Onderstaand stuk is ingezonden door Gerben Zonderland. Het begint met een (relatief) kort overzicht van de politieke en economische ontwikkelingen sinds het ontstaan van de EU begin jaren ’90, met speciale aandacht voor de gevolgen voor Zuid- en Oost-Europa. Daarna bespreekt hij de belangrijkste recente SP wetsvoorstellen en punten uit het concept verkiezingsprogramma 2021, en hoe die voorstellen samenhangen met de bredere houding van de partij ten aanzien van ‘Europa.’ En hij sluit af met zijn gedachten over waar we ons als partij op zouden moeten richten.

Vanwege de lancering van het verkiezingsprogramma van de SP, waarin wordt gesproken van ‘de onhoudbaarheid van de huidige euro’ en een ‘nieuw verdrag opstellen’ leek het me zinnig om een wat langer stuk over de EU en de Euro te schrijven. Want hoewel de status quo zeker grote problemen oplevert — met een enkele Euro, en één monetair beleid voor de hele Eurozone, zonder gezamenlijke begroting of investeringsbeleid om de rest van de zone sociaaleconomisch te ontwikkelen, en EU toetredings- en begrotingsregels die bezuinigen op de publieke taken verplicht stellen –, stoort het me al jaren dat de partij eigenlijk nergens een goede en samenhangende analyse geeft van wat er met deze verdragen en instanties mis is, en hoe we nu vooruit moeten, als Nederland in Europa, en welke rol de Socialistische Partij hierin zou moeten spelen. Laat staan dat dit verhaal constant duidelijk wordt overgebracht. Als gevolg daarvan blijven we nu al jaren steken in misleidende uitspraken over hoe ‘Brussel’ het probleem zou zijn, en willen we nu nog steeds de Euro opsplitsen terwijl dat feitelijk maar 1 middel in de handen van een zeer sterk kapitaal is, dat haar dominantie grotendeels te danken heeft aan een de afwezigheid van een georganiseerde arbeidersbeweging (met alle gevolgen van dien) met een goed en breed gedragen idee van waar we naartoe (moeten) werken.

Over de voordelen van EU en Eurozone voor kapitaal

Het Verdrag van Maastricht in het algemeen, en de invoering van de Euro in het bijzonder, zijn destijds terecht door de partij bekritiseerd, onder andere omdat er onder het mom van ‘eenwording’ op antidemocratische wijze allerlei ongelijkheid vergrotende hervormingen zijn afgedwongen, met grote gevolgen voor de kwaliteit van publieke dienstverlening en sociale voorzieningen. (Zie dit en dit artikel voor verdere toelichting.) Daar komt bij dat de opstellers van het Verdrag, onder leiding van de kapitaalintensieve, exportgerichte economieën (denk Nederland, Duitsland) ervoor kozen om zoveel mogelijk ‘Zuidelijke’ (en later ook enkele ‘Oostelijke’) lidstaten toe te laten tot de muntunie, ondanks de problemen die dit zou veroorzaken in die landen. Dit deels omdat dit de wisselkoers zou drukken; deels omdat er in alle deelnemende landen privatiseringen en bezuinigingen konden worden afgedwongen (wat het kapitaal en neoliberale partijen goed uitkomt); en deels omdat er hierdoor een enorme veilige, nieuwe afzetmarkt ontstond voor ‘Noordelijk’ kapitaal, dat vanaf nu niet meer hoefde te vrezen voor devaluatie (en nauwelijks voor inflatie). Nederland en Duitsland hebben hier overigens nog een schepje bovenop gedaan, door de eigen munt bewust onder te waarderen ten opzichte van franc, lire, enzovoorts, om de concurrentiepositie ten opzichte van de rest van de zone verder te versterken (met bijbehorende negatieve gevolgen voor onze koopkracht).

Gevolg hiervan was dat het ‘Noorden’ een enorm intern handelsoverschot kon opbouwen, terwijl ‘Noordelijke’ banken ook het geld leenden om die aankopen van te betalen (wat bijna limietloos kon omdat leningen aan EU-lidstaten ‘veilig’ waren bestempeld door de Basel-2 regels), vanwege de rente-inkomsten die dit hen opleverde. Omgekeerd waren de gevolgen voor het ‘Zuiden’ niet alleen een handelstekort en stijgende rentebetalingen, maar ook verlies aan werkgelegenheid en belastinginkomsten, omdat de eigen (minder efficiënte) industrie kapot werd geconcurreerd of opgekocht (en gesloten), waarna verdere bezuinigingen en privatiseringen volgden. Veel hoger opgeleide jongeren vertrokken naar het Noorden, waar ze makkelijk konden worden uitgebuit vanwege taal- en andere barrières, terwijl hun aanwezigheid de lonen drukte (wat natuurlijk goed was voor de bazen). En de (uiterst voorspelbare) ‘Eurocrisis’ heeft dit alles verder verergerd, door te fungeren als een breekijzer waarmee verdere privatisatie en afbraak kon worden afgedwongen onder het mom van de toegenomen staatsschuld ‘onontkoombare bezuinigingen’ die ‘moeten’ volgens de regels vastgesteld in het kader van het zogenaamde stabiliteits- en groeipact (o.a. de ‘3%-norm’ die Emile Roemer terecht verwierp, voordat hij helaas terugkrabbelde, na een storm van kritiek door de prokapitalistische partijen).

Zeker na 2010 was de enige resterende groeimarkt voor de ‘Zuidelijke’ landen (waar zij volgens de Troika op in moest zetten) toerisme en de huisvesting van expats / pensionado’s. Zoals we ondertussen weten — zie Amsterdam, zie onze huizenprijzen — zijn zulke ontwikkelingen bepaald niet onverdeeld positief, en het is maar de vraag of dit verdienmodel de komst van Covid-19 zal overleven.

De hierboven samengevatte ontwikkelingen zijn uiteraard gepaard gegaan met uitgebreide ontwrichting van vriendschappen, families, gemeenschappen en economieën. Hierover heeft de SP uiteraard door de jaren heen het een en ander gezegd en geschreven, maar helaas ontbreekt het dus nog steeds aan een samenhangende analyse, laat staan dat deze duidelijk en consequent wordt uitgedragen. 

Sinds ca. 2015 spreekt de partij vooral over de negatieve gevolgen voor onze werkgelegenheid en voor de Oost-Europese landen, die grotendeels dezelfde ontwikkelingen hebben doorgemaakt. Ook deze landen zijn gedwongen om de eigen verzorgingsstaat en industrie grotendeels af te breken of te privatiseren als voorwaarde voor toetreding tot de EU en Eurozone. En ook daar was het logische gevolg dat een groot deel van de bevolking sinds toetreding naar West Europa komt voor werk (want thuis was veel minder werk, en nijpende armoede vanwege het slopen van het sociaal vangnet). En hier aangekomen kunnen ook zij natuurlijk makkelijk worden uitgebuit door uitzendbureaus, bedrijven en huisjesmelkers, vanwege de taalverschillen, vanwege het huizentekort, omdat ze hun rechten niet kennen (die overigens weinig voorstellen, deels omdat controlerende instanties bewust wegkijken, deels omdat zij te weinig personeel hebben om hun taken naar behoren uit te kunnen voeren), en omdat ze totaal niet georganiseerd zijn, waarbij pogingen daartoe natuurlijk worden tegengewerkt door het tijdelijke karakter van het werk en de onzekere contracten. (Iets wat de burgerlijke staat uiteraard met liefde subsidieert).

Over recente SP-interventies en het Conceptverkiezingsprogramma 2021

Afgelopen zomer is Lilian Marijnissen samen met Chris Zegers van de ChristenUnie aan de slag gegaan met een initiatiefwet om hier iets aan te veranderen. Het pijnlijke hieraan is dat de partij enerzijds wel pleit voor ’gelijk loon voor gelijk werk’, maar dan in ruil voor limieten aan het aantal niet-Nederlandse Europeanen dat hier mag werken (zie het conceptprogramma punten 4.9 en 9.7). Los van dat dit de onderhandelingspositie van migrantarbeiders verder verzwakt, zegt dit voorstel niks over de (morele, sociale) noodzaak tot het verbeteren van de situatie in (Zuid- en) Oost-Europa. En ook elders heeft de partij hier eigenlijk niets over te melden, los van wat ad hoc uitspraken tegen de door de Trojka opgelegde bezuinigingen specifiek in Griekenland. (Uiteraard denk ik niet dat zomaar geld beschikbaar stellen aan de huidige regeringen automatisch zal leiden tot gezonde investeringen. Daarvoor zijn een sterke arbeidersbeweging en sterke, principieel linkse partijen noodzakelijk, net zoals in Nederland zelf.)

Gerelateerd hieraan is Renske Leijtens recente stellingname tegen gezamenlijke staatsschuld. Nou ben ik het op zich met haar eens dat monetair financieren van corona-noodhulp wenselijker is dan financiering via leningen. Maar zoals het (recent hernieuwde) opkoopprogramma voor staatsschuld door de ECB laat zien, kunnen schulden ook door de ECB worden opgekocht om op termijn te worden afgeschreven, zonder dat dit dramatische gevolgen heeft. En ook recente uitspraken van de Bank of England laten zien dat dit in de eerste plaats een politieke kwestie is

Om die reden ontgaat het me waarom ze hier zo moeilijk over doet. Wat hier namelijk uit volgt is dat het riedeltje dat ‘je je schulden altijd moet terugbetalen’ gewoon een ideologisch standpunt of machtskwestie is. Dit is ook waarom schuld van ‘zwakke’ eurolanden bewust is uitgesloten van die opkoopporgramma’s. Het kapitaal en de Troika willen de (antidemocratische) afhankelijkheid van deze landen in stand houden, want het is vanwege de schuldenlast — die bewust niet kwijt wordt gescholden, ondanks dat ze onmogelijk kan worden terugbetaald — dat ze deze landen kunnen dwingen om publiek bezit te privatiseren en ‘hervormingen’ uit te voeren. (Denk aan uitholling ontslagrecht, verlaging pensioenen, enzovoorts.) Kortom, in dit kader moeten we, om onze klasse te beschermen, uitleggen dat we worden voorgelogen door kapitaal, en dat het verwerpelijk is de burgerlijke partijen stellen dat schuldclaims zwaarder wegen dan de belangen van mensen. Maar helaas hoor ik de partij ook hier eigenlijk nooit over, laat staan dat we deze standpunten breed uitdragen, om zo de neoliberale frames en propaganda te ondermijnen. (Zie in dit kader ook hoe de programmacommissie zich expliciet uitspreekt voor het nastreven van ‘begrotingsevenwicht binnen 4 jaar’.)

Wat het bovenstaande hopelijk duidelijk maakt, is dat het nergens op slaat om te zeggen dat de ongelijkheid en armoede in de EU of Eurozone voornamelijk zijn veroorzaakt door de Euro, of dat deze problemen (grotendeels) kunnen worden opgelost door opsplitsing (zie punt 10.3). (Punt 10.1 verwijst overigens vermoedelijk naar een of meer van de overige bovengenoemde problemen, maar komt compleet uit het niets.) En dat we, door hier geen analyse tegenover te zetten op basis waarvan we ons organiseren (en grotendeels mee te gaan in het wij-zij denken), alle ruimte laten voor het liberale frame dat de Nederlandse burgerlijke staat geen (financiële) verantwoordelijkheid draagt voor de ontwikkeling van het ‘Zuiden’ en ‘Oosten’.

Hoe verder?

Ik vind het erg frustrerend dat we op korte termijn weinig kunnen doen voor leden van de werkende klasse in Nederland, laat staan voor die in de armere — en arm gehouden — EU lidstaten, of ze nou in de Euro zitten of niet. Maar wat het bovenstaande verhaal hopelijk verduidelijkt, is dat het een enorm complex geheel is, waar het kapitaal op alle mogelijke manieren van profiteert. En dat dit complex op korte termijn nauwelijks oplosbaar is, zeker gezien de zwakte van links in het algemeen, laat staan van de arbeidersklasse. 

Met dat laatste in het achterhoofd zou je het begrijpelijk kunnen achten dat de Partij, onder leiding van de kamerfractie, pleit voor zaken als ‘twee euro’s’: omdat ze hopen dat de eigen burgerlijke partijen (uit eigenbelang) de ruimte die door een dergelijke bestelswijziging zou ontstaan, zou gebruiken om de eigen economie te versterken, en zo lokaal meer werkgelegenheid te creëren, wat de armoede indirect zou verkleinen. En ik neem aan dat onze partij om dezelfde reden die initiatiefwet lanceert voor ‘gelijk loon voor gelijk werk’, maar dan in combinatie met vergunningsquota die Nederlandse bazen zouden dwingen meer Nederlandse arbeiders in te huren.

Zulke voorstellen zijn ongetwijfeld ‘haalbaarder’ en makkelijker aan de man te brengen dan pleidooien om de levensstandaard en werkgelegenheidssituatie overal te verbeteren. Laat staan pleidooien voor de noodzaak van het onder controle van de arbeidersklasse brengen van de EU lidstaten, en van de on- en antidemocratische instanties als de ECB, en (uiteindelijk) het grootkapitaal, dat haar macht grotendeels dankt aan de kunstmatige schaarste van geld.

Maar hopen op wonderen, en bij gebrek daaraan pleiten voor “haalbare” nationalistische oplossingen, lijkt me een vergissing — die al heel vaak is gemaakt, en met zeer weinig succes. En gezien onze historische zwakte lijkt het me dat het versterken en opbouwen van links het project is waar we het leeuwendeel van onze energie in zouden moeten steken, door te propaganderen, agiteren en organiseren. En omdat de Kamer een voor de burgerlijke media lastig te negeren podium is, lijkt het me dat het blootleggen van onder andere de bovengenoemde tegenstellingen, en het aankaarten en duiden van misstanden en corruptie, twee speerpunten zouden moeten zijn van partijgenoten in het Parlement. En in dat kader zet het bepaald geen zoden aan de dijk dat de partij constant stelt dat niet kapitalisme, maar ‘neoliberalisme’ de politiek vergiftigt, terwijl ze ook niet goed uitlegt welke rol het grootkapitaal speelde in het creëren van o.a. de hierboven genoemde problemen; terwijl ze ook de reactionaire, nationalistische frames niet weten te ondermijnen waarmee we tegen elkaar worden uitgespeeld.

Dus laten we alsjeblieft stoppen te pleiten voor nonoplossingen als opsplitsing van Euro en ECB, voor ‘het belang van begrotingsevenwicht’ en ‘schulden aan kapitalisten moet je eerlijk terugbetalen’, voor ‘meer beslismacht voor het eigen parlement’ als doel op zich, of voor ‘gelijk loon voor gelijk werk — maar minder werk voor niet-Nederlanders’. En laten we in plaats daarvan gaan nadenken en praten over waar we eigenlijk naartoe willen; over waarom kapitalistische ‘remedies’ (en politieke partijen) onderdeel van het probleem zijn; en over wat we wel nodig hebben (georganiseerde, zelfemancipatie nastrevende tegenmacht). Kortom, laten we serieus werk gaan maken van het vergroten van het bewustzijn dat en hoe het anders moet, en van het organiseren en versterken van onze klasse, zonder aan te komen zetten met socialisten onwaardige overwegingen als iemands ‘nationaliteit’.

PS. Hiermee wil ik uiteraard niet zeggen dat we uitsluitend wetsvoorstellen moeten indienen met nul kans van slagen. Mijn punt is gewoon dat we moeten inzien dat ‘haalbaarheid’ op dit moment bijzaak is, en dat we als partij vooral werk moeten maken van duiden waarom burgerlijke politiek (en de EU) tekortschieten, en wat de weg vooruit is, om mensen een vergezicht te geven om naartoe te werken. (Waarbij ik hoop dat mijn uitleg verheldert waarom dit soort wetsvoorstellen, en de achterliggende SP standpunten over de Europese Unie niet bijdragen aan een sociaal en inclusief — laat staan een socialistisch — Europees project.)


Het Communistisch Platform verschaft kameraden uit alle hoeken van de socialistische beweging de mogelijkheid van communisme.nu gebruik te maken om discussie te voeren. Tenzij anders vermeld zijn gepubliceerde artikelen en brieven daarom niet per se representatief voor de opvattingen van het Communistisch Platform.