Veiligheid in eigen hand

Verdedig je tegen extreemrechts.

Verdedig tegen extreemrechts.

Nu dat extreemrechts zich sterker voelt begint ze links te intimideren. Dennis Pike kijkt naar wat te doen.

De SP in gemeente Bernheze heeft op 22 januari 2016 het houden van een enquête over een nabij te vestigen AZC afgelast na anonieme bedreigingen. SP-fractievoorzitter Cor van Erp: “Partijgenoten ontvingen anonieme mails waarin staat dat het niet goed met ze zou aflopen als ze wel zouden enquêteren. De politie heeft aangegeven de veiligheid niet te kunnen waarborgen, dus dan zien wij ons voor de veiligheid van onze leden genoodzaakt daar niet te staan. Het is triest dat we dit besluit hebben moeten nemen.” Gemeente Bernheze wil in Heesch 500 asielzoekers onderbrengen, hetgeen eerder heeft geleidt tot rellen. De SP wilde meten of deze tegenstand breed gedragen werd.

Als we ons door bedreigingen, intimidatie, en geweld niet vrij kunnen bewegen in het uitdragen van onze ideeën en idealen moeten we wellicht in onze eigen verdediging voorzien. Die behoefte zal groter worden naarmate extreemrechts sentiment zich omzet in georganiseerde extreemrechtse aanwezigheid op de straten, omdat dit altijd gepaard gaat met fysieke sabotage van links- en andersdenkenden. We hebben al enkele voorproefjes van geweld dat voortkwam uit extreemrechts sentiment, zoals de rellen in Heesch en Geldermalsen. Ook werden socialisten in de Utrechtse wijk aangevallen door een menigte toen ze leuzen scandeerde waarin ze uiting gaven aan hun steun voor vluchtelingen.

We kunnen, zoals uit dit incident blijkt, niet bij voorbaat vertrouwen op de politie om puur logistieke redenen. De politie beschikt immers niet over mankracht om bij elke actie van de SP of andere socialisten aanwezig te zijn. Maar er zijn ook politieke redenen waarom we dit niet zouden moeten willen. Extreemrechts weet zichzelf makkelijk te framen als partij of beweging voor ‘law and order’, met enig recht. Dit is een aantrekkelijke boodschap voor zogenoemde veiligheidsdiensten, waaronder politie. We zien dan ook dat de politie in veel landen in bepaalde mate banden heeft met extreemrechts. In Frankrijk was meer dan de helft van de politie en het leger van plan om op het extreemrechtse Front National te stemmen. In Griekenland steunt ongeveer 20% van de politie de nog extremere neo-nazistische Gouden Dageraad1. Overigens, voor de crisis in Griekenland was de Gouden Dageraad een marginale partij, maar in een paar jaar groeide haar aanwezigheid op straat immens. Een snelle en vooral onverwachte ontwikkeling die weinig aan zien hebben komen. Turks extreemrechts is ook in vlagen extreem succesvol geweest in het infiltreren van politie. In maart 1995 vielen extremistische Soennieten leden van een minderheidsstroming in de islam, alevis, aan. Alevis staan er om bekend links en seculier te zijn. De massale aanval was feitelijk een pogrom. De politie bleek zo geïnfecteerd te zijn met fascisten van de Grijze Wolven dat ze het geweld van de Soennitische extremisten toestonden.

In de jaren “80 in Frankrijk en de jaren “90 in Zweden waren bendes van neo-nazi’s heel actief. In Frankrijk vestigden ze vooral ‘no-go zones’ voor mensen met een migrantenachtergrond, die, als zij hun territorium betreden werden ze genadeloos in elkaar geslagen. In Zweden voelden neo-nazi’s zich vrij om socialisten, vakbondslieden (syndicalisten), en migranten aan te vallen, en soms zelfs te vermoorden. Deze plaag van fascistisch geweld werd en kon niet worden teruggedrongen door de politie. Uiteindelijk was het offensief antifascisme dat het wist terug te dringen. In Frankrijk werden door groepen antifascisten en migranten, die verschillende vechtsporten beoefende, alle personen die zich kleedden als neo-nazi’s genadeloos in elkaar geslagen—een koekje van eigen deeg—en ontdaan van hun symbolische kleding (riemen, schoenen). De neo-nazi bendes voelden zich oppermachtig, ze waren de baas op straat. Maar niet voor lang meer. De grote groep neo-nazi hooligans rond de harde kern, de zogenoemde ‘meelopers’, die neo-nazisme wellicht gebruikte om zich oppermachtig te voelen hielden er langzamerhand mee op. Het was niet meer leuk en het was het niet meer waard om actief neo-nazi te zijn. In Zweden werd een vergelijkbare strategie van offensief antifascisme gebruikt, en ook hier met succes. De fascisten raakten geïntimideerd, velen gaven hun activisme op, en de de geweldsgolf begon af te nemen. Een documentaire over de Franse ‘Red Warriors’ is hier te zien (Engels ondertiteld). Hierin wordt ook kort belicht hoe sympathieën vanuit de politie voor het Front National er mede voor zorgde dat de neo-nazi bendes veel ruimte kregen.

Op Facebook zag ik een discussie waarin een persoon beweerde dat we niet tegen PEGIDA maar tegen de mening van PEGIDA moeten demonstreren. Het tegenovergestelde is waar. Een mening is niks waard als het niet kracht bijgezet kan worden door middel van organisatie. Een mening op zich is ongevaarlijk. Het gevaar van fascisme is dat het een beweging is die de macht op straat veroverd, of probeert te veroveren, alvorens het de macht van de staat veroverd. Het is in de straten, waar fascisten hun fysieke mankracht gebruiken om tegenstanders te molesteren, waar het gevaar ligt. Het is hier dat ze geen ruimte mogen krijgen om zich te organiseren, omdat organisatie aan hun kant slachtoffers aan onze kant betekent. Het zogenoemde ‘Dutch Self Defence Army’, het DSDA, heeft een eerste aanzet gedaan om een knokploeg op te richten, en roept medestanders op om in uniform te patrouilleren en de veiligheid van extreemrechtse demonstranten te garanderen. Opvallend, want zowel bij de demonstratie in de wijk Overvecht van Utrecht van een kleine groep socialisten op 22 januari en bij de demonstratie van PEGIDA in het centrum van Utrecht op 11 oktober j.l. waren het aanhangers van extreemrechts die het geweld tegen linkse tegendemonstranten initieerden.

Het meeste wat hier beschreven is is nog niet van toepassing. Fascisten beschikken niet over genoeg mankracht om ware knokploegen op te zetten. De politie in Nederland is gedepolitiseerd, en zal zich waarschijnlijk niet snel, informeel of formeel, binden aan extreemrechts. Een offensief antifascisme, zoals dat in Frankrijk en Zweden, is nog niet aan de orde. Maar het is ook van belang dat het niet aan de orde komt, door ze geen ruimte te geven. Als we voor onze eigen veiligheid instaan dan staan we in dat opzicht al voor. Dan gunnen we fascisten geen overwinning door ze ruimte te geven doordat wij wegblijven naar aanleiding van hun intimidatie en dreigingen. Dit sterkt hun alleen maar, waardoor ze kunnen groeien. Het is dus belangrijk deze ontwikkelingen voor te zijn, en goed voorbereid de toekomst in te stappen. We weten niet welke ontwikkelingen er komen gaan. Deze onzekerheid, en andere redenen, maakt dat we als socialisten onafhankelijk moeten zijn, dat we op eigen benen moeten staan. Het betekend dus ook dat we mogelijk in onze eigen veiligheid moeten voorzien. In de eerste plaats kan dit al door als individu zelfverdedigings- of vechtsport te gaan doen, zoals Muay Thai of Krav Maga (bij een apolitieke federatie), hetgeen sowieso geen kwaad kan. Dit kan binnen de SP vorm gegeven worden door in afdelingen op z’n minst aandacht te schenken aan de basis van zelfverdediging van het individu en stil te staan bij de verdediging van een groep mensen die op straat bezig is met een actie. Pas als onze veiligheid zeker is kunnen we vrij ons politiek werk doen en daarmee is veiligheid een politieke kwestie. We moeten in staat zijn onze vrijheid tot organisatie af te dwingen waar nodig.

  1. http://www.unz.com/akarlin/siloviks-for-fn/