Quo vadis PVDA? Kleinlinks wint in België

Met acht zetels in verschillende Belgische parlementen heeft de Partij van de Arbeid voor het eerst in haar bestaan volksvertegenwoordigers. Een historische doorbraak. Het gaat bovendien om de eerste verkozenen die lid zijn van een zelfverklaarde Marxistische partij sinds 1985. De situatie in het land schreeuwde al enkele jaren om een arbeidersvertegenwoordiger in het parlement. Hoe kwam het dat uitgerekend de Partij van de Arbeid daarin slaagde? En zal zij er wat van bakken?

Laten we eerste het geheugen opfrissen. De Partij Van De Arbeid heeft op 25 mei voor haar lijsten voor de Kamer over heel België ongeveer 125.000 stemmen gekregen. De helft daarvan is in Wallonië uitgebracht en leverde haar twee Kamerzetels op. De Vlaamse helft was net niet genoeg om in de provincie Antwerpen – waar de partij de meeste stemmen van heel Vlaanderen haalde – door de kiesdrempel van vijf procent heen te breken. In de stad Antwerpen haalde ze wel bijna negen procent.

In Brussel won de partij 3,9 procent maar kreeg er door het ingewikkelde verdelingssysteem en de tactiek van lijstverbinding vier zetels langs de Franstalige zijde van het parlement. Voor de verkiezingen van het regionale Waalse parlement brak de partij op een aantal plaatsen vlot door de kiesdrempel. In Luik en omstreken ging het om resultaten van zeven tot twintig procent. In Herstal, bijvoorbeeld, heeft meer dan een op vijf inwoners op de PTB GO!-lijst gestemd. De PVDA had ook niet genoeg stemmen voor de Europese verkiezingen.

De PVDA is ooit in de jaren zeventig begonnen als een Maoïstische partij. Toen heette het nog AMADA (Alle Macht Aan De Arbeiders), maar ondertussen draagt de partij al 35 jaar de naam Partij Van De Arbeid en zegt ze met het verleden afgerekend te hebben. Al decennia lang neemt de partij aan de verkiezingen deel, maar tot nu toe had de partij nooit gewonnen. Hoewel de partij in belangrijke mate in de voetsporen treedt van de Nederlandse SP, behoeft het feit dat de PVDA nu toch doorbreekt een woordje uitleg.

De electorale positie van de PVDA en de crisis in België

Grosso modo kunnen we drie factoren onderscheiden die de doorbraak van de PVDA in de hand hebben gewerkt. Een eerste is de electorale positie van de PVDA: in 2014 was er opvallend minder linkse versplintering van kieslijsten. Ten tweede heeft het bezuinigingsbeleid pas sinds 2013 echt kunnen plaatsvinden. Als laatste de verkiezingscampagnes die ditmaal vooral over sociaaleconomische onderwerpen gingen en niet de ‘communautaire’ (zoals institutionele hervorming). Alle drie worden nader verklaard.

Geen eigen linkse antwoorden op de politiek-institutionele crisis

De PVDA heeft het net als veel andere linkse organisaties in België moeilijk gehad met de politiek-institutionele crisis uit 2007 – de zogenoemde communautaire kwestie. Het ontbrak veelal aan eigen politieke antwoorden, waardoor het politieke debat meer nog dan gewoonlijk gedomineerd werd door pro-kapitalistische partijen. De PVDA, hoewel ze een aantal politieke eisen heeft, zoals de afschaffing van de kiesdrempel, profileerde zich voornamelijk als Belgicistisch. Ze vertaalde het principe dat de arbeidersklasse van België zich diende te verenigen in de vorm van onder meer de “frietrevolutie”: solidariteit tussen Walen, Brusselaars en Vlamingen. Een standpunt dat weinig het verschil kon maken met het publieke standpunt van veel voornamelijk Franstalige partijen.

Overigens geldt dat ook voor de Europese Unie. Hoewel kleine partijen hoe dan ook moeilijk verkozen worden in het Europese parlement doordat kiezers meer nog dan in lokale, regionale of federale verkiezingen voornamelijk op vertrouwde gezichten en lijsten stemmen, zal het ambigue standpunt van de PVDA ten opzichte van Europese eenmaking een rol hebben gespeeld. De PVDA lijkt in het debat over politieke eenmaking de voorkeur te geven aan een overheveling van bevoegdheden naar het nationale in plaats van het Europese parlement. Dat de verkiezingen uit 2014 weinig politiek-institutionele kwesties opwierpen, zal het de PVDA gemakkelijker gemaakt hebben standpunten te formuleren.

Wat een rol zal hebben gespeeld, is het kannibalisme op rechts. Daar slonk het Vlaams Belang, ooit de grootste partij van Vlaanderen, en verdween de rechts-libertaire Lijst De Decker ten voordele van de N-VA. In de pers leek het als een “allen tegen de N-VA”-strijd, wat de PVDA soms wist te gebruiken om duidelijk te maken dat de SP.A en CD&V (christendemocraten) sinds 2009 in een Vlaamse regeringscoalitie zaten met de N-VA. Terwijl al deze partijen voor bezuinigingen stonden op alle overheidsniveaus, was de PVDA de enige partij die aan de verkiezingen deelnam tégen deze ingrepen. Al heeft de partij daar nooit expliciet een campagnestandpunt gemaakt.

Monopolie

De PVDA was in Vlaanderen de enige partij links van de sociaaldemocraten en de groenen. De laatste decennia hebben ter linkerzijde altijd meerdere partijen naar de geradicaliseerde kiezer gedongen. Onder de noemer PTB-GO! was de PVDA in Wallonië de enige partij met minimale regionale spreiding. GO staat voor “Gauche ouverte” ofte een open plaats voor linkse kandidaten uit onder meer de oude Parti Communiste. In Brussel was de PVDA ook de enige echte Brusselse lijst. Traditioneel kwamen veel kleine linkse lijsten in Brussel op, maar weinigen konden de spanwijdte van de PVDA benaderen.

Op de houding van de overige linkse organisaties ga ik in een derde artikel uitgebreider in, maar het is belangwekkend om te weten hoe de PVDA zich dit relatieve monopolie wist toe te eigenen. De PVDA is een partij die jarenlang geweigerd heeft om deel te nemen aan linkse lijsten. Zij heeft vooral de oproep gelanceerd aan links om haar lijsten te versterken. De weigering laat zich vooral uit in een vorm van negatie: het is moeilijk om op de website en in de papieren publicaties van de partij een analyse of beoordeling van andere linkse lijsten te vinden.

In 2014 was dat weinig anders. De PVDA maakte gebruik van de kleine, maar opgemerkte aandacht voor haar partij (onder meer door haar aanwezigheid op de stakingen aan de poorten van de gesloten Ford-fabriek in Genk en de sloten afdeling van de ArcelorMittal-fabriek in Luik), om nogmaals te benadrukken dat zij dé partij ter linkerzijde van de sociaaldemocratie en de groenen is. Bovendien had de partij in Antwerpen en Luik uitstekend gescoord tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012.

In 2007 had de N-VA de CD&V nodig om te overleven. In 2014 heeft de CD&V moeten strijden om overeind te blijven tijdens de campagne van N-VA.

In 2007 brak de N-VA door. Aan de politieke crises die volgden, had linkse een taaie kluif.

De PC (Parti Communiste) en Trotskistische LCR (Ligue Communiste Revolutionnaire) in Wallonië en Brussel en haar evenknie SAP (Socialistische Arbeiderspartij) in Vlaanderen werden overtuigd als onafhankelijken de lijst van de PTB te vervoegen.  Ondanks de betrokkenheid van een aantal bij de totstandkoming van linkse samenwerkingslijsten zoals Rood! in Vlaanderen en Vega in Franstalig België. De PVDA had deze samenwerkingsverbanden nooit vervoegd, al trekt ze wel mee de Ronde Tafel van Socialisten – een veeleer cultureel overlegorgaan dat socialistische ideeën promoot.

Rood! dat in 2011 was opgericht toen Erik De Bruyn de SP.A. verliet als oud-Vonkist (Vonk is een Trotskistische organisatie die doorheen de jaren negentig en 2000 in de sociaaldemocratie bleef werken), nam ditmaal niet deel aan de verkiezingen maar riep op links te stemmen: SP.A., Groen en PVDA. Erik De Bruyn had na de magere resultaten van de lokale verkiezingen van 2012 de vereniging al verlaten en riep via zijn Facebook-profiel op om voor SP.A te stemmen en niet voor de PVDA.

De Trotskistische LSP/PSL (Linkse Socialistische Partij/Parti Socialiste de Lutte), die net als SAP de vereniging Rood! bij de oprichting heeft ondersteund, lanceerde een publieke oproep tot een links front tijdens en na de verkiezingen. De PVDA gaf echter geen publiek antwoord en keek de kat uit de boom, wachtend tot het moment waarop elk initiatief voor LSP te laat zou komen. Al hebben ze opgeroepen PVDA te stemmen, hoogst waarschijnlijk heeft geen enkel LSP- of Rood!-lid als onafhankelijke op de PVDA-lijsten gestaan. De lijst was voor haar “potdicht”, verklaarde LSP na de verkiezingen.

In Brussel, waar een hoop kleine linkse lijsten traditioneel deelnemen, bestaat een systeem van lijstverbinding dat te vergelijken valt met de lijstverbinding die we tijdens de Europese verkiezingen in Nederland hebben gezien. Opmerkelijk is dat de lijst PTB-GO! er met geen enkele duidelijke linkse lijst in zee ging. Ook niet met Vega of het hyperlokaal georganiseerde Gauches Communes die voornamelijk door LSP/PSL is ondersteund. Ze verbond zich, vermoedelijk uit electorale overwegingen, met andere lijsten zoals een Belgicistische en een pro-Brusselse.

Die tactiek leverde resultaat op: hoewel de partij de kiesdrempel er niet heeft gehaald, kreeg ze dankzij de procenten van onder meer de Piratenpartij wel een stevig aantal zetels in het Brussels parlement. Maar het leverde de partij ook kritiek op (waarop in deel 3 van de reeks dieper wordt ingegaan), onder meer van de linkse samenwerkingslijsten die zo werden verstoten. Niettemin was het wel duidelijk dat de kiezers die uiterst links wilden stemmen, voor het grootste deel op de PVDA hebben gestemd. In Sint-Gillis in Brussel behaalde de partij 7,3 procent onder de Franstalige stemmen, een pak meer dan Vega (0,91%) en Gauches Communes (0,89%).

Bezuinigingskabinet-Di Rupo

Tussen 2007 en 2012 bevond het land zich meermalen in een politiek-institutionele crisis. In deze periode is bijvoorbeeld twee maal het record regeringsvorming gebroken, maar dat is lang niet het enige wat België in Europa zo uniek maakt. Pas eind 2012 hebben de Belgische politieke partijen een federaal kabinet kunnen samenstellen dat een Europees bezuinigingsbeleid zou kunnen voeren. Een belangrijk verschil met de buurlanden.

De Partij Van De Arbeid heeft zich tijdens de laatste verkiezingsperiode als een uitgesproken sociale partij geuit. Met de slogan ‘sociaal is super’, een variant op de SP-slogan ‘100% sociaal’, speelde de partij in op de prioriteit die sociaaleconomische thema’s zoals sociale zekerheid, werkloosheid, bijstand, e.d. kregen. Dat uitgerekend Di Rupo, leider van de Franstalige sociaaldemocraten, mocht aankondigen te zullen korten op bijstand voor werklozen e.d., vergemakkelijkte de positionering van de PVDA.

De partij kon zich voortaan overal uiten als hét alternatief. Vooral ten opzichte van de Franstalige vakverenigingen die vaak vastgehouden hebben aan het idee dat het “rechtse Vlaanderen” de bezuinigingen heeft opgedrongen. Nu de PS en CDh (de christendemocraten) in de federale regering het beleid voerden, was er geen ontkomen aan: deze partijen hebben de vakverenigingen de rug toegekeerd. Het droeg bij aan barsten in het anti-PVDA-front binnen de hogere regionen van de vakbonden. Delen van de middenkaders van de FGTB kon je daardoor terug vinden op de lijsten van PTB-GO!.

Langs Vlaamse zijde had de partij het wat moeilijker doordat ook de groenen er in de oppositie zaten. De groenen zijn er dan ook overal op vooruit gegaan, soms ten koste van de potentie van de PVDA om door te breken. In Antwerpen, waar de partij tijdens de lokale verkiezingen nog net boven de groenen en de liberale uit sprong, belandde de PVDA ditmaal onder de groenen die bijna vijf procent meer kregen dan in de regionale verkiezingen van 2009. Dit zal naast de kiesdrempel een gedeeltelijke verklaring voor het niet doorbreken van de PVDA in Vlaanderen zijn.

Drempels om te overwinnen

De PVDA heeft haar stemmen niet op een dienblad aangereikt gekregen. Ze heeft moeten opboksen tegen de verkiezingscampagne van de sociaaldemocratie, die zich uitermate negatief uitliet over de PVDA, en de ambigue houding van de leiding van de socialistische vakbond. De vakbondsleiding heeft lange tijd de boot afgehouden: de leden moesten vooral links stemmen, zei ze. Maar naarmate het gevaar op een verpletterende overwinning van N-VA naderde, riep de leiding op om niet op PVDA te stemmen.

In Wallonië, waar de sluiting van een aantal grote bedrijven het jaar voordien de gemoederen had doen oplaaien, en waar de vakbondsleden verbolgen waren over de bezuinigingspolitiek van de PS (en het groene Ecolo in het Waals kabinet), vertoonde het anti-PTB-front barsten. Relatief veel vakbondsleden gingen over naar de PTB-GO!-lijst nadat sinds de vorming van het kabinet-Di Rupo in 2012 al heel wat leden naar alle waarschijnlijkheid heimelijk een ledenpas van de PVDA/PTB hadden gekocht. De PVDA die in 2008 er nog 300 had, kondigde vorig jaar aan meer dan 7000 leden te hebben.

Ook deze stemmen en kandidaten kreeg de PVDA niet zonder meer aangereikt. De midden- en hogere kaders die de PTB in Wallonië goedgezind waren, waren lang niet allemaal bereid zich voor de kar van deze partij te spannen. De gesloten structuur van de partij, die uit de Maoïstische periode stamt, is geen aantrekkelijke optie voor mensen die altijd van de relatief burgerlijke vrijheid hebben gebruikt gemaakt. Vergelijk het met de kritiek die SP in Nederland nog steeds krijgt over haat structuren. Hoewel de PS een bureaucratisch bestuur kent, kon de socialistische vakbond er van barsten en eigen posities in het apparaat gebruik maken om eisen door te drukken.

De PVDA was echter onbekend terrein. Eerder al hadden figuren uit de vakverenigingen met het bestaan van andere linkse lijsten geschermd om de vraag van de PVDA: “waar wachten jullie nog op om een antwoord op de PS en SP.A te formuleren?” negatief of niet te beantwoorden. Als een gedeeltelijk antwoord op de oproep tot linkse frontvorming van delen van de FGTB in onder meer de provincie Henegouwen, kwam de PVDA in Franstalig België met PTB-GO! voor de dag. Een lijst waarop linkse niet-PVDA-leden expliciet een plaats konden krijgen.

De PVDA wist veel leden van de vakverenigingen te strikken. In Wallonië waren er zelfs een aantal middenkaders uit de socialistische FGTB. (Foto: Solidair)

In Vlaanderen kreeg de PVDA minder media-aandacht dan in Franstalig België. Hoe dan ook zijn de Vlaamse media minder happig op kleine partijen dan de Franstalige. Maar de beslissing van een aantal grote mediabedrijven zoals de openbare omroep om de partij niet op te nemen in hun zogeheten stemtesten, die kiezers een beeld moeten geven van de partij waar hun voorkeur naar uit gaat, heeft de partij gedeeltelijk uit het debat gesloten.

Ook de vakverenigingen hebben de boot afgehouden en samen met de leiding van de sociaaldemocratie opgeroepen niet op de PVDA te stemmen. Hoewel de partij meer steun uit vakbondsmiddens kreeg, moest het voornamelijk op eigen kracht verder. Niettemin kon ze profiteren van de voortgeschreden uitholling van de Vlaamse sociaaldemocratie (verder dan de Waalse evenknie) en haar positie in Antwerpen om toch linkse stemmen te winnen, nieuwe afdelingen op te zetten en als potentiële winnaar aan het politieke debat deel te nemen. De peilingen logen er niet om: op een aantal uitzonderingen na, nam het stemmenaantal van de PVDA toe – en hoop doet leven.

Maar voor een partij die, anders dan in Franstalige België, geen openlijke steun uit de vakverenigingen krijgt, is dit toch wel een belangrijke belemmering: de PVDA kent nog altijd geen gedegen landelijke spreiding. Begrijp dat niet verkeerd: de partij heeft nog altijd een betere inplanting dan de overige linkse organisaties. Maar buiten de lokale electorale doorbraak in Antwerpen is de kracht van de PVDA in Vlaanderen afhankelijk van haar organisaties in Leuven en Gent (tevens grote studentensteden), een praktijk van dokters voor het volk hier en daar, en enkele gemeenteraadsleden in gemeenten en steden als Zelzate. Buiten deze kernen om zijn de ervaren militanten dun bezaaid in provincies zoals West-Vlaanderen of Limburg. In Wallonië is dat ook zo, onder meer in het afgelegen Luxemburg, maar daar was de politieke situatie voordeliger voor de partij.

Het is een uiting van de positie in de marge waarin de partij zich decennia lang heeft bevonden. Door relatieve uitsluiting uit de sociaaldemocratie (gekoppeld aan een weigerachtige houding in de jaren zeventig en tachtig om een oppositie te ontwikkelen in deze partij) en de vakbonden, viel de PVDA deels op zichzelf terug voor groei en ideologische ondersteuning. Het heeft onder meer tot een aantal sektarische en bureaucratische uitingen geleid. De PVDA heeft getracht daar iets aan te doen op haar vernieuwingscongres in 2008. Toen is besloten de partij in een nieuw jasje te steken. Het was een poging door een quick-fix de drempels te overstijgen die kleinlinks marginaliseren.

Conclusie

De PVDA heeft kosten nog moeite gespaard om de aandacht op haar electorale potentie te vestigen. Sinds haar draai in 2008 is de partij grondig veranderd, richting electoralisme en belgicisme bijvoorbeeld, al heeft ze een aantal cruciale eigenschappen uit haar verleden nooit afgeworpen. De partij noemt het soms “neomarxisme” en het resultaat is overdonderend: naast een klein aantal extra zetels in enkele gemeenteraden in 2012, heeft de partij nu ook acht zetels in verschillende Belgische parlementen.

Dat uitgerekend de PVDA daarin is geslaagd en niet een andere lijst of organisatie, heeft ze te danken aan een aantal voordelige omstandigheden. Voornamelijk in Franstalig België kon ze de linkse proteststem winnen terwijl de crisis de versplintering van het partijlandschap bewerkstelligde en meer en meer kiezers ertoe dreef op radicalere partijen te stemmen. De meest materiële uiting daarvan waren de barsten in de relatie tussen de Waalse vakverenigingen, voornamelijk de socialistische, en de regeringspartijen PS en CDh.

Maar wat ook een rol gespeeld heeft zijn enkele meevallers die de zwakte van de partij verdoezelen. Een aantal linkse organisaties had besloten hun leden op de PVDA-lijsten te plaatsen of niet deel te nemen aan de verkiezingen. Ze riepen veelal op om PVDA te stemmen. Dat is een meevaller aangezien het probleem van linkse verdeeldheid niet is opgelost. Al zijn er veranderingen sinds haar hervorming uit 2008, de PVDA blijft een vrij monolithische organisatie. Ze gebruikte de lokale doorbraak in Antwerpen en Luik uit 2012 om druk te zetten op de pogingen andere linkse lijsten in te dienen.

Als laatste had de partij het voordeel geen zogenoemde communautaire kwestie te moeten beantwoorden, die was tijdens de kiescampagne van 2014 niet zo van belang. (Zelfs N-VA ging de kwestie van een splitsing van België zo veel mogelijk uit de weg.) De PVDA heeft geen weinig uitgesproken politieke antwoorden op de politiek-constitutionele problemen van België en Europa klaar. Ook de afwezigheid van dat thema is een voordeel dat niet eeuwig geldt. Het schreeuwt om een politieke oplossing.

Welke sociale en politieke oplossingen de PVDA en andere marxistische organisaties in België voorstellen, komt aan het licht in het derde en laatste deel van deze reeks.

Ooit, iets meer dan 5 jaar geleden, zag het er nog zo uit: de PVDA met hamer en sikkel. Nu is deze symboliek vakkundig weggewerkt.

Ooit zag het er nog zo uit: de PVDA met hamer en sikkel. Nu is veel Bolsjewistische symboliek weggewerkt. Hoewel Che Guevara bleef.

Bronnen:

* Peter Mertens: ‘Het ging eindelijk over arm en rijk’ (De Standaard)
* ‘Het Marxisme is actueler dan ooit’ (De Standaard)
* Overzicht resultaten PVDA (PVDA/PTB)
* Over De Wever’s formatiepoging en frontvorming tegen besparingsbeleid (PVDA/PTB)
* Links eindelijk een stem geven in het parlement: SAP-kandidaten op PVDA+-lijsten (SAP)
* Succes van PTB-GO!: Een overwinning en een aanmoediging voor gans links (SAP)
* Naar een electorale doorbraak van PVDA (LSP/PSL)
* Met acht radicaal linkse verkozenen wordt politieke eenheidsworst doorbroken (LSP/PSL)
* Stem links! Voor een rood-groene alliantie tegen besparingen en verrechtsing (Rood!)

* De uitgelichte foto op de voorpagina komt van de website van de PVDA/PTB (www.pvda.be)