Hoe ontstaat (nu nog) een vonk?
Hoe ontstaat (nu nog) een vonk?

Hoe ontstaat (nu nog) een vonk?

De leden van De Vonk hebben het verbod op het ‘openbaar afvallen’ van de partij niet weggestemd, ondanks de eerder op deze site gepubliceerde oproep van Oscar Kronenburg. Redacteurs van Paraat werd verzocht om in hun verslag van de ledenvergadering geen stemverhoudingen te noemen en leden niet te citeren. Wat nu? Oscar Kronenburg legt uit waarom openbare discussie en transparantie zo belangrijk zijn en becommentarieert de situatie in De Vonk.

Hoewel mijn eerdere artikel er niet in is geslaagd om het inmiddels beruchte regel 9 van de nieuwe gedragscode van De Vonk tegen te houden, heb ik wel begrepen dat het wel tot veel discussie heeft geleid. Ook is er uiteindelijk alsnog een amendement gekomen vanuit RSP Amsterdam. Wat dat betreft zijn degenen die openbare discussie en transparantie belangrijk vinden in ieder geval ‘wakker geschud’ en staat het onderwerp prominent op de agenda.

Dan rijst de vraag: wat nu? Ten eerste moeten we deze situatie aangrijpen om het belang van open discussie en transparantie te benadrukken. Voor de meesten op links is dit namelijk geen vanzelfsprekendheid, integendeel. Daarom is het onze taak om hen hiervan te overtuigen. Met dit artikel doe ik alvast een voorzet. 

Ten tweede moeten we als RSP een duidelijke keuze maken. In dit artikel schets ik een paar opties, maar de vraag welke keuze het precies moet worden kan ik niet beantwoorden. Wel is het zo dat voor een succesvolle interventie twee essentiële voorwaarden bestaan: open discussie en transparantie enerzijds, een plan en centrale coördinatie (vanuit de afdeling en/of landelijk) anderzijds. Die elementen vormen de zuurstof en de vuursteen om (nu nog) een vonk te kunnen veroorzaken. 

Het belang van open discussie en transparantie

Waar in mijn vorige artikel geen ruimte voor was – met name door de tijdsdruk – was een onderbouwing waaróm openbare discussie en transparantie zo belangrijk zijn. Voor mij als lid van Communistisch Platform is dat haast vanzelfsprekend, maar voor iemand die ‘openbare discussie’ vooral associeert met leden van BIJ1 (of de RSP) die elkaar uitschelden op sociale media, is dat minder logisch. Bovendien is het idee dat discussie alleen intern moet plaatsvinden al meer dan honderd jaar dominant op links. Reden te meer om hier wat dieper op in te gaan. 

Controle van de leiding

Als we willen dat onze organisaties effectief kunnen functioneren, hebben we leiders en specialisten nodig. ‘Non-hiërarchische’ en ‘horizontale’ organisaties zijn ofwel disfunctioneel, ofwel gebaseerd op informele hiërarchie, ofwel – het meest voorkomende geval – een combinatie van allebei. We hebben mensen nodig die in staat zijn om tijd vrij te maken om onze organisaties te leiden en te besturen.

Dat maakt ons tegelijkertijd kwetsbaar. Deze leiders staan namelijk constant onder een enorme druk. Het kapitaal en de burgerlijke staat proberen hen los te weken door ze in te palmen met baantjes en salarissen, de burgerlijke media en andere partijen/organisaties zetten ze onder druk om ‘verantwoordelijkheid te nemen’, en er is ook een interne psychologische drang om principes te laten varen voor resultaten op de korte termijn: als bestuurder houd je je bezig met de dagelijkse gang van zaken, zodat het behalen van winsten en beperken van schade op de korte termijn extra belangrijk lijken.

Die neiging van leiders tot opportunisme kan je niet (alleen) tegenhouden met het verkiezen van goede leiders. Iedereen komt op een gegeven moment op een punt waarop die  de druk niet meer kan weerstaan. Zo was Zohran Mamdani in het verleden altijd fel op de NYPD, maar weigert hij nu als burgemeester om een corrupte politiecommissaris te ontslaan. Op zo’n moment moet de ledenbasis van de DSA tegendruk bieden, en dat kan alleen op een effectieve manier door Mamdani in het openbaar ‘af te vallen’. Voor effectieve controle van de leiding is openbare discussie en transparantie namelijk cruciaal.

Dat komt omdat bij gesloten, ‘interne’ discussie de leiding altijd in het voordeel is. De leiding heeft dan als enige steeds toegang tot alle relevante informatiestromen, heeft de controle over de interne discussiekanalen en kan gemakkelijk een front vormen. Individuele leden hebben dat niet. Zij zijn afhankelijk van wat de leiding met hen deelt, en kunnen veel moeilijker andere leden opzoeken om samen een vuist te maken. Bij een open, transparante discussie is dat anders. Zo kan ik bijvoorbeeld met dit artikel in één keer veel meer mensen bereiken dan wanneer ik allerlei individuele Vonk-leden zou benaderen. 

Neem de klasse serieus

Een ander punt is dat we de klasse serieus moeten nemen. Een belangrijk uitgangspunt van het marxisme is dat de emancipatie van de arbeidersklasse uiteindelijk de taak is van de arbeiders zelf. Niet van een geheime voorhoede die alle plannen voorkookt. Dat betekent dat we onze (toekomstige) achterban ook mee moeten nemen in de keuzes die we maken, en de afwegingen en meningsverschillen die daaraan ten grondslag liggen. Voor de klasse hebben we niets te verbergen.

Het idee dat zichtbare interne meningsverschillen in een partij mensen afstoten is een dogma dat vaak terugkomt in burgerlijke parlementaire journalistiek. Dat vloeit voort uit hun kijk op politiek. In hun visie zijn partijen een soort merken die hun standpunten moeten verkopen, en stemmers passieve consumenten die overtuigd moeten worden. Dan helpt het niet als er ‘verwarring’ gezaaid wordt met ‘interne onrust’.  

Voor ons is dat anders. Wij zien de arbeidersklasse niet als passief stemvee, maar als revolutionair subject. We moeten de klasse niet alleen overtuigen, maar vooral ook organiseren. Als we daadwerkelijk een significante meerderheid van de klasse willen organiseren, zullen we ook mensen moeten betrekken die het niet eens zijn met alle standpunten. En dan kan het juist helpen om die interne discussie te laten zien. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat iemand sterk vindt dat de partij principieel veganistisch zou moeten zijn. Wanneer partijleden die dat ook vinden daar in het openbaar een punt van maken, voelt die persoon zich waarschijnlijk een stuk sneller geroepen om alsnog lid te worden. 

Vervreemding

Wanneer we daadwerkelijk alle politieke discussie intern houden, leidt dat ook tot vervreemding. Mensen zijn namelijk vrije denkers, en wanneer meerdere mensen in een partij samenkomen ontstaan er vanzelf meningsverschillen. Iedereen snapt dat. Wanneer we die meningsverschillen vervolgens verborgen houden voor mensen buiten de partij, creëren we alleen maar meer afstand tussen partijleden en ‘normale mensen’.

Mensen hebben namelijk een instinctieve afkeer van censuur. Wie op straat mensen benadert met de vraag of ze lid willen worden van een partij die openbare discussie verbiedt, zal vooral negatieve reacties krijgen. Die afkeer voor censuur zorgde er ook voor dat ROOD en Communistisch Platform relatief veel sympathie kregen in het conflict met de SP. Dit ondanks dat wij werden weggezet als geradicaliseerde zolderkamercommunisten met plannen voor een burgeroorlog en de politiek van de SP aanzienlijk dichterbij de mainstream staat. Toch was het de SP die haar eigen jongeren censureerde, en dat is wat bleef hangen.    

Wanneer de leden naar buiten toe te allen tijde de partijlijn uitdragen, veranderen zij in de ogen van niet-leden in loyale partijrobots. Het heeft weinig zin om met iemand te discussiëren als je niet weet wat diegene écht vindt, en pas een andere mening geeft als de partij van koers verandert. Leden kunnen alleen met andere leden vrijuit praten over politiek. Daardoor ontstaat een enorme afstand tussen leden en niet-leden. Intern leidt dat tot een vorm van belegeringsmentaliteit (‘wij tegen de boze buitenwereld’) waarin weinig ruimte is voor kritische stemmen. Hierdoor raken leden ook steeds verder vervreemd van zichzelf, en worden zij daadwerkelijk een soort partijrobots.  

Binnen de PVDA-PTB leeft het idee dat waarde hechten aan discussie en meningsverschillen een vorm van ‘kleinburgerlijk intellectualisme’ is. Met name theoretisch opgeleiden zouden hun eigen mening te belangrijk vinden en daarmee afbreuk doen aan het collectieve project. In zekere zin klopt het natuurlijk dat studenten op de universiteit veel vaker dan op het mbo te horen krijgen dat hun mening belangrijk is, en dat democratisch centralisme ook inhoudt dat je besluiten moet uitvoeren waar je het zelf niet mee eens bent.  Maar dat betekent niet dat we het zelfstandig denkvermogen van (met name) theoretisch opgeleiden moeten indammen. We moeten juist aan de rest van de klasse laten zien dat hun mening óók belangrijk is en ze een plek bieden waar zij zich kunnen ontwikkelen tot de intellectuele voorhoede van de klasse.

Het ‘BIJ1-scenario’ 

Waar de RSP is ontstaan uit het conflict tussen ROOD en de SP, is De Vonk begonnen als afsplitsing van BIJ1. De gedragscode zou dan ook voortkomen uit de ervaring in BIJ1, met leden die constant publiekelijk ruziemaken en elkaar uitkafferen op sociale media en in de burgerlijke pers. Maar een verbod op openbare discussie gaat een ‘BIJ1-scenario’ niet voorkomen. 

Constante ruzie is inderdaad contraproductief. Openbare ruzie is weliswaar vervelender omdat anderen kunnen meelezen, maar de openbaarheid is niet het probleem: ook intern geruzie is schadelijk. Hoe voorkom je dat dan, als je tegelijkertijd ruimte wil bieden voor verschillende meningen? In de eerste plaats door een cultuur te creëren waarin het oké is om met elkaar van mening te verschillen, zolang de gezamenlijke besluiten worden uitgevoerd. Vrijheid van discussie, eenheid in actie. Daarnaast moeten leden zich realiseren dat er een verschil is tussen openbare discussie en ruziemaken op sociale media. Meestal is het een stuk zinvoller om een onderbouwd artikel te schrijven dan om een boze reactie te plaatsen op Instagram. Maar het onderscheid tussen ruzie en discussie is lang niet altijd even duidelijk: kritiek moet soms ook juist fel (kunnen) zijn. Het gaat uiteindelijk om een sociale norm die je steeds gezamenlijk moet stellen, niet om een harde regel die een bestuur als discussiepolitie kan handhaven.

En hoewel felle kritiek soms nodig is, is het incasseren daarvan nooit leuk. Maar om politiek actief te zijn moet je nu eenmaal tegen een stootje kunnen, zeker als je een machtspositie hebt (zoals bestuursleden of facties). Een revolutionaire politieke partij is geen ‘safe space’. Wie al niet tegen kritiek kan, is ook niet in staat om het op te nemen tegen de grotere krachten van het kapitaal. In die strijd moeten we scherp zijn én blijven, kritiek is daarvoor cruciaal.

Een ander argument is dat je met openbare discussie en transparantie vooral de burgerlijke pers munitie geeft voor negatieve artikelen. Zo maakten journalisten ook dankbaar gebruik van al het geruzie binnen BIJ1. Maar door discussies achter gesloten deuren te voeren, geef je die journalisten juist meer macht. Leden met goede connecties met de media kunnen tactisch dingen lekken en uit de context halen om een bepaald beeld neer te zetten, terwijl andere leden daar vervolgens niets tegenover kunnen zetten. Zij kunnen zich immers niet beschermen achter de bronbescherming van een journalist. En dan zijn het de journalisten die bepalen welke delen van de discussie openbaar worden, en kunnen zij zo druk uitoefenen op de leiding en de rest van de partij. Terwijl als een partij transparant is, het veel makkelijker is om tendentieuze frames te weerleggen en zaken in de juiste context te plaatsen. Journalisten halen bijvoorbeeld regelmatig allerlei anonieme ‘bezorgde’ leden aan om een punt te maken, terwijl die leden in werkelijkheid nauwelijks representatief zijn. Als een partij open is over stemverhoudingen op congressen – wat het bestuur van De Vonk nu juist wilde tegenhouden op de ALV – valt zo’n artikel gemakkelijk te ontkrachten. 

Hoe verder met De Vonk?

Uit het voorgaande blijkt het belang van openbare discussie en transparantie. Maar wat betekent dat voor hoe RSP zich nu moet verhouden tot De Vonk? Daarop heb ik (nog) geen duidelijk antwoord. Als buitenstaander heb ik onvoldoende inzicht in de concrete situatie binnen De Vonk, binnen RSP Amsterdam, en de onderlinge verhoudingen tussen De Vonk en RSP (Amsterdam). Wel heb ik geprobeerd om een zo helder mogelijk beeld daarvan te krijgen. Op basis daarvan schets ik factoren die in mijn ogen van belang zijn, keuzes die we vooral niet moeten maken, en een aantal mogelijke opties. 

De betekenis van de gedragscode

Een belangrijke factor is natuurlijk welke betekenis die passage in de gedragscode in de praktijk daadwerkelijk zal hebben. Is elke kritische Instareactie per direct grond voor royement? Wordt het RSP Amsterdam verboden om De Vonk ‘af te vallen’ richting de rest van de RSP? Of wordt het straks alleen toegepast als een boos lid leegloopt in de Telegraaf? 

Tot nu toe hoor ik tegengestelde geluiden. Het verslag van de ALV in Paraat suggereert dat leden van RSP Amsterdam niet aan de rest van de partij mogen rapporteren, of dat zij daarbij in ieder geval niet De Vonk mogen ‘afkraken’. Tegelijkertijd wordt in de reacties op Instagram gesuggereerd dat deze weergave in het verslag onjuist is, of dat het in ieder geval een stuk genuanceerder ligt. Daaruit concludeer ik dat de exacte betekenis van de gedragscode nog geen uitgemaakte zaak is. Maar hoe groot de speelruimte precies is, durf ik niet te zeggen.

Dat wil overigens niet zeggen dat de gedragscode prima is als die niet wordt toegepast, of als die niet wordt toegepast op RSP’ers. Dat kan namelijk ieder moment omslaan. Bovendien is de gedachte die erachter zit – politieke discussie hoort intern en niet in het openbaar – fundamenteel problematisch, en is iets waar we ons als RSP hoe dan ook tegen moeten verzetten. Of dat nu als onderdeel is van de coalitie of niet.

Wat niet: de discussie ontwijken

Wat we in ieder geval niet moeten doen, is die discussie over de gedragscode uit de weg gaan. Dat kan op twee manieren, die op het eerste gezicht tegenover elkaar lijken te staan: in de coalitie blijven en een ‘deal’ sluiten over de gedragscode, of uit De Vonk stappen en ons van de organisatie afkeren omdat zij een ‘foute’ lijn heeft. In beide gevallen ga je de discussie met de beweging uit de weg.

In het eerste geval zouden we de discussie ontwijken door een fundamenteel meningsverschil over openbare discussie weg te poetsen met een geitenpaadje. Als we toezeggingen doen om onze kritiek intern te houden, doen we een belofte die we gaan breken, of die we in ieder geval zouden moeten breken. Openbare discussie en transparantie zijn fundamentele principes waarop de RSP gebouwd is, en terecht (zoals ik hierboven heb uitgelegd). Zelfs áls er al zo’n ‘deal’ gesloten zou worden, zou die binnen de kortste keren klappen. Dat leidt vervolgens weer tot ruzie en een uitkomst waarin alle betrokkenen uiteindelijk slechter af zijn.

In het tweede geval zouden we de discussie ontwijken door ons af te keren van de beweging. Er zijn sektes die al decennialang in hun publicaties haarfijn kunnen uitleggen waarom de rest van de beweging niet deugt, maar zolang je je niet actief mengt in de beweging is er niemand die het leest. We moeten juist engageren met de bestaande beweging, zodat we ook daadwerkelijk mensen kunnen overtuigen (en er vaak zelf ook nog iets van kunnen opsteken). Daarom is Communistisch Platform ooit actief geworden in de SP, een organisatie die op veel vlakken aanzienlijk ‘fouter’ was dan De Vonk nu. Als we dat niet hadden gedaan was ROOD nog de jongerenorganisatie van de SP, de RSP nooit opgericht, en CP niet veel meer geworden dan een veredelde leesgroep. Dat De Vonk op de ALV gekozen heeft om de lijn te volgen die al meer dan honderd jaar dominant is op radicaal links, maakt nog niet dat de organisatie voor eeuwig afgeschreven is.

Voor radicaallinkse organisaties zijn dit echter vaak de enige twee opties: diplomatieke eenheid of sektarisme. Ook dat vloeit weer voort uit een afkeer voor openbare discussie. Zolang je samenwerkt moet je kritiek ‘intern’ houden, en als je kritiek levert op een organisatie moet je je ook van die organisatie distantiëren. Een effectieve interventie daarentegen combineert juist samenwerken of ergens actief zijn met het leveren van openbare kritiek. Waar je vervolgens actief moet zijn en met wie je moet samenwerken is afhankelijk van de concrete politieke situatie.

Het politieke krachtenveld

Van een afstand bezien lijkt De Vonk een relevante kracht op Amsterdams (radicaal)links. De linkse scene in Amsterdam is van oudsher sterk versplinterd en wordt veelal gedomineerd door anarchisten. De Vonk is juist een eenheidsproject op een min of meer marxistische basis (in ruime zin), en lijkt zich te hebben ontwikkeld tot een relatief belangrijke speler op lokaal niveau. Naar ik begrijp zijn er ook na de verkiezingen aardig wat leden aangetrokken, en wordt er gewerkt aan het opbouwen van basisgroepen op buurtniveau. Ook is De Vonk actief in sociale bewegingen, zowel op landelijk niveau als lokaal. Ik ga er daarom in beginsel van uit dat De Vonk relevant en politiek interessant genoeg is voor een interventie.

Maar voor een interventie heb je zowel een plan als coördinatie nodig. Beide zijn vanuit de RSP tot nu toe achterwege gebleven. Zoals ik het heb begrepen, is er wel besloten is om met RSP Amsterdam in de coalitie te stappen, maar is nooit vastgesteld wat dat nu eigenlijk betekent voor de activiteiten van de afdeling, wat de precieze inzet is vanuit de RSP binnen De Vonk, en hoe die inzet bereikt kan worden. Een echt plan ontbrak dus. Vervolgens hebben individuele RSP’ers zich ingezet in de coalitie, maar werd die inzet niet centraal gecoördineerd vanuit de afdeling en/of het landelijk bestuur. Het is zelfs zo dat het landelijk bestuur uiteindelijk tegen de samenwerking was, maar besloot om daar niets mee te doen en het aan de afdeling te laten.1 Hierdoor ontstond een permanente spanning: RSP’ers die actief zijn voor De Vonk werden door critici beschuldigd van een dubbele loyaliteit en handelen zonder mandaat, terwijl de critici op hun beurt weer beschuldigd werden van het ondermijnen van het afdelingsbesluit om in de coalitie te stappen. 

Uiteindelijk leidde dit ertoe dat enkele critici een actuele motie indienden op het landelijke congres van de RSP in mei. De Vonk had geen zetel behaald in de verkiezingen en was ‘dus’ niet meer relevant, en de politiek van De Vonk komt onvoldoende overeen met de RSP, zo was de redenering in essentie. Als CP hebben we in reactie daarop een tegenmotie ingediend. De strekking daarvan was dat RSP Amsterdam met een plan moet komen voor een interventie in De Vonk, dat vervolgens door het bestuur moet worden goedgekeurd en waar het bestuur de afdeling ook aan zou houden. Oftewel: eindelijk een plan en (centrale) coördinatie. Vanwege een overvolle agenda kon de kwestie niet al in mei worden behandeld, en kwamen de moties pas aan de orde op het extra congres van afgelopen september.  Inmiddels had ook RSP Amsterdam zich achter onze tegenmotie geschaard, en zich gecommitteerd aan het schrijven van een plan. De tegenmotie van CP werd met een overweldigende meerderheid (zeventig stemmen voor en drie tegen) aangenomen.

Vervolgens ging het alsnog mis: de bewuste passage in de gedragscode over openbare discussie werd intern niet opgemerkt, en pas nadat er breder binnen de partij aan de bel werd getrokken (onder andere met mijn eerdere oproep) kwam er alsnog een amendement. Dit amendement werd, zoals gezegd, weggestemd. Het is de vraag wat er gebeurd zou zijn als men eerder in actie was gekomen.

Door dit alles bevindt RSP Amsterdam zich in een lastige positie. Bij het doorzetten van de interventie moet de afdeling waarschijnlijk tegen zaken gaan pleiten waar zij in een eerder stadium akkoord mee was, en die inmiddels ook al langs de ledenvergadering zijn gegaan. Ook ligt er nu die gedragscode, die een interventie op z’n minst bemoeilijkt. Daarbij komt nog dat de RSP door de lange periode van besluiteloosheid niet haar volledige potentie als coalitiepartner heeft kunnen laten zien, maar wel allerlei ‘gedoe’ heeft opgeleverd. Het doen van een succesvolle interventie in zo’n samenwerkingsverband is sowieso al moeilijk, maar nu staat de afdeling ook nog eens 5-0 achter.

Drie opties

Hierboven heb ik al geschetst wat we vooral niet moeten doen. Wat betreft de vraag wat wel te doen, zijn er in mijn ogen drie opties over. Welke optie uiteindelijk gekozen moet worden, is afhankelijk van de betekenis die in de praktijk aan de gedragscode zal worden toegekend en het lokale politieke krachtenveld.

De eerste optie is een ‘zuivere breuk’. Zoals gezegd staat RSP Amsterdam op dit moment 5-0 achter in de interventie, en is het de vraag of de afdeling ook in staat (en bereid) is om deze interventie tot een succes te brengen. Als dat niet zo is, dan kan de uitkomst zijn dat RSP Amsterdam besluit om zich terug te trekken uit de coalitie en nu eerst te focussen op het opbouwen van de eigen afdeling. RSP Amsterdam zou nog steeds samen met De Vonk kunnen optrekken in acties rondom gemeenschappelijke standpunten, en De Vonk bekritiseren waar nodig. Dit zou een flinke stap achteruit betekenen voor de RSP in Amsterdam. Linkse Amsterdammers die politiek actief willen worden zullen waarschijnlijk eerder naar De Vonk trekken dan naar de RSP, zodat ook het zelfstandig opbouwen van de afdeling erg lastig zal zijn.    

De tweede optie is om de interventie gewoon voort te zetten, ondanks de gedragscode. Als wij aangeven dat we doorgaan met openbare discussie en kritiek, en het bestuur van De Vonk gaat daar (in ieder geval voorlopig) mee akkoord, is er ook geen directe aanleiding om per direct uit De Vonk te stappen. Uiteraard moeten we dan blijven ageren tegen die bepaling in de gedragscode, die dan in wezen verandert in een dode letter. Een variant van deze optie is dat RSP Amsterdam wel actief blijft  binnen De Vonk, maar dan als factie in plaats van als officieel onderdeel van de coalitie. Dan zou je ook weer kunnen variëren in de hoeveelheid leden die je op de interventie zet. 

Hoe dan ook is de kans reëel dat deze tweede optie, in welke variant ook, uiteindelijk leidt tot een ‘onzuivere breuk’ waarin de RSP eruit gegooid wordt. Op zichzelf is dat niet het einde van de wereld, mits je in de tussentijd van voldoende leden het vertrouwen hebt gewonnen dat een significant deel van de organisatie zich tegen zo’n besluit zal verzetten. Maar zoals gezegd bevindt RSP Amsterdam zich in een lastige positie, en is het lastig om sympathie te winnen met het openlijk negeren van besluiten – zeker gezien RSP hier eerder binnen De Vonk geen hard punt van gemaakt heeft.

De derde optie is om de kwestie voor te leggen aan de leden. Hoewel er op de laatste ALV wel een amendement is weggestemd, valt goed te betogen dat dit onvoldoende basis is voor een definitief besluit over de staat van de interventie. De stukken waren twee weken van tevoren verzonden, pas enkele dagen voor de ledenvergadering ontstond er discussie over de  betreffende bepaling in de gedragscode, en het uiteindelijke amendement werd pas de avond van tevoren gedeeld met de leden. Op de ALV zelf is wel genoemd dat het aannemen van de gedragscode met die bepaling erin ertoe zou kunnen leiden dat de RSP moet uittreden, maar dit is niet als heldere keuze voorgelegd aan de leden. 

Wanneer die keuze wel op die manier zou worden voorgelegd, is het zeker niet ondenkbaar dat de stemming dan wel in ons voordeel zou uitvallen. Een significant deel van de leden zal instinctief geneigd zijn om een zo groot mogelijke mate van eenheid op links te steunen, zelfs als ze sceptisch staan tegenover openbare discussie. Ook zou de RSP deze keer de tijd hebben om een gedegen interventie voor te bereiden, en leden van De Vonk daadwerkelijk kunnen proberen te overtuigen van onze visie. Deze optie heeft als voordeel dat we zelf de vlucht naar voren nemen, en niet (lang) in de situatie zitten dat we openlijk ALV-besluiten naast ons neer moeten leggen. Het nadeel is dat als we deze tweede stemming weer verliezen, actief zijn als RSP binnen De Vonk wel erg lastig wordt. Dan zouden we waarschijnlijk alsnog uitkomen bij een ‘zuivere breuk’.

Zuurstof en vuursteen 

Welke optie de juiste is, kan ik op dit moment en vanuit mijn positie niet zeggen. De derde optie lijkt mij het zuiverst, maar als het Vonk-bestuur voorlopig toch niet van plan is om de RSP-interventie in de weg te zitten, zouden we ook pas later kunnen pleiten voor zo’n stemming. Bovendien zijn er ongetwijfeld allerlei andere opties en varianten te bedenken. De mogelijkheid van een heimelijke interventie, zoals CP eerder deed bij de SP, heb ik hier bijvoorbeeld onbesproken gelaten, maar ook dat is in theorie nog een optie.2

Maar voor welke optie de RSP uiteindelijk ook kiest, er moet in ieder geval een duidelijke keuze gemaakt worden. En voor het veroorzaken van een vonk zijn vuursteen en zuurstof nodig. Een helder plan met bijbehorende en centrale coördinatie vormt de vuursteen, open discussie en transparantie de zuurstof. Zuurstof, omdat open discussie en transparantie fundamentele voorwaarden zijn voor revolutionaire politiek, die we niet ondergeschikt kunnen maken aan welke coalitie dan ook.

  1. Zie de bestuursnotulen van 27 november 2025, inzichtelijk voor leden van de RSP op het interne ledenplatform. ↩︎
  2. Het grote nadeel van een heimelijke interventie is dat je al snel het vertrouwen schaadt van andere leden van De Vonk, zelfs als ze (gedeeltelijk) aan onze kant staan. Mensen willen kunnen discussiëren met open vizier en weten waar je voor staat, zoals ook aangestipt onder het kopje ‘Vervreemding’. Ik denk dat een heimelijke interventie in het geval van De Vonk geen goed idee is. ↩︎

Auteur