Alia iacta est! Hoe links in België zich voorbereidt op bezuinigingsbeleid

De verkiezingssmog is gaan liggen. De kabinetsformaties in België zijn begonnen. Ze vinden plaats tegen een achtergrond van slecht nieuws over de toestand van de overheidsfinanciën, een groeiende jongerenwerkloosheid en het vooruitzicht op meer bedrijfssluitingen. Hoe kijkt de linkerzijde in België naar de toekomst en hoe heeft ze van de verkiezingen gebruik gemaakt zich schrap te zetten?

Een gedachte-experiment: wat als de linkerzijde onze partij in België zou zijn? Wat als de verschillende klein linkse partijen en organisaties fracties, tendensen of stromingen zouden zijn binnen één arbeiderspartij, hoe zouden we de toestand van deze arbeiderspartij en de arbeidersklasse kunnen omschrijven? Hoe verhoudt deze hypothetische partij zich ten opzichte van de sociaaldemocratie en de overige linkse (fracties van) kapitalistische politieke partijen?

De partijen die in de Belgische parlementen aan de linkerzijde van het halfrond zetelen, beperkten zich tot voor kort tot de traditionele sociaaldemocraten (SP.A en PS) en de groenen (Groen en Ecolo). Een vrij uitzonderlijke situatie was dat, aangezien in veel Europese landen ook klein linkse of alternatief linkse partijen in het parlement verkozenen hebben. De Nederlandse SP, Die Linke in Duitsland, het Front de Gauche in Frankrijk, … het zijn maar enkele voorbeelden.

Als “onze partij” zou bestaan, dan stuurt de Belgische arbeidersklasse acht van haar leden, die tot de oud-maoïstische PVDA/PTB behoren, naar het halfrond. Dat wil zeggen het federaal parlement (2), het Waals parlement (2) en het Brussels parlement (4). Niettemin blijft de sociaaldemocratie de meest invloedrijke georganiseerde stroming ter linkerzijde. Hoe reageert zij op de huidige omstandigheden en wat doet dat met de rest van links?

De sociaaldemocratie

“Een stem voor PVDA is niet nuttig”. Een maand voor de verkiezingen van 25 mei was Caroline Copers niet mis te verstaan over hoe vakbondsmilitanten moesten stemmen. De algemeen secretaris van de Vlaamse socialistische bond ABVV gaf zo een uitdrukking aan het streven van de ABVV-top om de militanten opnieuw achter de SP.A te scharen. De slagzin “stem links” was eigenlijke “stem SP.A” en de grote boeman van Copers was de rechts-nationalistische N-VA die op een klinkende verkiezingsoverwinning afstevende.

Het mocht niet helpen. Hoewel de vakbond opriep voor haar burgerlijke partners te stemmen, Hoewel de SP.A ook achteraf verklaarde stand te hebben gehouden, was deze partij er opnieuw licht op achteruitgegaan – en dat al drie verkiezingen op rij. De Vlaamse sociaaldemocratie is zich al twee decennia lang stelselmatig aan het uithollen. Hele afdelingen waren in de jaren negentig ‘gesaneerd’ van radicale en links-reformistische elementen. Als gevolg van de politieke polarisatie, die zich sinds 2007 voordoet, betekent deze uitholling ook een electorale terugval tot onder 15 procent .

Het valt te beargumenteren dat de SP.A van een volkspartij verandert is in een burgerlijke partij door de vakbond gesteund. Een vakbond die heel wat ‘kiesvee’ organiseert, weliswaar. De SP.A heeft jarenlang boven haar gewicht gebokst. Ze maakte tijdens de vorige bestuursperiode deel uit van zowel de Vlaamse (met N-VA en de christendemocraten) als de federale regering (met de liberalen en christendemocraten). Ze had er haar Waalse collega’s van de PS versterkt (die sinds 1988 onafgebroken deel uitmaken van de federale kabinetten).

De partij bevindt zich sinds de verkiezingsnederlaag van 2007, toen ze van bijna 25 procent naar 16 procent zakte, in crisis. De huidige situatie waarin de rechterzijde in het land eindelijk genoeg zetels heeft om voor het eerst sinds 1988 een regering zonder de PS te vormen, maakt gelijk ook de SP.A mathematisch overbodig. Wat de verandering van deze partij tot een electorale romp duidelijk in de verf zet.

De SP.A leiding profileert zich als de partij van de gematigdheid, als brave huisvader, als beschermer van de consument. De PVDA-gezinde professor Jan Blommaert omschreef de SP.A tijdens de vorige legislatuur nog als “de partij van het perfecte kapitalisme”, want ze tracht de excessen van de vrije markt tegen te gaan… door de vrije markt te verbeteren. De sociale zekerheid, suggereert de SP.A, is ideaal voor de vrije markt. Het onderhoudt de koopkracht en dus de werking van de kapitalistische economie. Iedereen wint. In linkse kringen valt dan ook vaak te horen dat de SP.A-top “blauwer dan blauw” is.

In de praktijk functioneert de partij vooral als smeerolie om de Europese bezuinigingen geleidelijk door te kunnen voeren. De “vakbondspartijen” zijn namelijk nodig om zonder veel sociaal conflict de vinger op de knip te kunnen houden. Hoewel de SP.A electoraal een kleine partij onder de burgerlijke partijen is geworden, was zij bijvoorbeeld wel nodig om een stabiele regering te vormen na de politieke crisis die België sinds 2007-2008 in de ban hield. Terwijl de partij die rol van brave en stabiele huisvader uitspeelt, zorgt het bezuinigingsbeleid wel voor wrijving bij de leden van het ABVV.

De sociale zekerheid en de zogenaamde index, een richtcijfer dat ontstaat door een aantal verbruiksgoederen in een zogeheten korf te steken, en dat bepaalt of het gemiddelde salaris moet stijgen om de koopkracht te garanderen, mogen beide volgens de vakbond niet worden aangetast. Die aantasting staat namelijk op de agenda van de Europese Commissie en alle rechtse partijen, van de welke de N-VA er het verst in gaat.

Het is de strategie van de Vlaamse nationalisten om de vakbonden zo veel mogelijk buiten spel te zetten (want zij vormen een rem op hard bezuinigingen doordat zij de grootste behoeders van de prijzenindex en van het nationaal cao-overleg zijn). De leiding van het ABVV heeft dat aangegrepen om de SP.A te steunen. Want die SP.A is in het kabinet nog zo slecht nog niet in vergelijking met de overige partijen.

Niettemin staat de relatie tussen de vakbondsleiding en de SP.A-top onder druk. De socialistische vakbond vindt de bezuinigingen te ver gaan en voelt de kritiek en de wanhoop die in haar gelederen opborrelt als gevolg van de crisis. Waarheen met de werklozen bijvoorbeeld? Die neemt voornamelijk in Brussel en Wallonië grote proporties aan. De PVDA berekende dat per vacature in België 17 werkzoekenden in de rij staan. Deze situatie schaadt de onderhandelingspositie van de vakbond, maar ook het vertrouwen bij de leden in het beleid.

Ook aan Waalse zijde is dat zo, waar de situatie op de Vlaamse lijkt, maar waar de intensiteit wel wat anders is. Hoewel de PS er nog altijd stevig scoort (ze is procentueel haast tweemaal zo groot als de SP.A), en er in Wallonië geen variant op de N-VA bestaat, voelt zij wel de adem van de PVDA/PTB in de nek. Er heerst namelijk onvrede over de PS. Ze was tussen 2012 en 2014 de partij die de Belgische premier leverde. Het kabinet-Di Rupo was het allereerste federale bezuinigingskabinet van België, en dat heeft de Waalse socialistische vakbond kunnen voelen.

In Wallonië tiert de werkloosheid welig doordat heel wat grote, klassiek-industriële bedrijven personeel hebben afgedankt. Aangezien de overheden ook bezuinigen, was het antwoord van het federale kabinet een strengere controle op de werklozen en de werkloosheidsuitkeringen, wat vooral Franstaligen benadeelt doordat daar minder werk wordt aangeboden. (De federale minister van Werk was overigens een SP.A-lid.) Hoewel zij het protest tegen deze maatregelen nooit heus heeft georganiseerd, heeft de FGTB dit beleid nooit kunnen verkroppen.

Het resultaat was een zich ontwikkelende breuklijn binnen de FGTB tussen figuren die de PS wilden straffen en figuren die de PS wilden tegen rechts. In Luik riepen kaders van de FGTB op om op de PTB te stemmen, hoewel de top van de vakbond getracht had een compromis te bereiken aan de hand van een vrije interpretatie van de oproep “stem links” (dus zowel PS, Ecolo als PTB). Niet dat de top het compromis zelf in acht nam. Op 1 mei riep de voorzitster van de FGTB gewoon op om PS te stemmen – en niet PTB.

In de regio rond de stad Charleroi is deze breuklijn al langer en duidelijker aanwezig. Daar was de lokale FGTB-leiding in 2012-2013 al begonnen met een campagne voor een linkse eenheidslijst tegen de bezuinigingen. Daarin zette zij vraagtekens bij de relatie tussen de FGTB en de PS. Ze stelde ze dat de socialistische vakbond een onafhankelijke bond is die haar lot niet aan dat van de sociaaldemocratie hoeft te verbinden.

Een rechtse regering…

Indien er geen heuse politieke crisis uitbreekt, breekt voor het eerst in jaren een bestuursperiode van 5 jaar zonder verkiezingen aan. De rechtse fracties van de burgerij hebben duidelijk stappen vooruit gezet en zullen trachten rechtse kabinetten van strakke bezuinigingen te vormen. Zowel in Vlaanderen als in Franstalig België gingen na de verkiezingen bij de sociaaldemocratie stemmen op voor een links front tegen rechts. Echter maakte de SP.A-voorzitter duidelijk graag te willen kannibaliseren op links, net als N-VA dat op rechts heeft gedaan. Met andere woorden: de linkse kiezer wil hij over vier jaar overtuigen niet meer SP.A, Groen of PVDA te stemmen maar gewoon SP.A te stemmen.

Nu de politieke mist van de verkiezingen is gaan liggen, is het duidelijk dat de FGTB en het ABVV een afwachtende houding aannemen. Geen campagnes, geen grote speeches. De sociaaldemocratie, echter, is volop bezig haar positie in de toekomstige regeringen te plannen. In Wallonië lijken PS en de christendemocraten van CDh vastbesloten samen een regionaal centrumlinks kabinet te vormen. Het nieuws van dit besluit werd beantwoord door N-VA die besloten heeft met de Vlaamse christendemocraten van CD&V een centrumrechtse regering in Vlaanderen te vormen.

Dit moet een eerste stap zijn in de richting van een rechts federaal kabinet. N-VA-voorzitter Bart De Wever was door de koning aangeduid de formatie te leiden en hij zijn doel is duidelijk: een regering van zijn eigen partij aangevuld met de christendemocraten (zowel Vlaams als Franstalige) en op zijn minst de Franstalige liberalen. Dit moet een zogenaamde “sociaaleconomische herstelregering” worden die het belastingstelsel, de prijzenindex en de sociale zekerheid hervormt om de concurrentiepositie van België te “herstellen” in de plaats van een “communautaire regering” die de staat hervormt en de deelstaten meer bevoegdheden geeft.

Dit zou, zoals eerder al aangehaald, de eerste rechtse regering sinds 1988 worden. Voordien heeft het Belgische establishment altijd nood gehad aan de PS om zijn beleid te verkopen. Ook vóór 1988 overigens, want de rechtse regering viel toen over onder meer het sociaal protest dat uitbrak. Dat vooruitzicht valt in België niet uit te sluiten. In de socialistische vakbond staat een aantal militanten te popelen om zich eindelijk af te kunnen reageren tegen het bezuinigingsbeleid. Een regering zonder de PS is voor de vakbondstop dé aanleiding om de honden te lossen. Niettemin zullen kapitalisten de werkgelegenheid verder afbouwen en de lonen drukken. Ze staan te popelen op een rechts beleid dat de macht van de vakbonden stevig kan aantasten.

Dat zowel de sociaaldemocratie en de PVDA/PTB zich dan federaal in de oppositie zouden bevinden, kan een voordeel betekenen voor de arbeidersklasse in België. Al is er de bemoeilijkende factor van de PS die wel van plan in Brussel en in Wallonië de regering te vormen en er op regionaal niveau de bezuinigingsbijl in te zetten. Hangt het van de SP.A af, dan neemt ook zij aan zo veel mogelijk kabinetten deel van het bewind. Niet alleen mogelijks in Brussel, ook elders als het kan. De sociaaldemocratie is dan ook niet van plan de verantwoordelijkheid te nemen voor eventueel protest van de vakbonden.

… een linkse oppositie?

Hoe vergaat het de georganiseerde delen van “onze (toekomstige, hypothetische) arbeiderspartij” in België nu de vakbonden zich nog steeds achter de sociaaldemocratie scharen maar deze relaties wel breuken vertoont? Wat met hun visies op het vooruitzicht op klassenstrijd? Eerst en vooral is het uitkijken naar wat de PVDA/PTB-leden gaan doen met hun pluchen zetels. Zij geven zich nog steeds voor marxistisch of neomarxistisch uit en zeggen te staan trappelen om oppositie te voeren. Daarnaast telt België nog een klein aantal andere radicaal linkse organisaties zoals LSP/PSL, LCR, SAP, etc.

Organisaties zoals de PC, Socialisme 21 en Rood! worden niet nader belicht in dit artikel. Hun posities zijn in sterke mate afgeleiden van de posities die de hiervoor aangehaalde organisaties innemen. PVDA, LSP, LCR en SAP zijn de enige organisaties die ook de capaciteiten hebben om in beperkte mate over heel hun eigen landsdeel een campagne op te zetten.

PVDA

In deel twee is er reeds gewezen op de historisch wat sektarische houding van de PVDA ten opzichte van de sociaaldemocratie. De PVDA is ontstaan in een tijd van openlijke klassenstrijd. In de woelige jaren 1968 en 1969 maakte de voorloper van de SP.A en PS, de nog unitaire Socialistische Partij (SP), deel uit van de regering. Zij trachtte de toestand te bedaren, met als gevolg dat delen van de arbeidersbeweging zich buiten de structuren van de partij gingen bewegen. Bovendien trachtte de SP radicaallinkse groeperingen het moeilijk te maken.

Het is één van de redenen waarom de PVDA buiten de sociaaldemocratie om ontstaan. Het toenmalige AMADA (Alle Macht Aan de Arbeiders) beriep zich op theorieën van Mao, teerde op diens populariteit als alternatief op de sociaaldemocratie en de Communistische Partij, en had als gevolg van de verhalen over de Culturele Revolutie in China het aura van een anti-bureaucratische organisatie.

De PVDA stelde zich als antwoord op het bureaucratische beleid van de SP in de beweging aanvankelijk tegen de sociaaldemocratie op. Ook de vakbondsleiding kreeg de wind van voren. Pas in 2008 kwam het tot een significante bocht in haar houding: de PVDA beweert er het Maoïsme te hebben afgezworen en zoekt stelselmatig toenadering tot de sociaaldemocratie en de groenen met “berekende” voorstellen. Het gaat soms ook verder: PVDA-raadsleden besturen bijvoorbeeld samen met SP.A en Groen een district in Antwerpen. De vakbondstop mag geen deel van het establishment meer worden genoemd, zei voorzitter Peter Mertens nog in 2009.

Hoewel de PVDA in West-Europa tot de grootste Maoïstisch partijen behoorde, was ze altijd relatief klein gebleven. Ze is nooit een massapartij geworden en had niet meer dan enkele duizenden leden. Na de zogenoemde herbronning in 2008, deden de crisis en de goede resultaten tijdens de lokale verkiezingen van 2012 het lidmaatschap van de partij stijgen tot over de zevenduizend leden die de PVDA een half jaar voor de verkiezingen van 2014 claimde. Partijvoorzitter Peter Mertens schildert de partij soms af als een kleine sleepboot die de linkse tanker begeleid. Zeker nu ze in het federale parlement zetels hebben. Is de PVDA werkelijk een sleepboot voor de linkerzijde in België? Kan zij als fractie binnen de beweging daadwerkelijk de kern vormen van de toekomstige arbeiderspartij?

Verhelderend is een resolutie uit 2012 van het internationaal communistisch seminarie , een internationale bijeenkomst van de PVDA met haar partners in het buitenland, over “De band tussen de onmiddellijke taken van de communisten en de strijd voor het socialisme”. “Rekening houdend met het feit dat het klassenbewustzijn nog zwak is”, stelt de PVDA, “is het belangrijk om de bevolking telkens opnieuw op de aard van de tegenstelling arbeid/kapitaal te wijzen.” En dat gaat als volgt.

“Sinds tweeënhalf jaar hebben wij met onze studiedienst talrijke onthullingen gedaan over de lage belasting op bedrijfswinsten (multinationals zoals Exxon, Inbev, Solvay… betalen zo goed als geen belasting). Dit bracht een levendig debat op gang in alle media, met reacties van de werkgeversorganisaties en een toenemende sympathie voor onze partij in syndicale middens. Wij stelden dat als de regering de ‘wettelijke’ belastingheffing (zonder fiscale aftrekken) zou toepassen, zij het volledige bedrag kon terugwinnen van de bezuinigingen die ze van de werkende mensen vroegen via hun besparingsplan. De eis voor de Miljonairstaks (1% belasting op de fortuinen van meer dan een miljoen euro) lag ook in het verlengde van deze oriëntatie.”

Een dergelijke eis als de miljonairstaks moet volgens de partij duidelijk maken dat er maar 88000 (?) families (gezinnen?) in België zijn die zich miljonair kunnen rekenen. Een peulenschil in vergelijking met het aantal niet-miljonairs, wat de arbeidersklasse moet doen inzien dat zij de meerderheid uitmaakt. Het is eigenlijk een variant van de uitdrukking “de 99% versus de 1%”. Een dergelijke taks moet de kapitalisten ook de argumenten ontnemen om te zeggen dat er geen geld is voor de overheid en dat er met andere woorden bezuinigd dient te worden. Maar het belangrijkste argument van de partij is dit:

“Met deze eis kunnen wij de voorhoede en een deel van de massa verenigen rond de partij in oppositie tegen de sociaaldemocratie, in het bijzonder binnen het syndicale front. Met deze concrete en becijferde eis (die 8 miljard euro zou opbrengen) kunnen we de sociaaldemocratie ontmaskeren. Zij doet de gepensioneerden, de werklozen en de “middenklasse” (dat wil zeggen de gezinnen met tweeverdieners) betalen en stelt niet meer dan symbolische en onbetekenende maatregelen voor tegen de rijken.”

De feitelijke politieke tegenstander van de PVDA is opnieuw de sociaaldemocratie, net zoals in de jaren vóór het hervormingscongres. Dat de sociaaldemocratie haar een poets kan bakken door zo’n “berekende” eis over te nemen, is een probleem waar de PVDA zich bewust van is. “Maar de kwestie is hoe we deze eis propageren”, antwoordt zij hierop, “en of dit op een correcte manier gebeurt, op een revolutionaire manier, of hij met andere woorden op dit concrete ogenblik in België het bewustzijn van de massa vooruit kan brengen, de massa kan organiseren, kan mobiliseren”.

Met andere woorden: de partij stelt zich wat haar eisen betreft op als “revolutionaire partij” – tenminste: ze doet dat intern – die het bewustzijn van de arbeidersklasse wil opkrikken door middel van berekende en onmiddellijk realiseerbare eisen die de impotentie van de sociaaldemocratie blootleggen en de kapitalisten zouden doen betalen voor hun crisis. Dit moet de meeste bewuste lagen van de klasse rond de partij scharen. Hoewel de eisen “berekend” zijn, dat wil zeggen: vandaag te implementeren zijn, ligt het verschil met reformisme volgens de PVDA hierin: de PVDA sluit niet actief compromissen met het Belgische establishment zoals de sociaaldemocratie dat doet.

De PVDA profileert zich ook, anders dan de sociaaldemocratie, als een partij die actief aanwezig is onder de arbeidersklasse. Want “de kwestie is hoe we deze eis propageren”: ze komt langs bij stakingen, heeft heuse delegaties op betogingen, etc. Dat is goed, want de Belgische arbeidersklasse is al enkele jaren naarstig op zoek naar een partij die haar stem kan vertalen in het parlement en in de gemeenteraden. De PVDA was meer en zichtbaarder dan de andere linkse fracties binnen de beweging aanwezig op acties en vervult zo voor een deel de taken van een arbeiderspartij.

Of de PVDA oordeelt dat haar programma effectief is, is niet bekend. Een beoordeling van de resultaten door een congres moet nog volgen. De schrijver van dit artikel is echter van oordeel dat niet het eisenprogramma van de partij, maar vooral haar structurele inplanting in een aantal arbeidersbuurten (de partijafdelingen, de praktijken van Dokters voor het Volk, etc.), de gepolariseerde focus van de verkiezingen op sociale thema’s en de breuken binnen de arbeidersbeweging met de sociaaldemocratie haar successen oplevert.

Want hoewel de partij aanwezig is in de beweging, doet de partij weinig tactische voorstellen. Hoewel de partij op haar website en haar krant Solidair veel kritiek uit op het kapitalistische systeem, doet ze weinig suggesties voor de arbeidersbeweging om organisatorisch en politiek vooruit te komen. Bovendien ontbreekt het in haar programma aan een duidelijk, positief politiek profiel (ze schippert op het vlak van Europa bijvoorbeeld tussen belgicisme en internationale solidariteit). En het ontbreekt al helemaal aan duidelijkheid over het doel (socialisme of communisme).

Zo neemt de partij de woorden socialisme en communisme een pak minder in de mond dan voorheen, maar vooral het gebrek aan politieke eisen maakt niet duidelijk hoe het socialisme buiten vage voorstellingen om eruit zou kunnen zien. De partij heeft met andere woorden geen programma met een duidelijk doel voor de hele maatschappij – behalve dan dat de toekomst “sociaal” moet zijn. Ze biedt ook geen platform aan om op democratische wijze passende tactieken te ontwikkelen die de weg naar dat doel kunnen voorbereiden. Wat zal de partij bijvoorbeeld voorstellen als delen van de arbeidersbeweging tot stakingen overgaat tegen nakende sluitingen?

SAP en LCR

Een verhoging van de bijstandsuitkeringen boven de armoedegrens, hogere pensioenen, geen ontslagen bij bedrijven die winst maken. Oppervlakkig gezien lijken de Trotskistische SAP (Socialistische Arbeiderspartij, Vlaanderen) en de LCR (Ligue Communiste Révolutionnaire, Franstalig België) in hun politieke voorstellen heel goed op de PVDA. Beide organisaties hebben dan ook een aantal van vertegenwoordigers als onafhankelijke kandidaten op de verkiezingslijsten van de PVDA/PTB geplaatst. Het enige opmerkelijk verschil is dat SAP en LCR meer voor socialisme uitkomen dan de PVDA/PTB.

Het zijn partijen die in vergelijking met andere linkse organisaties heel sterk focussen op de nood aan linkse eenheid en links frontvorming. Zo’n frontvorming gebeurt niet enkel links van de sociaaldemocratie, ze kan volgens SAP ook met de sociaaldemocratie en de groenen. In haar voorstellen oproepen te lanceren aan bijvoorbeeld de SP.A als zij niet deel uitmaakt van het kabinet, verschilt zij wat van de andere Trotskistische partij LSP/PSL die een links front links van de sociaaldemocratie wil. Die laatste roept daarbij op tot een breuk tussen de vakbonden en hun sociaaldemocratische en christendemocratische politieke partijen.

De dag na de verkiezingen analyseerde de SAP de mogelijkheid tot frontvorming als volgt: “De tenoren van de linkse en progressieve partijen lijken de deur zo allemaal op een kier(tje) te zetten.” Die progressieve partijen zijn zowel de PVDA als de SP.A en Groen. Maar SAP ziet de Groenen niet onmiddellijk met een concreet voorstel voor de dag komen. In tegendeel, ze verwijt de Groenen de SP.A achterna te hollen in hun arrogantie tegenover klein links. “De propagandistische blijken van goede wil omtrent een eventuele linkse frontvorming lijken dan ook niet meer dan dat: [negatieve] propaganda.” Daarmee is een links front volgens SAP afhankelijk van de PVDA.

“Waarom bijvoorbeeld geen voorstel doen aan sp.a en Groen? Bijvoorbeeld om in elk geval niet in een regering te stappen die zich wil inschrijven in de naleving van de Europese budgettaire regels? Of – nog ambitieuzer – waarom niet voorstellen een permanent links front te vormen voor uitkeringen boven de armoedegrens, voor het behoud van de index, voor de afschaffing van de notionele interestaftrek, voor een heus banenplan met jobs in openbaar vervoer, duurzame energie, isolatie van woningen, zorg, huisvesting, enzovoorts?”

“Beide voorbeelden zijn natuurlijk enkel haalbaar als de sp.a en Groen ertoe gebracht kunnen worden af te zien van hun bereidheid om mee te regeren. Dat zou pas ‘verantwoordelijk’ van hen zijn. Om dat af te dwingen is er uiteraard meer nodig dan een eenvoudige brief van de PVDA. Met dergelijk initiatief kan de PVDA zich echter ook richten tot de brede massa van de werkende mensen. Ze zou er ongetwijfeld veel begrip voor kunnen vinden.”

Zo’n frontvorming dient op “antikapitalistische” basis te gebeuren. Het enthousiasme dat een front moet teweegbrengen en de klassenstrijd zouden de sociaaldemocratie daarbij naar links moeten duwen. Niettemin zijn beide partijen een front links van de sociaaldemocratie ook genegen. De SAP en de LCR zien de PVDA/PTB daarin haast als de sleepboot die Peter Mertens zich had voorgesteld. Beide partijen hebben de Franstalige lijst PTB-GO! (PTB Gauche Ouverte: PVDA Open Links) als een stap vooruit in een “antikapitalistische” frontvorming beschouwd. Ze zien deze lijst als een vertaling van de oproep van de FGTB-leiding uit Charleroi om zich links van de PS te organiseren tegen de gevolgen en het politieke beleid van de kapitalistische crisis.

“Op 1 Mei 2012 deed het ABVV van Charleroi haar oproep tot samenwerking van linkse krachten om een antikapitalistisch alternatief te vormen, links van PS en Ecolo. Voortgekomen uit het verzamelen rond de PTB-PVDA van de PC en de LCR-SAP, met ondersteuning van heel wat onafhankelijke linkse personaliteiten, zijn de lijsten PTB-GO er in geslaagd stappen vooruit te zetten op de weg die door de syndicale linkerzijde werd voorgesteld. Deze kan zich dan ook legitiem op deze overwinning beroepen, net als al diegenen die door hun engagement hebben bijgedragen de oude conflicten te overstijgen om mee een dynamiek van samenwerking tot stand te brengen, die voor hoop zorgde ter linkerzijde. Het verderzetten van deze dynamiek zal belangrijk zijn voor verder succes. De SAP-LCR wil zich hiervoor zeker verder inzetten.”

In dit front van politieke partijen – het is geen klassiek eenheidsfront dat hier wordt voorgesteld – wil de SAP zich zo sterk mogelijk profileren. Dat getuigt onder meer haar verkiezingsfolder. Hoe een dergelijk front resultaten kan boeken, hoe dit front een positief antwoord kan formuleren op de vraagt wie de samenleving runt, heeft de partij tijdens de verkiezingscampagne niet duidelijk gemaakt. Voor een aanzet tot een antwoord moeten we kijken naar het voorstellingsartikel van de SAP op de website:

“Louter hervorming volstaan niet om komaf te maken met het kapitalistische systeem. Enkel massale revolutionaire strijd, die vroeg of laat duidelijk de kwestie van de staatsmacht stelt, kan het systeem finaal de wereld uit helpen. Hiertoe heeft de arbeidersklasse nood aan een revolutionaire massapartij (of front van revolutionaire partijen).”

Hoe de “massale revolutionaire strijd” tot stand kan komen, hoe “de kwestie van de staatsmacht” gesteld kan worden, is niet duidelijk. De SAP richt zich voornamelijk op agitatie rond een klein aantal ideeën die voor de massa bestemd zijn. In de praktijk focust ze primair op de ontwikkeling van een “revolutionaire massapartij” door samenwerkingsverbanden van links te bepleiten en deel te nemen aan onder meer de lijsten van de PVDA. Hoe zo’n linkse frontvorming of zo’n revolutionaire partij tot stand komt blijft echter een vraagstuk.

LSP/PSL

De Linkse Socialistische Partij/Parti Socialiste de Lutte is hoogstwaarschijnlijk de grootste Trotskistische partij. Zij telde echter geen kandidaten op de lijsten van de PVDA/PTB. De oproep van LSP voor een eenheidslijst links van SP.A en Groen/PS en Ecolo is niet publiekelijk beantwoord door de PVDA. Zoals in deel 2 van de reeks al was aangehaald, liet de LSP weten dat de lijsten van de PVDA potdicht zouden geweest zijn voor hun leden. Ook de lijst die ze in een klein aantal Brusselse deelgemeenten had ingediend, Gauches Communes, kon gene lijstverbinding met de PVDA aangaan. LSP liet weten:

“We hadden met de PVDA een gesprek over de mogelijkheid van LSP-kandidaten op hun lijsten. Maar ze waren duidelijk: ‘LSP wil zich net als ons opbouwen, dat is een probleem. LCR en PC [Parti Communiste] hebben kandidaten, maar hebben die ambitie grotendeels opgegeven. LSP zal niet nalaten om pamfletten te verdelen en kranten te verkopen. PVDA heeft veel nieuwe leden die het programma nog niet volledig begrijpen. Aanwezigheid van LSP zal voor ons meer energie vragen om de verschillen uit te leggen dan dat we aan de verkiezingscampagne kunnen besteden.’ De PVDA aanvaardt dus enkel individuen en organisatie die het programma van de partij niet [expliciet en openlijk] in vraag stellen.”

Voor de LSP is de door hen voorgestelde eenheidslijst een stap in de richting van wat ze een “verenigd front tegen de besparingen” noemt. Hoewel de lijst er niet is gekomen, laat LSP weten dat ze hoopt dat de PVDA-parlementsleden in het politieke halfrond voor een dergelijk front zullen pleiten. Dat front is geen politieke coalitie met SP.A en Groen, maar een “front van verzet [vanuit de vakverenigingen] … met een actieplan van regionale betogingen, stakingen en bezettingen tegen sluitingen en herstructueringen”.

In Wallonië heeft PSL heel wat hoop gevestigd op de signalen van verandering die uit de FGTB van Charleroi in de provincie Henegouwen komen. De campagne die er was opgezet om te debatteren over de relatie tussen de socialistische vakbond en het kabinet, tussen de vakbond en de PS, is door PSL geregeld aangehaald om te wijzen op een voor hen noodzakelijke breuk tussen de vakbonden en hun politieke partners in het parlement.

Naarmate de crisis en de bezuinigingen vorderen, zou een dergelijke breuk meer en meer naar de voorgrond treden. Ook PVDA/PTB-verkozenen zouden de vraag opwerpen: met welke politici gaan de vakverenigingen verbanden aan? Het “front van verzet”, waarbij de vakbonden actief op zoek gaan naar een maatschappelijke meerderheid “waarbij de linkerzijde [links van de sociaaldemocratie, de christelijke partijen en Groen], strijdbare syndicalisten en … werkenden en vakbonden” bijeengebracht worden, holt dan het klassieke verbond met SP.A/PS en CD&V/CDh uit.

LSP ziet zich niet als de spil van het front dat zij bepleit. De spil worden volgens LSP de leden van de vakbonden die in actie schieten en hun leidinggevenden onder druk zetten om die actie tot een nationale thema te verheffen (onder meer met betogingen en als het kan een algemene staking). De partij pleit daarom al enkele jaren voor de aanname van een actieplan door de vakbonden opdat de geïsoleerde uitbarstingen van weerstand tegen bezuinigingen perspectief zouden krijgen. Hoewel de oproep voor actieplannen aan de vakbonden gericht zijn, beargumenteert LSP dat deze plannen door middel van vergaderingen van de leden besproken en gekeurd moeten worden.

Ook de belangrijke rol voor de PVDA-verkozenen mag niet overdreven worden. LSP riep op haar website vlak voor de verkiezingen op om PVDA te stemmen, maar LSP te vervoegen. LSP zou als organisatie een zweep moeten zijn voor de PVDA die termen als socialisme en communisme zo veel mogelijk achterwege lijkt te laten en weinig duidelijkheid schept over de te volgen tactieken. PVDA stem je, meent LSP, doordat een doorbraak in het parlement positieve effecten kan hebben op de arbeidersbeweging. Aansluiten bij LSP doe je als je “een socialistisch antwoord op de kapitalistische crisis” wil.

Je zou kunnen beargumenteren dat LSP door middel van haar oproep voor een actieplan voor raden en volksvergaderingen pleit in de schoot van de vakverenigingen. De vakverenigingen organiseren in België meer dan de helft van de actieve bevolking en organiseert daarnaast ook nog een deel van de jongeren en de gepensioneerden. Het actieplan dat ze zouden kunnen voorleggen, zou voornamelijk uit een militante verdediging van de verworven rechten uit het verleden bestaan.

Voorlopig besluit

De regeringsvorming in België heeft nog een flink eind te gaan. De complexheid van het land in acht genomen, kan het dus nog een tijd duren vooraleer alle kaarten zullen geschud zijn en het duidelijk wordt wat de arbeidersklasse te wachten staat. Gezien het voortschrijden van de crisis staat alleszins een voortzetting van de klassenstrijd op de agenda. Voornamelijk ondernemers pleiten al een hele tijd voor drastische maatregelen door de kabinetten. Komen die er (niet), dan zullen de kapitalisten alvast zelf drastische maatregelen (“moeten”) nemen door personeel af te danken, arbeidersvoorwaarden te ondermijnen en op salarissen te knippen.

Reacties vanuit de arbeidersbeweging, maar ook ongeorganiseerde delen van de arbeidersklasse, zullen in dat geval niet uitblijven. Maar de sterkte van de arbeidersklasse is afhankelijk van haar organisatie(s). De arbeidersbeweging is echter maar zo sterk als haar zwakste schakel. De houding van de vakbondsleiding voorspelt weinig goeds. Ze wil naast een behoud van de oude verwezenlijkingen en haar positie in de burgerlijke samenleving, voornamelijk de ‘sociale vrede’ beschermen. Net zoals de sociaaldemocratie overigens. Binnen de context van een kapitalistische crisis, is het deze houding tegen de achtergrond van de formatie van bezuinigingskabinetten, die in belangrijke mate de bewegingsruimte van klein links bepaalt.

Als huidig klein links en de militante leden van de vakbeweging de kern zouden uitmaken van de toekomstige arbeiderspartij van België, dan kunnen we beknopt dit beeld schetsen. De klassenstrijd in België zal vast de breuklijnen in de vakbeweging over de kwestie van haar politieke vertegenwoordiging vergroten. De PVDA hoopt althans zo meer ingang te vinden. Organisaties als SAP en LSP kunnen er gebruik van maken hun ideeën te promoten. LSP bijvoorbeeld zou er gebruik van maken om haar oproep voor een “front van verzet” sterker te promoten.

In aanloop naar de ontwikkeling van een breuk, pleiten de parlementaire verkozenen uit de PVDA op een soortgelijke manier als de SAP en LCR voor een front met de sociaaldemocratie tegen de bezuinigingen. Althans: een front indien de sociaaldemocratie niet in de regering stapt (wat ze alvast in Wallonië en Brussel van plan is te doen). De PVDA wil de sociaaldemocratie in het eigen voordeel ontmaskeren en zowel de vooruitstrevende leden van de arbeidersklasse als de vakbondskaders met ‘realistische’ voorstellen winnen. De SAP daarentegen agiteert voor een front als opstap naar “linkse eenheid”, hoogstwaarschijnlijk links van de sociaaldemocratie en de groenen.

Hoewel LSP/PSL de PVDA door haar geslotenheid niet ziet als de kern van een arbeiderspartij voor de toekomst, hoopt deze partij wel dat de PVDA-verkozenen de breuk tussen vakbonden en de burgerlijke politici kunnen bewerkstelligen. Het antwoord op de breuk is een front met linkse verkozenen, de klein linkse partijen en voornamelijk die fracties en leden van de vakbeweging die de confrontatie met het bezuinigingsbeleid wensen aan te gaan. LSP/PSL beargumenteert dat uit deze ervaring het vooruitzicht op een “nieuwe arbeiderspartij” zich kan materialiseren.

Of dat tot de verwachte resultaten zal leiden, is een andere kwestie. Veel hangt af van de mate waarin de (sociaaldemocratische) politiek van de rode vakbondsleiding vervangen kan worden door een geheel eigen, politiek alternatief voor de arbeidersklasse. Houdt de huidige leiding van de arbeidersbeweging stand, dan blijft een marginalisatie van het protest bij militante vakbondsleden en klein links een reële mogelijkheid.

Allen pleiten de revolutionaire organisaties voornamelijk voor eisen en acties rond de bescherming van de oude verworvenheden, hoewel ze ook in meerdere of mindere mate voor de ontwikkeling van een socialistische samenleving staan. Dat gebeurt tegen de achtergrond van specifieke verwachtingen over het mogelijks explosieve karakter van de klassenstrijd. Echter: zolang de klassenstrijd niet losbarst, er geen positieve doorbraak komt in de vakbondsrelaties met de burgerlijke partijen, werkt iedere organisatie voornamelijk op haar eigen terrein met haar eigen programmatische overtuiging. Hoewel LSP bijvoorbeeld een oproep tot eenheid had gelanceerd, heeft de PVDA deze bijvoorbeeld niet positief beantwoord. Andersom pleitte LSP voor aansluiting bij de eigen partij.

De sociale eisen die links aanhaalt, worden soms aangevuld met eisen voor arbeidsduurverkorting en meer publieke investeringen in openbare diensten om de meest prangende noden van de arbeidersklasse onmiddellijk te kunnen beantwoorden. LSP gaat in deze anticrisismaatregelen expliciet het verst, hoewel PVDA en SAP een aantal soortgelijke maatregelen ook impliceren. Daarbij valt op dat politieke eisen voor de hele samenleving nauwelijks aan bod komen, met uitzondering van de roep om een revolutionaire arbeiderspartij te ontwikkelen of de eigen (revolutionaire) partij te vervoegen.

De tactische voorstellen die een aantal partijen doet, blijven soms in het vage hangen. Hoewel het inderdaad zo is dat de ontwikkeling van klassenstrijd veel invulling zal geven aan te volgen tactieken en aan de programma’s van de toekomst, valt het te beargumenteren dat vaagheid ook het resultaat is van verdeeldheid tussen de organisaties en van een relatief isolement. (Uiteraard is het zo dat de groep rond deze website op dat terrein ook een pak werk aan de winkel heeft.)

Bronnen

  • http://www.solidair.org/index.php?id=1340&tx_ttnews[tt_news]=11386&tx_comments_pi1[page]=1&cHash=6a20e73b62e5aff732c2bb4e1ac0bdc6
  • http://www.icseminar.org/ICS/2012/Contributions_to_the_Seminar/ICS2012_Belgium_PTB_NL.pdf
  • http://pvda.be/artikels/pvda-links-versterken-van-onderuit
  • http://pvda.be/programma/draaiboek-voor-een-sociale-samenleving-woord-vooraf
  • http://www.socialisme.be/nl/17235/met-acht-radicaal-linkse-verkozenen-wordt-politieke-eenheidsworst-doorbroken
  • http://www.socialisme.be/nl/16395/stemoproep-lsp
  • https://www.socialisme.be/nl/16664/naar-een-electorale-doorbraak-van-pvda
  • http://www.socialisme.be/nl/17343/ons-voorbereiden-op-wat-komt-met-een-front-van-verzet-tegen-de-besparingen
  • http://www.sap-rood.org/sap/
  • http://www.sap-rood.org/onze-levens-zijn-meer-waard-dan-hun-winsten-stem-sap-op-pvda/
  • http://www.sap-rood.org/succes-van-ptb-go-een-overwinning-en-een-aanmoediging-voor-gans-links/