Een strategie voor Griekenland

Syriza en de Troika armworstellen over het te voeren beleid. De Troika wil Griekenland disciplineren, Syriza wil tijd winnen om een humanitaire crisis te vermijden. Tegen de achtergrond van een dreigend faillissement, rijst de vraag: wat moet de Griekse arbeidersklasse doen om uit deze crisis te komen?

We brengen een beknopte, vrije vertaling van een artikel van “Boffy’s blog”. Schuldvernietiging, coöperaties en solidariteit zijn de kernbegrippen van het strategisch programma voor Griekenland dat Arthur Bough voorstelt.

Nu Griekenland de mogelijkheid onder ogen moet zien dat haar banken zullen afgesneden worden van de Europese Centrale Bank (ECB), en dat de leiders van de Europese Unie (EU) zullen weigeren over haar schulden een akkoord te sluiten dat dat in lijn ligt van wat Syriza zou willen; hoe moet Syriza daarop antwoorden?

Het moet beginnen met een realistische inschatting van de situatie in het land.

Om te beginnen is het nogal duidelijk dat Griekenland de 314 miljard euro uitstaande schulden niet kan afbetalen.

Ten tweede heeft het bezuinigingsbeleid dat haar is opgelegd de situatie veeleer verergerd dan verbeterd. Het heeft de Griekse economie doen instorten, wat het zelfs nog moeilijker maakt voor Grieks kapitaal om te ontplooien en op die manier de schuld af te lossen. Daardoor is de schuld van 120 procent van het BBP gestegen naar ongeveer 180 procent. Als bezuinigingen de situatie al hebben verergerd, dan zullen ze de situatie niet verbeteren in de toekomst.

Ten derde is het idee dat Griekse arbeiders gered zullen worden door een revolutionaire golf in Europa een gevaarlijke fantasie. Syriza mag dan wel een impuls gegeven hebben aan het groeiend sentiment tegen bezuinigingen in Europa, dat maakt nog niet dat arbeiders sovjets aan het opzetten zijn en we ons in een situatie van dubbelmacht bevinden. De realiteit is dat Syriza zich moet focussen op wat het kan winnen voor Griekenland terwijl het blijft proberen internationale steun te vergaren. Socialisten over heel Europa zouden moeten proberen hen bij te staan in het verspreiden van deze strijd en in de ontwikkeling van een oppositie tegen het bezuinigingsbeleid.

Ten vierde zal een mislukking van Syriza niet leiden tot een vervanging van de partij door een fundamentele verschuiving naar links. Het zal ertoe leiden dat men zich massaal tot de reactie wendt, vooral in situaties van chaos. Het zal een periode zijn waarin een traditionele partij van de orde naar voren zal treden, met in haar kielzog het leger en paramilitaire organisaties zoals Gouden Dagenraad.

Tot slot zal welke poging dit te vermijden door het leger te ontbinden of zich terug te trekken uit de NAVO enzovoort veel waarschijnlijker een confrontatie uitlokken dat Syrizas economische politiek vandaag. Op dit moment zou zoiets pure roekeloosheid zijn. Een mislukking van links is over het algemeen de focus geweest op het neerhalen van dingen in plaats van het opbouwen van zaken. Een verstandiger strategie is er zich van te verzekeren een geloofwaardig en superieur alternatief opgebouwd te hebben vooraleer je de oude, rotte constructies afbreekt.

Een programma voor Griekenland zou daarom de focus eerst leggen op de ontwikkeling van een alternatief door arbeiders, veeleer dan simpelweg een antikapitalistisch avontuur te beginnen. Het is een feit dat bezuinigingen Griekse arbeiders ertoe dwingt nu al alternatieven te bedenken voor wat ze nodig hebben.

Griekenland heeft zoals de meeste geavanceerde kapitalistische economieën een welvaartstaat. Zulke staten ondermijnen echter de ontwikkeling van de vormen van arbeiderszelfbestuur die bijvoorbeeld Marx en de Eerste Internationale met hem hebben trachten te ontwikkelen. Zelfbestuur dat zou samenvallen met arbeidersbeheer van bezit en gesocialiseerd kapitaal.

Marxisten bepleiten daarom nog geen bezuinigingen op en privatiseringen van de welvaartstaat, maar dat beleid – door de omvang van die staat te beperken, wat in Griekenland drastisch gebeurt – dwingt de arbeiders er wel toe essentiële staatsvoorzieningen te vervangen door zelfontwikkelde, coöperatieve voorzieningen. Het is iets dat in het verleden al in Argentinië is gebeurd bijvoorbeeld. Eigenlijk was het de erkenning en analyse van deze spontane oplossingen van arbeiders in de 19de eeuw die Marx en Engels ertoe gebracht hebben de lessen te veralgemenen en arbeiders op te roepen bijvoorbeeld coöperatieven te ontwikkelen.

Het begin van een oplossing voor de situatie in Griekenland is de verspreiding van zulke coöperatieve initiatieven over heel het land. Wat echt nodig is, zoals Marx en de Eerste Internationale met hem voorstelden, dat al deze initiatieven in feite samengebracht worden in een coöperatieve federatie. Wat idealiter en in eerste instantie op Europese schaal zou moeten gebeuren. Op die manier wordt iedere coöperatieve beschermd tegen isolement en kan het totale kapitaal van de federatie effectief worden ingezet.

Een programma voor Griekenland moet de focus eerst leggen op een alternatief dat is ontwikkeld door arbeiders, veeleer dan een antikapitalistisch avontuur te beginnen.

Het is in Griekenland van belang onmiddellijk te beginnen met het samenbrengen van bestaande coöperatieve initiatieven en nauwe banden te smeden tussen hen en de vakbonden. Net als met huurders- en bewonerscomités. Zodat arbeidersbuurten steeds meer zichzelf kunnen organiseren in een coöperatieve gemeenschap.

Dat leidt op zich natuurlijk tot de kwestie van politieke organisatie en vormen van democratie, opdat beslissingen in deze buurten genomen en uitgevoerd kunnen worden. Het betekent ook dat coöperatieve associaties in allerlei vormen moeten worden verdedigd. Vooral gezien het karakter van het vijandige politieapparaat dat is geïnfiltreerd door neofascisten. De coöperatieve associaties, vakbonden en buurtorganisaties moeten daarom hun eigen verdedigingscomités vormen en zelf de orde handhaven.

De huidige staat zal niet vervangen worden doordat een regering haar van bovenaf ontbindt, maar door van onderuit superieure beheersorganen te ontwikkelen. Eenmaal dat is gebeurd zullen zij in een positie verkeren om de bestaande staatsinstellingen te ontwapenen en te ontmantelen.

Griekenland wordt echter eerst en vooral getroffen door een financiële crisis. Geld is de Griekse banken aan het ontvluchten en de ECB dreigt ermee de banken te doen omvallen. Het antwoord van Syriza zou moeten zijn: “Go ahead punk, make my day!”. Met andere woorden: Griekenland hoeft niet toe te geven aan de dreigement van het faillissement.

Commentatoren hebben zich ingelaten met een vreemde vorm van warenfetisjisme waarbij zij geld en betaalmiddelen een status geven die ze niet verdienen. Het is niet geld dat rijkdom creëert, zij het bankbiljetten, digitale eenheden op bankrekeningen of zelfs gouden munten – het is kapitaal.

Als al het geld in de bankrekeningen van de wereld morgen in rook zou opgaan, dan zou het geen verschil maken voor de mogelijkheid van de gemeenschap om goederen en diensten te produceren en winst te maken. De enige hinder van zo’n gebeurtenis zou het gebrek aan ruilmiddelen zijn voor de uitwisseling van waren zijn binnen de gemeenschap. In een communistische samenleving, zoals Marx bijvoorbeeld uiteenzet in zijn Kritiek op het programma van Gotha (1875), is enkel een papieren bewijs nodig dat duidelijk maakt hoeveel arbeidstijd uitgevoerd is door, en dus hoeveel waarde in de vorm van waren is toegestaan aan, de bezitter van dat bewijs.

Grieken dringen voor gratis voedsel

Als de ECB de stekker uit de Griekse banken trekt, zullen de echter verliezers de eigenaars van de aandelen en obligaties van deze banken zijn. Dus voornamelijk kapitalistische geldleners in Griekenland en Europa. Syriza zou simpelweg moeten toestaan dat deze banken neergaan, en moeten toestaan dat kapitalistische geldschieters hun fictief kapitaal verliezen. Dat had moeten gebeuren met andere banken die onlangs zijn gered. Syriza zou dan bankbedienden moeten stimuleren en ondersteunen om de banken over te nemen.

Per slot van rekening zullen de bankgebouwen, de werkingsmiddelen van de bank enzovoort – dus alle zakken die nodig zijn om een bank te beheren – blijven bestaan de dag na zo’n gebeurtenis. Bovendien zullen de huizen die als onderpand dienen voor hypotheken die de bank heeft uitgegeven ook blijven bestaan. De banken zullen, eenmaal het bezit en onder controle van de bedienden, in staat zijn om kort na zo’n gebeurtenis evengoed betalingen te ontvangen of terugbetalingen van leningen die uitgegeven zijn aan Griekse bedrijven als de dag voordien.

Waar de bank van bevrijd zal zijn is al haar schuld, het zij door eigen leningen van andere banken en financiële instellingen, hetzij ten opzichte van aandeel- en obligatiehouders. Zij zullen simpelweg ‘hun geld’ kwijt zijn, het risico van een ‘slechte investering’.

Achter deze door de bedienden beheerde banken zou de Griekse nationale bank moeten staan. Als de ECB en de EU de stekker eruit trekken, dan zou de Griekse regering simpelweg de Griekse nationale bank de opdracht moeten geven haar staatspapier te aanvaarden. Griekenland zou dan failliet moeten gaan op basis van de 314 miljard euro schulden, waarbij de internationale banken en andere financiële instellingen ‘hun geld’ verliezen aan deze ‘slechte investering’. IJsland heeft dat een aantal jaren geleden gedaan. Daardoor was het in staat zijn economie weer op te bouwen.

Griekenland zou haar prijzen kunnen blijven omzetten in euro, wat de ECB ook moge doen. Als de Griekse nationale bank het staatspapier van de Griekse regering aanneemt, dan plaatst het simpelweg opnieuw een elektronische storting in euro’s op de rekening van de regering. De regering zal dan in staat zijn lonen te blijven uitbetalen. Dat gebeurt elektronisch en direct op de rekening van de arbeiders, op de rekening van de leners, enzovoort. Deze stortingen beginnen dan de rekeningen te vullen van de door de bedienden beheerde commerciële banken. Zo bouwen zij hun vermogen opnieuw op.

De mogelijkheden van het moderne kapitalistische bank- en kredietsysteem zouden we moeten inzetten ten voordele van de arbeiders in de vorm van coöperatieve productie.

De ECB en andere EU-instellingen zouden ongetwijfeld proberen zo’n operatie te verhinderen. Maar veel kunnen ze er niet aan doen. De commerciële banken creëren voortdurend op die manier geld. Dat betekent dat de Griekse regering de bezuinigingsmaatregelen zou kunnen terugschroeven. Ze zou de leningen kunnen financieren door simpelweg elektronische euro’s te ‘drukken’ en te laten circuleren door het Griekse bankensysteem. Een terugschroeving van de bezuinigingsmaatregelen zou Griekenland initieel in staat moeten stellen om beleidsmaatregelen te ontwikkelen die tot kapitaalsaccumulatie kunnen leiden en een reële oplossing voor een aantal economische problemen.

De huidige ontwikkeling van coöperatieve initiatieven zoals eerder al aangehaald, samen met de ontwikkeling van een door de bedienden beheerd banksysteem, zouden samen de voorwaarden kunnen creëren voor investering en expansie. Dit is het model voor de overgang van kapitalistische eigendomsverhoudingen naar gesocialiseerd kapitaal, een tussenstap in de richting van een coöperatieve gemeenschap zoals beschreven in Das Kapital.

Dat model dient uitgebreid te worden over heel Europa als een alternatief op het bezuinigingsbeleid. De mogelijkheden van het moderne kapitalistische bank- en kredietsysteem zouden we moeten inzetten ten voordele van de arbeiders door middel van coöperatieve productie.

Waar bedrijven dan ook failliet mogen gaan, zij zouden simpelweg moeten worden overgenomen door arbeiders en beheerd moeten worden als coöperaties. Dat staat tegenover het bedrieglijke reformistische en nationalistische programma van nationalisaties door de staat op kapitalistische basis, zoals voorgesteld door linkse sociaaldemocraten.

Maar als arbeiders in Griekenland en elders een duurzame oplossing willen voor hun onmiddellijke financiële en economische problemen, laat staan voor de voortdurende militaire en politieke bedreigingen van staatswege aan het adres van arbeiderscollectieven, dan zal het noodzakelijk zijn de coöperatieve formule en het zelfbeheer door arbeiders over heel Europa te verspreiden. En dat in de context van een eengemaakte Europese staat: de stichting van een Verenigde Staten van Europa.

We zouden kunnen beginnen bij de ontwikkeling van Europese vakbonden en arbeiderspartijen. Syriza en Podemos zouden organisatiecentra voor het bijeenroepen van een Europees congres van arbeidersorganisaties tegen bezuinigingen moeten zijn. Ze zouden een alternatief moet ontwikkelen op basis van de ontwikkeling van een Verenigde Staten van Europa.

Onze Verenigde Staten van Europa zou gemeenschappelijke voorwaarden creëren voor arbeiders over heel het continent. Het zou de huidige vormen van belastingontduiking enzovoort verhinderen door een gemeenschappelijk belastingsysteem op te zetten en belastingparadijzen te isoleren. Het zou de opgang van nationalistisch populisme kunnen ondermijnen door de staatsbureaucratieën te ontwortelen en consistente vormen van democratie te introduceren.

Door een eengemaakt fiscaal regime zou het voort het nationalistisch populisme ondermijnen aangezien het de voordelen biedt van een groot Europees budget. Het zou een investeringsprogramma voor heel Europa kunnen opstellen om arbeiders aan werk te helpen, vooral door economieën te moderniseren in die regio’s die achterop hinken en onderworpen zijn aan de dwang van de bezuinigingen.