Te veel Nederlanders in het Vlaamse onderwijs?

Overbelasten Nederlanders het Vlaamse onderwijs? Media schreven dat Nederlandse studenten massaal de grens zouden oversteken. Aanleiding is de beslissing van het kabinet-Rutte om op de Nederlandse studiefinanciering te korten. Net nu de Vlaamse regering-Bourgeois flink gaat bezuinigen op het onderwijs. Zijn er echt zo veel Nederlanders? Of maakt men zich druk om niets? Thomas analyseert.

Manifestatie in Den Haag

Manifestatie in Den Haag

Ze waren vorig jaar met ruim 7.600, de Nederlandse studenten in het Vlaamse hoger onderwijs. Dat zijn er haast 1.500 meer dan in 2012-2013 en bijna de helft van het aantal buitenlandse studenten in Vlaanderen. “Antwerpen ‘Nederlandse’ universiteitsstad”, kopte NOS.nl op 23 januari: in Antwerpen is 10 procent van de studenten Nederlands. Lange tijd was er haast geen haan die er naar kraaide, maar sinds januari 2015 rijst discussie.

Eerst was er de Vlaamse pers: die speculeerde op een Nederlandse overrompeling van de Vlaamse universiteiten. (vb. “Hoeveel Nederlanders kan ons onderwijs nog aan?”, De Morgen, 22 januari.) Zij werd nauw op de voet gevolgd door de pers in Nederland. (Niet toevallig grotendeels in handen van Vlaamse mediabedrijven; “Leenstelsel jaagt student naar opleiding in België”, AD.nl, 24 januari.)

Onmiddellijk ontstond in Vlaanderen debat over de kostprijs van zo’n Nederlandse student. Die zou de Vlaamse belastingbetaler extra belasten en bijdragen aan overvolle lokalen aan de onderwijsinstellingen. De Vlaams-nationalistische partij N-VA, bijvoorbeeld, kwam eerder al eens tot de conclusie dat zij Vlaanderen anno 2015 ongeveer 134 miljoen euro zouden kosten.

Eind januari hebben de Nederlandse onderwijsminister Jet Bussemaker (PVDA) en haar Vlaamse collega Hilde Crevits (CD&V) afspraken gemaakt over onder meer het aantal Nederlanders dat in Vlaanderen studeert. Dit ‘damesakkoord’ moet ‘proactief’ de gevolgen van beleidswijzigingen – besparingen op onderwijsbudgetten – in kaart te brengen. Daarbij zeiden de ministers evenwel dat zij helemaal geen stortvloed over Vlaanderen verwachten. Is het dan allemaal overdreven? Even tijd voor context.

Te veel studenten?

Zowel in Nederland als Vlaanderen hebben media gespeculeerd op een grote groei van het aantal Nederlanders dat in Vlaanderen zal studeren. In Nederland ligt de focus op de mogelijke negatieve gevolgen van de gekorte studiefinanciering. In de Vlaamse pers rezen echter vragen over het mogelijke “teveel” aan Nederlandse studenten. In vergelijking met 10 jaar geleden is het aantal Nederlanders in Vlaamse scholen verdrievoudigd.

Dat dit een probleem is, trachtte NOS op 23 januari in Antwerpen te staven. “In deze stad komt 10 procent van de studenten uit Nederland”, schrijft ze. “Peter de Meyer van de Universiteit van Antwerpen voorziet “capaciteitsproblemen” als het aantal verder toeneemt. ‘We verwachten nog meer Nederlanders. Een groei met tien- of honderdtallen is geen probleem. Maar als het er meer worden heeft dat organisatorische gevolgen.’”

Een Nederlandse student die geloot wordt voor een opleiding geneeskunde, kan alsnog op een wachtlijst met meer dan honderd kandidaten stranden. Dan maar naar Vlaanderen trekken.

De Nederlandse media herkauwt echter vooral de Vlaamse pers. Zo wond De Morgen er de dag voordien geen doekjes om: “Hoeveel Nederlanders kan ons onderwijs nog aan?” De krant berichtte dat het Nederlands Centraal Planbureau denkt dat “in twee jaar om en bij de 5.500 studenten zullen afhaken” in het Nederlandse hoger onderwijs en naar Vlaanderen kunnen uitwijken. De krant voert ook Antwerpen op als voorbeeld van waartoe deze tendens kan leiden.

Antwerpen zou meer dan de helft van het aantal Nederlandse studenten in Vlaanderen opvangen. De goede verbinding tussen Antwerpen en Nederland is daar vast een belangrijke van. Maar als Antwerpen ongeveer 4000 Nederlanders huist, dan doet zij dat op een totale studentenpopulatie van 40.000. Ter vergelijking: Leuven kent bijna 60.000 studenten waarvan 1 op 20 Nederlanders. Er zijn elk ruim 70.000 studenten in Gent en Brussel (onder wie 23.000 Nederlandstaligen).

Een ander veel gehoord voorbeeld is de richting geneeskunde in Vlaanderen. Bijna een op zeven studenten zou er van Nederlandse afkomst zijn. Dat komt doordat de selectieprocedure in Vlaanderen toegankelijker is (selectieproeven) dan de Nederlandse (een uiterst beperkt aantal plaatsen aangevuld met een lotingsysteem).

Te veel kosten?

De Nederlandse pers is deze tendens niet enkel opgevallen vanwege de insijpeling van Vlaamse berichtgeving alleen. In Nederland is onder meer ook gediscussieerd over een eventuele ‘braindrain’ naar het buitenland (Telegraaf, 22 januari). Dat viel ook een aantal Vlamingen op (“Houd die Hollanders hier!”, De Standaard, 26 januari). Maar los van het aantal uitwisselingsstudenten, ervan uitgaand dat Vlaanderen het gros van de uitgeweken studenten opvangt, wat is het gevolg? Wetende dat Rotterdam 55.000, Utrecht 70.000 en Amsterdam 80.000 studenten tellen, is 7600 een klein aantal.

Het argument gaat met andere woorden niet op: zo veel zijn het er nu ook weer niet. Maar wat zijn de overige bekommernissen uit Vlaanderen? We kunnen er grosso modo twee onderscheiden. “Het zijn de Vlaamse belastingbetalers die bijdragen aan [hun] onderwijs”, aldus De Morgen. En een “grote instroom kan natuurlijk druk zetten op het Vlaamse financieringsmodel”, zegt vicerector Didier Pollefeyt van de KU Leuven in dezelfde krant.

Beide argumenten zijn aan elkaar gelieerd. Het overgrote deel van het Vlaamse hoger onderwijs wordt namelijk met belastinggeld gefinancierd. “Als de Nederlanders daarvan gebruikmaken”, redeneert De Morgen, “maar naderhand terugkeren naar hun vaderland, [dan] dragen ze niet bij aan de samenleving die hun studie heeft bekostigd.” Kortom: Nederlandse studenten zijn een overbodige kost voor de Vlaming.

De Nederlandse studenten maken ongeveer een derde uit van het aantal internationale studenten in de Arteveldestad.

Het argument is echter lui geconstrueerd. De meeste journalisten hebben zich niet de moeite getroost om na te kijken wat Nederlandse afgestudeerden Vlaanderen zoal opbrengen, en hoeveel Nederland aan Vlaanderen bijdraagt. Noch heeft men een beeld geschetst van het aantal Nederlanders dat zich na de studies permanent in België vestigt. Of verlaat zo goed als iedereen het land na de studies? “Salut, en de kost!”

Het ‘kosten’-argument is echter veeleer een onbewuste weerspiegeling van bredere maatschappelijke ontwikkelingen en debatten in België dan een echte vrees voor overspoeling. Het is geen toeval dat dit debat samenvalt met het debat over besparingen op de onderwijsfinanciering. Ook in Nederland is de Vlaamse kritiek niet enkel een fait-divers, maar een uiting van het debat aldaar over bezuinigingen op de studiefinanciering.

Stufi

De “vrees” die media bij de Vlaamse onderwijsinstellingen hadden waargenomen, is geen gevolg van vrijgekomen cijfermateriaal over Nederlandse studenten. De concrete aanleiding was veeleer de beslissing van het tweede kabinet-Rutte om in de Nederlandse studiefinanciering te knippen. (Deredactie.be, 23 januari) De recente bezuinigingen in Vlaanderen vormen het glijmiddel waardoor deze “vrees” zich verder kon verspreiden dan louter de wandelgangen van de Vlaamse universiteiten.

In januari 2015 heeft de Tweede Kamer ermee ingestemd de toekenning van de studiefinanciering (stufi), de basisbeurs namelijk, te beperken. Deze beperking zal steeds meer Nederlandse studenten ertoe dwingen leningen bij private en semipublieke instellingen aan te gaan om de studies te betalen. De zogenaamde studieschuld. Hogere studies in Nederland behoren tot de duurste van Europa. Ongeveer 40 procent van alle Nederlandse studenten heeft een lening met rente uitstaan.

Het nieuwe leenstelsel in Nederland kent een beurs aan studenten toe met minder gegoede ouders. De anderen moeten lenen: maximaal 1.016 euro… per maand

Officieel beperkt de sociaaldemocratische minister Bussemaker de stufi om meer te kunnen investeren in de kwaliteit van de Nederlandse onderwijsinstellingen. Bovendien, benadrukt ze, kunnen minder gegoede gezinnen nog steeds een studiebeurs krijgen. In realiteit en op middellange termijn is dit een onverkorte bezuiniging op het onderwijs. De leningen die steeds meer studenten zullen moeten aangaan mogen dan wel langlopend zijn, haast niemand vindt dit een aantrekkelijk maatregel.

Reden te meer voor studenten om voor het goedkopere onderwijs in Vlaanderen te kiezen of voor het Duitse hoger onderwijs dat mits een aantal specifieke belastingen in veel lidstaten gratis toegankelijk is. Vlaanderen blijft echter aantrekkelijker vanwege de goede verbinding op de as Antwerpen-Amsterdam, het gebruik van de Nederlandse taal en de betere kwaliteit van een aantal studierichtingen.

Tot slot

De beslissing van het kabinet-Rutte om de stufi grondig te wijzigen komt gelijktijdig met de beslissing van de Vlaamse regering-Bourgeois om te knippen in de onderwijsbudgetten. Net nu steeds meer Nederlanders naar Vlaanderen trekken om goedkoper te studeren, leiden deze beleidsmaatregelen tot debatten over het optrekken van de Vlaamse inschrijvingsbedragen. Hoewel de regering deze verhoging niet oplegt, is zij er zich van bewust dat haar bezuinigingsprogramma dat wel ‘noodzaakt’.

Gemiddeld komt het inschrijvingsgeld voor een Vlaamse universitaire studie op ongeveer 650 euro uit. In de pers speculeert men dat deze bedragen vanaf 2016 zouden kunnen stijgen tot ongeveer 1000 euro. In Europa is het gemiddelde bedrag dat studenten betalen bijvoorbeeld 1600 euro. In Nederland 1700 euro. Daarmee is Vlaanderen dus nog steeds goedkoper dan Nederland, maar lang niet de goedkoopste. Heel wat landen hebben geen officieel inschrijvingsgeld.

De verhoging van de Vlaamse inschrijvingsbedragen was het symbooldossier van het najaar. Omdat de besparing de troeven van het onderwijs dreigt te vergooien, kreeg het verzet ertegen sinds september het symbool van de schoppen aas mee. In totaal presenteert de Vlaamse overheid een rekening van om en bij de 800 miljoen euro. De helft daarvan wordt in het hoger onderwijs gezocht. En voor 2015 gaat het om ongeveer 193 miljoen euro, waarvan 80 miljoen in het hoger onderwijs.

De Vlaamse overheid presenteert een rekening van 800 miljoen euro. Omdat de besparing de troeven van het onderwijs dreigt te vergooien, kreeg het verzet het symbool van de schoppen aas mee.

In dat kader liet bestuurspartij N-VA enkele maanden geleden berekenen hoeveel de Nederlandse studenten in Vlaanderen kosten. Volgens parlementslid Koen Daniëls gaat het om 134 miljoen, of 6700 per Nederlandse uitwijkeling per jaar. (Deredactie.be, 28 november) Ruim tweederde van het totale te besparen bedrag. De N-VA staat niet alleen: zoals het artikel uit De Morgen aantoont is de publieke opinie veeleer begaan met de ‘meerkost’ van de Nederlander dan zijn ‘meerwaarde’.

Maar zijn er werkelijk te veel Nederlandse studenten in Vlaanderen? Overbelasten zij de Vlaming en zijn hoger onderwijs? Uit de analyse valt aan te tonen dat het niet om een absoluut teveel aan Nederlandse studenten gaat. Het Antwerpse voorbeeld uit de media is niet representatief en buiten Antwerpen zijn weinig bekommernissen te horen. Het aantal Nederlanders stijgt dan wel beduidend, hun aantal blijft relatief (hoog).

Het argument dat zij een ‘meerkost’ zijn, blijkt slecht onderbouwd. Het gevoel van overbelasting wordt niet veroorzaakt door het aantal Nederlanders op zich, maar doordat de Vlaamse regering wil knippen in de onderwijsbudgetten. Iedere student erbij, is er dan algauw een te veel. Al wou de N-VA dat in haar persbericht bijvoorbeeld niet met zo veel woorden zeggen, de Nederlandse student is een mooi ballonnetje voor zowel de Vlaamse als Nederlandse regering om het nog eens over de ‘hoge kosten’ van onderwijs te hebben… en dus over bezuinigingen.