Helaas Hellas

photo_2015-07-04_14-20-03

Uitgestoken hand, maar kapitaal is niet geïnteresseerd

Wij blijven met z’n allen maar om de hete brij draaien over het oplossen van de Griekse staatsschuld, stelt Jos Alembic.

Komende zondag is er een referendum in Griekenland over het huidige laatste voorstel van de “instituties” (de nieuwe term voor de trojka), die in de vorm van twee documenten wordt gegeven – Reforms for the completion of the Current Program and Beyond en Preliminary Debt sustainability analysis. Deze documenten zijn geschreven in ambtelijke taal en daarmee gedeeltelijk of compleet onbegrijpelijk voor het gros van de bevolking, iets wat op zichzelf al op een belangrijk probleem met referenda duidt. Premier Tsipras geeft een negatief stemadvies en aan dat stemadvies hangt hij zijn politiek lot door te stellen dat als het Griekse volk vóór zou stemmen, dan “respecteren wij dat, maar zijn wij niet degenen die dat besluit uitvoeren” en het lijkt erop dat dat zomaar zou kunnen gebeuren, met een opmerkelijke verschuiving naar “voor” de laatste paar dagen. Het zal erom spannen.

Aan de andere kant zitten de “instituties” in dubio, iets wat wordt gepersonifieerd door Jeroen Dijsselbloem die in enkele dagen zijn standpunt bijstelde van Tsipras die de deur had dichtgeslagen naar het op een kier zetten ervan, toen hij zich realiseerde dat hij niet enkel meer de Syriza-AKEL regering onder druk moest zetten, maar een heel land en dat gaat natuurlijk niet als je van tevoren de deur al dicht hebt…

Maar wat na zondag? Stel dat de Grieken inderdaad “voor” stemmen, dat Tsipras aftreed, er misschien wel nieuwe verkiezingen komen en dat de onderhandelingen daarmee weer voor enkele maanden zijn opgeschort. In dat scenario kunnen de “instituties” zich het morele gelijk naar zich toetrekken en een volgende regering verder onder druk plaatsen. Bij een “tegen” gaat Tsipras door, wordt er gedreigd met uitzetting dan zet Syriza in op een juridisch steekspel aangezien er in geen enkel verdrag ook maar iets is opgenomen over het verlaten van de Eurozone.

Waar Tsipras en consorten op inzetten is een derde reddingsplan, van nog eens 40 miljard, voor de komende jaren. Pas dan heeft Griekenland een mogelijkheid om verder te overleven binnen de Eurozone. Maar stel dat Griekenland uit de Euro zou stappen en de Drachme zou herinvoeren, wat dan? Het CWI, de internationale organisatie van Socialistisch Alternatief, stelt dat het dan mogelijk is om een “socialistisch plan” in werking te stellen om het land uit de crisis te trekken. Ook de Internationale Socialisten zijn hierin stellig en roepen ook op om “nee” te stemmen zondag en daarbij om de Eurozone te verlaten. Daarbij roepen beide Syriza op om de banken te nationaliseren en de schuld te annuleren.

Geen nationale weg

Griekenland verlaat de Eurozone en de EU, de banken worden genationaliseerd, de schulden geannuleerd en er wordt een “socialistisch plan” geïmplementeerd… Wat zou er concreet gebeuren als dit daadwerkelijk werd uitgevoerd? Natuurlijk hebben we geen glazen bol, maar bepaalde zaken zijn te voorzien.

In de eerste plaats wordt alle verdere hulp afgesloten. Griekenland kan gewoon géén geld meer lenen om enig investeringsplan voor de economie te realiseren, of heel misschien tegen bizar hoge rentes. Het hele onderliggende probleem met de Griekse crisis is juist dat de Griekse productiviteit lager ligt dan in andere Eurolanden. Het importeren van elementaire producten is daarmee een economische noodzaak, maar ook is Griekenland niet zelfvoorzienend in haar eigen voedsel. In haar isolement moet er daarom al vrij snel een rantsoenen regime worden begonnen.

Met deze isolatie, en met het advies van onze kameraden van CWI en IS en overigens ook KKE, zou men dan kunnen overgaan tot het nationaliseren van grote stukken van de economie. Dit opknippen van wat vaak transnationals zijn is niet alleen inefficiënt in economisch opzicht, een terugdraaien van de internationale arbeidsdeling, het kan bovendien rekenen op meer verzet, meer sancties en meer isolatie.

Kan er onder die omstandigheden positief worden gebroken met kapitalistische relaties? Natuurlijk niet. Het beste wat er kan worden klaargespeeld onder deze omstandigheden zijn noodprogramma’s, zoals bijvoorbeeld de Cubaanse “speciale periode”, om het hoofd nèt boven water te houden. Onder deze omstandigheden zou een massale vlucht van Grieken naar andere Europese landen een logisch gevolg zijn.  Het versterken van de grenzen door de regering zou dan een logische stap zijn om dit tegen te gaan. Arbeidersverzet zou moeten worden gebroken om naar de nieuwe standaarden te gaan leven. Zou de regering verkiezingen niet opschorten, zou ze onvermijdelijk een electorale nederlaag lijden en moeten aftreden en wie weet wat er ná Syriza komt…

Er is dus geen nationale weg naar het socialisme. Het zou in Griekenland zijn gestorven nog voordat het goed en wel ter wereld zou zijn gekomen. Deze “radicale” alternatieven van Trotskistisch en Stalinistisch links bieden dus geen realistische weg vooruit.

Ondertussen heeft Emile Roemer een stukje online gezet waarin hij duidelijk stelling neemt voor het recht van de Grieken om per referendum te kiezen hoe ze verder gaan. Terecht merkt hij op dat de leningen vooral zijn gegaan naar de West-Europese banken (zo’n 90% ervan). Hij is helaas minder duidelijk over de weg vooruit: “Een echte oplossing: minder rechtse hervormingen, minder belastingontduiking en meer hoop, optimisme én inkomsten, zodat de economie weer aan de praat komt”. Ja, wie kan het daarmee oneens zijn…

Geen weg via de “instituties”

Roemer stelt ook: “De Griekse bevolking heeft gekozen voor een sociale koers, maar Brussel heeft lak aan verkiezingsuitslagen. Eerst de munt, dan de mensen. Zo gaat het in dit Europa”. Het is inderdaad wel nuttig om te vragen waarom de “instituties” zo moeilijk doen. De Griekse economie bedraagt 2% van de Eurozone, de staatsschuld, €320 miljard waarvan €240 miljard van de “instituties”, kan grotendeels worden weggestreept. De Griekse economie kan zonder die molensteen opeens heel hard gaan groeien. Waarom dus niet deze rationele aanpak?

Het antwoord ligt erg voor de hand: Griekenland staat niet alleen. Als Griekenland een dergelijke behandeling zou kunnen krijgen, dan volgt Ierland en Portugal, die met respectievelijk 1,4% en 1,7% ook niet veel voorstellen. Maar dan volgt Spanje, die met bijna 11% van het BNP van de Eurozone de vierde economie is en, natuurlijk, Italië die met ruim 16% de derde economie is. Spanje heeft meer dan een biljoen Euro aan staatsschulden, Italië zit op het dubbele. Dat is onmogelijk om zomaar af te schrijven.

Bovendien speelt voor Griekenland nu ook een andere overweging in de hoofden van de “instituties”: Syriza. Hoewel de regering in Athene er veel aan is gelegen om het probleem op te lossen – behoorlijke toegevingen zijn gedaan op het gebied van BTW, pensioenleeftijd, gezondheidszorg, etc. – is het aan de macht komen van Syriza voor de “instituties” een gevaarlijke ontwikkeling. Wat nou als straks Podemos aan de macht komt in Spanje? En hoe zit het met Italië die ook een rijke radicaal linkse traditie heeft? Nee, Syriza moet worden gebroken. Als dat betekent dat Griekenland failliet gaat, dan is dat blijkbaar een terechte overweging voor deze masterminds van kapitaal. Links moet in het diskrediet worden gebracht, Syriza moet voor de komende decennia hèt voorbeeld zijn van een falend links beleid.

Een continentale weg vooruit

Syriza is helaas prematuur aan de macht gekomen. De partijleiding heeft bewust haar programma voor de verkiezingen afgezwakt zodat ze een “realistisch” verhaal kon brengen onder de huidige omstandigheden aan de Griek. Op deze basis kon ze dan de grootste partij worden met 36% van de stemmen en daarmee bijna een absolute meerderheid verzekeren in het parlement middels de ondemocratische regel dat de grootste partij altijd 50 extra zetels krijgt. Dit was een onverantwoordelijke zet aan de kant van Syriza, juist omdat elke beperking, elke drempel en elke onredelijke eis al van tevoren was te voorspellen.

Het probleem is Europees, de oplossing moet daarmee ook Europees worden gezocht. Aan de kant van de arbeidersbeweging kàn er simpelweg geen positieve breuk plaatsvinden binnen de landsgrenzen en ook van de Europese “instituties” hoeven we niks te verwachten. We moeten zelf de handen ineen slaan, actief werken aan een Socialistische Partij van de EU. De tragedie op dit vlak is dat zo’n partij al bestaat, althans in haar fundamenten. De Partij van Europees Links werd in 2004 opgericht en Syriza is hier al lid van (de SP in Nederland overigens niet, deze is enkel lid van de fractie in het Europees Parlement van deze partij, de GUE/NGL). Maar veel meer dan een permanent overleg tussen nationale partijen is het niet. Er is geen Europese visie, geen partijorganisatie die nationale afdelingen uitbouwt, geen beweging die over het hele continent wordt gedragen. Was er vanaf 2004 ingezet op een Europese partij, dan waren we nu waarschijnlijk in een andere situatie geweest. Dan hadden we over heel Europa onze interventie kunnen coördineren om het experiment in Griekenland te doen slagen en was het niet bij 400 Grieken op de Dam gebleven

Maar ook al hadden we zo’n partij, wat dan? Hoe hadden we de schuldvraag kunnen oplossen onder deze omstandigheden? Voor communisten is dit een tactische kwestie, iets wat afhankelijk is van de concrete situatie en waar geen one size fits all oplossing voor geldt. Eisen dat de staatsschuld op nationale schaal wordt geannuleerd – iets wat “radicaal” links al snel roept – is onrealistisch om veelal dezelfde redenen als die eerder zijn beschreven. Bovendien moeten we de vraag stellen welke rol de schuld heeft en onder de huidige omstandigheden worden de schulden gebruikt als stevige hefboom om op bizar tempo een neoliberaal programma erdoor te drukken. Ook daarom is de Griekse schuld nuttig voor de “instituties”, niet voor niets heeft Griekenland dan ook verreweg de meeste neoliberale hervormingen gehad de afgelopen paar jaar.

Hoe kunnen we deze neoliberale hefboom breken en de schuldencrisis oplossen? De oplossing is redelijk voor de hand liggend, zodra je gaat denken vanuit een continentaal perspectief. De schulden van land tot land zijn een molensteen, maar wat nou als we alle schulden bij elkaar optellen en dit zouden maken tot een staatsschuld van de Eurozone? Alle schulden in de Eurozone bij elkaar opgeteld zijn bijna €9300 miljard. Dat klinkt veel, maar het BNP van de Eurozone is €13,2 biljoen. De staatsschuld zou daarmee dus 70% van het BNP bedragen. Dat is hetzelfde niveau als wat Nederland nu heeft. Deze stap impliceert een verdere integratie van de EU: één gemeenschappelijk economisch beleid, één belastingstelsel, één sociaal stelsel, etc. Anders heeft het vereuropeaniseren van de schuld geen zin.

Er zit een tweede lading aan deze eis. Als de arbeidersbeweging namelijk Europees zodanig is georganiseerd dat het de macht kan nemen over het hele continent, zitten we in de positie dat de schuldvraag zelf definitief kunnen oplossen door deze te annuleren. Waar dit immers onmogelijk is op nationale schaal vanwege internationale sabotage, is de EU op zichzelf de grootste economie van de wereld. Niemand gaat ons stoppen op deze positie. Veel schulden zijn bovendien intern (veel Griekse schulden staan bijvoorbeeld uit bij Duitse banken) en kunnen eenvoudig worden afgestreept door de nationalisering van de banken en de integratie hiervan in de Europese Centrale Bank, die we dan democratisch kunnen herinrichten. De restschuld (naar de VS en andere landen buiten de EU) is een tactische overweging en hangt weer af van de concrete situatie op dat moment. Maar afbetaling is dan zeker een optie.

Pas als we op Europees niveau leren kijken en organiseren kunnen we überhaupt de vraag stellen hoe we een einde kunnen maken aan de dictatuur van kapitaal, kunnen we een begin maken met een positief antwoord hierop. Dat de “instituties” zo erg hun best doen om Griekenland de chanteren is zowel een uitdrukking van het falen van Europees links als van de angst van de gevestigde orde voor als Europees links eindelijk de handen ineen slaat. Pas met een Socialistische Partij van de Europese Unie kunnen we daadwerkelijk nadenken over een socialistisch programma, geen “speciale periode”.