beschermd zijn door de VS.[2]

Het succes van de Cubaanse Revolutie inspireerde een heel continent om in beweging te komen. Overal verschenen guerrilla groepen die het Cubaanse voorbeeld wilden volgen. Nieuwe groepen van de bevolking raakten politiek betrokken en eisten een nieuwe samenleving. Radicale populisten probeerden hun grondstoffen te nationaliseren met als doel de onderontwikkeling, ongelijkheid en het gebrek aan democratie te beëindigen. Zelfs de katholieke kerk, een traditioneel bondgenoot van de regerende elites in Latijns-Amerika, begon sociale kwesties aan te kaarten met de zogenaamde Bevrijdingstheologie. De reactie van de VS was simpel en systematisch. De sectoren in de maatschappij die van oudsher sympathie voor de VS hadden zouden gesteund worden. Deze sectoren bestonden vooral uit de hogere klassen en de militairen. Deze zouden een oorlog in eigen land voeren tegen “subversieve” elementen, de vijand in eigen land die deel geacht werd te zijn van een internationale communistische samenzwering.

Nergens werd deze nieuwe politiek efficiënter ingezet dan in de zogenaamde Zuidkegel, de regio die bestaat uit Paraguay, Uruguay, Argentinië en Chili. Op Paraguay na kwamen in al deze landen, samen met Bolivia en Brazilië, tussen 1964 en 1976 militaire regimes aan de macht. In Paraguay was al sinds 1954 Generaal Alfredo Stroessner aan de macht. De geheime diensten van deze zes landen zouden de kern vormen van wat later bekend zou worden als Operatie Condor. Dit was een samenwerkingsverband dat een supranationaal systeem van commando, controle, inlichtingen, uitwisseling van gevangenen, en gecombineerde operaties als gevolg had. Het was een geheim systeem van clandestiene netwerken, die het mogelijk maakten voor inlichtingendiensten om boven de wet te staan. Dit had twee grote voordelen. Ten eerste bleven de handelingen zo geheim mogelijk, hetgeen weer als gevolg had dat verantwoordelijkheid op die manier vermeden kon worden. Bovendien kwamen zo minder excessen aan het licht, waardoor er minder kritiek kwam vanuit het Westen, dat zich nog altijd als voorvechter van de mensenrechten presenteerde. Operatie Condor maakte het mogelijk voor de militaire regeringen van deze landen om dissidenten massaal te laten verdwijnen. Deze praktijk van verdwijnen zorgde ervoor dat er vaak geen stoffelijk overschot gevonden werd van de slachtoffers. Dit heeft geholpen met het geheim houden van het systeem: pas in 1992, bij het ontdekken van het zogenaamde Terreurarchief onder een politie bureau in de Paraguayaanse hoofdstad Asuncion, werden de schaal en meedogenloosheid van Operatie Condor pas duidelijk.[3]

Imperialisme van de VS vandaag de dag

Het einde van de Koude Oorlog zou een nieuw tijdperk inluiden voor Latijns Amerika. Militaire dictaturen waren obsoleet geworden, hun schendingen van mensenrechten een te grote blamage op de internationale reputatie van de VS. De meeste vertrokken semi-vrijwillig zoals Pinochet (Chili) en Stroessner (Paraguay), die beiden rond 1990 hun macht verloren. In Argentinië probeerde de overmoedige Junta een oorlog tegen de Britten te winnen, hetgeen verkeerd afliep. In Brazilië vond een zogenaamde vredige transitie naar de democratie plaats, met vrije verkiezingen in 1985, midden in wat ook wel het Verloren Decennium genoemd wordt dankzij de hyperinflatie als gevolg van het door de IMF opgelegde monetair beleid. Al gauw werd duidelijk dat dit geen fundamentele veranderingen zou brengen in de rol die de VS in de regio zou hebben. Een simpele transitie van Hard-Power (in de vorm van militaire regimes) naar Soft-Power (economisch-politieke macht dankzij de dictaten van het IMF) was tot het begin van het nieuwe millennium genoeg om meeste landen in toom te houden.

De Draai Naar Links die tussen 2000 en 2016 plaatsnam in Latijns Amerika heeft de macht van de VS aangetast en wederom de elites in Washington grote schrik aangejaagd. Het idee van de BRICS, die weerstand zou bieden tegen de macht van Washington en de EU, betekende dat bedrijven uit de VS geen vrij spel meer zouden hebben in Latijns Amerika.[4] De gehele hegemonie van de VS leek te verdwijnen toen de meeste landen in de regio linkse of populistische regeringen verkozen die het niet meer duldden dat bedrijven uit het Westen kosteloos hun grondstoffen exploiteerden. Maar toen kwam de reactie van de VS, gesteund door veel van dezelfde bondgenoten die ze tijdens de Koude Oorlog had gehad maar ook door nieuwe. Lokale elites stelden hun privileges veilig door wederom hun land te verkopen aan buitenlandse bedrijven. Deze belangen werden daarna veilig gesteld dankzij directe inmenging van militairen van de VS. Het stabiliseren en trainen van de strijdkrachten van verschillende landen had als gevolg dat de VS een militaire voet aan de grond kreeg.

Dit proces werd uitgevoerd in Honduras en Paraguay. In beide landen werd een staatsgreep gepleegd tegen een linkse regering. In beide landen waren daarna twee dingen zeker: de oude elites herwonnen hun macht en het land keerde terug naar de invloedsfeer van de VS.

Honduras, de eeuwige bananenrepubliek

In 2009 vond in Honduras een militaire staatsgreep plaats tegen toenmalig president Manuel Zelaya. Zelaya was oorspronkelijk een liberaal die toen hij eenmaal aan de macht was naar links verschoof en zich aansloot bij ALBA, de Bolivariaanse Alliantie voor de Amerika’s. Vervolgens probeerde hij een niet bindend referendum in te plannen met als doel het organiseren van een Constitutionele Vergadering om de grondwet te veranderen. Het hoge gerechtshof van Honduras verklaarde het referendum illegaal maar Zelaya besloot er toch mee door te gaan. Vervolgens werd hij afgezet door het leger van Honduras, op bevel van het hoog gerechtshof.

De directe rol van de VS zullen we waarschijnlijk pas over 25 jaar weten, wanneer de Freedom of Information Act de berichtgeving tussen de regering van de VS en hun ambassade in Tegucigalpa (hoofdstad van Honduras) openbaar zal maken. Wat wel duidelijk wordt is dat de VS in mindere of meerdere mate het leger van Honduras heeft laten doorschemeren dat ze de coup goed zouden keuren.[5] Ook heeft de VS, naast een haastige veroordeling van de coup, geen actie ondernomen tegen de coup-regering. De coup heeft meerdere voordelen gehad voor het Noord-Amerikaans kapitaal. Ten eerste was het platteland van Honduras zeer onrustig na de coup, Zelaya had relatief veel steun onder campesinos en inheemse mensen. Als gevolg hiervan werd het platteland gemilitariseerd. Aanzienlijk hoeveelheden wapens werden uit de VS geïmporteerd, compleet met bijbehorende instructeurs. Het excuus hiervoor was, zoals zo vaak sinds het einde van de Koude Oorlog, het bestrijden van de drugshandel. Alleen was het voorname resultaat dat geweld op het platteland als gevolg van deze militarisering vaak een nog grotere concentratie van land in de hand hielp. Veel wapens die bestemd waren voor het leger of de politie eindigden bij de privé milities van groot grondbezitters. Deze konden vervolgens campesinos van hun land dwingen. Veel van deze groot grondbezitters werken als leveranciers voor Westerse bedrijven zoals Chiquita (The artist formerly known as United Fruit Company). In dat opzicht is er weinig veranderd in Honduras in de laatste eeuw.

Doordat zoveel campesinos hun land verliezen en dankzij het gebrek aan werk op het platteland trekken veel mensen naar de steden. Hier is echter ook niet veel werk, tenzij jongemannen zich bij de verschillende gangs aansluiten. Deze gangs behoren tot de gewelddadigste in de wereld en Honduras is een van de landen waar vuurwapengeweld het meest voorkomt. Ze financieren zichzelf grotendeels door drugshandel, hetgeen een verdere militarisering van de Hondurese samenleving in de hand loopt. Voor veel jongeren is de enige kans op wat geld verdienen zich aansluiten bij een gang. De groteske ontgroeningsrituelen van gangs bestaan meestal uit het vermoorden van iemand uit een andere gang. Omdat jongens van soms pas 12 jaar al gerekruteerd worden door deze gangs, sturen moeders het liefst hun kinderen op een bus naar het noorden, vagelijk in de richting van de grens met de VS. Daar hopen ze dat hun kinderen een beter leven op kunnen bouwen dan in hun eigen land mogelijk is.

Paraguay, het land waar de tijd stilstaat

Begin februari was het 31 jaar geleden dat generaal Alfredo Stroessner in een paleiscoup door zijn schoonzoon generaal Andres Rodriguez werd afgezet. Had je toen en vandaag door Asuncion gelopen dan had je aan het uiterlijk van de stad veel verschillen gezien. De fundamentele instituties die het land regeren zijn echter maar een klein beetje veranderd. De dominantie van de Asociacion Nacional Republicana (ANR, ook wel bekend als de Colorados) is absoluut, met als haar vertegenwoordigers veehouders en sojaboeren die er vaak “bijverdienen” met drugshandel en smokkel. Het land is een belangrijke bondgenoot van de VS, al is het nut van Paraguay in dat opzicht niet meteen zichtbaar. Toch was dit niet altijd zo, tussen 2008 en 2012 leek het alsof Paraguay een andere koers zou kiezen.

In 2008 werd Fernando Lugo verkozen tot president van Paraguay. Deze losbandige voormalige bisschop van Asuncion[6] werd verkozen door een verbinding van het Frente Guasu (Brede Front) en het Partido Liberal Radical Autentico (PLRA, de liberalen). Dit was de eerste keer sinds 1954 dat een niet Colorado president van Paraguay werd. Bovendien was Lugo ook geen lid van de PLRA, waardoor hij een van de weinige presidenten werd die geen lid was van deze twee traditionele partijen. Zijn presidentschap werd gekenmerkt door een poging grootschalige veranderingen in te voeren op elk aspect van Paraguay. Om te beginnen probeer hij Paraguay uit de sfeer van de VS te halen. Dit deed hij door nauw samen te werken met Brazilië, Venezuela en Argentinië, toen alle drie in handen van linkse of centrum-linkse regeringen. Ook zou de staat beginnen met huizen bouwen voor de allerarmsten en subsidies voor voedsel en scholing zouden verhoogd worden. Dit alles stuitte natuurlijk op weerstand van de gevestigde elites, die hun privileges zagen afnemen. Nergens was dit duidelijker zichtbaar dan op het platteland, waar de regering Lugo probeerde om land dat door Stroessner aan zijn luitenants was gegeven te onteigenen. Paraguay is een van de meest ongelijke landen ter wereld wanneer het komt om landbezit, 1,6% van de bevolking bezit 80% van het land. Deze verdeling is een gevolg van Stroessner’s manier van regeren. Waar Argentinië en Brazilië dictaturen hadden die op geraffineerde manieren hun aanhangers te vriend hielden, was Stroessner’s methode gebaseerd op het weggeven van stukken land en delen van de staatskas.

Het beleid van Lugo om land via rechtbanken te onteigenen ging gepaard met assertiever wordende campesino groepen. Deze bezetten vaak land waarvan ze wisten dat het op een verkeerde manier verkregen was, namelijk dat het door Stroessner geschonken was aan een van zijn aanhangers. In 2012 ging dit echter mis, de bezetting van een stuk land bij een het dorpje Curuguaty loopt uit tot een veldslag tussen de politie en de campesinos. 11 campesinos en 6 agenten laten het leven. Dit was genoeg munitie voor de Colorados en PLRA om een proces te beginnen voor het afzetten van Lugo vanwege een gebrek aan vertrouwen in zijn regering. In plaats van de gebruikelijke procedures te volgen werd het proces versneld op een inconstitutionele manier. De versnelling was deel van het plan van de PLRA, die met deze dubbele dolkstoot een einde brachten aan hun samenwerking met Lugo. In zijn plaats kwam Federico Franco, de oncharismatische en incompetente vicepresident die tot dat moment weinig had uitgevoerd.

Er zijn veel stemmen binnen Paraguay die zeggen dat de coup voorbereid is en goedgekeurd was binnen de ambassade van de VS. Dit is een van de grootste ambassades van de VS in de wereld en een van de belangrijkste gebouwencomplexen in de Paraguayaanse hoofdstad Asuncion. Hard bewijs zal waarschijnlijk nog jaren moeten wachten. Een ding is wel zeker, de coup heeft als gevolg gehad een grote militarisering van het platteland in Paraguay. Onder het mom van het bestrijden van een guerrilla, die overigens uit 12 vaste leden zou bestaan, zijn hele gedeeltes van het Paraguayaanse platteland onder staat van beleg geplaatst. Dit betekent dat het leger en de politie daar vrij spel hebben. Campesino leiders die vermoord worden zouden allemaal lid zijn van de guerrilla of anders zijn ze vermoord door de guerrilla. Dit is natuurlijk heel voordelig voor een belangrijk deel van de Paraguayaanse elite: de veehouders en sojaboeren.

In de jaren sinds 2012 heeft de PLRA zichzelf compleet buitenspel gezet. Een combinatie van interne conflicten, oncharismatische leiders en een totaal gebrek aan politieke strategie hebben ervoor gezorgd dat ze niks meer te vertellen heeft. De deling tussen PLRA en Colorados was een lange tijd dat de PLRA meer de kleine groep industriëlen en de stedelijke elites vertegenwoordigde terwijl de Colorados de grootgrondbezitters op het platteland als achterban hadden. Vandaag de dag is het echter zo dat alle politiek in Paraguay binnen de Colorado partij gebeurt. De huidige president leidt een vleugel van de partij, een nostalgische groep apologeten die hun rijkdom te danken hebben aan de dictatuur. President Abdo is hier geen uitzondering op, hij is de zoon van de persoonlijke secretaris van Stroessner. De andere groep wordt geleid door Horacio Cartes, die president was van 2013 tot 2018. Deze groep is iets minder open in hun aanbidding van Stroessner maar zijn wel net zulke goede vertegenwoordigers van de onder Stroessner begonnen traditie van narcopolitiek. Hun ruzie is vooral het gevolg van grote ego’s, de twee flanken zijn het oneens over wie de partij moet leiden.

Op deze manier blijft de Colorado partij de enige dominante institutie in het land. De dictatuur van deze partij vernietigde alle publieke instituties die er voor 1954 waren opgebouwd en de coup van 2012 frustreerde de poging om wederom aan de Colorado hegemonie te ontkomen. Ondertussen blijven de Colorados loyaal aan hun bazen in Washington, jullie knijpen een oogje dicht wanneer wij drugs handelen en wij laten jullie Paraguay gebruiken zoals jullie willen. Tijdens de Koude Oorlog was Paraguay een centraal communicatiepunt voor Operatie Condor. De gigantische ambassade en het Terreurarchief, gepaard met haar ligging in het hart van Zuid-Amerika maakten Paraguay een belangrijk deel van de control strategie van de VS. Het land lijkt wederom in een soortgelijke situatie te komen nu de FBI toestemming heeft gekregen om een kantoor te openen in de ambassade in Asuncion. Wat de gevolgen hiervan zullen zijn is onduidelijk maar positief voor de strijd voor een beter Paraguay zullen ze zeker niet zijn. De manier waarop de FBI in de jaren ‘60 en ‘70 de radicale vleugel van de Burgerrechten beweging onthoofd heeft zou herhaald kunnen worden, dit keer toegepast op de campesino beweging.

 

De condor wijzigt koers

Honduras en Paraguay zijn twee landen waar een coup in brede zinnen vergelijkbare gevolgen heeft gehad: het verankeren van de voormalige gevestigde orde, het terugbrengen van het land in de sfeer van de VS en de militarisering van het platteland met bijbehorende voordelen voor grootgrondbezitters. Bovendien is er geen hard bewijs dat de VS betrokken is bij deze operaties, we kunnen alleen speculeren over hoe groot haar rol is. De voordelen voor de VS zijn echter wel zeker en ze heeft zeker baat gehad bij deze staatsgrepen. Ook gebeurde ze in landen die historisch belangrijk zijn geweest in de regionale politiek van de VS, met beide landen die fungeerden als centrale communicatie schakels.

Ook in Brazilië werd in 2016 een coup gepleegd die een president de macht gaf die het land van haar onafhankelijke koers afhaalde. Jaren van neoliberale sociaaldemocratie in het land waren er niet in geslaagd om een krachtige beweging op te bouwen die zou reageren wanneer de elites hun privileges probeerden terug te pakken. Bovendien had de soms revolutionaire retoriek van Lula en Dilma de middenklassen de stuipen op het lijf gejaagd. De angst van de middenklasse om haar privileges te verliezen gecombineerd met de institutionele en economische macht van het kapitaal gaven Bolsonaro de macht. Het is nog onduidelijk welke gevolgen zijn regime zal hebben, al lijkt het onwaarschijnlijk dat grote delen van het Amazone woud het zullen overleven.

In het nabijgelegen Bolivia is eind vorig jaar nog een coup gepleegd door het leger op de toen net herkozen president Evo Morales. Onder Morales had Bolivia in iets meer dan een decennium gigantische stappen gezet in het verminderen van absolute armoede en het scholen van haar bevolking. Dit allemaal grotendeels gefinancierd door gedeeltelijke nationalisaties van haar belangrijkste grondstoffen, zoals gas en lithium. De verkiezingen van vorig jaar verliepen echter met kleine onregelmatigheden, hetgeen grote protesten veroorzaakte in conservatieve regio’s van het land zoals Santa Cruz. Na drie weken greep het leger in en verkondigde in een amper verborgen dreigement dat ze een staatsgreep zouden plegen als Morales niet zou aftreden. De reden voor het ingrijpen van het leger zou zijn dat Morales de democratie niet respecteerde, maar veel mensen denken dat het leger ingreep om de belangen van Westers kapitaal te beschermen. De coup kwam een week nadat Morales een contract met een Duits mijnbedrijf dat lithium wou mijnen annuleerde. Bovendien zorgde de coup ervoor dat Jeanine Áñez interim president werd. Haar partij is tegen het economisch beleid van Morales en heeft Westers kapitaal wederom vrij spel gegeven.

Staatsgrepen door het leger of door illegitieme constitutionele processen lijken opnieuw de favoriete methode van controle van de VS te zijn. In tegenstelling tot tijdens de Koude Oorlog is de politieke strijd op dat moment al grotendeels gestreden en hoeven er geen transnationale systemen opgezet te worden om mensen te ontvoeren en vermoorden. De militarisering van het platteland die vaak volgt op de coup heeft als eerste doel het concentreren van macht en rijkdom in handen van de elite. Dit betekent vaak dat mensen moeten verdwijnen, maar het is niet een ideologisch doel waar met fanatisme naar gestreefd wordt zoals tijdens de jaren ‘70 en ‘80. De Condor vliegt wederom maar haar vlucht is minder gericht op de ideologische strijd en meer op het zeker stellen van de belangen van het kapitaal. Of dit een slimme verandering is blijft de vraag, de protesten in Chili en Ecuador laten zien dat het volk nog in opstand kan komen. Het is echter nog onduidelijk of deze protesten genoeg steun hebben en haar leiders de politieke strategie hebben om daadwerkelijke verandering te brengen in die landen. Voor nu blijft het continent de achtertuin van de VS.

[1] Voor deze quote en meer info over de Mexico-VS Oorlog zie : https://www.historyisaweapon.com/defcon1/zinntak8.html

[2] Voor meer info over Cuba, met nadruk op de disinformatie campagne, zie: Keith Bollender, Manufacturing the Enemy. The media war against Cuba (Pluto, 2018).

[3] Voor meer informatie over Operatie Condor zie: Patrice J, McSherry, Predatory States. Operation Condor and Covert War in Latin America (Rowman & Littlefield, 2005).

[4] Voor meer informatie over de BRICS in hun historische context zie: Vijay Prashad, The Poorer Nations. A Possible Global History of the South (Verso, 2013)

[5] https://theintercept.com/2017/08/29/honduras-coup-us-defense-departmetnt-center-hemispheric-defense-studies-chds/

[6] https://www.bbc.com/news/world-latin-america-18334555