Bloed aan de handen van Erdoğan

De verantwoordelijkheid ligt bij de Turkse staat

De verantwoordelijkheid ligt bij de Turkse staat

Morgen zijn de verkiezingen in Turkije. De boodschap van de boomaanslag in Ankara, op 10 oktober, was dat dit slechts het begin is, schrijft Esen Uslu.

In de lange, bloedige, geschiedenis van Turkije hebben we nog niet eerder zulk een afgrijselijke slachting gezien. We zullen deze aanslag herinneren op dezelfde wijze als waarmee we de Armeense genocide herinneren, de uitzetting van de Griekse orthodoxe bevolking, de slachtingen onder de Alevitische bevolking, de verachtelijke daden van de fascistische junta en de nooit aflatende aanvallen op de Koerdische bevolking. Maar 10 oktober stond niet op zichzelf, het was nog een stap in de campagne om de oppositie te onderdrukken. Wat we dus kunnen verwachten voor de komende periode zijn dus meer van dit soort verschrikkelijke aanvallen.

Na de aanval werd in de media, een goed-geoliede propagandamachine, al snel geclaimd dat de aanslag het werk was van Islamitische Staat, met als doel om de eenheid van Turkije te beschadigen. “IS verklaart de oorlog aan Turkije” was de kop die je overal zag op kranten en websites die door de regering worden gesteund.

Die claim, vervormd in een logica die meerdere segmenten van het publiek moet bedienen, wordt gemaakt op basis van de gebeurtenissen in Syrië en Irak, de exodus van vluchtelingen, hun negatieve ontvangst in Europa en de betrokkenheid van Turkije in de anti-IS campagne van de luchtmacht van de VS en de Russische inmenging in deze oorlog.

Er werden zelfs samenzweringstheorieën de wereld in geslingerd die suggereerden dat er een link bestaat tussen de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) en IS cellen die werden gestuurd door een “superieure macht” – wat je als de veiligheidsdiensten kan zien als je op de linkerzijde zit of als de wereldwijde controle door Joodse organisaties als je Islamist bent!

De claim dat het een aanval was van IS is een afleidingsmanoeuvre die is bedoelt om internationaal te schuilen achter de façade van anti-IS sentiment. In de binnenlandse politiek had het tot doel om de schuld af te schuiven, weg van de Turkse staat.

Bommen en verkiezingen

Op 5 juni plaatste een bommenlegger twee explosieven op een publiek plein in Diyarbakır en bracht deze tot ontploffing tijdens een verkiezingsbijeenkomst van de pro-Koerdische Democratische Volkspartij (HDP), een linkse partij bestaande uit vele stromingen waar de Nederlandse SP zich aan voelt gelieerd. Het doodde vier mensen en meer dan 400 anderen raakte gewond.

De verdachte die werd gearresteerd op 8 juni was een jongeman van Koerdische en Alevitische achtergrond die bij de autoriteiten sinds 2011 bekend was. Hij ging naar Syrië om in de rangen van IS te vechten en zijn familie had hem als vermist opgegeven waarbij de politie de familie informeerden over zijn waarschijnlijke locatie. Sinds oktober 2014 stond hij op de lijst van gezochte IS terroristen.

Interessant genoeg had de politie hem geïdentificeerd op een lijst met hotelgasten, een gebruikelijke achtergrondcheck in Turkije, als iemand die zich niet had gemeld voor de militaire dienstplicht. Hij werd gearresteerd en alsnog ingeschreven voor militaire dienst. Hij werd weer vrijgelaten en de politie had helemaal niet door dat hij eigenlijk een gezochte terrorist was!

De aanslag in Diyarbakır was het resultaat van de terreurcampagne tegen de HDP voor de eerste parlementaire verkiezingen op 7 juni. Tijdens deze terreurcampagne werd vrijwel elk verkiezingskantoor van de partij aangevallen: erop geschoten, gebombardeerd, ingebroken of in lichterlaaie gezet; veel HDP voertuigen werden aangevallen en campagnemedewerkers werden in elkaar geslagen, zelfs vermoord. De terreurcampagne was onderdeel van de strategie om de HDP onder de kiesdrempel te houden voor het parlement. Veel van deze misdaden blijven onopgelost.

Maar de HDP stapte over de kiesdrempel en de regerende Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP) van president Recep Tayyip Erdoğan lukte het niet om genoeg zetels te halen om een regering te vormen, wat op zich weer de aanleiding vormde voor de tweede parlementaire verkiezing morgen, op 1 november, om te pogen de impasse te doorbreken. De geplande route van de AKP om de grondwet te wijzigen voor een sterke president en een slaafs parlement mislukte.

Het gevolg van deze verkiezingsnederlaag voor de AKP was bruut geweld. Een luchtcampagne tegen de Koerden werd begonnen. Toen, op 20 juli, sloeg een zelfmoord terrorist toe op een bijeenkomst van jonge activisten die in Suruç verbleven voordat ze de Syrische grens zouden oversteken om Kobanê te verdedigen. De explosie verwondde meer dan 100 en 32 mensen lieten het leven. De terrorist was een vriend van de aanvaller in Diyarbakır – ze werden op hetzelfde moment lid van IS en deden hun training samen. Ze waren gerekruteerd door dezelfde persoon en vormde een groep in Adıyaman, waarvan de politie vermoed dat ze 20 leden had.

De zelfmoordterrorist en zijn broer waren ook al door hun familie als vermist opgegeven en ook zij stonden op de lijst met gezochte IS terroristen. Zoals alle andere leden in de groep reisden ze moeiteloos tussen Turkije en Syrië, ondanks dat de politiek een lijst hadden opgezet met 16 mogelijke zelfmoordterroristen in deze groep.

De bom in Suruç was identiek aan de bom in Diyarbakır, behalve dat de eerste nog een extra verpakking had met stalen balletjes, om het dodelijk effect nog te vergroten. Twee dagen later werden twee politie agenten van dichtbij doodgeschoten in hun slaap in hun verblijf en een groep die gelieerd is aan de PKK eiste de verantwoordelijkheid op, op een nogal verwarrende wijze. Maar het kwaad was al geschied: de regering verklaarde dat het vredesproces dood en begraven was en een nieuwe “anti-terreur” oorlog werd verklaard tegen de Koerden.

De Turkse luchtmacht begon met een grootschalige aanval in zowel Iraaks als Turks Koerdistan. Om hiervoor een legitieme reden te verkrijgen verklaarde de regering de “oorlog” aan IS, en op de eerste dag bombardeerde de Turkse straaljagers twee – ja, 2 – IS doelen (welke al verlaten waren). Hierna werd de IS nooit meer gebombardeerd.

De regering stemde de VS en de internationale publieke opinie gerust door de VS toestemming te geven om op luchtmachtbasis İncirlik te vliegen en het gaf aan om geen Koerdische doelen in Syrië te bombarderen omdat de Koerden als een belangrijke bondgenoot werden gezien door de Amerikanen.

Sommige aanvallen door de Turkse luchtmacht bevatte bijna het hele deel van de luchtvloot met grond-aanval capaciteiten. De doelen omvatte bases van de PKK in Irak en guerrilla kampen in Turkije.

Het bleef stil over de schaal en resultaten van de aanvallen, afgezien van militaire berichtgeving. In een recente berichtgeving van het hoofdkwartier van de luchtmacht werd gesteld dat meer dan 2000 slimme bommen waren gebruikt op bijna 1500 doelen. Volgens schattingen werden meer dan 1300 mensen gedood bij deze aanvallen.

De grootschalige luchtcampagne werd vergezeld door een grondoffensief op het platteland en in de steden. Nachtklokken van drie tot acht dagen werden ingesteld in verschillende Koerdische steden. De mensen en guerrilla’s verzette zich tegen geweld van de politie en het leger en de steden veranderden in slagvelden. Honderden onschuldige mensen, waaronder kleine kinderen, werden gedood. Mobiele eenheden van de speciale politie gingen van stad tot stad en van dorp tot dorp om deze operaties uit te voeren. Dit brute machtsvertoon had parallellen met de operaties tijdens de smerige oorlog in de vroegen jaren ’90. De HDP deed alles wat ze kon om het staak het vuren te herstellen, maar in de grote steden werd elke poging voor een vreedzaam protest met brute kracht de kop ingedrukt.

In de tussentijd was het parlement na de verkiezing niet in staat om een regering te vormen binnen de daarvoor door de grondwet ingestelde periode. Een nieuwe verkiezing werd voor 1 november aangekondigd.

In lijn met de bestaande grondwet werd een zakenkabinet gevormd met ex-ministers die werden aangesteld door de AKP. Deze “neutrale” ministers bezette de belangrijkste posten, zoals Binnenlandse Zaken en Justitie. In de tussentijd ging de slachting op de Koerden onverminderd door.

Ondanks de strategie van de AKP om een parlementaire meerderheid te verkrijgen bij de komende verkiezingen, bleek de oorlog op de Koerden niet het bedoelde effect te hebben. Het regime van Erdoğan poogde om de verkiezingen in de Koerdische districten te ondermijnen door gebieden onveilig te verklaren voor de verkiezingen en probeerde de stembussen te verplaatsen naar andere districten.

Tot aan vandaag heeft het zelfs de gehoorzame electorale commissie nog niet weten te overtuigen om hieraan te voldoen. Maar de intentie was duidelijk: het moest onmogelijk zijn om de verkiezingen te houden in de Koerdische gebieden door de staatsrepressie op te voeren. Maar het voorkomen van de Koerdische stem zou op zichzelf nooit voldoende zijn om te zorgen voor een electorale overwinning door de AKP. Het aantal mensen dat ontevreden was over de regering en op andere partijen zou gaan stemmen bleef maar stijgen. De peilingen wezen op een steeds grotere steun voor de HDP. Daarom werden ook andere maatregelen getroffen, zoals de arrestatie van leden van de HDP en andere linkse groepen, op beschuldiging van terreuractiviteiten en een volledige censuur op alle media van de oppositie.

De HDP en andere linkse krachten die er in en rond actief zijn in de grote steden moesten worden gestopt. De oorlog op de Koerden strekte uit tot de districten van de arbeidersklasse in de steden onder het mom van antiterreur razzia’s. Het verspreid en gedesoriënteerd houden van de oppositie voor de verkiezingen had top prioriteit, vandaar de gruweldaad op 10 oktober.

Het gevaar van oorlog

Een kliek van de AKP vormde zich rondom Erdoğan en zijn onmiddellijke vertrouwelingen en familie in het zakenkabinet en is in staat gebleken om hun stempel te drukken op het leger, de bureaucratie en justitie. Zolang er maar een schijn bestaat van parlementaire legitimiteit.

De nationale zaak, in de vorm van een anti-Koerdische oorlog, heeft gezorgd voor steun vanuit de Kemalisten, het officierenkorps en de top van de bureaucratie, terwijl voor de rest van de bevolking een hevige nadruk wordt gelegd op een anti-IS retoriek. Tegelijkertijd is er een poging om steun te vergaren van de Islamisten door de Russische inmenging af te schilderen als goddeloze inmenging van de Russische beer in het Midden-Oosten die Turkije op de zuidelijke grenzen bedreigt. Men hoopt de pilaren van de Soennie islam, zoals Saoedi-Arabië en Qatar, aan hun kant te kunnen behouden na de nucleaire deal tussen Iran en de VS, samen met de dreiging van samenwerking tussen Iran en Rusland.

Maar elk van deze mogelijkheden zit vol gevaren wat na de verkiezingen nog kan leiden tot allerlei problemen voor Turkije en de regio. Ondanks het eenzijdige staakt het vuren van de PKK blijven Turkse aanvallen voortduren. Grensconflicten met het Syrische leger zijn mogelijk als zij snel het gebied bezetten die zij aan de grens met Turkije hadden verloren. Een “onvoorziene” botsing tussen Syrische of Russische en Turkse of Amerikaanse vliegtuigen kunnen ons aan de rand van een veel bredere oorlog brengen, een waar de NAVO bij betrokken kan raken.

Zulke gevaarlijke scenario’s zijn nu aan de orde van de dag. Om hun doel van een nieuwe grondwet te bereiken, met een krachtige president, presenteert de AKP zich als de hoeder van de nationale eenheid en kan het mogelijk een bredere oorlog overwegen, tegen zowel binnenlandse of buitenlandse vijanden, om zo haar macht te consolideren.

Erdoğan’s ex-criminele handlangers spraken geen ijdele woorden over rivieren van bloed toen ze de verkiezingsmenigte toespraken tijdens de verkiezingen in juni. Ze zijn vastberaden om hun machtspositie te behouden, tegen elke prijs.