Russische roulette in Syrië

Is de Nederlandse regering over Syrië heiliger dan de Paus. Het lijkt wel Poetin.

Is de Nederlandse regering over Syrië heiliger dan de Paus? Het lijkt wel Poetin.

Na de aanslagen in Parijs lijkt nu ook Nederland zich op te maken voor een militair ingrijpen in Syrië. En dat terwijl dat land al vijf jaar lang onophoudelijke burgeroorlog en militaire interventies heeft gekend. Weet de regering wel waaraan ze begint? Vandaag deel 2: Na Amerika lijkt ook Rusland ISIS militair niet te verslaan. Het islamistisch onkruid woekert tussen de breuklijnen van het imperialisme.

Thomas Chefsky

In het eerste deel hebben we 100 jaar van conflict in Syrië samengevat – tot en met de huidige burgeroorlog (2011 – …). Afgaand op de spectaculaire terreurdaden van ISIS elders in de wereld, lijkt het alsof de Westerse imperialistische machten de Syrische doos van Pandora in 2013 andermaal hebben geopend. Maar sinds 2015 roert ook Rusland zich militair in Syrië. Niet toevallig. Terwijl de politieke verhoudingen tussen Syrië en Rusland in grote mate teruggaan tot de jaren vijftig, kunnen we Ruslands ambities op het wereldtoneel duiden met de problemen van de Amerikaanse strategie.

Syrië staat bij Rusland in het krijt

Vooral na de Suez-oorlog van 1956 gingen de Sovjet-Unie en Syrië zich als bondgenoten beschouwen. De staatsgreep door de Ba’ath-partij van 1966 had, ondanks de politieke repressie ten opzichte van communisten, als resultaat dat de banden tussen de Sovjet-Unie en Syrië nauwer aangehaald werden. In de Syrische stad Tartus bevindt zich sinds 1971 – het jaar waarin Al-Assad de macht greep – de enige militaire haven van de Sovjet-Unie/Rusland. Deze verouderde marinebasis werd na de implosie van de Sovjet-Unie echter sterk onderbemand.

Syrië werd vanaf de jaren vijftig in belangrijke mate een afnemer van Sovjet-wapens. In die mate dat Syrië vandaag nog steeds voor meerdere miljarden schulden heeft aan Rusland. Na de implosie van de Sovjet-Unie, knoopte de Russische Federatie opnieuw nauwe banden met Syrië aan. De marinebasis in Tartus werd sinds 2008 stelselmatig weer in gebruik genomen en bemand. De miljarden schulden uit de Koude Oorlog werden voor drie vierden kwijtgescholden.

In aanloop naar de huidige militaire interventie van Westerse imperialistische mogendheden, hebben Russische vertegenwoordigers (samen met China) meermaals in de VN-Veiligheidsraad hun veto gesteld tegen interventie. Hoewel in de zomer van 2012 nog werd beweerd dat Rusland geen militaire interventie overwoog, en dat Tartus geëvacueerd zou worden mocht het Russische personeel er onder vuur komen, toch zien we sinds 2013 een gestage opbouw van militaire activiteit in en rond Tartus.

Russische diplomaten en vertegenwoordigers hebben naar aanleiding van Westerse pogingen om Al-Assad tot aftreden te dwingen, stelselmatig Al-Assad gesteund. Dit onder meer door een strategisch spelletje diplomatie. Wreedheden vanwege het Assad-regime werden in onduidelijke taal afgekeurd; als de Amerikanen met een interventie dreigden na gasaanvallen, stelde Rusland voor de gaswapens onder internationaal toezicht te brengen; hervormingen van het Assad-regime werden aangekondigd; er werd koud en warm geblazen over de aanwezigheid van Russische soldaten in Tartus; enzovoort.

De positie van Rusland in dit conflict doet sterk denken aan een imperialistische politiek van indirecte confrontatie. Eerder al wist Rusland de belangen van de Europese Unie en de Verenigde Staten in Oekraïne te dwarsbomen. Dit resulteerde onder meer in militaire operaties in de Krim en Oost-Oekraïne. Sinds de operatie in de Krim, en de relatief zwakke oppositie van de VS en de EU daartegen, treedt Rusland assertiever op in het Syrië-conflict.

Een jaar na de beslissing van de VS en enkele West-Europese landen om in Irak ISIS te bombarderen, en kort na de beslissing van de VS om ook in Syrië tot een interventie over te gaan, kondigde Rusland aan ook in Syrië te zullen bombarderen. Onder meer de aanwezigheid van Russen en jihadstrijders uit de Kaukasus in de rangen van ISIS werd als reden aangehaald. De eerste Westerse berichtgeving sinds 30 september 2015 focuste echter sterk op het bombardement op rebellenposities en –gebieden die niet in handen van ISIS waren. Posities die voornamelijk het Assad-regime bedreigden.

Russische beeldvorming

Ruim drie maanden na de beslissing van Rusland om in Syrië te bombarderen, is de situatie in het land niet fundamenteel gewijzigd. Wat betreft de beweegredenen voor deze interventie: de poging om ISIS te bestrijden resulteerde voor zowel Rusland als de EU in aanslagen. In de Sinaï-woestijn stortte een passagiersvliegtuig met voornamelijk Russen aan boord onder verdachte omstandigheden neer. In Parijs werd nauwelijks een jaar na de aanslag op de redactie van het magazine Charlie Hebdo een reeks aanslagen gepleegd waarbij tientallen mensen om het leven kwamen.

Een ontplofte IS-basis hier, een uitgebrand IS-voertuig daar… net als het geval was met de Amerikaanse bombardementen in Irak sinds 2014, werden de Russische bombardementen gekenmerkt door hoopvolle mediaberichtgeving, maar na verloop van tijd bleken de bombardementen tactisch geen game changer. Althans, bepaalde media waren positief. De grote mediabedrijven in de Westerse wereld hebben lange tijd berichten de wereld ingestuurd die de intenties van een aantal Russische operaties in twijfel trokken. Net zoals de Russen dat met de Westerse bombardementen hadden gedaan. Het waren veeleer door Rusland gesponsorde of aan de Russische publieke opinie gebonden media die positief berichtten over de Russische interventie.

Het klassieke voorbeeld is de internationale nieuwszender Russia Today. Deze evenknie van het Qatarese Al-Jazeera, en in zekere mate van het Saudische Al-Arabiya, was een poging van Rusland om haar visie op de internationale verhoudingen wereldkundig te maken. Hoewel de redacties van Russia Today (RT sinds de introductie in de VS vanwege de negatieve connotatie van “Russia”) een relatieve vrijheid kennen, wordt niettemin gebruik gemaakt van een aantal moderne propagandatechnieken om zo ongemerkt mogelijk een opinie te verspreiden.

De Russische minister van Buitenland speelde een belangrijke rol in het diplomatieke gearmworstel tussen de Westerse coalitie en Al-Assads regime.

Zo vindt Russia Today gretig afname onder linkse organisaties vanwege de relatief uitgebreide aandacht voor betogingen en oppositiestromingen in Westerse landen en door het Westen gesteunde regimes. Denk maar aan protesten in het Midden-Oosten, maar ook de betogingen in Griekenland tegen de Troika-plannen. Hoewel het een terechte techniek kan zijn van linkse organisaties om de mediabedrijven tegen elkaar uit te spelen en uit de breuklijnen informatie te winnen die het establishment liever stil houdt (bijvoorbeeld het bestaan van betogingen tegen het regime), toch houdt dit soms gevaren in.

De houding van de Russen met betrekking tot internationale media is: “er is geen waarheid”. Er worden continu tegenstrijdige meningen de wereld in gestuurd. De moeilijke positie van de VS en de EU in een aantal kwesties zoals Syrië, maar ook Afghanistan, de crisis in Griekenland, Oekraïne, enzovoort zijn dankbare momenten voor die media om het Westerse beeld te bestoken met al dan niet valse of echte tegenargumenten.

Een aantal mensen lijkt heel vatbaar voor de beeldvorming die websites als RT, Russia Insider, enzovoort op die manier verspreiden. “Er is geen waarheid” overlapt immers soms met “de dominante visie is die van de dominante klasse”. Dat het nieuws vol leugens zit, is een populaire uitspraak onder linkse activisten. Als een politieke organisatie dan geen sterk gevormde leden en leiders heeft, kan algauw een deel van de leden het standpunt van deze “alternatieve media” (lees: pro-Russische media) overnemen. Het “kritisch” gehalte van Russia Today, het “anti-imperialistisch” standpunt dat eruit naar voren lijkt te komen, geeft de indruk dat Rusland het Westers imperialisme lik op stuk geeft. Vooral omdat deze media verbergen waar Rusland zelf imperialistische en antidemocratische belangen koestert.

Zo krijgen we een situatie waarin de bombardementen van Rusland worden aangemoedigd door die mensen die juist geprotesteerd hebben tegen Westerse militaire inmenging. De Russen zouden als enige ISIS werkelijk schade aanrichten, zij zouden de belangen van het kwade Amerika verstoren, enzovoort. Een recent voorbeeld hiervan is de steun voor Rusland tegen de “fascistische” Turkse president Erdogan nadat Turkije een Russisch gevechtsvliegtuig had neergehaald. Maar ondertussen mag blijken dat ISIS ook met Russische bombardementen relatief goed standhoudt, dat het door Rusland gesteunde Assad-regime geen democratisch alternatief is, enzovoort.

Wiens belangen?

Doordat het haast onmogelijk lijkt om het Assad-regime tot aftreden te dwingen, hameren de Westerse mogendheden al een tijd lang op de nood aan overleg tussen rebellengroeperingen (met uitzondering van islamisten als ISIS) en het regime. De no-fly zone boven Syrië, en de bewapening van rebellen, hadden tot doel het Syrisch regime te verzwakken in de aanloop naar dit overleg. Echter, de interventie van Rusland strooit roet in het eten. Het Assad-regime heeft met Rusland een troef achter de hand.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in aanloop naar het geplande overleg van eind januari 2016 steeds meer rebellenposities gebombardeerd worden door Russische vliegtuigen. Ook rebellenposities die een front vormen tegen ISIS zouden door Russische raketten bestookt zijn, zo melden Amerikaanse onderzoekers. De ISIS-strijders en –basissen die door Russische vliegtuigen uitgeschakeld zijn, zouden zich dan ook vooral daar geconcentreerd hebben waar het Assad-regime hen bestrijdt.

De inmenging van Rusland lijkt vruchten af te werpen. De Amerikaanse president Obama bevestigde onlangs nog dat vredesgesprekken rekening moeten houden met de belangen van zowel Rusland als Iran – dat recentelijk ook optreedt in Syrië. En dat na een unanieme resolutie van de VN-veiligheidsraad waarin opgeroepen werd tot een vredesproces dat geen melding maakt van de toekomst van Assad – terwijl het Westen voorheen de verwijdering van Assad voorop had gesteld. (Als antwoord op de Russische inmenging, hebben de VS en de EU niettemin hun sancties ten opzichte van Rusland verscherpt, vanwege de Russische houding ten opzichte van Oekraïne.)

Dat doet de vraag rijzen: welk belang heeft Nederland te verdedigen in Syrië? Zonder twijfel haalt het Kabinet aan dat het in oorlog is met ISIS en daarom moet ingrijpen. Maar dat deden de VS en Rusland al voor Nederland – zonder dat dit tot fundamentele militaire overwinningen leidde. Bovendien hebben de VS en Rusland getoond er voornamelijk de eigen internationale belangen te verdedigen. En ISIS? Die doet gewoon verder met haar terreur in het Midden-Oosten en elders in de wereld. Is Nederland dan heiliger dan de Paus of zal het ook zijn vingers verbranden aan een imperialistisch avontuur?