Welke lessen van het derde Comintern-congres? (1)

Marxisten en onderzoekers die zich willen verdiepen in de notulen en verslagen van de eerste bijeenkomsten van de Derde of Communistische Internationale (Comintern), die grepen steevast naar de geredigeerde uitgaven van Brill of Pathfinder. Althans, deze uitgeverijen hebben dat gedaan voor het eerste (1919), tweede (1920) en vierde (1923) congres. Het was wachten op historicus John Riddell tot er eindelijk een geredigeerde uitgave van de notulen van het derde congres (1921) tot stand kwam.

Lenin bereid in 1921 zijn congresbijdrage voor.

Lenin bereid in 1921 zijn congresbijdrage voor.

Dankzij John Riddell hebben we eindelijk een “compleet beeld” van de werkzaamheden die plaatsgevonden hebben tijdens de eerste congressen van de Comintern. Die eerste congressen zijn belangrijk om te bestuderen – niet alleen omdat zij de basis hebben gelegd voor de ideeën en organisatievormen van de communistische partijen sinds de jaren twintig; of omdat zij nog altijd een belangrijke referentie zijn voor hun navolgers in de Trotskistische, Maoistische en andere marxistische strekkingen.

Deze congressen waren belangrijk omdat de jaren van de Russische Revolutie en de onmiddellijke periode daarna een hoogtepunt voor de arbeidersklasse hebben gevormd – vandaar dat elk Comintern-congres van belang is om er lessen uit te trekken. Zolang het derde congres een blinde vlek bleef, tastten we in het duister over hoe de leiders van de revolutionaire, marxistische arbeidersorganisatie dachten over deze cruciale periode in onze recente geschiedenis.

Uit Riddells naslagwerk blijkt algauw dat de afgevaardigden van het Comintern-congres zich er heel goed van bewust waren wat er allemaal op het spel stond. De congresdebatten gingen over het vooruitzicht dat de burgerij van de imperialistische landen (Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, De Verenigde Staten, enzovoort) een nieuwe oorlog wilde voorbereiden. En dat nog maar enkele jaren na het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het zou een oorlog zijn, zo speculeerden de afgevaardigden, die de mensheid kon vernietigen.

Uiteraard beschikken wij over het voordeel van het feit dat wij na de feiten leven. Wij weten nu dat de Tweede Wereldoorlog bijna twee decennia liet wachten, en dat de mensheid niet werd vernietigd. Maar al vonden de gebeurtenissen niet plaats zoals de congresleden dachten, de debatten hebben wel de realiteit benaderd. Denk maar aan de gevolgen van Hiroshima, de Holocaust, het fascisme, enzovoort. Het congres was er zich dus van bewust op het scherpst van de snee te handelen die zomer van 1921.

Wat zorgde ervoor dat de situatie op het randje balanceerde? Er was enerzijds vooruitgang te bekennen:

  • Het tweede congres was een relatief succes – de Internationale werd vervoegd door veel nieuwe strekkingen en her en der was al de basis gelegd voor massale communistische partijen.
  • De jonge Sovjetunie had zonet de Kronstadt-opstand overwonnen, de laatste grote interne opstand tegen het Bolsjewistisch regime.

Maar er waren ook enorme problemen:

  • De “maartactie” in Duitsland, een algemene staking die bloedig werd onderdrukt, was een mislukking.
  • Binnen de rangen van de Communistische Partijen werd weids gediscussieerd of de revolutionaire periode al dan niet voorbij was. (Zie Paul Levi.)

De kwestie van de maartactie werd bovendien gecompliceerd door de houding van de Duitse communist Paul Levi. Deze leider van de Duitse partij – die door zijn kameraden was uitgesloten – had volgens de Communisten de partijdiscipline gebroken door zijn kritiek op het falen van de maartactie naar buiten te brengen… op het moment dat er repressie was tegen de partij. Hij noemde de opstand een mislukte coup, en zei dat de revolutionaire periode van net na de Eerste Wereldoorlog definitief voorbij was.

Levi was niet op het congres aanwezig, maar door zijn invloed werden zijn stellingen continu aangehaald door de afgevaardigden. Hij werd arrogant en vreemd genoemd, al waren er ook heel wat invloedrijke stemmen die hem in verdediging namen tegen de critici. Uiteindelijk werd op het congres zijn uitsluiting uit de Duitse Communistische Partij (KPD) bevestigd. (Levi vervoegde daarop de sociaaldemocratische SPD om zijn activiteit als vertegenwoordiger van de arbeidersklasse voor te kunnen zetten.)

Paul Levi stichtte na zijn uitsluiting een eigen partij, die later opging in de USPD en de SPD.

Eenheidsfront versus de strategie van het offensief

Het congres was bij moment heftig verdeeld. Aan de rechterzijde stonden de opvattingen die leken op die van Levi: de revolutie in Europa is definitief voorbij. Aan de linkerzijde daarentegen waren er andere ideeën die de ronde deden. Die van de Hongaar Bela Kun bijvoorbeeld, of van de voorzitter van de Comintern, Gregory Zinoviev. Deze kant van het spectrum dacht dat door een korte en krachtige beslissing vanwege de leiding men de massa’s alsnog opnieuw op straat kon krijgen – zelfs in Duitsland.

Het gevaar was reëel dat de KPD onder een dergelijke impuls zichzelf zou substituëren voor het bewustzijn van de massa’s. Tegenover beide zeiden stond een centrumpartij met onder meer Vladimir Lenin en Leon Trotski. Deze laatste opende de werkzaamheden van het congres met een politieke analyse van de situatie wereldwijd. Het was een drie uur durende speech die tot wel negen uur had geduurd vanwege het gebrek aan simultane vertaling. (Trotski nam een deel van de vertaling op zich overigens.)

Trotski nam de stelling aan dat het gewicht van de wereldeconomie geleidelijk aan naar de VS verschoof, en dat Europa zich in een fase van neergang bevond. Het imperium van de Fransen en andere landen was zo goed als voorbij. Dat van Groot-Brittannië stond er nog, maar dan al wankelend. Kortom: het kapitalisme vocht haar doodsstrijd uit. Trotsky wou geen tijd bepalen voor de voorspelde ontwikkelingen, want hoewel de kapitalistische economie ziek was, was ze koortsig met temperatuurschommelingen waarin je moeilijk een directie kon afleiden.

Dat kapitalisme – anders dan gehoopt – bleek stug en overleefde deze crisis, maar dan wel tegen een prijs. (Crisis, fascisme, oorlog, …) Opnieuw is het een bewijs van zowel de fouten van de Comintern als het realisme waarmee ze in het licht van de toenmalige gebeurtenissen wist te handelen. Die handelingen gingen na Trotskis speech voornamelijk over het in de praktijk brengen van deze vooruitzichten. Drie dagen lang werden daarom discussies gevoerd over tactiek en strategie. Centraal stond een bittere maar levendige discussie over de lessen van de maartactie.

Sommige afgevaardigden beweerden dat tot wel een half miljoen mensen op straat was gekomen. Anderen zeiden dat het maar om 220.000 arbeiders ging. Dat laatste lijkt historisch het meest correct, en het toont dat de tactiek die toen werd toegepast niet kon werken. Al waren er afgevaardigden die toen zeiden dat het falen van de actie geen enkel negatief effect had op de tactiek, strategie en positie van de KPD. Lenin, echter, vreesde dat er een “filosofie van het offensief” aan het ontstaan was onder die leden van de Internationale.

Die filosofie zou de partij ervan weerhouden – zo vond Lenin althans – om uit te groeien tot een echte massapartij van de hele klasse. Hij stelde daartegenover een eenheidsfront voor. De KAPD-leden die zich als linkse, marxistische partij hadden losgekoppeld van de KPD, vonden dat een opportunistische overweging. De eenheidsfrontgedachte kreeg pas concreet vorm vanaf het vierde congres van de Internationale, en zou tot in de jaren dertig een centrale plaats innemen in de debatten.

De Duitse revolutionaire Clara Zetkin werd gevraagd te spreken, en zij sprak anderhalf uur in verdediging van Paul Levi. Ook Lenin had volgens Zetkin – dat schreef zij toch na diens dood – nog geprobeerd om Levi terug te winnen voor de Comintern. Lenin zou namelijk gevoelig geweest zijn voor de kwestie. Levis eigen arrogantie zou echter voor het falen van deze pogingen hebben gezorgd. Zetkin speelde het spel volgens de regels van het congres, en vroeg Levi, ook al was hij niet in de zaal, om als het ware niet met slaande deuren te vertrekken, maar verzoening te vragen.

Als je de partij wil redden tegen de wil van de meerderheid in, zo impliceerde Zetkin, dan moet je niet roepen en rebelleren, maar wachten tot je tijd gekomen is om je punten over te brengen en de meerderheid voor je te winnen. Naast een verdediging van Levi, bracht zij een programma voor vrouwen aan bod met voorstellen voor het opzetten van vrouwencomités (waar ook mannen in toegelaten waren) en nog andere zaken. De al sterk verouderde Zetkin kon nog op veel bijval rekenen.

Maar te midden van repressie kritiek uiten op de maartactie, zo zeiden sommigen desalniettemin, was kritiek uiten op de hele beweging en dus een vorm van verraad. Zetkin pakte deze overtuiging al even overtuigend aan door te zeggen dat kritiek op de eigen fouten verzwijgen tegenover de vijanden van de partij, zou betekenen dat men nauwelijks nog iets eerlijks zou kunnen schrijven. Hoewel Levi werd uitgesloten, heerste toen in de Comintern dus nog geen eensgezindheid over de aanpak van publiekelijk geuite kritiek.

De stellingen van het congres werden unaniem aangenomen, zo blijkt – omdat ze een compromis waren. Om de hele Internationale en vooral de jonge maar veelbelovende KPD bijeen te kunnen houden, moest men het defensief dat de communisten volgens de centrumpartij werd opgedrongen kunnen vermommen als een strategie met offensieve kenmerken. Dat zou de sterke linkerzijde alsnog gunstig stemmen. In die zin was de Comintern niet radicaal anders dan de Tweede Internationale.

De Commissie over Strategie en Tactiek omschreef de maartactie als een stap vooruit omdat het zogezegd de Duitse massa’s had betrokken in de strijd. Dat was een duidelijke verzoeningspoging aangezien het helemaal niet zo duidelijk was of men werkelijk “de massa’s” – veeleer dan een minderheid – op straat had gekregen. Een document van het uitvoerend bestuur stond er zelfs op dat de voorhoede een confrontatie met de vijand moet aangaan om de massa’s de weg te tonen.

Lenin vond het tactisch niet verstandig om de voorstanders van het offensief door het slijk mocht halen. Net zoals ook Lenin trachtte Levi te redden om er op die manier alles aan te doen om de beweging niet te doen splijten. De Comintern was namelijk verplicht om – als gevolg van de mislukkingen en de Russische burgeroorlog – nieuwe kaders te ontwikkelen… met mensen die niet klaar waren voor hun rol of die ongeduldig waren. Het was een probleem waar de Comintern door omstandigheden nooit bovenuit zou rijzen.

In het Uitvoerend Bestuur werd niettemin soms smadelijk gesproken over wat er nog over was van het kader. (Zetkin zou zo “seniel” zijn dat ze volgens een aantal maar beter zelfmoord kon plegen.) Lenin en Trotski deden geen moeite om die moeilijkheden te verbergen: ze waren zo bescheiden om toe te geven dat – hoewel de Russische Revolutie toen de burcht van de Internationale was – een nieuwe revolutie in een West-Europees land het Russisch voorbeeld zou reduceren tot 1/10 van zijn waarde.

De Internationale diende er vooral toe de beste lessen van de Russische Revolutie door te geven. Niet dat de andere partijen geen voortrekkersrol konden spelen. De KPD had toen al een initiatief genomen die later de basis vormde voor het eenheidsfront: een open brief van januari 1921 aan de vakbonden van onder meer de SPD, met een verwijzing naar de noden van de massa’s en een oproep tot gemeenschappelijke actie. Die brief werd echter overschaduwd door het falen van maart.

Zinoviev en zijn medestanders waren echter tegenstanders van het frontconcept. De Russische communist Nikolaj Boecharin en Zinoviev vonden het een fantasie. Tegelijkertijd met het congres werd de internationale Rode Vakbond gesticht. Die moest een alternatieve leiding voor de toenmalige vakbondsleiding vormen. Men was daar toen vrij positief over, voornamelijk de omgeving van Boecharin, Zinoviev, enzovoort. De overige vakbonden werden weggezet als de “gele (= ratten, onderkruipers) Amsterdamse Internationale”.

Zinoviev verweet deze “Amsterdamse Internationale” als het ware het laatste bolwerk van het kapitalisme te zijn. Anderen waren echt van mening dat in de Amsterdamse Internationale gewerkt moest worden om daar de leiding te ontmaskeren en onttronen. Lenin en zijn medestanders wilden op die basis juist het eenheidsfront overal waar mogelijk toepassen. Dit was een tweespalt in de Comintern die de komende decennia de debatten zou blijven beroeren.

Dit is een recensie van To the Masses: Proceedings of the Third Congress of the Communist International, 1921 van historicus John Riddell is gebaseerd opLessons of the Third Comintern Congress”, de uiteenzetting van Ian Bershall tijdens “Communist University” in Londen.

Vervolg: Welke vragen bij het derde Comintern-congres? (2)