Zijn jullie democraten?

In een aboutje hebben we geantwoord op de vraag of wij sociaaldemocraten zijn, aangezien wij positieve lessen trekken uit de Tweede ‘socialistische’ Internationale (1889-1914). We hebben er bijvoorbeeld ook Stalinisme aangehaald. Daarmee blijft één vraag onbeantwoord: zijn wij democraten? Want wie onze platformartikelen heeft doorgenomen, zal de nadruk op politieke democratie niet ontgaan zijn. Thomas Chefsky geeft zijn visie op deze kwestie.

Algemeen_kiesrechtNogmaals: bestaat de groep rond het Communistisch Platform uit democraten? Ja en nee is het weinig overtuigend antwoord. We zijn voor verkiezingen, voor het bestaan van verkozen organen. We gaan zelfs verder: de meeste groepsleden willen jaarlijkse of tweejaarlijkse verkiezingen, en iedereen is voor een afschaffingen van niet-verkozen bestuurlijke instellingen zoals koningshuizen, etc.

Maar het bestaan van verkiezingen garandeert  nog geen democratie. Zijn wij democraten? Het hangt er van af wat je met democraten bedoelt. Hoe dan ook trekken wij kritische maar positieve lessen uit de geschiedenis van de revolutionaire (‘burgerlijke’) democraten van de 19de eeuw, net zoals uit de geschiedenis van de revolutionaire sociaaldemocraten. Eén van die lessen is dat de strijd voor democratie zich nooit volledig voltrokken heeft.

De bedoeling van dit blogartikel is niet om de hele geschiedenis van de democratie weer te geven, en al helemaal niet om hele passages uit Lenins Staat en Revolutie of De Proletarische Revolutie en de Renegaat Kautsky te citeren. Ik wil wel even wijzen op de ontwikkeling van de betekenis van de term democratie. Die betekenisverschuiving is belangrijk, omdat een gebrek aan historische context vandaag voor verwarring kan zorgen.

Democratische republiek

In een Engelstalig artikel voor The Marxist Center heb ik al gewezen op de betekenis van de het begrip ‘democratische republiek’ in de programmatische werken van Karl Marx en Friedrich Engels. Daarin schreef ik onder meer dat in de 19de eeuw de begrippen republiek en democratie elkaars antithese waren.1 Democratische republiek moet dan met andere woorden een vorm van synthese geweest zijn. Hoezo? Ik neem het voorbeeld van de VS.

De burgerij van de Verenigde Staten, pas bevrijd van de Britse hegemonie over Amerika, had in de loop van de Amerikaanse Revolutie van 1776 een republiek gesticht. De republiek was een door de grondwet beperkte en representatieve regering waarin de ‘machten’ (uitvoerend, wetgevend en juridisch) formeel van elkaar gescheiden waren. Van een democratie was geen sprake aangezien democratie beschouwd werd als een vorm van heerschappij van de meerderheid, van de massa.

De republiek was met andere woorden een poging van de kapitalistische klasse om zich niet alleen tegen een despotische regering te beschermen (net nadat ze zich ontdaan had van de Britse Kroon), maar ook van een regering van de massa’s. De republiek bood grondwettelijke bescherming van ‘minderheden’. Uiteraard niet de minderheden onder de kleine boeren, ambachten en arbeiders (zwarten, indianen, etc.), maar de minderheden onder de kapitalisten zelf – een afspiegeling van het feit dat de kapitalisten zelf een demografische minderheid vormen in de samenleving.

De kapitalisten hebben, naarmate het kapitalisme bleef ontwikkelen en kapitaal de sociale en economische verhoudingen ging domineren, hun macht proberen bestendigen. Dat konden ze onder meer doen door grondwettelijke maatregelen te nemen die democratie ondermijnen. In Europa was dat als gevolg van de revoluties van 1792, 1830, 1848, etc. heel courant. De pers was niet vrij, stakingen waren verboden, arbeidersorganisaties waren zogeheten samenzweringen, etc. In de VS nam dit nooit zulke proporties aan, maar trachtten de kapitalisten ook grondwettelijke hindernissen in te bouwen. De republiek moest de kapitalist dus van haar ondergang beschermen.

In Europa nam dit andere vormen aan. Daar hebben socialisten al snel beslag gelegd op het begrip ‘republiek’ en de kapitalisten ermee op de kast gejaagd. De kapitalisten namen daarom toevlucht tot ondemocratisch, onrepublikeinse instellingen als de koningshuizen en alleenheersende presidenten die de republiek uitholden (bijvoorbeeld Napoleon III van Frankrijk die zich na zijn verkiezing tot keizer uitriep.) Republiek en democratie werden er geen synoniemen maar aanvullingen van elkaar – tenminste voor de arbeiders. Waar het in Europa door revolutie tot een republiek kwam, zag je dat de kapitalist haar trachtte in de hand te houden.

De democratische republiek, zo je wil, kan met andere woorden beschouwd worden als een poging van Marx en Engels om de begrippen eigen inhoud te geven en een politiek-institutionele vorm te geven aan het begrip “eenheid in diversiteit”. De republikeinse kant van het begrip eert het bestaan van diversiteit in de arbeidersklasse, de democratische kant staat dan weer voor de nood aan eenheid en actie. Marx en Engels hebben de vroege Amerikaanse republiek vaak als een democratische republiek omschreven. Mijn hypothese daarover staat in het artikel op The Marxist Center.

Democratie en vrijheid

Maar wacht even? De Amerikaanse burgerij was tegen democratie? Waarom beweert ze dan democratie en vrijheid te brengen naar landen als Irak? Waarom beweert ze tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijheid en democratie gebracht te hebben naar Europa? Het antwoord daarop ligt vervat in de betekenisverschuiving: democratie betekent vandaag in de volksmond niet meer ‘heerschappij van de meerderheid, van de massa’. Het betekent veeleer iets als ‘een representatief staatsbestel waarin de regering en het parlement om de vier of vijf jaar verkozen worden’. Bovendien ligt de nadruk in de Amerikaanse oorlogspropaganda op vrijheid en niet democratie.

In die zin is de betekenis van het woord democratie uiteraard volledig uitgehold. De Verenigde Staten zijn vandaag – in de moderne uitlegging van het woord – even democratisch als in 1776, ondanks de geheime diensten, de uitzonderingswetten, het enorme militaire apparaat, de bureaucratie, etc. In de oude zin van het woord zouden de Verenigde Staten een democratie nauwelijks nog benaderen, of we moeten het beschouwen als een ‘democratie’ voor een kleine minderheid: de burgerij. (Meningen hierover lopen uiteen onder Marxisten en we verwelkomen bijdragen daarover.)

Dat de betekenis is verschoven, wordt duidelijk aan de hand van een korte geschiedenis van de Amerikaanse Democratic Party of kortweg de Democrats. Want je moet je de vraag stellen: als de Amerikaanse burgerij tegen democratie was, waarom heeft zij dan de Democratic Party opgezet? Het antwoord op de vraag is kort: zij heeft geen Democratic Party opgezet. Het embryo van de huidige partij is ontstaan uit de kring rond de republikein Thomas Jefferson.

Zij waren de ‘Jeffersonians’, maar werden door hun burgerlijke  tegenstanders smadelijk ‘democraten’ genoemd. Het is duidelijk: de naam moest de Jeffersonians discrediteren. De naam is uiteindelijk een geuzennaam geworden en blijven steken en zo werd de Democratic Party geboren. De tegenstanders hebben zich later gehergroepeerd in de Republikeinse partij – een duidelijk signaal dat zij de echte beschermers van de burgerlijke revolutie zouden zijn.

Pas in het midden van de 20ste eeuw is daar verandering in gekomen. Plots werd het bon ton om democratisch genoemd te worden. Democratisch stond namelijk pal tegenover fascistisch of Communistisch.3 De Verenigde Staten en West-Europa zetten zich zo af tegen Hitler-Duitsland en de Sovjet-Unie. Een gevolg daarvan was dat de Republikeinen de term ‘democraten’ moesten reclaimen van de Democrats. Dat deden ze onder meer door de partij niet de Democratic Party te noemen – want de Republikeinen beweerden nu ook een democratische partij te zijn -, en ze voortaan de Democrat Party te noemen: de partij van de Democrats.

Deze houding verklaart onder meer hoe het mogelijk is dat de Verenigde Staten sinds het midden van de 20ste eeuw beweert democratisch te zijn en democratie te verspreiden. Uiteraard heeft veel ook te maken met de emancipatie van delen van de arbeidersbeweging in de VS: de zwarten, de vrouwen, etc; en de emancipatie van de massa’s in de koloniale wereld. Maar ook met de uitholling van het begrip sociaaldemocratie (in de 19de eeuw zo goed als de enige partij in Europa die met trots beweerde democratisch te zijn); en met de verwerping van het begrip door de Communisten.

Communistisch Platform

De groep rond het platform op deze website wil het begrip democratie opnieuw zijn oorspronkelijke, radicale, revolutionaire waarde geven. Wij menen dat politiek-democratische eisen een revolutionair potentieel in zich dragen – vooral nu de financieel-economische crisis de staat steeds repressiever doet optreden. We menen ook te moeten vechten voor een democratische republiek als basis voor een samenleving waarin de arbeidersklasse – de overgrote meerderheid van de bevolking – zelf bewind kan voeren.

In die zin zijn wij democraten. Maar we hebben zo goed als niks te maken met de Democrats of met een democratie enkel voor de kleine minderheid: de burgerij. We zijn ook geen moderne sociaaldemocraten of aanhangers van reformisten zoals Allende. De vraag rijst: hoewel het woord is uitgehold, leven we vandaag nog in West-Europa een democratie? West-Europa is toch democratischer dan de Verenigde Staten? Nederland en België vallen toch geen landen binnen? Naar mijn mening is dat een wat chauvinistische houding ten opzichte van de Verenigde Staten en onderschat het de gebreken in Europa.

Een mooi voorbeeld van de beperktheid van de democratische verwezenlijkingen in bijvoorbeeld Groot-Brittannië is een Guardian-artikel van Seumas Milne over de lessen van de mijnwerkersstaking van midden jaren tachtig. Milne omschrijft het conflict van Margareth Thatcher met de mijnwerkers als een strijd om macht: alle middelen van de staat (geheime diensten, het leger, de politie, etc.) werden ingezet tegen Britse mijnwerkers om hun strijdvaardige opstelling te breken. Wat toen is geforceerd, wordt vandaag nog altijd toegepast door talloze ondemocratische procedures, instellingen, etc.3

Voor wie niet overtuigd is, stel je eens de vraag: hoe democratisch is Nederland? Hoe heeft de Nederlandse elite zich gedragen in Indonesië tijdens de onafhankelijkheidsstrijd? Wat doet Nederland om tot een democratisch Europa te komen i.p.v. een entiteit die gedirigeerd wordt door de internationale markten? En wat met de geheime dienst, het leger, etc.?

En voor de weinig overtuigden in België: hoe democratisch is een Senaat waarin sinds 2014 niet eens verkozenen zetelen? Hoe heeft België ingegrepen in de onafhankelijkheidsstrijd van Congo? Is er werkelijk een koningshuis enkel nog om lintjes te knippen en het land bijeen te houden? Hoe goed werkt het justitieapparaat als gevangenissen overvol zitten? Het zijn vragen die dagelijks zo niet jaarlijks weerkeren in de pers. We hoeven niet ver te zoeken.

Zelfs al gaan we uit van een definitie die erkent dat er beperkte democratie bestaat in de kapitalistische kernlanden, dan nog is er werk aan de winkel voor de arbeidersbeweging. Een eerste halte in de lange reis naar een democratische republiek is een democratische republiek van Europa. Hoe gaan we verhinderen dat het Europese beleid zoals dat van het toekomstige TTIP4, dat markten  zeggenschap geeft over het reilen en zeilen in Europa, de nationale democratische verworvenheden van de laatste 150 jaar teniet doet?

Weg met de beperkte Europese eenheid en terug naar de nationale parlementen? Dat is volgens ons een negatieve, ‘reactionaire’ houding. We zouden dan terug keren in de tijd – wat niet kan. Ons platform ijvert daarom voor een heuse Europese arbeidersbeweging (geen bureaucratische vereniging van nationale vakbondsleiders), met een Europese partij en een Europese democratische republiek waarin eenheid door diversiteit bereikt kan worden.5 Daarover volt ongetwijfeld nog meer op onze website en in Kompas.

Voetnoten

  1. Op het Marxist Center staat ook het voorbeeld van de Pledge of Allegiance als voorbeeld van betekenisverschuiving. http://marxistcenter.com/2014/01/15/a-small-history-of-the-democratic-republic-in-the-us/
  2. http://www.theguardian.com/commentisfree/2014/mar/12/miners-strike-gutting-unions-bob-crow
  3. ‘Communistisch’ met hoofdletter om het onderscheid te maken tussen het gedachtegoed van de Communistische Partijen die aan de USSR gelieerd waren en het gedachtegoed dat niet partijgebonden is maar uitgaat van de mogelijkheid van een communistische samenleving.
  4. TTIP is het Transatlantische Vrijhandelsakkoord dat onderhandeld wordt tussen onder meer de VS en de EU. Dit verdrag voorziet onder meer in clausules die nationale wetten en rechten ondergeschikt maken aan de principes van de internationale vrije handel.
  5. http://communisme.nu/platform/ In Kompas nr 1 zijn we uitgebreider ingegaan op de artikelen van het platform. http://communisme.nu/category/kompas/