De op handen zijnde wereldrecessie – deel 2

Wie zal de wereldhegemoon gaan leiden?

Wie zal de wereldhegemoon gaan leiden?

China is niet de oorzaak van de naderende recessie. De VS speelt nog steeds een sleutelrol, zo betoogt Michael Roberts in een tweeluik over de wereldeconomie. Vandaag sluiten we af met het laatste stuk.

De VS en de lange depressie

Maar zal de vertraging in China en de crises in de grote opkomende economieën de rest van de wereld omlaag trekken? Het argument hiervoor is gedeeltelijk gebaseerd op de stelling dat de opkomende economieën nu de belangrijkste aanjagers zijn van de wereldeconomie. Opkomende economieën beslaan 57% van het wereld BNP en zijn daarmee voorbij gegaan aan de ontwikkelde kapitalistische economieën, aldus cijfers van het IMF.

Maar dit is een enorme overdrijving, omdat het IMF de cijfers berekent met wat wordt genoemd ‘purchasing power parity’ (PPP). Dit meet wat je kunt uitgeven of investeren in een lokale munt in elk land – maar dit overdrijft de nationale productie van opkomende economieën in vergelijking met het meten van het BNP in Dollars, wat noodzakelijk is voor internationale handel en investeringen.

In Dollars uitgedrukt maken de opkomende economieën slechts 40% uit van het wereld BNP. Dat is inderdaad een verdubbeling sinds 2002, maar het is nog steeds het geval dat slechts de grootste zeven kapitalistische economieën een groter aandeel hebben dan alle opkomende economieën bij elkaar en dat aandeel is de laatste twee jaar stabiel gebleven. Terwijl China’s aandeel in de wereldeconomie omhoog geschoten is van slechts 4% in 2002 tot 15% nu, is het nog steeds veel kleiner dan het aandeel van de VS die is gedaald van 32% in 2002 naar 24% nu.

Deze cijfers tonen de enorme groei van de Chinese economie, maar ze tonen ook hoe belangrijk de VS blijft in de globale verhoudingen, zeker in de dominante rol die ze speelt in de financiële en technologische sectors. In 1998 hadden de opkomende economieën een grote economische en financiële crisis, maar dat leidde niet tot een wereldrecessie. In 2008 had de VS de grootste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog welke wel leidde tot een wereldrecessie. In mijn ogen is deze verhouding nog steeds van toepassing.

Mijn hoofdpunt over de wereldeconomie is dat een lange depressie onderscheiden kan worden van een ‘normale’ kapitalistische recessie, omdat de wereldeconomie niet terug ging naar de economische groei die het voorheen had. In plaats hiervan groeide de economie, werkgelegenheid en inkomen erg traag, zeker beneden de trend, en economieën gleden terug in recessie. Zulke depressies zijn zeldzaam; er zijn er slechts drie ooit geweest: in de jaren 1880’s in de VS en Europa, in de jaren 1930’s en nu sinds 2008.

De wereldeconomie is verzeild geraakt in een lange depressie omdat de winstgevendheid van kapitaal niet is hersteld en omdat zakelijke en soevereine schulden op een historisch hoog niveau zitten, die beide drukken op investeringen in technologie om de productiviteit en groei te verhogen. Een combinatie van depressieve factoren zijn bijeen gekomen, iets wat niet is gebeurd sinds de jaren ’301. Een gevolg van deze depressie is dat geen van de gewone beleidsmaatregelen, zoals extra geld in de economie pompen (QE) of belastingvoordelen (overheidsuitgaven) nu lijken te werken2.

In deze context heb ik gepleit dat er een serieuze dreiging was dat de Fed in de VS haar fout uit 1937 zou herhalen tijdens de depressie van de jaren ’303. Toen concludeerde het dat de Amerikaanse economie voldoende was hersteld zodat de rente weer kon worden verhoogd. Binnen een jaar zat de economie weer in een diepe recessie, iets waar ze pas uitkwam toen ze betrokken werd in de Tweede Wereldoorlog in 1941.

Macro-economisch debat

Moet de Fed dus deze keer de rente verhogen? Over deze vraag werd gedebatteerd op de jaarlijkse bijeenkomst van de American Economics Association die onlangs bijeen kwam. Er waren twee soorten antwoorden op deze vraag.

De eerste was om de feiten te negeren omtrent het zwakke herstel van de wereldeconomie en de VS in het bijzonder of pleiten dat dit niet uitmaakt. Tussen deze heldere lichten acht Martin Feldstein, voormalig economisch adviseur voor George Bush, dat de Amerikaanse economie zich goed aan het herstellen was, waarbij de werkloosheid daalde en de inkomens stegen. Er was niets om je druk over te maken.

John Taylor, hoofdeconoom op de universiteit van Stanford nam een andere koers. Ja, de Amerikaanse economie was erg zwak, maar dit was de schuld van economische en monetaire beleidsmaatregelen van de huidige Amerikaanse regering en die van de Federal Reserve. Wat daarom nodig is, is een deregulering van de banken en de grote bedrijven, zodat zij weer kunnen groeien en voor de Fed om haar beleid voor goedkoop geld te beëindigen. Laten we dus weer terug gaan naar ‘business as usual’ en alles zal weer in orde zijn. Taylor lijkt zich niet bewust van het feit dat het juist het gebrek aan regulering was op banken en het financiële systeem of het verbieden van speculatieve financiële instrumenten juist direct hebben bijgedragen aan de wereldwijde financiële crash!

Maar de voornaamste reactie van de andere deelnemers aan het debat op deze bijeenkomst van reguliere economen, was de conclusie dat we simpelweg niet weten waarom het economisch herstel zo zwak was en nu weer lijkt te vallen als een baksteen. De vicevoorzitter van de Fed, Stanley Fischer, gaf meerdere mogelijke redenen, maar stelde dat hij niet wist welke correct zou zijn4. Fischer was bezorgd dat het ‘evenwicht van de rentevoet’ (wat tegenwoordig R* wordt genoemd), waar spaartegoeden en investeringen zijn gekoppeld met volledige werkgelegenheid en een matige inflatie, erg laag lijken, terwijl de inflatie op vrijwel nul staat. Dit was een andere manier om te zeggen dat het evenwicht op een ‘nullijn’ staat en dat daarmee de economie in een vorm van stagnatie zit, zoals gesteld door Keynesianen als Larry Summers.

Maar Olivier Blanchard, voormalig hoofd van het IMF, en een eeuwige optimist, gaf Fischer een positief antwoord5. Eigenlijk zag het herstel van de Amerikaanse economie er goed uit. Want de beruchte Phillips curve van de jaren ’70 – waar de inflatie steeg terwijl de werkloosheid daalde – trad nog steeds op, hetzij zwakjes. Waar de arbeidsmarkt dus aanspande, zou de inflatie vanzelf gaan stijgen en daarmee waren de stijgingen van de rente door de Fed gerechtvaardigd.

Een andere kijk is die van de Oostenrijkse stroming binnen de economie, die beargumenteert dat het ‘makkelijke geld’ beleid van de Fed, en het gebruik van QE, alleen maar heeft gezorgd voor het aanjagen van de aandelen- en obligatiemarkt, welke nu aan het barsten is en die een vervorming heeft opgeleverd in het toewijzen van investeringen in productieve sectoren. Deze verkeerde investeringen moeten de kop worden ingedrukt met een sterke dosis aan het verminderen van geld, zodat de rente terug gaat naar het Wickselliaanse ‘natuurlijke evenwicht’ (Johan Gustaf Knut Wicksell was een voorname Zweedse econoom van de pre-Keynesiaanse ‘Stockholm stroming’).

Deze Oostenrijkse kijk werd gepromoot door de economen van de internationale bankieren gemeenschap, het BIS. De BIS economen wijzen de Keynesiaanse kijk af van een stagnatie dat kan worden opgelost via monetaire en fiscale stimulansen. Dat maakt de zaken juist erger, zo stellen ze. In meerdere studies beargumenteren ze dat crises worden veroorzaakt door een veel te hoog kredietniveau, wat leidt tot verkeerde investeringen en financiële bubbels die uiteen spatten. Hun laatste studie over recessies in 22 rijke landen wat terug gaat tot de late jaren ’60 maakt precies deze claim 6. Het is geen gebrek aan vraag wat crises ‘veroorzaken’ onder het kapitalisme, zoals Keynesianen als Paul Krugman, Larry Summer of Brad DeLong argumenteren, maar verkeerde investeringen in de aanbod kant van de economie, veroorzaakt door teveel schulden.

Terugkomend op Wicksell, de BIS economen achten dat als reële rentevoeten (minus inflatie) te laag zou staan (dat wil zeggen, onder de ‘natuurlijke grens’ dat gelijk staat aan de spaartegoeden en investeringen in de ‘reële economie’), dan zullen kredietbubbels en verkeerde investeringen volgen. En de rentevoeten zijn te laag: ze zitten veel te ver in het negatieve gebied, wat voor het laatst werd waargenomen in de eerste naoorlogse recessie van 1974-75.

De BIS acht daarom dat de Fed gelijk heeft om de rente te verhogen, maar dat ze daar veel te lang mee heeft gewacht. Nu gaat de economie door een fase van ‘ontwenningsverschijnselen’ of ‘creatieve vernietiging’ (om de uitspraak van Oostenrijkse Joseph Schumpeter uit de vroege twintigste eeuw te gebruiken) om het systeem op te schonen van het hoge niveau aan kredieten en onproductieve investeringen. Met andere woorden, een nieuwe recessie.

Eigenlijk is er weinig veranderd aan de debatten sinds de jaren ’30 tussen de Keynesianen, die een gebrek aan vraag de schuld geven voor de depressie (zonder een echte uitleg waarom die vraag dan is gedaald) en de Oostenrijkse stroming (en monetaristen als Milton Friedman) die een hoog niveau aan kredieten en tussenkomst door de centrale banken en overheden in de ‘natuurlijke’ werking van de markt de schuld geven.

In mijn opinie kan de oorzaak van de grote recessie en daaropvolgende depressie niet in de schoenen worden geschoven van een gebrek aan vraag (Keynesianen) of door een hoog niveau aan kredieten (Oostenrijkers). Geen van beide theorieën hebben een plaats voor de winstgevendheid van kapitaal in een economie dat draait op een productiemodus die afhangt van het maken van winst! Ja, er is een recessie, er is een gebrek aan vraag (kapitalisten snijden in investeringen en huishoudens stoppen met aankopen), maar dat is een beschrijving van een recessie, geen uitleg. Ja, een te hoog niveau aan schulden kan een financiële crisis uitlokken en als rem werken op toekomstige investeringen, maar waarom en wanneer wordt krediet – wat een noodzakelijk onderdeel van kapitalistische accumulatie – ‘teveel’?

Het Marxistische antwoord, in mijn ogen, is dat schuld teveel wordt wanneer het niet meer kan worden afbetaald omdat winsten van productieve investeringen te laag worden om deze te onderhouden. En de vraag wordt te laag wanneer de winsten van investeringen zo snel dalen dat kapitaal stopt met het aannemen van nieuwe arbeidskrachten, bedrijven sluit en het gebruik van middelen en infrastructuur afneemt.

Wat dus van belang is, is niet het niveau van de rente – hetzij dat ze te hoog of te laag is in verhouding tot enig ‘evenwicht in de natuurlijke rente’ waar reguliere Amerikaanse economen nu over steggelen – maar wat er gebeurt met zakelijke winsten en investeringen. Investering jagen werkgelegenheid en inkomen aan, en daarmee economische groei.

Op het moment zijn wereldwijde zakelijke winsten (een gewogen gemiddelde van de VS, VK, Duitsland, Japan en China) in het rood en nu zijn de zakelijke winsten van de VS alleen (op een jaar-over-jaar basis) ook aan het dalen. Dat suggereert dat de bedrijfsmatige investeringen in de VS, die slechts groeide met 3%, binnen een jaar of wat ook zullen dalen. Als dat gebeurt zal de VS waarschijnlijk in een recessie afdalen. Maar het is dus niet China of de opkomende economieën die daarin de doorslag geven.

Verkiezingen in de VS

Acht jaar na de verkiezing van Barack Obama op het dieptepunt van de grote recessie hebben het economisch beleid van deze regering en het vooruitzicht door reguliere economen op een duurzaam herstel compleet gefaald. Nu is er een groeiend risico dat de VS in een nieuwe recessie terecht kan komen ergens in 2016 of 2017 – net in de verkiezingscampagne voor een nieuwe president in de VS. Wie er ook gekozen zal worden, hebben ze enig idee hoe ze een recessie kunnen voorkomen of hoe ze de VS er weer uit helpt?

Op Republikeinse zijde hebben we een aantal neo-conservatieve, pro-wapen lobby, anti-abortus, anti-homo, anti-vakbond, anti-welvaartsstaat, anti-belasting voor de multimiljonairs en klimaatsceptici – waarvan de luidruchtigste en populairste (bij aanhangers van de Republikeinen) op dit moment blijkbaar Donald Trump van is.

Laten we even afzien van Trump’s provocaties richting homo’s, immigranten, moslims en ‘liberalen’ en in plaats daarvan kijken naar de economische beleidsmaatregelen die hij bepleit voor de VS. De Republikeinse leiding vertegenwoordigt Wall Street, grote bedrijven en het militair-industrieel complex, maar de basis activisten van de Republikeinse Partij zijn voornamelijk kleine bedrijfseigenaren en oudere, witte, ‘middenklasse’, mannelijke arbeiders die wonen in de Amerikaanse voorsteden en die vinden, of wordt verteld, dat wat er scheelt aan de Amerikaanse economie een te grote overheid is, te hoge belastingen en teveel vrije handel en immigratie dat niet Amerikanen beschermt7. Dit is de klassieke kijk van de kleinburgerij (om het met Marx’s woorden uit te drukken).

Het zijn deze mensen naar wie de miljardair Trump appelleert. Zijn economische voorstellen komen dus neer op het wegsnijden van belastingen, het bezuinigen van overheidsuitgaven (maar niet op Medicare die zijn oudere aanhangers nodig hebben), het belasten van importproducten om Amerikaanse banen te ‘beschermen’ en het inkrimpen van de bureaucatie.

Natuurlijk helpen Trump’s voorstellen zijn aanhang helemaal niet. Hij wilt bijvoorbeeld de winstbelasting en inkomstenbelasting verlagen. Dit zou voornamelijk de erg rijken vooruit helpen. Top miljardairs zouden hun belastingen zien worden verlaagd van 36% naar 25% en bedrijven zouden gaan van 35% naar 15% belasting. Gemiddeld zouden de meeste mensen hun belasting zien worden verlaagd met 7%, maar de besparingen voor de 0,1% van de rijksten zouden oplopen tot $1,3 biljoen – 19% van hun inkomen.

Deze belastingverlagingen, als ze worden doorgevoerd, zouden volgens het Tax Policy Center leiden tot een nettoverlies van overheidsinkomen van $25 biljoen in de eerste 10 jaar8. Wil men dus de streep van 2025 halen zonder een gigantische verhoging van de staatsschuld, zouden overheidsuitgaven navenant met 20% moeten dalen. Het grootste gat in het plan van Trump, volgens Robertson Williams van het Tax Policy Center, is de ‘doorlaat’ provisie die het zou toestaan om zelfstandige contractarbeiders te laten belasten op de bedrijfsmatige 15% (dit is wederom gericht op de aanhang van Trump).

Trump stelt dat hij de importtarieven op buitenlandse goederen zal verhogen om zo de Amerikaanse industrie te helpen en om strafsancties in te stellen tegen China en Mexico, de grootste handelspartners van de VS. Dit zou het NAFTA vrijhandelsverdrag opheffen. Zou de VS eenzijdig de importtarieven verhogen (waarmee de binnenlandse prijzen stijgen), zullen andere landen waarmee de VS handelt vergeldingsmaatregelen treffen. Dit is allemaal een gruwel voor de leiding van de Republikeinse Partij die de eisen van Wall Street en grote bedrijven voor ‘vrijhandel’ nauwgezet volgen. Maar het klinkt geweldig voor de kleine zelfstandige en kleine bedrijfseigenaren die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen, ook al zou een verlaging van de overheidsuitgaven ook hen treffen.

Op de Democratische zijde heeft Hillary Clinton moeite met de uitdager Bernie Sanders, de ‘socialistische’ senator van Vermont. Dat is nog eens een teken dat de vakbondsarbeiders, publieke sector werknemers en actieve Democraten uit de werkende klasse helemaal klaar zijn met de dominantie van de Democratische elite, die wordt gefinancierd door hedge funds en grote bedrijven en daarmee dus verbonden zijn met hun behoeften. Sanders roept op voor een leefbaar loon voor iedereen, overheids investeringen, het opbreken van de banken, etc.

Deze maatregelen zullen een matig effect hebben op een kapitalistische economie in goede tijden, maar ze zijn onacceptabel in een kapitalistische economie die nog steeds moeite heeft om te groeien na de grote ecessie en die mogelijkerwijs terug glijdt in een economische recessie. Het zou dus voor kapitaal een ramp zijn als Sanders de Democratische kandidaat zou worden, omdat hij een nieuwe bedreiging zou vormen voor de winstgevendheid van kapitaal.

Maar Sanders wordt ook tegengewerkt door schijnbaar liberaal reformistische tendensen op de Democratische zijde. Top Keynesiaans econoom Paul Krugman heeft een heel arsenaal aan artikelen tegen Sanders geschreven9. Krugman is tegen Sanders, niet omdat hij tegen zijn milde hervormingen is, maar omdat hij ze onrealistisch acht in een context van een Congres dat door de Republikeinse Partij wordt gedomineerd en vanwege de macht van Wall Street en de media.

Wij ‘liberalen’ worden dus geacht om akkoord te gaan met Hillary om dingen gedaan te krijgen, zoals we deden met Obama. Zoals Krugman het stelde, “een halve snee brood is beter dan niets: hervormingen in de gezondheidszorg waar het systeem vooral in private handen blijft, financiële hervormingen dat de uitspattingen van Wall Street beperkt zonder haar macht te breken, hogere belastingen voor de rijken zonder een grootschalige aanval op de ongelijkheid”10.

Je moet begrijpen, aldus Krugman, dat als Obama al niet veel voor elkaar kreeg toen de Bush administratie en de Republikeinen volledig gediscrediteerd waren, er nu al helemaal geen openingen zijn. Natuurlijk gaat dit argument ervan uit dat Obama ooit al een enigszins radicaal programma had om de financiële sector onder controle te krijgen, ongelijkheid te bestrijden of arbeiders sterker te maken. Integendeel, Obama wees Wall Street bankiers aan om de financiële instellingen te helpen en liet toenmalig hoofd van de Fed, Ben Bernanke, de banken uit de brand helpen door ze te voorzien van bergen aan geld en stelde een budgetteam samen die tot doel had om de overheidsuitgaven te reduceren op het gebied van publieke diensten en infrastructuur11.

Maar Krugman stelt dat een campagne voor een “radicale omwenteling van onze instituten” een fantasie is omdat de ‘publieke opinie’ het nooit zou steunen:

“Het punt is dat hoewel idealisme mooi en essentieel is – je moet dromen van een betere wereld – het geen deugd is die op zichzelf staat als het niet samen gaat met een hard realiteitsbesef over de middelen waarmee je je doelen kunt bereiken. Dat is zelfs het geval wanneer, zoals bij [Franklin D Roosevelt], je surft op een politieke golf op weg naar de macht. Het is zelfs nog meer het geval voor een moderne Democraat, die zich gelukkig mag prijzen als zijn of haar partij zelfs maar een van de twee huizen van het Congres nog mag beheren in dit decennium”.

Daar is het dan. De economie van de VS is wederom in een duikvlucht. Het beleid van de afgelopen acht jaar onder Obama hebben de situatie er niet op verbeterd. Krugman’s antwoord is dat het steunen van Clinton de enige weg vooruit is – in de hoop dat zelfs een paar kruimels het verschil zullen maken in het vooruitzicht van een nieuwe recessie.