Naar een grootse visie

Jos Alembic was verleden week aanwezig op de Communist University, de jaarlijkse school georganiseerd door de Communist Party of Great Britain. Hij sprak daar met Jack Conrad.

The Leninist was de basis van deze groep en als publicatie begon in 1981. Wat waren jullie bronnen van inspiratie om met dit project te beginnen?

Die inspiratie is te vinden in de İşçinin Sesi (Arbeidersstem) vleugel van de Communistische Partij van Turkije (TKP). Deze organisatie had substantiële wortels in de Turkse gemeenschap in Groot Brittannië. Rond dezelfde periode was er een politiek verhoogde situatie in Turkije en ontwikkelde deze publicatie zich van een algemeen arbeidersblad naar een meer polemische publicatie. Ik las zelf hun Engelse publicatie, Turkey Today, omdat ik geen Turks lees. Dat was de eerste spreekwoordelijke vonk binnen mijn traditie.

Jack_ConradJack Conrad was een van de grondleggers van The Leninist die in 1981 begon met publicatie. Hij heeft vele artikels geschreven voor de huidige publicatie van deze groep, de Weekly Worker alsook een aantal boeken en brochures. Zijn laatste boek is een herziene versie van Fantastic Reality welke in gaat over de Marxistische visie op religie.

En met “traditie” bedoel je hier de ‘Marxistisch-Leninistische’ traditie?

Ik bedoel er de ‘officieel’ communistische traditie mee. Ik zat in het centraal comité van de New Communist Party – een splitsing van de CPGB uit 1977, een organisatie van zo’n 700 geclaimde leden, waarvan zo’n 500 reële – en was ook landelijk organisator voor ongeveer een jaar. Ik nam deze rollen op als een jong en naïef persoon die verwachtte dat de oude garde alle antwoorden wel zou hebben.

Ik kwam er al vrij snel achter dat de leiding van deze organisatie echter geen flauw idee had wat ze aan het doen was. Gedurende mijn tijd als landelijk organisator begon ik al na te denken over wat ik zou gaan doen; ik zag mezelf niet veel langer als lid van deze organisatie, hoewel ik dacht dat ik meer tijd zou hebben. Ik begon bondgenoten te promoten in leidinggevende posities en had ook wat vrienden in het centraal comité. We hadden een jeugdorganisatie die mijn ideeën deelde. Ik had contacten met mensen van de TKP.

Ik correspondeerde met een kameraad die publiceerde onder de naam van “Frank Grafton”, waar ik vrijwel dagelijks overleg mee had en discussies mee had over politiek en strategie over werk in de NCP. We hadden het idee opgepakt om samen te werken aan een boek over Groot Brittannië, haar plaats in de wereldorde, haar neergang. De inspiratie hiervoor was het boek Turkey, weak link of imperialism van de pers van İşçinin Sesií.

Ik geloof dat aan de publicatie van nummer 1 van The Leninist twee jaar van studie vooraf ging. Zat daar ook een studie bij van de Britse communistische beweging, zoals van de British Socialist Party?

Niet echt. Natuurlijk kende we wel iets van de geschiedenis van de CPGB, hoewel dat niet op het niveau was van wat we er nu van weten. Maar we wisten dat de CPGB in 1920 werd opgericht als resultaat van een split in de BSP, waarbij de rechtervleugel wegliep uit de partij en de rebellerende linkerzijde de nieuwe leiding vormde.

Zoals gesteld vormde de TKP İşçinin Sesi vleugel onze inspiratie. Dat men een organisatie kon opbouwen in zowel Turkije als Groot Brittannië was indrukwekkend. Het zette er ons toe aan om Lenin’s Collected Works te bestuderen. Niet alle 45 delen van voor naar achter, maar wel een diepere studie op vragen als democratisch centralisme, de eenheid met de Mensjevieken in 1906 en 07, wat Lenin te vertellen had over de vrijheid van meningsuiting en het recht om het oneens te zijn met congresbesluiten.

Maar ook Trotski las ik intensief: Zijn werken over de linkse oppositie, over fascisme, over Spanje, zijn strijd met Stalin in de jaren ’20. Veel termen die we in deze periode gebruikte kwamen van Trotski, zoals ‘centrisme’ die Trotski gebruikte om Stalin te beschrijven. Wij gebruikte ‘centrisme’ als term om de linkerzijde in de CPGB te beschrijven: Vage revolutionaire eisen, maar in werkelijkheid erg conservatief, weifelend en niet onderbouwd.

Je noemde al kort ‘democratisch centralisme’. De oude CPGB zag zichzelf ongetwijfeld als een ‘democratisch-centralistische’ organisatie, waarmee eigenlijk bureaucratisch-centralisme wordt bedoelt, en daarmee had het ook een lidmaatschap dat loyaal was aan dergelijke organisatorische waarden. Hoe gingen jullie om met beschuldigingen van geheime bijeenkomsten, oneerlijke politiek en niet loyaal zijn aan de partij?

Heel gemakkelijk. We publiceerden en public en tilde daarmee de deksel boven de organisatie op. We toonden wat er werkelijk gaande was in de partij en waren daarmee uniek. Natuurlijk kregen we van de meeste mensen te horen dat we de partijnormen braken, dat we ons niet hielden aan democratisch-centralistische beginselen. Maar wij konden artikels publiceren van Lenin waarin de democratische praktijken van de Bolsjevieken werden uitgelegd. We legden ook de nadruk op wat er nodig was: Om een oppositie te voeren tegen een opportunistische leiding, heb je de keuze om dat op onderhandse manier op te lossen of in de openheid te bestrijden.

In werkelijkheid zat de partij vol fracties en iedere groep had haar geheime bijeenkomsten. Zo woonde ik een geheime scholing bij in de Young Communist League die een week duurde. De leiding wist ervan, maar greep niet in. Ook was ik lid van de onofficiële leiding van de Young Communist League die elke maand bijeen kwam. Dit was overal in de partij, elke afdeling had haar dissidenten en afdelingen werden gecontroleerd door deze of gene zijde. Dit was bekend voor ieder actief lid. Deze fracties bestreden elkaar via onderhandse methoden. Wat anders was aan ons was dat wij de strijd openlijk aangingen. Wij hadden als doel om anderen te betrekken in deze open strijd, en dan hopelijk aan onze kant. Dus ja, we hadden geheime bijeenkomsten en beschermden onze identiteit, maar politiek gezien was onze publicatie open en hopelijk zo eerlijk als mogelijk.

Je had het over de “onofficiële leiding” van de YCL. Kun je dat toelichten? Wie waren dat?

Ik weet niet wat de oorsprong ervan was, maar het was een product van de diverse oproeren in de partij. Zo was er een discussie over het veranderen van de naam van de officiële publicatie van de partij van Daily Worker naar Morning Star. Dit was duidelijk bedoelt als poging om het karakter van het blad, als blad van de arbeidersbeweging, af te zwakken. Een ander gebeurtenis was de Praagse Lente in 1968 en de volgende Sovjet invasie van Tsjecho-Slowakije, welke een grote beroering veroorzaakte in alle rangen van de partij en een fundamentele tweedeling in de partijen tussen de pro-Moskou “tankies” [vernoemd naar de pro-invasie houding waar de Sovjet Unie met tanks de Praagse Lente de kop indrukte] en de “Euros” [vernoemd naar de hervormingsgezinde vleugel van de ‘officieel’ communistische beweging, de zogeheten eurocommunisten]. Beide waren weer paraplu termen voor allerlei subgroepen. De “tankies” begonnen alternatieve leidingen te organiseren in alle lagen van de partij. Er werden ook onofficiële bijeenkomsten georganiseerd om zo de leden van de afdelingen bij elkaar te krijgen en te spreken over de te volgen strategie, over invloed op congressen, etc.

The Leninist was een kleine organisatie binnen dit geheel en kon niet hopen om de hele partij te winnen op een congres. Wat was dus het doelpubliek? Het hele lidmaatschap, een deel ervan, de periferie?

Al onze leden waren ex-CPGB leden en onze eerste prioriteit was om weer lid te worden van de partij. Ze lieten iedereen weer erin behalve mij omdat ze mijn naam kende. We waren inderdaad maar klein. Buiten wat bondgenoten begonnen we met slechts vier leden. Maar op strategisch niveau richten we ons op de CPGB leden. Na een aantal jaren lidmaatschap heb je een netwerk van leden die je kent. Het doel van The Leninist was precies om linkse activisten in de CPGB actief te krijgen en te betrekken in de strijd.

We gebruikte de beeldspraak om de partij “opnieuw te smeden”, wat beelden oproept met gesmolten ijzer, hamers, vuur… Het heropbouwen van de partij door harde strijd. We richten ons niet om een congres te winnen, hoewel dat wellicht wel binnen de mogelijkheden lag. Onze focus lag erop om de klassenstrijd binnen de partij te brengen, om de energie van de arbeidersbeweging van dat moment te gebruiken als een educatief instrument voor een ander soort partij.

Betreffende educatie, was er ook een focus op programma? De CPGB van dat moment had een “nationaal-socialistisch” programma dat de British road to socialism heette. Was dat nog een focuspunt voor The Leninist of richtte het zich dus meer op het “binnenbrengen van de klassenstrijd” zoals je zegt?

Nee, programma stond altijd centraal. “Welke weg?” is altijd een rode draad in The Leninist geweest. Begin jaren ’90 hebben we ook een boek uitgebracht met de titel Which Road? wat een kritiek was richting de programmatische aanpakken van de beweging op dat moment, zoals dat van de CPGB en ook Militant, voorloper van de huidige CWI sectie in Engeland.

De rechterzijde van de partij, de “Euros”, hadden een nieuw programma in de voorbereiding, Manifesto for a new times, welke een enorme verschuiving naar rechts betekende. We hadden wat sympathieke leden in de leiding die ons voorzagen van de notulen van de vergaderingen. Wij hadden dus inzicht in eerdere versies van deze Manifesto en daaruit bleek dat de “Euros” eigenlijk nog een heel stuk verder naar rechts wilde gaan.

We gaven dus commentaar op deze ontwikkelingen, maar tegelijkertijd schetsten we een alternatief, een andere aanpak als het op programma aankomt. Die aanpak zou je grof gezegd “klassiek Leninisme” kunnen noemen.

Ok, als laatste historische vraag: Als we een ‘sekte’ zouden definiëren als een groep die geen wortels heeft in de samenleving en de arbeidersbeweging, is het ooit een vraagstuk geweest hoe The Leninist zou voorkomen dat het een sekte zou worden?

We zijn ons er altijd heel bewust van geweest dat we een microscopisch kleine groep waren, dat is nu eenmaal de situatie waarmee je moet werken. De kwestie is hoe je je gedraagt: Je kunt je gedragen als een sekte of als een kleine groep die de ambitie heeft om een partij-cultuur te ontwikkelen, een partij programma wil ontwikkelen, partij ambities heeft. We hebben zeker nooit de visie gehad dat wij de bewakers waren van de enige waarheid en dat iedereen het met ons eens moet zijn. Als ik kijk naar mijn eigen schrijfsels uit The Leninist dan is er in ieder geval één persoon die het niet eens gaat zijn met deze of gene standpunt of formulering en dat ben ikzelf.

We waren ons bij het begin van het project erg bewust dat we jong waren en onervaren, ondanks dat we twee jaar aan studie erop hadden voordat we onze nummer 1 publiceerden. We probeerden enkel onszelf zo min mogelijk voor schut te zetten, zodat we jaren later nog terug konden kijken en zo min mogelijk zouden zeggen van “oh mijn god, dit is te erg”.

Als we nu zouden kijken naar de situatie vandaag, wat zou dan je advies zijn om de lessen van The Leninist te vertalen naar de linkerzijde nu?

Daarop een antwoord geven nu is vele malen moeilijker dan in de jaren ’80. Je wilt het hebben over het nu, maar het is toch zinnig om het te hebben over het toen. We zagen een grote toestroom van arbeiders in de Labour Party. Wij voorspelden dat er een strategische strijd los zou barsten tussen de kapitalistische klasse en staat en de arbeidersklasse. De grote mijnstaking van 1983-84 was hiervan een hoogtepunt: 100 000 mijnwerkers op de been, twee havenstakingen, spoorstakingen, drukwerkers, etc. Er was een grote golf van arbeidersstrijd waarmee we een verbinding konden leggen. Hoewel we daar nooit in geslaagd zijn was dat onze strategie; we hersmeden de communistische partij met die energie, die kracht.

Als we nu kijken naar de situatie, moet de linkerzijde op globaal niveau op een historisch dieptepunt zijn. Er zijn dus geen makkelijke antwoorden. Niet dat ons antwoord in 1981 makkelijk was, maar toen zagen de vooruitzichten er rooskleurig uit in vergelijking met nu.

Onze strategie op het moment, en ik ben ervan overtuigd dat dit de correcte insteek is, is dat gegeven onze grootte als linkerzijde en gezien het historisch lage niveau van klassenstrijd, het heroïsch maar zinloos is om als linkerzijde direct “naar de klasse” te gaan. Dus de kameraden die ‘populaire arbeidersbladen’ publiceren, die naar ‘het gewone volk’ stappen… Wat zij produceren is een regelrechte belediging voor gewone mensen. En zelfs al was het geen belediging, dan nog geloof ik niet dat het een kans van slagen had.

In onze optiek blijft de linkerzijde, in welke vorm ze ook verkeert, het antwoord. Dat betekent dat we bestaand links proberen aan te zetten tot kritisch denken, tot strijd, niet alleen bij leden van de linkse groepen, maar ook bij iedereen die zich aangetrokken voelt tot socialistische ideeën. We proberen dus wat dan heet de “geavanceerde arbeiders” te bereiken, zij die gevoelig zijn voor theorie, historische analyses. Met de eb van de klassenstrijd is niet alleen de aanhang van de linkerzijde ook geslonken, maar is ook de gedachtegang gezakt tot een dieptepunt. Men is niet meer geïnteresseerd in grote ideeën en geavanceerde politiek, iets wat ik als absoluut onontbeerlijk acht.

Dan tot slot de hamvraag: Hoe kunnen we deze lessen reproduceren in een tijd waar steeds minder mensen bekend zijn met linkse ideeën?

In mijn optiek is ons werk over kritiek op het verleden, programma en visies voor de toekomst belangrijk. Zelfs al overtuigen we maar een kleine groep in het begin, dan nog is het een sterk begin om met een grote visie te beginnen. Dat geeft de instrumenten om verder te komen. Mijn advies is daarom om niet te beginnen met iets dat bedoelt is voor een breed publiek, maar om te beginnen met iets dat diepzinnig is, de waarheid spreekt, iets dat overtuigd en uitlegt. Wij willen dat proces ondersteunen in Groot Brittannië maar ook globaal. Dus wij verwelkomen elk initiatief aan de linkerzijde, in de wetenschap of in menselijke inspanning dat daartoe bijdraagt.

Als je bijvoorbeeld onze Communistische Universiteit neemt dan zijn wij de begeleiders om mensen als Lars T. Lih een podium te geven aan de linkerzijde. Zijn werk over Lenin en de revolutionaire Sociaal-Democratie hebben een grote resonantie met het soort project waar wij voor staan. Ook de Radical Anthropology Group heeft veel nuttigs bijgedragen en we hebben in het verleden ook artikels gehad over oercommunisme, een staat waarin de mensheid honderdduizenden jaren lang heeft geleefd. Wij zouden net zo enthousiast moeten zijn over dat werk als Marx en Engels waren over het werk van Morgan of Darwin.

We zitten nu met een linkerzijde die niet inziet dat wij, als een soort, de overgrote meerderheid van onze evolutionaire geschiedenis hebben geleefd als communisten. Hun kijk op de toekomst is daarom armoedig, steriel, productivistisch. Door deze ideeën samen te pakken en te verwerken in onze visie en programmatisch werk, kan dit de basis geven tot een herfundering van de linkerzijde, weg van een steriele kijk op de volgende demonstratie, de volgende staking en vooruit naar een grote visie op het communistische project.

Dank je voor dit interview. Nog wat laatste opmerkingen?

Waar je ook zit, denk kritisch na, niet enkel in een negatieve wijze maar analyseer de situatie en strijd voor je ideeën.